De Slag bij Quatre-Bras was een veldslag die geleverd werd op 16 juni 1815, twee dagen voor de Slag bij Waterloo, bij het strategisch gelegen kruispunt van Quatre-Bras. De weg van Nijvel naar Namen kruist daar de weg van Charleroi naar Brussel.

Britse, Hanoveriaanse en Nederlandse legerkorpsen onder leiding van de hertog van Wellington, prins Willem van Oranje-Nassau en de hertog van Brunswijk verdedigden de kruising tegen de linkervleugel van de Grande Armée onder de Franse Maarschalk Ney.

Wat voorafging Na zijn ontsnapping van Elba op 1 maart 1815 rukte Napoleon in snel tempo op naar Parijs, dat hem zonder gevecht binnenhaalde. Ook maarschalk Ney, uitgezonden om hem tegen te houden, was naar hem overgelopen. Napoleon mobiliseerde de Franse legers voor een gewaagde veldtocht. Hoewel de voortdurende conscriptie uit de voorgaande jaren de Franse bevolking behoorlijk had uitgedund, wist hij toch een leger van 200.000 man op de been te brengen. Na het afsplitsen van diverse korpsen en divisies voor het neerslaan van opstanden in onder andere de Vendée, voor garnizoenen in diverse grenssteden, en voor de bewaking van de Franse oostgrens tegen Oostenrijk, rukte hij met 130.000 man op naar het noorden. Hier trok hij op 15 juni 1815 bij Charleroi de Samber over. Rondom deze stad lag het 1e korps van generaal von Zieten, en grensde het Pruisische leger onder Blücher aan het geallieerde leger onder de hertog van Wellington.

Vanwege de manier van communiceren, met koeriers te paard, zou het die dag lang duren voordat de opperbevelhebbers uiteindelijk te weten kwamen op welk punt aan de zuidelijke grens Napoleon zijn offensief had ingezet. Wellington had als voornaamste taak om Brussel en Gent te beschermen en wilde tussen deze plaatsen en de grens een veldslag aangaan. In geval van alarm zou hij zijn divisies verzamelen op vooraf afgesproken plaatsen en vervolgens zijn plannen uitwerken. Bij de Pruisen werd al sneller duidelijk wat het aangevallen punt was en maarschalk Blücher gaf orders aan zijn leger om zich te verzamelen in de buurt van het plaatsje Sombreffe.

De prins van Oranje (de latere koning Willem II) en zijn generaals waren verantwoordelijk onder andere voor de bewaking van de weg die vanaf de grens bij Bergen, via Nijvel naar Brussel leidde. Toen de Nederlanders vernamen dat hun Pruisische buren werden aangevallen, werden de infanteriedivisie van generaal Chassé en de cavaleriedivisie van generaal Collaert gealarmeerd, om een verdedigende positie in te nemen achter het riviertje de Hene en zich vervolgens te verzamelen bij Fay. De cavaleriebrigade van generaal Van Merlen werd als scherm verplaatst in de richting waar de Fransen de Pruisen aanvielen, om te verkennen of er ook geen vijandelijke troepen hun richting uitkwamen. Verder bleven zij in afwachting van orders van Wellington.

Ontwikkelingen op 15 en 16 juni thumb|280px|Prins Willem in de slag bij Quatre-Bras door Jan Willem Pieneman Op 15 juni was Quatre-Bras niet meer dan het verzamelpunt van de 2e Brigade van generaal De Perponchers divisie, die volledig bestond uit Nassause bataljons en de batterij rijdende artillerie Bijleveld. Ten zuiden van het kruispunt te Frasnes bevond zich één bataljon Nassauers samen met Bijlevelds artillerie, die daar gekantonneerd waren. De andere troepen van de brigade bevonden zich in andere dorpen en gehuchten rondom het kruispunt. De prins van Oranje was de ochtend van 15 juni op inspectie geweest te Saint-Symphorien, waar zich de lichte cavaleriebrigade bevond van generaal Van Merlen. Hier werd hij ingelicht over een Franse aanval op de Pruisen; nadat hij was teruggekeerd op zijn hoofdkwartier in 's-Gravenbrakel en had overlegd met zijn stafchef generaal De Constant Rebecque, reed hij in gezelschap van een van zijn aide-de-camps kapitein Russel naar Brussel om Wellington in te lichten. Deze nam de inlichtingen van de prins echter op dat moment niet serieus. In plaats van zijn voorgenomen terugkeer naar het hoofdkwartier van zijn 1e Legerkorps bleef de prins van Oranje op verzoek van Wellington om het bal van de hertogin van Richmond te Brussel bij te wonen. Rond middernacht arriveerde kapitein Webster, een andere aide-de-camp van de prins vanuit het hoofdkwartier, met de onthutsende mededeling dat er Franse troepen voor Quatre-Bras stonden. Nu gaf Wellington de nodige bevelen aan zijn leger en stuurde de prins terug naar 's-Gravenbrakel. In oude geschiedenisboeken wordt vol lof verhaald hoe de prins onmiddellijk, nog in feesttenue, te paard steeg toen hij hoorde dat maarschalk Ney Quatre-Bras naderde. In werkelijkheid kleedde hij zich eerst nog om voordat hij naar Quatre-Bras trok om de situatie in ogenschouw te nemen.

