thumb|Laatste pagina Koptische manuscript Thomasevangelie (Nag Hammadigeschriften). Het evangelie van Thomas, kortweg aangeduid als Thomas, is een van de apocriefe evangeliën. In de Proloog wordt gesteld dat het door Didymus Judas Thomas geschreven zou zijn, met wie wellicht de apostel Tomas bedoeld wordt.

Het Thomas-evangelie werd in 1945 door twee boeren bij Nag Hammadi gevonden in een kruik, tezamen met een aantal andere koptische geschriften, de meeste met een gnostische inslag. Het Evangelie van Thomas bestaat uit een 114-tal in betekenis samenhangende uitspraken van Jezus, zogeheten logia (enkelvoud: logion) en heeft geen doorlopend verhaal zoals de canonieke evangeliën.

Het teruggevonden manuscript zelf is gedateerd in de 4e eeuw en is waarschijnlijk een vertaling van een Griekse tekst. Drie Griekse tekstfragmenten maakten deel uit van de vondst van de Oxyrhynchus papyri eind negentiende eeuw. Publicaties van die papyri dateren al van 1897 en 1904, maar het werd pas na de vondst van de Nag Hammadigeschriften in 1945 duidelijk, dat het hier om fragmenten van het Griekse Evangelie van Thomas ging. Die fragmenten dateren uit de periode eind tweede tot eind derde eeuw.

Ontstaan en datering thumb|P. Oxy. 655 Over de datering van Thomas was niet direct consensus onder onderzoekers. Vanouds beweerde men aan de ene kant, vooral in het Duitse onderzoek onder invloed van de theoloog Wolfgang SchrageSchrage, W., Das Verhältnis des Thomas-Evangeliums zur synoptischen Tradition und zu den koptischen Evangelienübersetzungen. Zugleich ein Beitrag zur gnostischen Synoptikerdeutung, Töpelmann, Berlijn, 1964. (1928-2017) dat Thomas zou zijn overgeschreven uit de Nieuwtestamentische evangeliën. Aan de andere kant van deze discussie, vooral in de Angelsaksische wereld, onder invloed van James M. Robinson (1924-2016) en Helmut KoesterKoester, H., Ancient Christian Gospels. Their History and Development, Trinity Press International, Harrisburg, 1990. (1926-2016), denkt men dat Thomas een onafhankelijke of zelfs een oudere traditie is, los van de Nieuwtestamentische evangeliën. Tegenwoordig nemen de meeste onderzoekers een tussenpositie in.

De teruggevonden Koptische tekst van Thomas dateert uit de vierde eeuw. Het is zeer onwaarschijnlijk dat dit een nauwkeurige vertaling van de complete en ongewijzigde Griekse versie is. Omdat er te weinig handschriften voorhanden zijn, is het niet mogelijk een tekstkritische reconstructie te maken van de oorspronkelijke tekst van het Evangelie van Thomas.

Het is weliswaar mogelijk om Thomas in de huidige vorm tussen 50 en 200 n.Chr. te dateren, maar er is vrij algemene overeenstemming dat de Griekse tekst die ten grondslag ligt aan de Koptische vertaling tegen het midden van de 2e eeuw n.Chr. ontstaan is in Syrië (Edessa).Van den Broek, Roelof, Gnosis in de Oudheid. Nag Hammadi in context, In de Pelikaan, Amsterdam, 2010, p. 48. Datering van Thomas hangt sterk samen met de discussie over de mate waarin Thomas (on)afhankelijk is van de geschriften in het Nieuwe Testament. Dat onderzoekt men door een grondige vergelijking van Thomas met de canonieke evangeliën, de hypothetische bron Q en de brieven van Paulus. Op grond van het feit dat er doublures in Thomas voorkomen, veronderstelt men dat Thomas in de huidige vorm is samengesteld uit verschillende tradities. Dit zou de nogal chaotische compositie van Thomas kunnen verklaren. Onder experts bestaat consensus dat de vraag naar onafhankelijkheid voor elk logion apart onderzocht moet worden. Er lijkt bovendien een consensus te groeien dat een aantal logia inderdaad uit een onafhankelijke overlevering stammen.Van den Broek, Roelof, Gnosis in de Oudheid. Nag Hammadi in context, In de Pelikaan, Amsterdam, 2010, p. 49.

