Graaf Lev Nikolajevitsj Tolstoj (Russisch: , Tolstojs voornaam Lev wordt doorgaans in het Nederlands vertaald als Leo. Zijn achternaam wordt ook wel getranslitereerd als Tolstoi. Volgens de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek verschenen er tussen 2010 en 2015 Nederlandse uitgaven van zijn werk onder de namen Leo Tolstoj, Leo Tolstoi, L.N. Tolstoj, Lev Tolstoj en Lev Nikolajevitsj Tolstoj., ook wel Leo Tolstoi) (landgoed Jasnaja Poljana, 9 september 1828 – Astapovo, 20 november 1910Volgens de gregoriaanse kalender. Op dat moment werd in Rusland nog de juliaanse kalender gebruikt. Volgens die na de Russische revolutie afgeschafte kalender is hij geboren op 28 augustus en gestorven op 7 november.) was een Russisch filosoof, christenanarchist, pacifist, beoefenaar van sociale filosofie en schrijver van voornamelijk romans en korte verhalen. Hij is vooral bekend van zijn realistische romans Oorlog en vrede (1869) en Anna Karenina (1877), die worden beschouwd als twee van de beste boeken uit de wereldliteratuur. Lev Tolstojs godsdienstige en sociale ideeën hadden veel invloed op de verdere ontwikkeling van het christenanarchisme en pacifisme.

Tolstoj werd vier maal genomineerd voor de Nobelprijs voor de Literatuur (1902, 1903, 1904, 1905). Zijn tijdgenoten respecteerden hem zeer: Dostojevski beschouwde hem als de grootste van alle romanschrijvers die toen leefden, terwijl Gustave Flaubert uitriep: "Een groot kunstenaar, een groot psycholoog!"

Levensloop miniatuur|links|Woonhuis te Jasnaja Poljana (achterzijde) Tolstoj werd geboren op het landgoed Jasnaja Poljana, in de buurt van Toela, 180 kilometer ten zuiden van Moskou. Hij kwam uit een familie van hoge adel. Zijn vader, graaf Nikolaj Iljitsj Tolstoj, nam deel aan de 'Vaderlandse Oorlog' van 1812 tegen de legers van Napoleon. Zijn moeder, Maria Volkonskaja, was vorstin.

Hoewel beiden van adel, hadden zijn ouders erg verschillende achtergronden. De titel van graaf dateerde in Rusland pas vanaf het begin van de 18de eeuw. Ilja, de vader van Nikolaj, had bovendien zijn gezin geruïneerd door zijn kwistige levensstijl. Prinses Maria daarentegen, vier jaar ouder dan Nikolaj en een schatrijke erfgename, stamde af van de half legendarische prins Rurik, stichter van de Russische staat. Afgaande op de half-biografische roman Oorlog en vrede moet het evenwel een liefdevol huwelijk zijn geweest. (2020), hoofdstuk 1 "An Ambitious Orphan," pp. 10-13.

Levs ouders overleden echter al vroeg en hij werd door familieleden opgevoed. Zijn vroege leven op Jasnaja Poljana heeft een grote invloed uitgeoefend op de toekomstige schrijver. Daar maakte hij kennis met het leven van de arme boeren. Hij kreeg onderwijs van huisleraren en las erg veel in het Frans, Duits en Engels. In het Frans las hij bijvoorbeeld alle werken van Rousseau, van wie hij op 15-jarige leeftijd een portretje in een medaillon om zijn hals droeg. Ook las hij al vroeg de gedichten, sprookjes en legenden van de door hem bewonderde Poesjkin.

Toen hij in 1844 zestien jaar oud was ging hij naar de universiteit van Kazan, waar hij oosterse talen studeerde om zich voor te bereiden op een diplomatieke carrière. Teruggekeerd op het familielandgoed stichtte hij zijn eerste schooltje voor de kinderen van de arme boeren. Hij was toen 21 jaar oud. Dit eerste schooltje heeft niet lang bestaan, hoogstens een jaar. Er is vrijwel niets over bekend.

In 1851, nadat hij grote schulden tijdens het gokken had gemaakt en een wild leven geleid, vergezelde hij zijn oudere broer Nikolaj, die officier was in het Russische leger, naar de Kaukasus en trad even later ook tot het leger toe als cadet. Tolstoj vocht mee in de Kaukasus tegen de opstandige en naar onafhankelijkheid strevende islamitische bergvolken in de Noordelijke Kaukasus (in het Russisch "Tataren" genoemd, maar niet verwant met de Wolga-Tataren uit Tatarije).

