miniatuur|Jupiler Pro League trofee De Eerste klasse A, officieel Profvoetbal 1A is de hoogste afdeling van het Belgisch profvoetbal, bestaande uit achttien teams. De sponsornaam is Jupiler Pro League, naar de huidige hoofdsponsor Jupiler en organisator Pro League. De Belgische competitie startte in 1895 en is daarmee de oudste op het Europese vasteland. De IFFHS riep de Jupiler Pro League uit tot 9e beste competitie ter wereld, en de 7e van Europa in 2024.

Geschiedenis Het eerste seizoen van de Belgische nationale competitie werd door de UBSSA ingericht in 1895/96. De competitie bestond slechts uit zeven clubs, waarvan er vier uit het Brusselse kwamen. De eerste landstitel ging naar FC Liégeois. De volgende jaren kwamen en verdwenen enkele clubs; er bestond echter geen echt systeem van promotie of degradatie naar de nieuwe lagere reeks, waar ook de reserveteams van de clubs uit de hoogste reeks speelden. In 1898/99 werd een nieuwe reeks gecreëerd met enkele clubs uit Oost- en West-Vlaanderen, zodat deze Vlaamse clubs hun verplaatsingskosten naar het binnenland konden vermijden en toch deelnemen aan de nationale competitie van de UBSSA. De winnaar van de Vlaamse reeks speelde tegen de winnaar van de normale reeks om de landstitel. Na twee jaar werd in 1900 weer gespeeld in een reeks met clubs van over het hele land, men sprak ondertussen van de "Ere Afdeling". Het aantal clubs bleef echter jaar na jaar groeien, zodat men in 1901/02 de competitie weer opsplitste, maar nu in twee evenwaardige gemengde reeksen. In 1904 keerde men dan definitief terug naar het systeem met één reeks. Vanaf 1905 hield men dan het aantal clubs vast op 10, de laatste in de rangschikking degradeerde op het eind van het seizoen naar de Eerste Afdeling. In 1908 werd het aantal ploegen opgetrokken tot 12 en vanaf 1911/12 degradeerde ook de voorlaatste in de rangschikking.

FC Liégeois had na de eerste vier seizoenen van de competitie reeds drie landstitels behaald. Het eerste decennium van de 20ste eeuw werd echter gedomineerd door clubs uit de hoofdstad, en Union Saint-Gilloise en Racing Club de Bruxelles verdeelden de titels onder elkaar. Bij het begin van de jaren 10 slaagde Cercle Brugge er als eerste Vlaamse club in kampioen te worden. Daarna trad met Daring Club de Bruxelles nog een andere Brusselse club op de voorgrond. Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, werd geen competitie meer ingericht. Pas vijf seizoenen later, in 1919/20, werd weer een officiële competitie gespeeld. Dat seizoen behaalde Club Brugge zijn eerste landstitel.

In 1921 werd de competitie nogmaals uitgebreid, ditmaal tot 14 clubs. Waar in de aanvangsjaren het Luikse en daarna het Brusselse voetbal succesvol waren, trad in de jaren 20 ook het Antwerpse voetbal op de voorgrond. Beerschot AC haalde vijf landstitels, en ook Royal Antwerp FC en Liersche SK slaagden er rond 1930 in te zegevieren. Met nog twee nieuwe landstitels voor Cercle Brugge, wonnen gedurende die periode slechts twee clubs uit de hoofdstad een titel. Halverwege de jaren 30 traden de Brusselse clubs Union en Daring nog eens op de voorgrond. Vooral Union werd in die periode legendarisch. De ploeg slaagde erin om van 1933 tot 1935 gedurende 60 competitiewedstrijden op rij ongeslagen te blijven; een record waar de ploeg toen de bijnaam Union 60 aan overhield. Op het eind van de jaren 30 won Beerschot nog twee titels, maar toen brak de Tweede Wereldoorlog uit.

Ondanks de oorlog werd er toch gevoetbald en de Antwerpse clubs bleven succesvol. Niet alle competities verliepen echter vlekkeloos. In 1939/40 (Liersche SK aan de leiding) en 1944/45 (zonder de Antwerpse Provincieploegen) werd de competitie niet volledig afgewerkt. In 1940/41 werd de competitie door Lierse SK gewonnen, maar die titel werd vele jaren later plotseling officieus verklaard. Het seizoen erop werd een volwaardige competitie gespeeld, waarin opnieuw Lierse kampioen speelde. Ook de volgende twee seizoenen werd een officiële competitie gespeeld. In 1943 won een andere club uit de provincie Antwerpen zijn allereerste titel, namelijk KV Mechelen. Kort na de oorlog werd deze club nog tweemaal kampioen. Ook Antwerp FC pakte tijdens de oorlog nog een landstitel. Hiermee waren tijdens de Tweede Wereldoorlog alleen maar ploegen uit de provincie Antwerpen kampioen. In 1942 had men de competitie opnieuw uitgebreid met twee clubs, zodat er nu 16 ploegen in de hoogste afdeling speelden. In het eerste seizoen na de oorlog werden de clubs die tijdens de oorlog gedegradeerd waren toegelaten tot de Ere Afdeling, zodat de competitie 19 clubs telde, maar na twee seizoenen werd dit weer naar 16 afgeslankt.