Hieronder volgen de opvattingen van drie experts om een indruk te geven van de verschillende standpunten. Helmut Koester (Harvard Divinity School) dateert Thomas tegen het einde van de 1e eeuw n.Chr. en argumenteert dat Thomas een collectie spreuken heeft opgenomen die rond het jaar 50 n.Chr., onafhankelijk van de geschriften in het Nieuwe Testament en Q, is ontstaan.Koester, Helmut, Ancient Christian Gospels. Their History and Development, Trinity Press International, Harrisburg, 1990, p. 21; 87; 95. Koester wordt gevolgd door Ron Cameron (ed.), The Other Gospels: Non-Canonical Gospel Texts, Westminster Press, Philadelphia, 1982, p. 24-25 en C.W. Hedrick, "Thomas and the Synoptics: Aiming at a Consensus," The Second Century 7.l (Spring l989-90), p. 39-56. Vergelijk P. Benoît & M.-E. Boismard, Synopse des quatre Évangiles en français, t. I. Les Édition du Cerf, Paris, 1965, xi: Thomas gaat terug op een onafhankelijke en oudere traditie dan de canonieke evangeliën. Een extreme opvatting is van S.L. Davies, The Gospel of Thomas, Shambhala Publications, Boston, 2002, xliii-xliv, die voor Thomas als geheel een datum vóór 62 n.Chr. suggereert. April D. DeConick (Rice University), die onder andere bekend staat om haar onderzoek naar het eveneens gnostische geschrift het Evangelie van Judas en haar boek The Thirteenth Apostle: Revised Edition: What the Gospel of Judas Really Says, dateert Thomas als geheel rond 120 n.Chr. en meent dat de vroegste vorm van dit evangelie (Kernel Thomas) is ontstaan in de eerste gemeente te Jeruzalem in de periode 30-50 n.Chr. Deze kern groeide en veranderde in de loop van de tijd door herhaaldelijke mondelinge opvoering.DeConick, April D., Recovering the Original Gospel of Thomas: A History of the Gospel and Its Growth, T&T Clark, London, 2005. Uwe-Karsten Plisch (Humboldtuniversiteit) meent dat het onmogelijk is veel preciezer dan uiterlijk 200 n.Chr. te dateren. Hij stelt voor om het ontstaan van Thomas te zien als de compilatie van een doos vol ostraca met logia die uit commentaren op logia van Jezus (vergelijk het werk van Papias) en homilieën zijn verzameld. Thomas heeft ten opzichte van de synoptische traditie een deels oudere, deels jongere traditie bewaard die deels onafhankelijk is. Dat moet per logion bekeken worden.Plisch, U.-W., Das Thomasevangelium. Originaltext mit Kommentar, Deutsche Bibelgeselschafft, Stuttgart, 2007. Vergelijk Henk Jan de Jonge, "Het evangelie van Thomas", Plein 2 (4), 2002, p. 7-10, die de kans uiterst gering acht dat Thomas (ontstaan 140-200 n.Chr.) in de logia die parallel zijn met de canonieke evangeliën onafhankelijke overlevering bevat, maar dat het in de andere stof in principe mogelijk is dat Thomas onafhankelijk is.

In zijn boek Het Evangelie van Thomas doet Gilles Quispel, kenner van de gnostiek en ontdekker van Thomas, een poging om uit de teruggevonden Thomas de 'oorspronkelijke woorden van Jezus' te destilleren.G. Quispel, Het Evangelie van Thomas, Amsterdam, 2004. Het is zeker mogelijk dat een enkele spreuk uit Thomas iets van Jezus' woorden weerspiegelt,H.J. de Jonge, "Het evangelie van Thomas", Plein 2 (4), 2002, p. 7-10. maar een reconstructie op basis van Thomas blijft uitermate speculatief.M. Dieperink, Op zoek naar het oorspronkelijke christendom, Zoetermeer, 2007.

Thomas en Q Het Evangelie van Thomas is als verzameling uitspraken van Jezus vergelijkbaar met Q. Q is de hypothetische bron van het materiaal dat Matteüs en Lucas gemeenschappelijk hebben en niet in Marcus staat. Volgens de breed aanvaarde Q-hypothese baseren Matteüs en Lucas hun evangelie mede op dezelfde verzameling(en) losse uitspraken (Q), die moet(en) hebben gecirculeerd onder de volgelingen van Jezus. Toen Thomas gevonden en gepubliceerd was, zag men er een bevestiging in van de Q-hypothese. Thomas zou, als verzameling losse uitspraken, dezelfde vorm vertonen als Q. Ongeveer 30 procent van de spreuken in Thomas staan ook in de veronderstelde Q.

