Lleyton Glynn Hewitt (Adelaide, 24 februari 1981) is een voormalig Australisch tennisser. Hij werd professioneel tennisser in 1998 en werd de jongste winnaar van een ATP-toernooi toen hij datzelfde jaar als relatief onbekende speler het ATP-toernooi van Adelaide won. In 2001 werd hij de jongste speler ooit die nummer 1 werd op de ATP-ranglijst. Hij is een tweevoudig grandslamwinnaar (US Open in 2001 en Wimbledon in 2002) en heeft tweemaal de Tennis Masters Cup gewonnen (in 2001 en 2002). Hij was in totaal tachtig weken nummer één op de wereldranglijst en eindigde de jaren 2001 en 2002 als nummer één. In totaal heeft hij in zijn carrière dertig enkeltoernooien gewonnen en drie herendubbeltoernooien, waaronder de US Open 2000 (tennis, mannendubbel) samen met de Wit-Rus Maks Mirni. Hij won ook één challenger in het enkelspel.

Hewitt staat bekend om zijn nooit aflatende vechtlust en fysieke fitheid. Zijn uitroep come on is befaamd en berucht. Na kritiek, onder meer uit de Australische pers, is hij zich een stuk rustiger gaan gedragen.

Op 21 januari 2016 nam hij afscheid van het enkelspel tijdens de Australian Open 2016 na de verloren partij in de tweede ronde tegen de Spanjaard David Ferrer, al kwam Hewitt hierna nog enkele malen uit in het dubbelspel. Na zijn actieve carrière werd hij captain van het Australische Davis Cup Team.

Carrière Jaarverslagen 1997 - 1999 Hewitt kwalificeerde zich in 1997 voor de Australian Open. Hij was met 15 jaar en 11 maanden de jongste qualifier ooit op de Australian Open. Career Highlights, op atpworldtour.com Hij verloor in de eerste ronde van de Spanjaard Sergi Bruguera met 3-6, 4-6, 3-6.

In januari 1998 won Hewitt, toen nog een relatief onbekende speler, zijn eerste ATP-toernooi, de Next Generation Adelaide International. Om de titel te bemachtigen had hij in de halve finale Andre Agassi en in de finale zijn landgenoot Jason Stoltenberg verslagen. Hewitt werd zo op 16 jaar en 10 maanden een van de jongste spelers die ooit een ATP-toernooi gewonnen hebben. Hij was de jongste winnaar van een toernooi sinds Michael Chang in 1988 en de laagst gerangschikte winnaar ooit (Hewitt stond op plaats 550). Hij nam opnieuw deel aan de Australian Open, maar werd, net zoals in 1997, in de eerste ronde gewipt. Hij verloor van de Tsjech Daniel Vacek. Hewitt eindigde het jaar met een finaleplaats op de challenger van Hongkong en winst op de challenger van Perth.

In de twee eerste toernooien van 1999 maakte Hewitt een sterke indruk: hij stond opnieuw in de finale van het toernooi van Adelaide, die hij verloor van Thomas Enqvist, en haalde de kwartfinale op het ATP-toernooi van Sydney, waar hij in de eerste ronde nog de nummer 4 van de wereld Patrick Rafter versloeg. Op de Australian Open verloor hij in de tweede ronde van Tommy Haas. In maart bereikte hij de finale van het ATP-toernooi van Scottsdale. Hewitt verloor die van de Amerikaan Jan-Michael Gambill. In mei 1999 won hij zijn tweede ATP-titel door in de finale van het ATP-toernooi van Delray Beach de Belg Xavier Malisse te verslaan. Op Roland Garros werd hij in de eerste ronde verslagen door Martin Rodriguez. In de voorbereiding op Wimbledon toonde Hewitt zich ook een sterke grasspeler met een halve finale op het ATP-toernooi van Londen en een kwartfinale in Nottingham. Op Wimbledon haalde Hewitt de derde ronde. Hij verloor van Boris Becker. Ook op de US Open strandde hij in de derde ronde tegen Andrej Medvedev. In het najaar bereikte hij nog de halve finale op het ATP-toernooi van Singapore en de finale van het ATP-toernooi van Lyon, die hij verloor van de Ecuadoraan Nicolás Lapentti. Hij haalde ook de derde ronde op het Masterstoernooi van Parijs, met winst in de tweede ronde op Jevgeni Kafelnikov, de toenmalige nummer 2 van de wereld. Hewitt eindigde het jaar voor het eerst binnen de top 100 en de top 50, op plaats 22.