Onderweg naar Quatre-Bras beval hij De Constant Rebecque, die vooruit reed, de militiebataljons (het 5e en 7e) om samen met hun commandant Van Bylandt ook naar het kruispunt te marcheren. Het 7e Linie bleef achter zolang de 3e divisie van generaal Chassé niet de positie en verdediging kon overnemen van Nijvel. Aangekomen op het kruispunt zelf zorgde de prins ervoor dat delen van Perponchers divisie achter de beschutting van het Bos van Bossu en de kleine heuvels van het terrein zich zo veel mogelijk verscholen, om zo bij maarschalk Ney de indruk te wekken dat hij voor een overmacht stond, of op zijn minst niet zeker wist hoeveel troepen hij tegenover zich had. De generaals De Perponcher en De Constant Rebecque hadden de nodige invloed op dit strategische spel.

600px

De aanloop naar de slag Op de 15e juni stuitte een verkennende eenheid Franse lichte cavalerie van de garde op een Nassaus bataljon in Nederlandse dienst en een Nederlandse artilleriebatterij. Na wat schermutselingen trokken de Fransen zich terug en waren de Nederlanders gewaarschuwd. De Nederlandse stafchef en de Nederlandse generaal Perponcher namen, tegen Wellingtons orders in, het initiatief om Perponchers hele divisie bij Quatre-Bras te concentreren. Op de vroege morgen van 16 juni waren alle eenheden verzameld, en de prins van Oranje was inmiddels gearriveerd. De prins beschikte over ongeveer 8000 infanteristen en 16 kanonnen die zo opgesteld waren dat het leek dat er het dubbele aantal stond. Naarmate de slag vorderde zou het aantal geallieerden groeien tot zo'n 32.000. De gearriveerde Fransen hadden echter 18.000 man, inclusief 2000 cavaleristen en 32 kanonnen. Dit aantal groeide tot zo'n 24.000 naarmate de slag vorderde.

Quatre-Bras thumb|De belangrijkste momenten uit de Slag bij Quatre-Bras en de Slag bij Waterloo op een negentiende-eeuwse centsprent.

Tegen een overmacht Op de ochtend van 16 juni beval Napoleon allereerst aan maarschalk Ney om met zijn twee legerkorpsen voorwaarts te trekken en de troepen posities in te laten nemen rondom Quatre-Bras. Hier moest hij verdere orders afwachten van de Franse keizer. Ney stelde deze opmars echter uit; mogelijk speelde hierbij het advies van generaal Reille, een veteraan uit de Iberische oorlogen, een rol. Reille vermoedde een valstrik en had voorgesteld, om pas aan te vallen op het moment dat meer Franse troepen waren gearriveerd. Ney was pas op 15 juni als bevelhebber van de linkervleugel van het Franse leger aangesteld, en had geen compleet beeld van de situatie.

