Wilfried Van Moer (Beveren, 1 maart 1945 – Leuven, 24 augustus 2021) was een Belgische voetballer en voetbalcoach. Hij speelde als middenvelder en is een van de succesvolste spelers uit de geschiedenis van het Belgisch voetbal.
Van Moer won drie keer de Gouden Schoen en werd in 1980 vierde in het referendum van Europees voetballer van het jaar."Europees voetballer van het Jaar 1980" op rsssf.com Als speler stond hij bekend om zijn spelinzicht, loopvermogen en inzet. Bovendien kon hij zowel in de verdediging als op het middenveld spelen.
In 2005 eindigde hij op nr. 643 in de Vlaamse versie van De Grootste Belg.
Van Moer overleed op 24 augustus 2021 aan de gevolgen van een hersenbloeding.
Clubcarrière Beginjaren Wilfried Van Moer werd geboren in Beveren, waar hij zich op jonge leeftijd ook aansloot bij voetbalclub Sportkring Beveren-Waes, beter bekend als KSK Beveren. Ondanks zijn kleine gestalte doorliep Van Moer vlot de jeugdreeksen. De spelertjes kwamen ook dikwijls bijeen op een plein in “‘t Congoken” , een wijk van Beveren waar een voetbalpleintje lag waar ze konden sjotten. In 1961 mocht hij voor het eerst aantreden in het eerste elftal. Van Moer was toen 16 jaar.
Beveren Het was trainer Fons De Winter die hem in 1961 in het eerste elftal liet debuteren. Van Moer maakte deel uit van een sterke generatie, bestaande uit onder meer Jean Janssens, Roger Rogiers, Freddy Buyl en Omer Janssens. Al deze spelers debuteerden in de jaren '60 bij Beveren. Dat resulteerde in een indrukwekkende opmars. Beveren, dat toen in Vierde Klasse speelde, promoveerde in 1963 naar Derde Klasse. Na twee seizoenen in Derde hield Van Moer het voor bekeken en volgde er een transfer naar Antwerpen.
Antwerp Eerste Gouden Schoen Van Moer belandde in 1965 bij het Antwerp FC van de Britse trainer Harry Game. Hij schoof Van Moer een rij achteruit. De kleine vleugelaanvaller, die over een goed positiespel beschikte, werd omgeschoold tot middenvelder. De omschakeling leverde Van Moer in zijn tweede seizoen in Eerste Klasse meteen de Gouden Schoen op. In die periode wilde Constant Vanden Stock, toen aan de slag bij Club Brugge, hem naar blauwzwart halen. Maar het bestuur van de club volgde Vanden Stock niet, waarna die opstapte en bij RSC Anderlecht voorzitter werd. Ook een aanbieding van FC Köln leverde niets op.
Afscheid in mineur Hoewel Van Moer zich sportief ontwikkelde, zakte de club steeds verder weg. In 1968 degradeerde de club naar Tweede Klasse, maar Van Moer was toen al zeker van een transfer. Dat werd hem op de Bosuil kwalijk genomen, waardoor zijn afscheid er één in mineur werd.Dossier (deel II) Antwerp FC - Wilfried Van Moer, 12 maart 2010, Voetbalbelgië.be
Standard thumb|Ode aan Van Moer op Sclessin in september 2021, na zijn overlijden.
Eerste landstitel Roger Petit had de Kleine Generaal voor 6,5 miljoen frank (zo'n €160.000) naar Standard Luik gehaald. Van Moer werd op Sclessin een ploegmaat van onder meer Christian Piot, Nico Dewalque en Jean Thissen. In geen tijd ontpopte Van Moer zich op het middenveld tot de natuurlijke leider van de Rouches. Hij liet zich opmerken door veel inzet, stevige tackles en zijn winnaarsmentaliteit. Van Moer loodste Standard eind jaren '60 naar drie landstitels op rij. De Rouches staken in die periode Anderlecht naar de kroon.
Drie Gouden Schoenen Maar niet alleen in clubverband bestond er rivaliteit, ook op het gebied van individuele prijzen was die er tussen Standard en Anderlecht. Van Moer kreeg voor zijn leiderschapskwaliteiten in 1969 en 1970 voor de tweede en derde keer de Gouden Schoen. Hij evenaarde daarmee het record van Anderlecht-aanvoerder Paul Van Himst, die enkele jaren later weliswaar opnieuw de absolute recordhouder werd met vier Gouden Schoenen.