2000 Hewitt startte 2000 sterk. Hij won in januari het toernooi van Adelaide voor de tweede maal, in een heruitgave van de finale van 1999, en zegevierde ook op het ATP-toernooi van Sydney, waar hij zijn landgenoot Jason Stoltenberg versloeg in de finale. Op de Australian Open behaalde hij de vierde ronde. Hij verloor die van de Zweed Magnus Norman. In maart schreef hij het ATP-toernooi van Scottsdale op zijn naam, met winst op onder andere Marcelo Ríos in de kwartfinale en Tim Henman in de finale. Op de Masterstoernooien van Miami en Rome haalde hij de halve finale. In Miami klopte hij onder andere Tommy Haas en Jevgeni Kafelnikov en in Rome Thomas Enqvist. Op Roland Garros bereikte hij, zoals op de Australian Open, de vierde ronde, waarin Albert Costa hem uitschakelde. In juni won hij het ATP-toernooi van Londen. Hij versloeg daar Cédric Pioline in de kwartfinale en Pete Sampras in de finale, beide met 6-4, 6-4. Op Wimbledon werd hij in het enkelspel echter meteen in de eerste ronde uitgeschakeld door Jan-Michael Gambill. Hewitt haalde wel de finale van het gemengd dubbel met zijn toenmalige vriendin Kim Clijsters. Het duo verloor in twee sets van het Amerikaanse duo Donald Johnson en Kimberly Po. Tijdens de zomer haalde Hewitt de halve finale in Indianapolis (verlies tegen Gustavo Kuerten) en op de US Open. Hij had in de vierde ronde gewonnen van Thomas Enqvist, de nummer 5 in de wereld, maar verloor zijn eerste halve finale van een Grand Slam van Pete Sampras met 6-7(7), 4-6, 6-7(5). In het dubbelspel op de US Open wist Hewitt zijn eerste grandslamtitel binnen te halen. Hij won het herendubbelspel met zijn partner Maks Mirni en werd met 19 jaar en 6 maanden de jongste speler die in het "open tijdperk" een grandslamzege in het dubbel behaalde. In oktober bereikte hij nog de halve finale op het ATP-toernooi van Bazel en de finale van het Masterstoernooi van Stuttgart, met winst op onder andere Tim Henman en Jevgeni Kafelnikov. In de finale moest hij echter de duimen leggen tegen de Zuid-Afrikaan Wayne Ferreira. Hewitt plaatste zich voor de Tennis Masters Cup, maar bleef in de groepsfase zitten. Hij won van Pete Sampras, maar verloor van Marat Safin en Àlex Corretja.

Hewitt was de eerste speler jonger dan 20 jaar die vier enkeltitels in een jaar kon winnen sinds Pete Sampras in 1990 en de eerste speler jonger dan 20 die in de top 10 eindigde (op plaats 7) sinds Andrej Medvedev in 1993. Hij werd dat jaar ook de beste Australische tennisser op de wereldranglijst. Hij was ook de eerste speler jonger dan 20 die zich wist te kwalificeren voor de Tennis Masters Cup.

2001 In 2001 wist Hewitt met succes zijn titel op het ATP-toernooi van Sydney te verdedigen. Hij versloeg de Zweed Magnus Norman in de finale met 6-4, 6-1. Hetzelfde was niet mogelijk op het ATP-toernooi van Adelaide, waar hij in de kwartfinale werd uitgeschakeld door de uiteindelijke winnaar Tommy Haas. Het was voor het eerst in drie jaar dat hij er niet in de finale stond. Op de Australian Open was Hewitt het zevende reekshoofd. Hij won van Jonas Björkman en Tommy Haas, maar werd in de derde ronde naar huis gestuurd na verlies tegen Carlos Moyà. In februari haalde hij de kwartfinale van het ATP-toernooi van San José en in maart haalde hij drie halve finales op rij: Scottsdale (verlies tegen Francisco Clavet) en de Masterstoernooien van Indian Wells (verlies tegen Andre Agassi) en Miami (verlies tegen Jan-Michael Gambill). Ook op het Masterstoernooi van Hamburg in mei haalde hij de halve finale, maar hij verloor van de Spanjaard Albert Portas. In de voorbereiding op Roland Garros won Hewitt met het Australische team de World Team Cup in Düsseldorf. Hij won twee van zijn vier enkelpartijen: verlies tegen Àlex Corretja en Tommy Haas, maar winst tegen Magnus Norman (de toenmalige nummer 9 van de wereld) en Marat Safin (de toenmalige nummer 2). Op Roland Garros haalde hij zijn beste resultaat tot dan toe met een kwartfinale, die hij verloor van Juan Carlos Ferrero. Ter voorbereiding op Wimbledon won Hewitt twee grastoernooien: de Queen’s Club Championships, waar hij Pete Sampras in de halve finale en Tim Henman in de finale klopte en het ATP-toernooi van 's-Hertogenbosch, waar hij Roger Federer in de halve finale en Guillermo Cañas in de finale versloeg. Op Wimbledon was hij vijfde reekshoofd en werd hij tot de kanshebbers gerekend. Toch werd hij al verrassend in de vierde ronde uitgeschakeld door de Fransman Nicolas Escudé.

