thumb|Wisent De wisent, wesende, of Europese bizon (Bison bonasus) is een evenhoevig zoogdier uit de familie van de holhoornigen. Wisenten zijn samen met de Amerikaanse bizon (Bison bison) de twee laatst overgebleven soorten uit het geslacht Bison. De wisent wordt onderverdeeld in twee ondersoorten: de laaglandwisent (Bison bonasus bonasus) en de Kaukasische wisent (Bison bonasus caucasicus). De laatstgenoemde is uitgestorven. Aan het eind van de 15e eeuw was de wisent al zo zeldzaam geworden dat er maatregelen genomen moesten worden in de vorm van jachtrestricties. Dit vertraagde het uitstervingsproces, totdat de soort aan het begin van de 20e eeuw op de rand van uitsterven balanceerde. Dankzij fokprogramma's, opgezet in het begin van de 20e eeuw, is de wisent voor uitsterven behoed. Het blijft echter een kwetsbare soort. Krasińska, M. & Krasiński, Z.A. (2007). European Bison: The Nature Monograph. Mammal Research Institute Polish Academy of Sciences Białowieża, Białowieża (Polen). Vrijlevende populaties bevinden zich per mei 2014 weer in Polen, Wit-Rusland, Oekraïne, Rusland, Litouwen, Slowakije, Duitsland en Roemenië..
In Nederland en België worden sinds 1975 kleine halfvrije populaties wisenten gehouden in parken en natuurgebieden.
Beschermingsstatus De wisent staat op Appendix II van de Habitatrichtlijn van de Europese Unie. Bundesambt für Naturschutz (2013). Wisente im Rothaargebirge. Geraadpleegd op 10 oktober 2015.
Op de Rode Lijst van de IUCN stond de wisent sinds 1966 als bedreigd te boek. Onder de nieuwe criteria van de IUCN, die sinds 2001 van kracht is, staat de soort echter als kwetsbaar geclassificeerd. Daarnaast staat de wisent op de nationale rode lijsten van Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne, landen die buiten de Europese Unie vallen, en staat de soort op Annex III van de Conventie van Bern.
Kenmerken thumb|Skelet De wisent is een van de grootste zoogdieren die in Europa voorkomt. De wisentstier kan een kop-romplengte van 300 cm bereiken en de koe een kop-romplengte van 270 cm. Mannetjes van zes jaar en ouder kunnen een schouderhoogte van maximaal 188 cm bereiken. Een vrouwtje bereikt een maximale schouderhoogte van 167 cm. Kalveren zijn klein en licht en wegen bij de geboorte 15–35 kg. Het gewicht van vrijlevende wisenten ligt tussen de 436 en 840 kg bij mannetjes en tussen de 340 en 540 kg bij de vrouwtjes. Bij de soort is daarom duidelijk sprake van seksuele dimorfie, wat inhoudt dat de mannetjes en vrouwtjes qua uiterlijk verschillen. Jędrzejewski, W. & Sidorovich, V. (2010). The art of tracking animals. Mammal Research Institute Polish Academy of Sciences Białowieża, Białowieża (Polen). Het is een stevig dier met een korte, brede kop en een hoge rug. De romp is relatief kort en is bedekt met ruwe, donkere manen, waardoor het lijkt alsof dit gedeelte van het lichaam het zwaarst is. Vooral bij de stier is dit het geval. De achterkant van het lichaam is slechts met korte haren bedekt. De vacht is roodbruin van kleur, maar variatie in kleurnuances zijn mogelijk. De rui begint aan het eind van de winter of begin van de lente (meestal begin maart). Bij mannetjes duurt de rui gemiddeld 138 dagen en bij het vrouwtje 183 dagen. Beide geslachten dragen hoorns. Kleine stompjes zijn al te zien bij de kalveren.
Voedsel De wisent is een herkauwer die in bosrijke omgevingen voorkomt. Ze eten vegetatie van de bosbodem, van struiken en bladeren, scheuten en zelfs schors van bomen. Wisenten in het Oerbos van Białowieża vertoonden in het voorjaar en zomer een voorkeur voor kruiden. Vanaf augustus schakelen ze over op scheuten van loofbomen. De bomen die het meest worden ontschorst zijn de zomereik (Quercus robur), haagbeuk (Carpinus betulus), es (Fraxinus excelsior) en fijnspar (Picea abies). Eikels behoren tot het favoriete voedsel van de wisent, maar deze zijn alleen in overvloed aanwezig in mastjaren (om de 6-7 jaar in Białowieża). In het Bieszczady-gebergte blijven ze op grote hoogte in mastjaren van de beuk (Fagus sylvatica), waarin ze beukennootjes eten. Volwassen wisenten eten zo'n 60 kg voedsel per dag. Wisenten zijn een van de weinige soorten grazers die ook Amerikaanse vogelkers eten. Andere grazers mijden deze invasieve soort als voedsel vanwege de bitterzure smaak.