In de herfst van 1854 werd tweede luitenant Lev Tolstoj op eigen verzoek overgeplaatst naar het oorlogsgebied op de Krim als commandant van een artilleriebatterij bij de verdediging van Sebastopol. De Krimoorlog wordt vaak de eerste moderne oorlog genoemd omdat nieuwe ontwikkelingen in technologie, vervoer en communicatie op de oorlogvoering werden toegepast. Het was ook de eerste oorlog die onmiddellijk het publiek bereikte door fotografie en door verslaggeving via telegrafie. Daardoor kon het publiek reageren terwijl de oorlog nog bezig was. Tolstoj werd zelf een onderdeel van die moderne verslaggeving door zijn verhalen Sebastopol in december, Sebastopol in mei en Sebastopol in augustus. Hij spreekt de lezer rechtstreeks in de tweede persoon aan en probeert een realistisch beeld te geven van de oorlog: "Ge zult de oorlog niet in zijn correcte, mooie en glimmende rangen zien, met muziek en trommelslagen, met wuivende banieren en generaals op hun steigerend paard; eerder zult ge hem zien zoals hij werkelijk is - in bloed, in lijden, in dood..." (2019), hoofdstuk 2 "Tolstoy on war and on peace," pp. 65-67.

In deze jaren schreef hij zijn Kinderjaren en Jeugdjaren en een eerste reeks verhalen. Voor al zijn geschriften vond hij vrijwel direct een uitgever en raakte als schrijver bekend. Door zijn verhalen uit beide oorlogen wordt hij ook wel de 'eerste oorlogscorrespondent' genoemd.

Reizen naar Duitsland, Frankrijk, Engeland en Italië In 1857 en 1860-1861 ging hij op reis om meer van de wereld te zien. Hij uitte zijn teleurstelling over de Europese manier van leven in het verhaal “ Luzern ”. Hij was teleurgesteld door het contrast tussen rijk en arm, dat zichtbaar was onder het laagje vernis van de Europese cultuur.

In de jaren 1857 tot 1861 reisde hij twee keer naar West-Europa: de eerste keer als toerist naar Duitsland, Frankrijk, Zwitserland en Italië, de tweede keer, aanvankelijk om zijn in een Frans kuuroord verblijvende doodzieke broer Nikolaj bij te staan en vervolgens, na diens dood, om in verschillende landen het lager onderwijs en volwassenenonderwijs te bestuderen, deed hij daarenboven Engeland en België aan. In 1857 maakte hij te Parijs een publieke terechtstelling met de guillotine mee en hij was vervuld van afschuw. Hij ontmoette Victor Hugo en bewonderde diens Les Misérables. Zijn eigen oorlogsscènes zijn gelijkend. In 1859 stichtte hij voor de tweede keer een school voor de boerenkinderen van Jasnaja Poljana. In 1861 ontmoette hij te Brussel Pierre-Joseph Proudhon. Hij wisselde met hem van gedachten over opvoedkunde en las diens boek La guerre et la paix ("Oorlog en vrede"), waarvan hij de titel zou overnemen voor zijn eigen meesterwerk. Terug in Rusland vestigde hij zich bij de Wolga op een landgoed dat hij had geërfd. Hij trouwde in 1862 met de zeventien jaar jongere Sofija Andrejevna Bers (1844-1919). Hier schreef hij zijn meesterwerk Oorlog en Vrede (1864-1869).

In 1862-1863 deed hij verslag van zijn ervaringen als pedagoog en onderwijzer in een eigen tijdschrift dat onder de titel Jasnaja Poljana in twaalf afleveringen werd uitgegeven. In de zomer van 1862 was Tolstoj aan het kuren in Zuid-Rusland, niet ver van Samara (hij was altijd bang net als twee van zijn drie broers tuberculose te zullen krijgen). Daar bereikte hem het bericht dat de politie, op bevel van de minister van binnenlandse zaken, op 6 en 7 juli een inval in zijn woonhuis en schoolgebouw had gedaan, op zoek naar voor Tolstoj belastend materiaal. Alles werd opengebroken en overhoop gehaald, maar er werd niets gevonden waarop men hem kon aanklagen. Tolstoj was hierover erg verontwaardigd en schreef na thuiskomst een boze brief aan tsaar Alexander II, die hij hem door vrienden aan het hof in Sint-Petersburg persoonlijk liet overhandigen.