Tijdens de Amerikaanse hardcourtzomer haalde Hewitt zijn beste resultaat op het Masterstoernooi van Cincinnati, waar hij in de halve finale werd verslagen door Patrick Rafter. Op de US Open van 2001 won Hewitt zijn eerste grandslamtitel in het enkelspel. Hij versloeg Pete Sampras in de finale in "straight sets": 7-6(4), 6-1, 6-1. Onderweg naar de finale had hij ook Tommy Haas, Andy Roddick en Jevgeni Kafelnikov uitgeschakeld. Na de US Open won hij het ATP-toernooi van Tokio en haalde hij de halve finale op het Masterstoernooi van Stuttgart (verlies tegen Tommy Haas). Hij werd dat jaar op 19 november ook nummer 1 op de ATP-ranglijst en was met 20 jaar en 268 dagen de jongste speler ooit die deze positie had ingenomen. Hij was ook de eerste Australiër die de nummer 1 van de ATP-ranglijst werd. Hewitt eindigde 2001 ook als nummer 1. Hij onderstreepte zijn goede vorm door op het eind van het jaar in Sydney de Tennis Masters Cup te winnen. Hij won al zijn matchen en versloeg de Fransman Sébastien Grosjean in de finale met 6-3, 6-3, 6-4.

2002 Het jaar 2002 begon slecht voor Hewitt met een uitschakeling in de eerste ronde op de Australian Open. Hij was het topreekshoofd en verloor verrassend van de Spanjaard Alberto Martín. In de volgende maanden herpakte hij zich echter. In februari won hij het ATP-toernooi van San José door in de finale Andre Agassi te verslaan en in maart was hij de sterkste op het prestigieuze ATP-toernooi van Indian Wells, waar hij onder andere won van Carlos Moyà, Thomas Enqvist, Pete Sampras en, in de finale, Tim Henman. Hij bereikte ook de halve finale van het Masterstoernooi in Miami, die hij verloor van Roger Federer. Hewitt haalde ook nog de halve finale in Barcelona (verlies tegen Gastón Gaudio) en de kwartfinale in Hamburg (verlies tegen Marat Safin). Op Roland Garros was hij het eerste reekshoofd en werd hij uitgeschakeld in de vierde ronde door Guillermo Cañas. In de aanloop naar Wimbledon won hij voor de derde opeenvolgende maal de Queen’s Club Championships in Londen. Zijn titel in 's-Hertogenbosch kon hij niet verlengen. Hij werd daar in de kwartfinale verslagen door Arnaud Clément. Op Wimbledon kon Hewitt zijn status van eerste reekshoofd wel waar maken en won hij de tweede grandslamtitel van zijn carrière. Hij versloeg thuisspeler Tim Henman in de halve finale en de Argentijn David Nalbandian in de finale met 6-1, 6-3, 6-2. Hewitt bewees met zijn winst dat ook baselinespelers een grastoernooi in de wacht konden slepen. Hij was immers de eerste echte baselinespeler die het toernooi won sinds Andre Agassi tien jaar eerder. Tijdens de zomer haalde hij de finale van het ATP-toernooi van Cincinnati (verlies tegen Carlos Moyà). Op de US Open van 2002 wist hij zijn titel niet te verdedigen. Hewitt verloor in de halve finale van Andre Agassi met 4-6, 6-7(5), 7-6(1), 2-6. Aan het einde van het jaar haalde hij de finale van het Masterstoernooi van Parijs, die hij verloor van Safin, en won hij voor de tweede maal de Tennis Masters Cup door in de finale Juan Carlos Ferrero te verslaan. Hewitt had heel 2002 op de eerste plaats van de wereldranglijst gestaan en sloot het jaar ook af als nummer 1. Hij was de vierde speler ooit die elke week van het jaar op nummer een had gestaan en de zevende speler ooit om twee jaar na elkaar bovenaan de ranglijst te eindigen.

2003