Luc Gilbert Cyrille Nilis (Hasselt, 25 mei 1967) is een Belgisch voetbaltrainer en voormalig voetballer die als aanvaller speelde. Hij geldt als een van de beste spitsen die België heeft gekend. Nilis was van 1988 tot en met 2000 international voor het Belgisch voetbalelftal, waarvoor hij 56 wedstrijden speelde en 10 keer scoorde.
Nilis was een tweevoetige spits die bekendstond om zijn traptechniek. De aanvaller debuteerde in de jaren 80 bij KFC Winterslag, waarna hij de overstap maakte naar RSC Anderlecht. Hoewel hij bij paars-wit regelmatig speelde en vaak tot de uitblinkers behoorde, kreeg Nilis in België nooit de erkenning waar hij op hoopte. Zo veroverde hij nooit de Belgische Gouden Schoen en werd hij pas verkozen tot Profvoetballer van het Jaar toen hij in Nederland speelde. Nilis verhuisde in 1994 naar PSV, waar hij de Nederlandse Gouden Schoen won en twee keer topschutter werd. In 2000 verhuisde hij naar Aston Villa, waar een beenbreuk al snel een einde maakte aan zijn carrière.
Carrière als speler Jeugd Nilis groeide op in het Limburgse dorp Zonhoven. Hij is een zoon van voormalig voetballer Roger Nilis. In zijn jeugd was hij fan van Club Brugge, maar zijn favoriete voetballer was de Nederlander Johan Cruijff. Hoewel het gezin recht tegenover de velden van FC Melosport woonde, sloot Nilis zich op negenjarige leeftijd aan bij KFC Halveweg Zonhoven, waar zijn vader trainer was. De gewezen speler van Sint-Truiden schaafde voortdurend aan de traptechniek van zijn jonge zoon. Onder leiding van zijn vader Roger oefende hij dagelijks op overstapjes en kapbewegingen. Al snel werd Nilis de absolute uitblinker bij Zonhoven. Zo scoorde hij bij de miniemen 106 doelpunten in één seizoen.Van Loock, S. & Steegen, D. (2008) 100 Jaar Royal Sporting Club Anderlecht (Leuven: Uitgeverij Van Halewyck) In 1982 haalde hij de voorpagina van een lokale krant, toen hij een penalty in plaats van direct te scoren aflegde op medespeler Filip Peters en Johan Cruijff en Jesper Olsen die avond, toevalligerwijs, dezelfde actie uitvoerden.
In 1981 maakte hij, op veertienjarige leeftijd, de overstap naar de jeugd van toenmalig eersteklasser FC Winterslag, nadat zijn vader een proeftraining voor hem had geregeld. Halveweg wilde Nilis aanvankelijk niet laten gaan, maar nadat Roger Nilis had beloofd aan te blijven als jeugdtrainer gingen zij akkoord met de overstap. Winterslag betaalde een verplichte vergoeding van zo'n 100 duizend frank voor de speler.
Winterslag Bij Winterslag gold Nilis als groot talent. Hij werd geselecteerd voor diverse vertegenwoordigende elftallen. Zijn beste vriend in die jaren was Jean-Marie Smolders, die later speelde voor Racing Mechelen en KRC Genk. Enkele weken voor hij 16 werd, mocht hij voor het eerst meetrainen met de A-selectie. In de zomer van 1983 degradeerde de ploeg naar de tweede klasse. Op 31 maart 1984 maakte Nilis, op 16-jarige leeftijd, onder trainer Henri Depireux zijn debuut in het eerste elftal van Winterslag in een wedstrijd tegen La Louvière. Op 7 april maakte hij zijn eerste doelpunt tegen SC Eendracht Aalst. De tiener groeide in twee seizoenen uit tot een vaste waarde bij de Limburgers. In 1985 werd Roger Nilis, die zijn zoon altijd ondersteund en begeleid had, getroffen door een hersenbloeding, wat zijn weerslag op de jonge Nilis had. Zijn vader, die hulpbehoevend was geworden, moest een groot deel van de begeleiding van zijn zoon voortaan aan anderen overlaten.
In 1986 speelde Winterslag de eindronde, maar werd het daarin laatste.