Over de literaire relatie tussen Thomas en Q verschillen de meningen. Wie veronderstelt dat Thomas dateert van vóór de Nieuwtestamentische evangeliën, meent gewoonlijk dat Thomas onafhankelijk is van Q. Thomas en Q zouden dan twee regionaal gescheiden tradities van Jezus-volgelingen vertegenwoordigen. Anderen menen dat Q en Thomas uit dezelfde poule van mondeling overgeleverde spreuken putten.

Theologisch profiel van het Evangelie van Thomas Enkele karakteristieke kenmerken van de theologie van Thomas zijn: Thomas verwerpt luisteren naar leiders, die vertellen hoe en waar de hemel zou zijn (logion 3). Thomas verwerpt vasten, bidden en het geven van aalmoezen (logion 6, 14, 104) en vergelijkt dat met liegen, dingen doen die je haat, en zonden begaan. Eveneens verwerpt Thomas besnijdenis (logion 53). Thomas ontkent het aardse leven van Jezus weliswaar niet (bijvoorbeeld logion 55), maar heeft er geen interesse voor. Dit geldt ook voor de Joodse context van Jezus. Het evangelie verwerpt oudtestamentische profetie (logion 52). In plaats van de gebruikelijke nieuwtestamentische titels voor Jezus (namelijk Christus, Zoon van God, Mensenzoon), die geheel ontbreken, gebruikt Thomas voor Jezus de aanduidingen Levende (logion 1, 52, 59), Zoon van de Levende (37), Zoon (44), Licht en het Al (77). Ook zegt Thomas dat Jezus niet te bevatten is (13). Thomas gebruikt de volgende termen om het heil te omschrijven: leven, kennis, waarheid, rust en koninkrijk. Net als in de synoptische evangeliën is het koninkrijk een belangrijk thema, maar Thomas gebruikt in 8 van de 24 keer "koninkrijk van de vader", en 3 keer "koninkrijk van de hemelen". Thomas lijkt exclusivistisch: alleen de uitverkoren "eenlingen" zullen het koninkrijk vinden (logion 23, 49). Thomas propageert verwerping van de wereld, die zich uit in kritiek op rijkdom (o.a. logion 64), seksuele onthouding (87, 112) en opheffing van de sekseverschillen (22).

Jezus figureert in Thomas dus als de openbaarder die zijn leerlingen op het pad naar kennis, waarheid en leven brengt. Voor de leerlingen betekent dit een leven in onthechting van de wereldse verbanden. Ten opzichte van de synoptische evangeliën geeft Thomas niet een apocalyptische maar een vergeestelijkte, introspectieve invulling van de leer van Jezus.

Omdat het Evangelie naar Thomas uit de Nag Hammadi-collectie bedoeld was voor gebruik in een gnostische omgeving, werd het Thomas-evangelie lange tijd als een gnostisch geschrift gezien. In Thomas ontbreekt echter een typisch gnostische mythologie. En zeker zijn niet alle logia typisch gnostisch.A.J.B. Higgins, "Non-Gnostic Sayings in the Gospel of Thomas", in: Novum Testamentum 4/4, 1960, p. 292-306. Daarom verwerpt men tegenwoordig het label "gnostisch" voor Thomas of geeft men een bredere definitie van gnosis, zodat Thomas hier wel onder valt. Deze discussie past in het bredere debat over wat gnosis eigenlijk is.

Thomas en het koninkrijk thumb|Nag Hammadi Codex II In de synoptische evangeliën Matteüs, Marcus en Lucas vindt men veelvuldig de verwachting dat de eindtijd nabij is. Jezus zal spoedig terugkeren en dan 'het koninkrijk' vestigen, het heilsrijk, waarbij dan de gelovigen en de ongelovigen definitief van elkaar gescheiden zullen worden, de ongelovigen ten verderve. In Marcus 9 zegt Jezus bijvoorbeeld: "Ik verzeker jullie: sommigen die hier aanwezig zijn zullen niet sterven voordat ze de komst van het koninkrijk van God in al zijn kracht hebben meegemaakt."

Maar die verwachting komt, letterlijk gezien, niet uit. Het evangelie volgens Johannes plaatst het koninkrijk in de hemel, na de dood en alleen voor de gelovigen. In Lucas 17:20-21 krijgt deze eindtijdverwachting een andere vorm. De eindtijd is er al, maar men neemt het niet waar: "De komst van het koninkrijk van God laat zich niet aanwijzen, en men kan niet zeggen: “Kijk, hier is het!” of: “Daar is het!” Maar weet wel: het koninkrijk van God ligt binnen uw bereik."