thumb|Kruisen der IIIe en IVe Klasse van voor 1864. Particuliere verzameling Groningen. thumb|Generaal Erich von Falkenhayn met het Kruis IIe Klasse met zwaarden aan de ring thumb|Grootofficier in de Kroonorde van Pruisen. Periode na 1864. Particuliere verzameling Groningen. De Kroonorde, in het in Koningsbergen getekende oprichtingsdecreet "Königlicher Kronen-Orden" geheten, was een Pruisische ridderorde. De op 11 oktober 1861 door koning Wilhelm I van Pruisen gestichte orde was in rang gelijk aan de veel oudere Orde van de Rode Adelaar. De directe aanleiding voor het stichten van de orde was de kroning van Wilhelm I tot koning van Pruisen in de protestantse kathedraal in Koningsbergen, de oude Pruisische hoofdstad, in 1861. Ook eerdere Pruisische koningen stichtten ter gelegenheid van hun kroning een ridderorde. De orde kreeg vier klassenDecreet, tekst weergegeven in Hüsken, Katalog der Orden, Ehrenzeichen und Auszeichnungen des Kurfürstentums Brandenburg, der Markgrafschaften Brandenburg-Ansbach und Brandenburg Bayreuth, des Königreiches Preussen, der Republik Preussen unter Berücksichtigung des Deutschen Reiches 1871-1945, Deel I, 2001.

De koning koos voor een orde met vier graden en hij week daarmee af van het inmiddels overal in Europa ingang gevonden hebbende gebruik om een orde van verdienste vijf graden te geven. De graden kregen geen naam maar werden als de Ie, IIe, IIe en IVe klasse aangeduid. Op diezelfde elfde oktober 1861 voegde de koning een ordeketen en een Grootkruis als hoogste graad van de Orde van de Rode Adelaar aan zijn te verlenen eerbewijzen toe. De koning koos ervoor om de Kroonorde niet van een ordeketen of een ordekleding in de vorm van een mantel of voorgeschreven uniform te voorzien en gaf zijn nieuwe ridderorde eenvoudige versierselen. In de loop van zijn regering kreeg de orde steeds meer uitvoeringen maar het bleef altijd bij de vier oorspronkelijke graden.

Het motto van de orde was "Gott mit uns".

De staten van het Duitse Keizerrijk waren min of meer onafhankelijk en iedere staat bezat eigen onderscheidingen en ridderorden. De Kroonorde was dan ook geen ridderorde van het Keizerrijk.

In 1918 werd de orde door de regering van de Republiek Pruisen afgeschaft. De in ballingschap levende keizer heeft de orde na zijn troonsafstand niet meer verleend.

De vier graden

De koning van Pruisen was de Grootmeester van de Koninklijke Kroonorde.

Ie Klasse Deze klasse komt overeen met een Grootkruis. De Ie Klasse droeg een groot uitgevoerd gouden, na 1871 ook wel verguld zilveren, kruis aan een breed lint over de rechterschouder. Op de linkerborst droeg men een ster van goud, emaille en zilver. IIe Klasse Deze klasse komt overeen met een Grootofficier of een Commandeur. De Pruisische koning verleende deze graad immers op drie verschillende wijzen. De IIe Klasse droeg een gouden, na 1871 ook wel verguld zilveren, kruis aan een lint om de hals. De Tweede Klasse werd veertig maal met een ster in plaats van een plaque toegekend. Er zijn 94 benoemingen zonder ster bekend. IIIe Klasse Deze klasse komt overeen met een Officier. De Derde Klasse droeg een gouden, na 1871 ook verguld zilveren of zelfs verguld metalen geëmailleerd kruis aan een lint op de linkerborst. IVe Klasse Deze klasse komt overeen met een Ridder. De Vierde Klasse droeg een gouden, na 1871 verguld metalen kruis aan een lint op de linkerborst. Alleen de ring rond het vergulde medaillon met de koningskroon was blauw geëmailleerd met daarop gouden letters.

Door Wilhelm II werd een medaille met een afbeelding van het kleinood van de orde verbonden.