Nadat de prins van Oranje rond zes uur in de morgen was gearriveerd op het kruispunt, overzag hij de situatie; zeer waarschijnlijk in overleg met de andere aanwezige hoofdofficieren besloot hij de bijna volledig aanwezige 2e Nederlandsche Divisie van generaal Perponcher uiteindelijk als volgt op te stellen. Op de rechterflank vormden 5 Nassause bataljons de verdediging van het Bois de Bossu, ondersteund door 2 Nederlandse kanonnen, die gedetacheerd waren van de batterij van kapitein Stevenaert. Dit bos lag hoger dan het terrein oostelijk ervan en dekte bovendien de weg vanaf Nijvel, waarvan eventueel meer troepen konden komen. Bij het kruispunt zelf stonden het 5e, 7e en 8e bataljons Nationale Militie opgesteld. Verder vooruit geschoven maakte het 27e Bataljon Jagers de linkerflank, waarvan vier van de zes compagnieën in tirailleurformatie de vijand observeerden. Het 7e Bataljon Infanterie van Linie was in aantocht vanuit Nijvel, en zou pas na 2 uur 's middags arriveren.

Hoewel de divisie gereed was om een eventuele Franse aanval zo goed mogelijk te weerstaan, waren de aanwezige commandanten helemaal niet zeker dat zich juist hier bij Quatre-Bras werkelijk die dag een veldslag zou gaan afspelen. De prins had in de ochtend al vrij snel na zijn aankomst alleen maar versterking gevraagd in de vorm van een lichte cavaleriebrigade van generaal Van Merlen. Verder had hij bevolen dat de 3e Britse Divisie van generaal Alten en de 3e Nederlandsche Divisie van generaal Chassé zich juist moesten opstellen op de hoogtes achter Nijvel om die plaats te verdedigen. Om te zorgen dat Nijvel niet onverhoeds benaderd kon worden door Franse troepen, werd er verder nog iets zuidelijker de rest van de Nederlandse cavaleriedivisie opgesteld onder generaal Collaert (twee brigades sterk). De gehele ochtend verliep verder ook zeer rustig, op enige onbeduidende schermutselingen tussen tirailleurs na. Hierdoor begonnen de Nederlandse commandanten zich steeds meer af te vragen of de weinige Franse troepen die ze tot nu toe hadden gezien, en die inderdaad maar één infanteriedivisie en één cavaleriebrigade sterk waren, hier niet alleen maar een demonstratie hadden gegeven. De stafchef van de 2e Divisie, Van Zuylen van Nyevelt, rapporteerde later dat men zich meer zorgen maakte dat de Fransen zich toch tegen Nijvel zouden keren en dat daar de aanval moest worden verwacht.

De slag begint Om twee uur 's middags openden de Fransen de aanval. Met de beschikbare batterijen bestookten ze de dunne Nederlandse linie. Achter een scherm van tirailleurs zetten zich dichtgepakte colonnes Franse infanterie (twee divisies sterk) in beweging. Ze werden begroet door tirailleurvuur. Maar de overmacht was te groot en de Nederlandse linkerflank, bestaande uit het 27e Jagers, moest zich terugtrekken op de 5e Militie.

De Nederlandse verdediging centreerde zich korte tijd ter hoogte van de boerderij Gémioncourt en een beekje dat daarlangs in oostelijke richting stroomt. De linker Franse divisie rukte echter onverbiddelijk op over de weg naar het kruispunt en de bataljons van de 1e Brigade moesten zich telkens verder terugtrekken. Het is een mythe dat de boerderij langdurig verdedigd is geweest. Uiteindelijk waren de bataljons ten oosten van het Bos van Bossu, alle onder commando van generaal-majoor Van Bylandt, tegen drie uur vrijwel tot aan het kruispunt zelf teruggedrongen. De situatie moet er vrij wanhopig hebben uitgezien en er werd daarom een tegenaanval bevolen, die uitgevoerd moest worden door het 27e Jagers en de 5e Militie. De Franse troepen van generaal Foy waren namelijk al over de weg (richting Brussel) opgerukt en hadden een kleine boerderij bezet, beter bekend als de schaapstal of La Bergerie. De aanval van de twee Nederlandse bataljons mislukte echter, toen plotseling vanachter de Franse infanterie, en verscholen door het licht heuvelachtige terrein, de Franse cavalerie een charge op hen uitvoerde. Het bataljon 5e Militie wist zich ternauwernood in carré te formeren, maar het bataljon 27e Jagers werd compleet verrast en een groot deel van de manschappen werd gevangengenomen door de Franse cavaleristen.

Het moet ook rond drie uur zijn geweest dat Wellington terugkwam na zijn overleg met maarschalk Blücher.

Versterkingen zijn onderweg thumb|Het 28e regiment verdedigt zich in carré