Gedrag thumb|Wisentkalf
Volwassen stieren, ouder dan zes jaar, leven solitair of in koppels. Jonge stieren, tussen vier en zes jaar, vormen vrijgezellengroepjes van tussen de twee en acht exemplaren. De volwassen vrouwtjes, twee tot drie jaar oude mannetjes en vrouwtjes en kalveren vormen gemengde groepen variërend van enkele tot tientallen individuen. In bossen zijn de kuddes meestal niet groter dan twintig individuen. Grotere groepen (30-50) worden zelden waargenomen. Vooral in het bronstseizoen bevinden zich ook volwassen stieren in de gemengde groepen. De bronsttijd valt in augustus en september.
Wisenten hebben een gemiddelde draagtijd van 264 dagen. Een koe verlaat de kudde als ze gaat werpen. De meeste kalveren worden geworpen in mei, juni of juli. Na de bevalling kan het kalf na 20 à 45 minuten op eigen benen staan en begint in het eerste uur van zijn leven met zogen. De moeder likt het kalf gelijk na de geboorte schoon. Een wisent krijgt één kalf per worp. Enkele dagen na de geboorte voegen ze zich bij de kudde.
Sporen thumb|180px|Uitwerpselen van een wisent, zoals het er in de lente en zomer vaak uitziet. Hoefsporen van de wisent zijn doorgaans groot en diep in het zand of sneeuw gedrukt, vanwege het gewicht van de dieren. De hoefsporen van het mannetje zijn ovaal, terwijl die van het vrouwtje kleiner, smaller en spitser. Een hoefafdruk van een stier kan 18 cm lang zijn en 14 cm breed. Ze zijn duidelijk korter en breder dan hoefafdrukken van de eland.
De uitwerpselen van een wisent zijn variabel qua vorm en is afhankelijk van het dieet. In de lente en zomer is het vrij dun, omdat ze dan vooral kruidachtige planten eten. 's Winters en in de herfst, wanneer ze vaak hooi of scheuten en schors van bomen eten, zijn de uitwerpselen compacter.
Wisenten schuren soms tegen afbuigende boomstammen of stobben aan. Dit doen ze vooral in de lente wanneer het ruiseizoen begint. Ze laten daar dan ook plukken haar achter.
's Zomers worden plekken uitgekozen om te rusten met een minimale hoeveelheid insecten. Bij zulke rustplekken is de kruidlaag vertrapt en halen ze de bodem omver met hun hoeven. Ook nemen wisenten graag stofbaden. Ze gebruiken hier het liefst een grond met een zandige bodem voor. Zulke plekken kunnen jaren achtereen gebruikt worden.
Leefgebied thumb|Kudde wisenten
De wisent werd lange tijd koning van het bos genoemd, maar uit onderzoek blijkt dat hij vooral gebruik maakt van het open duin, grasland en struweel. Dat het dier die naam droeg, kwam hoogstwaarschijnlijk doordat de laatste wilde wisentpopulaties het bos in waren gevlucht door ‘fragmentatie van hun leefgebied, jacht en politieke conflicten (Wereldoorlog I en II).
Ecologische rol Wisenten, samen met andere grote grazers, spelen een belangrijke rol in het ecosysteem omdat ze het natuurlijke successieproces vertragen. Ze creëren een mozaïek van bosbestanden van verschillende leeftijdsgroepen en geven andere herbivoren de kans om deze anders ondoordringbare plekken ook te bereiken. De wisent neemt als zodanig een ecologische niche in naast andere grote herbivoren. Daarvan zijn in grote delen van Europa alleen edelherten (Cervus elaphus) en reeën (Capreolus capreolus) nog in groten getale aanwezig. De eland (Alces alces) komt bijna alleen in Noord- en Oost-Europa voor en de tarpan (Equus ferus) en het oeros (Bos primigenius) zijn uitgestorven. Perzanowski, K. & Kozak, I. (1999). The Carpathian bison (Bison bonasus): its past and future. Geraadpleegd op 12 oktober 2015. Elanden en reeën zijn snoepers die hun voedsel zeer selectief uitzoeken en alleen de beste bladeren en knoppen eten. De uitgestorven tarpan en oeros waren grazers die vooral in de open gebieden aangetroffen werden. Het edelhert neemt een tussenpositie in en is zowel een grazer als snoeper, terwijl wisenten balanceren tussen deze tussenpositie en de grazers. Bunzel-Drüke, M. (2001). Ecological substitutes for Wild horse (Equus ferus Boddaert, 1785 = E. przewalskii Poljakov, 1881) and Aurochs (Bos primigenius Bojanus, 1827). Geraadpleegd op 13 oktober 2015.