De plaats van de Kroonorde in het Pruisische decoratiestelsel

De nieuwe orde werd minder gewaardeerd dan de oudere en meer prestigieuze Orde van de Rode Adelaar met zijn keten en lange geschiedenis. Toch was de Kroonorde daaraan in de ogen van de Pruisische koningen en hun regering gelijkwaardig. Dat blijkt ook uit de verlening van het grootkruis in de Kroonorde aan de Oostenrijkse Generaal en Chef Staf Conrad v. Hötzendorf, twee jaar nadat deze de Eerste Klasse van de Orde van de Rode Adelaar had ontvangen. De Pruisische regering zou de Oostenrijkse militaire bevelhebber niet eerst een hoge en daarna een lagere onderscheiding hebben kunnen verlenen omdat dat in strijd met het protocol zou zijn en door de Oostenrijker en zijn regering misschien wel als een belediging of op zijn minst een teken van geringschatting zou zijn opgevat. Het decoratiestelsel was, en is, zeker wanneer het vreemdelingen betreft aan strikte regels gebonden. De orde diende om ambtenaren en vooral burgers die zich verdienstelijk hadden gemaakt te decoreren en was dus, anders dan de Hoge Orde van de Zwarte Adelaar, een moderne orde van verdienste.

De Pruisen waren verzot op onderscheidingen en deze werden dan ook veel, door sommigen zelfs dagelijks, gedragen. Om zo veel mogelijk onderscheid tussen personen en hun status, positie en verdiensten te kunnen maken lieten de Pruisische koningen de onderscheidingen op een zeer fantasievolle wijze versieren met bijzondere ornamenten en tekens.

Over de Kroonorde wordt in de faleristische literatuur geschreven dat de orde een "stoplap" was. De autoriteiten wilden de Orde Pour le Mérite en de Orde van de Rode Adelaar exclusief houden maar zij waren gebonden aan het Pruisische gebruik om voortdurend, en met vaste tussenpozen, onderscheidingen uit te reiken. Het toekennen van de Kroonorde was een tussenoplossing. Ook in oorlogstijd rekenden de achter het front werkende officieren in de staven en hoofdkwartieren op onderscheidingen. Omdat men de Orde Pour le Mérite reserveerde voor inzet aan het front nam men zij toevlucht tot kruisen met de zwaarden of kruisen met zwaarden en zwaarden aan de ring van de Kroonorde. Deze waren voldoende in tel om de stafofficieren tevreden te stellenOp . Gearchiveerd op 22 april 2023..

De versierselen

Het lint van de orde was in vredestijd donkerblauw en de orde werd in tientallen bijzondere uitvoeringen verleend. Zo werden er zwaarden, zwaarden aan de ring, eikenloof, opgelegde getallen vanwege een jubileum, geëmailleerde linten van de Orde van de Rode Adelaar, het kruis van de Johanniterorde en het Kruis van Genève (het "Rode Kruis") aan de kruisen en sterren toegevoegd. In dat laatste geval was het lint wit met 6 zwarte strepen en een rode rand.

Op de voorzijde staat de koningskroon op een gouden achtergrond binnen een blauwe ring met het motto "Gott mit uns". Op de keerzijde staat het gekroonde monogram van de stichter met op de ring de stichtingsdatum in gouden letters op een blauwe achtergrondMeyers Großes Konversations-Lexikon 1900 op.

Kruisen met zwaarden werden aan een zwart lint met witte strepen gedragen. De "Militäroberbeamte", hoge civiele functionarissen op het Ministerie van Oorlog in Berlijn, kwamen niet voor kruisen met zwaarden in aanmerking, zij mochten hun kruisen dragen aan een wit lint met zwarte strepen. Men droeg een grootkruis aan een grootlint dat vijf vingers breed was over de rechterschouder en op de linkerheup.

De orde werd niet aan dames toegekend en er bestaan dan ook geen versierselen voor dames.

In 1888 was na de dood van Friedrich Wilhelm IV van Pruisen formeel, zij het nog niet in de praktijk, een einde gekomen aan het door hem ingevoerde gebruik om aan niet-christenen zoals joden en moslims geen kruisen maar speciaal voor hen ontworpen cirkelvormige eretekens toe te kennen. Men heeft dergelijke eretekens, met name van de Orde van de Rode Adelaar, nog enige tijd uitgereikt. De Kroonorde heeft dergelijke versierselen nooit gekend.

Het kruis van het Rode Kruis werd aan de IIIe en IVe klasse toegevoegd wanneer iemand zich vrijwillig aan het verplegen van oorlogsslachtoffers aan het front had gewijd. Deze kruisen zijn dus altijd kruisen van het IIIe model met een grote Pruisische koningskroon. De vele uitvoeringen maken de Pruisische Kroonorde tot een geliefd verzamelobject. Er zijn ook verschillende typen aan te wijzen, in de periode 1861 – 1864 was de beugelkroon in het medaillon rond met opvallend hoge opstaande diademen, gelijkend op de Oostenrijkse keizerskroon, de zogeheten Rudolfinische keizerskroon. Later werd de kroon hoekiger en waren de diademen kort. Het derde type van na 1871 heeft een grote Pruisische koninskroon in het medaillon.