Na de oorlog veranderde het voetballandschap verder. De vele traditionele oude Brusselse topclubs zakten weg; een jongere Brusselse club kwam op de voorgrond treden, en zou zijn stempel drukken op het Belgische voetbal, namelijk RSC Anderlecht. Die club pakte in 1947 zijn eerste titel, er zouden er vele volgen. In 1950/51 eindigden twee clubs bovenaan met evenveel punten. De club met het minst nederlagen werd echter hoogst gerangschikt, en zo werd Anderlecht dat seizoen kampioen ten voordele van Berchem Sport. Anderlecht domineerde verder het voetbal in de jaren 50, maar desondanks slaagden nog heel wat andere clubs er in met de landstitel te gaan lopen. RFC Liégeois won na een halve eeuw nog eens twee landstitels en ook Antwerp en Lierse pikten nog een kampioenschap mee. Tegen het eind van de jaren 60 ging een nieuwe topclub de concurrentie aan met Anderlecht: Standard Luik. De club had een lange geschiedenis in de hoogste afdeling, maar werd pas in 1958 voor het eerst landskampioen.

In de jaren 60 verdeelden Anderlecht en Standard de titels onder elkaar. Van 1964 tot en met 1968 werd Anderlecht vijf maal op rij kampioen. In de jaren zeventig waren de grootste successen in de eerste klasse voor Club Brugge. Na een halve eeuw pakte de club in 1973 zijn tweede landstitel, er volgden er nog 4 dat decennium. In 1975 ging het kampioenschap na vele jaren nog eens naar een andere Brusselse club: RWDM. De club was een fusieclub waarin onder andere oude gloriën Racing Club en Daring Club waren opgenomen. In 1974 had men de competitie fors uitgebreid van 16 naar 20 clubs. Na twee seizoen had men dit echter herleid tot 18 clubs.

Rond 1980 kende het relatief kleine SK Beveren een glorieperiode, toen de club in 1979 en 1984 kampioen werd. Standard en Anderlecht voegden nog enkele titels toe aan hun palmares. Op het eind van de jaren 80 had KV Mechelen een sterke ploeg en kende kortstondig succes gedurende enkele seizoenen. De club slaagde er na 40 jaar nog eens in kampioen te worden en ook in Europa zegevierden de Maneblussers.

In 1995/96 werd ook in de eerste klasse het driepuntensysteem ingevoerd. Vanaf de jaren 90 werden Club Brugge en RSC Anderlecht de absolute top in de Eerste Klasse. Jaarlijks ging een van beide clubs met de titel lopen. Enkel Lierse slaagde er in 1997 in te verrassen en een titel weg te kapen, en ook KRC Genk kende zijn eerste successen. Genk was pas in de jaren 80 uit een fusie ontstaan en pakte rond de millenniumwissel tweemaal de titel. Rond 2010 slaagde Standard erin om voor het eerst sinds 25 jaar opnieuw de titel te pakken, zelfs twee opeenvolgende seizoenen.

In maart 2008 bereikten de eersteklassers een akkoord om een competitiehervorming door te voeren. Deze hervorming werd vanaf het seizoen 2009/10 ingevoerd.

thumb|right|400px|Het competitieformat vanaf 2023/24

Bij die hervorming werd het aantal clubs teruggebracht tot zestien. Na de reguliere competitie worden er play-offs afgewerkt. In het decennium erna werd regelmatig gesleuteld aan het format, mede door de hervorming van de tweede klasse en de scheiding tussen prof- en amateurvoetbal, in 2016. Ook kerstvoetbal deed vanaf de hervorming zijn intrede in de Belgische competitie: er wordt een speeldag afgewerkt op tweede en derde kerstdag.

Vanaf de invoering van de play-offs in 2010 kwam er al kritiek op de complexe competitieformule, die vooral voor ploegen in play-off 2 oninteressant zou zijn. Vanaf 2018 gingen er steeds meer stemmen op om naar een profcompetitie van 20 clubs te gaan, waarbij er vier profclubs naar het amateurvoetbal zouden zakken. Tot dusverre is het niet tot een nieuw competitieformat gekomen.