RSC Anderlecht In het seizoen 1985-1986 maakte RSC Anderlecht via de media bekend dat zij geïnteresseerd waren in Nilis. Raymond Goethals, die in een eerder stadium ook Roger Nilis onder zijn hoede had, had de club getipt over Nilis. Goethals maakte na zijn eerste observatie van Nilis aan voorzitter Constant Vanden Stock al duidelijk dat deze niet moest twijfel en vol moest inzetten op de komst van de spits. In de krant werd Nilis ondertussen geprezen als "het grootste talent van België" en werd hij vergeleken met Paul van den Berg en de kort daarvoor overleden Anderlechtlegende Ludo Coeck. In februari dat seizoen meldde Michel Verschueren zich namens de club bij Winterslag. Niet alleen Anderlecht, maar ook Club Brugge en Standard Luik toonden interesse in Nilis. PSV toonde via scout Adrie van Kraaij interesse in de jonge Belg en ook PSV-trainer Hans Kraay sr. op de tribune gesignaleerd. Nilis vond het echter te vroeg om naar het buitenland te vertrekken, hoewel Eindhoven feitelijk dichter bij zijn geboortedorp was, dan Brussel. Anderlecht kwam tot een akkoord met de Limburgse club over een transfersom van 18 miljoen BEF (zo'n €450.000). Tijdens de eerste ontmoeting, een lunchafspraak die Nilis en zijn vader hadden met Vanden Stock en Verschueren, maakte de club direct indruk op Nilis. De club bood hem aldaar direct een driejarig fullprofcontract aan. Nilis, die bij Winterslag als semi-prof speelde, tekende direct.
Kort na het tekenen bij Anderlecht kreeg Nilis een oproep voor zijn militaire dienstplicht, waardoor hij in zijn eerste periode slechts sporadisch op de club kon zijn. Trainer Arie Haan koppelde Nilis aan Juan Lozano en Enzo Scifo. Aanvankelijk moest de toen 19-jarige Nilis zich tevreden stellen met het statuut van invaller. De Nederlandse coach gaf in de aanval de voorkeur aan Edi Krncević en Lozano. Toen die laatste in april 1987 zijn been brak, nam Nilis diens plaats in het elftal in. Anderlecht sloot het seizoen uiteindelijk af met een derde titel op rij. Na het kampioenschap nam Nilis met de militaire voetbalploeg onder leiding van Piet Teugels deel aan het militair WK voetbal in Italië. Nilis had, onder druk met Anderlecht, met het leger kunnen afspreken dat hij een lichter regime kreeg, als hij zijn dienstplicht met twee maanden zou onderbreken om zo met de militaire voetbalploeg naar het WK te kunnen gaan. Aansluitend zou hij met het elftal een rondreis van drie weken door Afrika maken. België eindigde als derde op het WK. De rondreis door Afrika en de confrontatie met de derdewereldproblematiek maakte een diepe indruk op Nilis.
Bij thuiskomst van zijn rondreis door Afrika kreeg Nilis hoge koortsen en werd hij in allerijl naar het ziekenhuis gebracht. Daar verslechterde zijn toestand en werd hij onsuccesvol getest op diverse tropische ziektes. Uiteindelijk bleek dat hij in Afrika waarschijnlijk een zware zonnesteek had opgelopen en verbeterde zijn toestand vanzelf. Na enige weken herstel, kon hij zich op tijd melden bij Anderlecht, waar Arie Haan had plaats gemaakt voor Georges Leekens. Ook onder Leekens kon Nilis op een plaats in het elftal rekenen. Dat resulteerde in 1988 in zijn eerste selectie voor de nationale ploeg. Toen Raymond Goethals begin 1988 de ontslagen Leekens verving, veranderde er niets aan Nilis' positie binnen het team. In zowel 1988 als 1989 veroverde Anderlecht de beker na een 2-0 zege tegen Standard Luik. In de eerste van die twee finales scoorde Nilis het openingsdoelpunt. In 1989 nam succestrainer Aad de Mos het roer over en streek schaduwspits Marc Degryse neer in het Astridpark. Vanaf dan groeide Nilis uit tot een van de beste aanvallers in de Belgische competitie. Hoewel De Mos' cynische stijl Nilis niet echt lag, bloeide hij onder de Nederlander volledig op. De toen 22-jarige aanvaller bereikte in 1990 met Anderlecht de finale van de Europacup II, nadat het eerder onder meer Dinamo Boekarest en het FC Barcelona van trainer Johan Cruijff had uitgeschakeld. Nilis belandde in die finale op de bank en mocht pas in de verlengingen invallen. Anderlecht verloor de finale met 2-0. Achteraf was Nilis enorm teleurgesteld door zijn late invalbeurt. Bovendien greep hij niet veel later naast een selectie voor het WK in Italië.