In 1914 kregen de dragers van de Eerste Klasse het recht om een kleine decoratie, een "Kleindecoration zur I. Klasse" te dragen. Om op een velduniform aan te geven dat zij het grootkruis van de Kroonorde droegen mochten zij een kruisje aan een blauw draaglint op de linkerborst spelden.

Anders dan bij andere Duitse orden en eretekens is men bij de Kroonorde tijdens de economisch moeilijke jaren van de Eerste Wereldoorlog nooit overgegaan tot het verlenen van kruisen van geverfd zink, Berlijns zilver of ander minderwaardig oorlogsmetaal. Er zijn wel kruisen der IIe Klasse van het IIIe model van verguld tombak gefabriceerd maar ook deze kruisen zijn behoorlijk van kwaliteit.

Er zijn ten minste 158 verschillende versierselen van de vier graden van deze orde bekendOpgesomd door Hüsken..

Kruisen der Ie Klasse Ie model Kruisen der Ie Klasse Ie model in goud Kruisen der Ie Klasse Ie model in goud en verguld zilver Kruisen der Ie Klasse Ie model in goud en verguld zilver met briljanten Kruisen der Ie Klasse Ie model in goud en verguld zilver met briljanten en het emaille lint van de Orde van de Rode Adelaar

Kruisen der Ie Klasse IIe model Kruisen der Ie Klasse IIe model in goud Kruisen der Ie Klasse IIe model in goud en verguld zilver Kruisen der Ie Klasse IIe model in goud en verguld zilver met briljanten Kruisen der Ie Klasse IIe model in goud met briljanten en het emaille lint van de Orde van de Rode Adelaar Kruisen der Ie Klasse IIe model in goud met de zwaarden Kruisen der Ie Klasse IIe model in goud met de zwaarden aan de ring Kruisen der Ie Klasse IIe model in goud met de zwaarden en de zwaarden aan de ring Kruisen der Ie Klasse IIe model in goud met het emaille lint van de Orde van de Rode Adelaar Kruisen der Ie Klasse IIe model in goud met het emaille lint van de Orde van de Rode Adelaar en eikenloof Kruisen der Ie Klasse IIe model in goud met het emaille lint van de Orde van de Rode Adelaar en eikenloof met een jubileumsgetal "50" Kruisen der Ie Klasse IIe model in goud met het emaille lint van de Orde van de Rode Adelaar en eikenloof met een jubileumsgetal "60" Kruisen der Ie Klasse IIe model in goud met de zwaarden aan de ring, het emaille lint van de Orde van de Rode Adelaar en eikenloof met een jubileumsgetal "50"

Kruisen der Ie Klasse IIIe model Kruisen der Ie Klasse IIIe model in goud Kruisen der Ie Klasse IIIe model in verguld zilver Kruisen der Ie Klasse IIIe model in goud met zwaarden aan de ring Kruisen der Ie Klasse IIIe model in verguld zilver met zwaarden aan de ring Kruisen der Ie Klasse IIIe model in goud met het emaille lint van de Orde van de Rode Adelaar Kruisen der Ie Klasse IIIe model in goud met het emaille lint van de Orde van de Rode Adelaar en eikenloof Kruisen der Ie Klasse IIIe model in goud met zwaarden aan de ring en het emaille lint van de Orde van de Rode Adelaar Kruisen der Ie Klasse IIIe model in goud met zwaarden, zwaarden aan de ring en het emaille lint van de Orde van de Rode Adelaar Kruisen der Ie Klasse IIIe model in goud met zwaarden, zwaarden aan de ring en het emaille lint van de Orde van de Rode Adelaar en eikenloof Kruisen der Ie Klasse IIIe model in goud met het emaille lint van de Orde van de Rode Adelaar en eikenloof met een jubileumsgetal "50" Kruisen der Ie Klasse IIIe model in goud met het emaille lint van de Orde van de Rode Adelaar en eikenloof met een jubileumsgetal "60" Kruisen der Ie Klasse IIIe model in goud met zwaarden, het emaille lint van de Orde van de Rode Adelaar en eikenloof Kruisen der Ie Klasse IIIe model in goud met zwaarden aan de ring, het emaille lint van de Orde van de Rode Adelaar en eikenloof met een jubileumsgetal "50"