Vanwege de coronapandemie werd de competitie in 2019/20 op één speelronde niet afgewerkt, waardoor Waasland-Beveren als nummer laatst nog een waterkans had op het behoud. Na een ongekende procedureslag werd besloten om geen degradanten vast te stellen en naar achttien clubs in Eerste klasse A te gaan voor een periode van twee seizoenen. Dat werden er uiteindelijk drie. Op 17 juni 2022 besloot de Algemene Vergadering van de Pro League tot een nieuw competitieformat vanaf 2023/24 met zestien ploegen in eerste klasse en zestien ploegen in tweede klasse, mét play-offs.

Op 27 februari 2025 besloot de Algemene Vergadering van de Pro League, ondanks veel controverse, opnieuw tot een wijziging van het competitieformat vanaf het seizoen 2026/27. Het minimaal benodigde aantal stemmen van 33 werd maar nipt behaald (34 stemmen vóór). De eerste klasse A zal weer volgens een klassieke competitieopzet met 18 clubs worden gespeeld zonder play-offs. Na 34 wedstrijden mag de nummer één op de ranking zich kampioen noemen. De eerste klasse B wordt met 16-18 clubs gespeeld, afhankelijk van de sportieve prestaties van U23-teams. Het seizoen 2025/26 zal een overgangsjaar zijn wat betreft promotie en degradatie.

Kampioenen

1895-96 FC Liégeois (1) 1896-97 Racing Club de Bruxelles (1) 1897-98 FC Liégeois (2) 1898-99 FC Liégeois (3) 1899-00 Racing Club de Bruxelles (2) 1900-01 Racing Club de Bruxelles (3) 1901-02 Racing Club de Bruxelles (4) 1902-03 Racing Club de Bruxelles (5) 1903-04 Union Sint-Gillis (1) 1904-05 Union Sint-Gillis (2) 1905-06 Union Sint-Gillis (3) 1906-07 Union Sint-Gillis (4) 1907-08 Racing Club de Bruxelles (6) 1908-09 Union Sint-Gillis (5) 1909-10 Union Sint-Gillis (6) 1910-11 Cercle Sportif Brugeois (1) 1911-12 Daring Club de Bruxelles (1) 1912-13 Union Sint-Gillis (7) 1913-14 Daring Club de Bruxelles (2) 1919-20 FC Brugeois (1)

1921-22 Beerschot AC (1) 1922-23 Union Sint-Gillis (8) 1923-24 Beerschot AC (2) 1924-25 Beerschot AC (3) 1925-26 R. Beerschot AC (4) 1926-27 RCS Brugeois (2) 1927-28 R. Beerschot AC (5) 1928-29 Royal Antwerp (1) 1929-30 RCS Brugeois (3) 1930-31 Royal Antwerp (2) 1931-32 K. Liersche SK (1) 1932-33 Union Sint-Gillis (9) 1933-34 Union Sint-Gillis (10) 1934-35 Union Sint-Gillis (11) 1935-36 Daring Club de Bruxelles SR (4) 1936-37 Daring Club de Bruxelles SR (5) 1937-38 R. Beerschot AC (6) 1938-39 R. Beerschot AC (7)

1940-41 K. Liersche SK (2) 1941-42 K. Liersche SK (3) 1942-43 RFC Malinois (1) 1943-44 Royal Antwerp (3) 1944-45 Competitie voortijdig stopgezet 1945-46 RFC Malinois (2) 1946-47 RSC Anderlecht (1) 1947-48 RFC Malinois (3) 1948-49 RSC Anderlecht (2) 1949-50 RSC Anderlecht (3) 1950-51 RSC Anderlecht (4) 1951-52 RFC Liégeois (4) 1952-53 RFC Liégeois (5) 1953-54 RSC Anderlecht (5) 1954-55 RSC Anderlecht (6) 1955-56 RSC Anderlecht (7) 1956-57 Royal Antwerp (4) 1957-58 R. Standard CL (1) 1958-59 RSC Anderlecht (8) 1959-60 Lierse SK (4) 1960-61 R. Standard CL (2) 1961-62 RSC Anderlecht (9) 1962-63 R. Standard CL (3) 1963-64 RSC Anderlecht (10) 1964-65 RSC Anderlecht (11) 1965-66 RSC Anderlecht (12) 1966-67 RSC Anderlecht (13) 1967-68 RSC Anderlecht (14) 1968-69 R. Standard CL (4) 1969-70 R. Standard CL (5) 1970-71 R. Standard CL (6) 1971-72 RSC Anderlecht (15) 1972-73 Club Brugge (2) 1973-74 RSC Anderlecht (16)

1975-76 Club Brugge (3) 1976-77 Club Brugge (4) 1977-78 Club Brugge (5) 1978-79 SK Beveren (1) 1979-80 Club Brugge (6) 1980-81 RSC Anderlecht (17) 1981-82 Standard Luik (7) 1982-83 Standard Luik (8) 1983-84 KSK Beveren (2) 1984-85 RSC Anderlecht (18) 1985-86 RSC Anderlecht (19)