Oorspronkelijke verspreiding In historische tijden besloeg het verspreidingsgebied van de wisent grote delen van West-, Centraal- en Oost-Europa, alsmede het zuiden van Zweden en de Kaukasus. In de elfde eeuw was de soort nog aanwezig in de bossen van Centraal- en Oost-Europa. De aantallen verminderden naarmate het verspreidingsgebied kromp doordat steeds meer land in cultuur werd gebracht. De afname was zo sterk dat de soort aan het begin van de negentiende eeuw vrijwel was uitgestorven.
Oerbos van Białowieża thumb|Wisenten in het Oerbos van Białowieża in 1955, ongeveer drie jaar na de herintroductie in dat gebied. Het Oerbos van Białowieża (Belavezjskaja Poesjtsja) was een vrij goed beschermd jachtgebied van zowel de koningen van het Pools-Litouwse Gemenebest (1538-1795) als de tsaren van Rusland. Koning Sigismund I de Oude was de eerste die de wisent bij wet liet beschermen in Białowieża. Voor bijna alle Poolse koningen was het gebied een geliefd jachtdomein. Vanaf 1795 brak er echter chaos uit en werd het gebied niet meer beschermd. Dit viel samen met de derde Poolse Deling tussen Pruisen, het Tsaardom Rusland en het Habsburgse Rijk. Het Oerbos van Białowieża lag na de opdeling in het Russische Tsaardom. Catharina II van Rusland en Paul I van Rusland, gaven het bos aan wie het dan ook wilde cultiveren. Deze ongeplande activiteiten werden gestopt door Alexander I van Rusland in 1802. Op het stropen van wisenten stond sindsdien een boete van 2.000 roebel. Daaropvolgend namen de aantallen weer toe. Vanaf 1888 werd het Oerbos van Białowieża uit handen genomen van de staat en werd het een privaat jachtdomein waarin ander jachtwild werd uitgezet en vee kon grazen. Dit werd de wisent bijna fataal, omdat er voor de dieren daarom een ernstig voedseltekort was ontstaan. De Eerste Wereldoorlog, een periode van chaos en wetteloosheid, bracht de genadeslag voor wisenten in het gebied. In 1919 werden de laatste sporen van wisenten gevonden en werd een gestroopt exemplaar aangetroffen. Het Oerbos van Białowieża was de plek waar de laatste in het wild levende laaglandwisenten (Bison bonasus bonasus) voorkwamen. De huidige laaglandwisenten stammen af van slechts zeven individuen. Dankzij fokprogramma's kon de soort behouden worden en herintroductie van de soort in het Oerbos van Białowieża vond plaats in 1952.
Kaukasus thumb|Alexander Michajlovitsj van Rusland en Sergej Michajlovitsj van Rusland na de jacht op een Kaukasische wisent. De Kaukasische wisent (Bison bonasus caucasicus) stierf uit in 1927 in het bergmassief van de Noordelijke Kaukasus. De individuen die tegenwoordig in de Kaukasus zijn geherintroduceerd hebben genen van slechts één oorspronkelijke afstammeling, een stier genaamd Kaukasus. Deze laatste stier werd in 1908 naar het Duitse Keizerrijk getransporteerd om met wisenten van de laaglandondersoort te kruisen. Deze bloedlijn wordt daarom de Laagland-Kaukasuslijn genoemd en stamt af van in totaal twaalf verschillende individuen. De Kaukasische wisent als zodanig is dus uitgestorven.
Taxonomie thumb|Een wisent van de laagland-Kaukasuslijn in de dierentuin van Poznań. Dierentuinen speelden een sleutelrol bij het behoud van de soort.