In het seizoen 1990/91 vormde Nilis een uitstekend aanvalsduo met de Braziliaan Luis Oliveira. De twee waren samen goed voor 37 doelpunten en hadden een belangrijk aandeel in het veroveren van de titel. In januari 1991 eindigde Nilis als derde in de uitslag van de Gouden Schoen, na laureaat Franky Van der Elst en spitsbroeder Oliveira. Ook een jaar later greep hij net naast de prestigieuze trofee. Ditmaal zag hij ploeggenoot Degryse met de prijs gaan lopen. Nilis werd door velen als favoriet beschouwd en was dan ook erg teleurgesteld dat hij voor de tweede keer op rij derde werd. Enkele maanden later blesseerde hij zich in een Europees duel tegen Panathinaikos zwaar aan de kruisbanden.
In 1992 werd Luka Peruzović trainer. De Joegoslaaf hamerde op discipline en een sterke organisatie. Sprankelend voetbal was geen prioriteit voor Peruzović, die hoewel hij met Anderlecht aan de leiding stond in januari 1993 ontslagen werd. Johan Boskamp werd als zijn opvolger aangeduid en besloot de sterkhouders van het team meer vrijheid te geven. Nilis werd onvoorwaardelijk gesteund door Boskamp, ook toen hij een mindere periode kende en door het publiek op de korrel werd genomen, kon hij rekenen op een basisplaats. Anderlecht sloot het seizoen af als kampioen.
In het daaropvolgende seizoen hoopte Anderlecht zich in de tweede editie van de Champions League te meten met de besten van Europa. Anderlecht vloog er echter al in de groepsfase uit, met als absoluut dieptepunt de nederlaag tegen Werder Bremen. Tegen de Duitse club gaf paars-wit een 0-3-voorsprong uit handen. De uitschakeling hing als een schaduw boven de rest van het seizoen, hoewel Anderlecht dat jaar de dubbel won. In de met 2-0 gewonnen bekerfinale tegen Club Brugge scoorde hij het laatste doelpunt. Op dat ogenblik was al duidelijk dat Nilis naar het buitenland zou verkassen.
PSV Aad de Mos, die sinds de zomer van 1993 trainer was van PSV, toonde na een renovatie van het elftal in de zomer van 1994, interesse. De oud-trainer van Nilis wilde de spits graag aan zijn kern toevoegen, maar technisch manager Frank Arnesen zag weinig in de komst van Nilis, die hij te blessuregevoelig achtte. De Mos contacteerde journalist Carl Huybrechts en liet hem een videotape met de beste momenten van Nilis samenstellen.De Bock, W. (2012) Houwaart - De Mos - Boskamp: Verleden en toekomst van het Belgisch voetbal (Gent: Borgerhoff & Lamberigts) Deze toonde hij het bestuur van de club met de woorden "Dit is Luc Nilis, veel plezier". Het bestuur van de Eindhovense club raakte overtuigd en betaalde 100 miljoen BEF (zo'n €2,5 miljoen) voor de transfer van Nilis. Dat jaar haalde PSV ook de Braziliaanse stervoetballer Ronaldo naar Nederland. Het eerste seizoen bij PSV verliep stroef. Na enkele wedstrijden werd De Mos ontslagen en vervangen door Kees Rijvers, die op zijn beurt in januari weer plaats maakte voor Dick Advocaat. Dat jaar moest PSV AFC Ajax en Roda JC voor zich dulden in de eindstand, maar het spitsenduo Nilis en Ronaldo, die topscorer werd, maakte wel indruk. Na zijn carrière noemde Ronaldo zijn Belgische spitsbroeder de aanvaller waar hij het liefst mee samenspeelde. Na het seizoen 1994/95, dat overheerst werd door de eindzege van AFC Ajax in de UEFA Champions League, werd Nilis uitgeroepen tot beste speler voor Ronald de Boer en Marc Overmars. Hij mocht de Gouden Schoen in ontvangst nemen, een prijs die hij, tot zijn frustratie, in België nooit won.
In 1996 begon het nieuwe elftal, onder meer door het aantrekken van Phillip Cocu, Chris van der Weerden, Wim Jonk, René Eijkelkamp en Jaap Stam, steeds meer vorm te krijgen. PSV veroverde de beker. In de competitie stonden ze lange tijd bovenaan, maar moesten zij uiteindelijk wederom AFC Ajax voor zich laten. Doordat Ronaldo halverwege het seizoen geblesseerd raakte, kwam René Eijkelkamp naast hem te spelen. Eijkelkamp nam de rol van aangever op zich, waardoor Nilis dat seizoen 30 doelpunten wist te maken. Nilis werd dat jaar topscorer en kreeg voor het eerst ook in eigen land erkenning. Hij werd door zijn Belgische collega's verkozen tot Profvoetballer van het Jaar. Na Enzo Scifo was hij de tweede speler die deze trofee wist te winnen bij een buitenlandse club.