miniatuur|Graf van Tolstoj op Jasnaja Poljana Op 23 september 1862 trouwde Tolstoj onverwacht met de toen pas 18-jarige Sofia Andrejevna Behrs, dochter van een arts van het Kremlin. Tolstoj had toen al een zoon bij een horige. Door het beginnend familieleven verloor hij al snel zijn belangstelling voor de school. Die sloot in 1863. Op 10 juli 1863 kreeg het echtpaar hun eerste kind en vervolgens werd ieder jaar nog een van de uiteindelijk dertien kinderen geboren. In die tijd schreef Tolstoj zijn roman Oorlog en vrede, met medewerking van zijn echtgenote. Toen dat boek klaar was opende Tolstoj voor de derde keer een schooltje aan huis en ontwikkelde hij een leergang voor het leesonderwijs, Novaja Azboeka, waarvan de tweede editie, uit 1875, een grandioos succes werd, met uiteindelijk tussen de 1 en 2 miljoen verkochte exemplaren. Ondertussen was hij ook begonnen aan zijn Anna Karenina, dat in 1877 in tijdschriftafleveringen begon te verschijnen.

Daarna kwam er een verandering in het werk van Tolstoj. Hij hield zich bezig met het geloof en schreef religieus-filosofische traktaten en raakte in conflict met de kerk, omdat hij vond dat de kleine, arme boeren, de zogenaamde moezjiks, de dragers van het ware geloof waren. Hij deed afstand van zijn rijkdom en bediendes en ging zich wijden aan een eenvoudig leven. Wel bleef hij op zijn landgoed wonen. Zijn vrouw was het oneens met zijn opvattingen.

Tijdens de hongersnood van 1891 begon Tolstoj zichzelf in te zetten voor hulpverlening aan de getroffen gebieden. Samen met zijn twee dochters richtte hij honderden gaarkeukens op. Zijn gaarkeukens verstrekten twee maaltijden per dag en leverden brandhout. Voor de zwakkeren was eten, drinken en brandhout gratis, maar de rest moest meehelpen in ruil voor deze goederen. Later leverden Tolstoj en zijn organisatie ook zaaigoed en werkpaarden aan de boeren. Zijn vrouw Sofia haalde geld op in Moskou en in het buitenland. In de pers bekritiseerde Tolstoj het beleid van de regering. Tolstoj kaartte de verspilling en diefstal van hulpgoederen aan. Tolstoj bleef in het gebied tot de redelijke oogst van 1893.Orlando Figes: Tragedie van een volk: De Russische Revolutie 1891 - 1924; 1996; blz. 211 tot 220.David P. Lilly: The Russian Famine of 1891-92. The Student Historical Journal 1994-1995.

Op 27 oktober 1910 ontvluchtte de dan tweeëntachtigjarige Tolstoj 's nachts in het geheim zijn huis, vergezeld van zijn arts Markovitsky. Hij liet een brief voor zijn vrouw achter. De Russische pers sprong gretig op het schandaal. Uiteindelijk was het de journalist Konstantin Orlov, theatercriticus en zoon van een volgeling van Tolstoj, die hem inhaalde in Kozelsk en hem in het geheim vergezelde naar Astapovo. Hij stuurde een telegram naar Sofia Andrejevna en de kinderen dat Lev Nikolajevitsj ernstig ziek was en zich in het huis van de stationschef bevond. Tolstoj had zich ergens in Zuid-Rusland willen terugtrekken in een klooster om daar te sterven. Hij stierf echter in de woning van de stationschef aan de gevolgen van een longontsteking.

Hij werd begraven in een eenvoudig graf op zijn landgoed, op de plek waar volgens een plaatselijke legende een groen stokje verborgen lag dat iedereen gelukkig zou maken.De Standaard van 23 november 2010, pagina 22: "Tolstoj werd op eigen verzoek op die plek begraven, omdat hij op zijn vijfde van zijn oudere broer te horen kreeg dat er daar een groen stokje verborgen lag dat iedereen gelukkig zou maken." In 1918 of 1920 kreeg Astapovo een nieuwe naam: Lev Tolstoj.

Werk miniatuur|Tolstoj als jongeling, volwassene en oude man Tolstoj begon begin jaren 1850 korte verhalen te schrijven. Eerste succes had hij met zijn gedeeltelijk autobiografische trilogie Kindertijd (1852), Jeugdjaren (1854) en Jongelingschap (of Studentenjaren) (1857), waarmee hij aantoonde het artistiek meesterschap al van meet af aan onder de knie te hebben. Kenmerkend voor zijn schrijfstijl was van meet af aan een uitzonderlijke precisie en taalbeheersing.