Blessureleed Maar na de gouden periode aan het begin van de jaren '70 volgde er een sportief dieptepunt. De middenvelder werd door tegenstanders zwaar aangepakt en liep verschillende blessures op. Op het EK in 1972 brak hij zelfs zijn been na een tackle van de Italiaan Mario Bertini. Van Moer herstelde van de beenbreuk, maar sukkelde ook nadien van de ene blessure in de andere. Bovendien haalde Standard in 1973 de IJslandse middenvelder Ásgeir Sigurvinsson naar Luik. Hij werd de vervanger van Van Moer, die bij Standard steeds minder aan spelen toekwam.
Beringen Stap terug Daarom besloot Van Moer in 1976 om een stap terug te zetten. De 31-jarige middenvelder verliet Standard en sloot zich aan bij het bescheiden Beringen FC, waar hij een ploegmaat werd van onder meer Paolo Lallo, Raymond Jaspers en Walter De Greef. Elk jaar streed Van Moer met de Limburgse club tegen de degradatie. Het was een nobele, maar minder erkende prestatie dan strijden om de titel. Van Moer verdween in die periode dan ook samen met generatiegenoten als Christian Piot, Maurice Martens en Jan Verheyen uit de nationale ploeg. De middenvelder combineerde de wedstrijden bij Beringen bovendien met het uitbaten van een café in Hasselt. Het hoogtepunt van de inmiddels 34-jarige voetballer leek definitief voorbij.
Comeback Ondanks het degradatievoetbal bij Beringen bleef Van Moer toen volgens veel kenners een van de beste middenvelders van België. Ook bondscoach Guy Thys deelde die mening. Hij had een volledig nieuw nationaal elftal op poten gezet, maar miste nog een creatieve leider op het middenveld. Thys haalde Van Moer opnieuw bij de nationale ploeg en lag zo mee aan de basis van zijn comeback. De middenvelder was in de eerste interland sinds zijn terugkeer meteen goed voor een assist en een doelpunt. Bovendien merkten ook andere clubs opnieuw zijn kwaliteiten op, en in 1980 werd hij zelfs vierde in het referendum van Europees voetballer van het jaar. Alleen Paul Van Himst deed hem dat als Belg ooit voor.
Beveren Terugkeer naar de Heimat In 1980 keerde Van Moer terug naar de club waar het voor hem allemaal begonnen was. Beveren, dat destijds nog in Derde Klasse speelde, vertoefde inmiddels in Eerste. De club had in 1978 en 1979 respectievelijk de Beker van België en de landstitel gewonnen. Van Moer keerde als ervaren rot terug naar "zijn" Beveren, waar hij op het middenveld de baas werd. Van Moer was van degradatievoetbal met Beringen overgestapt naar Europees voetbal met Beveren. De Waaslandse club beschikte in die dagen over een sterk team, bestaande uit onder meer Heinz Schönberger, Ronny Martens, Jean-Marie Pfaff, Erwin Albert en Paul Theunis. Een nieuwe trofee bleef echter uit, en aan zijn comeback leek een eind te komen.
In totaal speelde hij 406 eersteklassewedstrijden en scoorde 61 doelpunten.
STVV Na twee seizoenen bij Beveren hield de 37-jarige Van Moer het voor bekeken. Hij ruilde de club in voor tweedeklasser Sint-Truiden VV, waar hij voor het eerst het trainerschap op zich nam. Van Moer fungeerde bij STVV als speler-trainer, maar in 1984 hing hij zijn voetbalschoenen voorgoed aan de haak.
Statistieken SeizoenClubLandCompetitieCompetitieInterlandsWed.Dlp.Wed.Dlp. 1960/61KSK BeverenVierde Klasse4200 1961/62281300 1962/63302300 1963/64Derde Klasse30900 1964/6529900 1965/66Antwerp FCEerste Klasse26800 1966/6726340 1967/6825230 1968/69Standard Luik25150 1969/7026662 1970/7128652 1971/7221141 1972/7318220 1973/7413241 1974/7520431 1975/7619300 1976/77Beringen FC30500 1977/7828500 1978/7923500 1979/8029291 1980/81KSK Beveren21240 1981/8228481 1982/83Sint-Truiden VVTweede Klasse18000 1983/848000Carrière totaal553117579
Interlandcarrière WK 1970 en EK 1972 Wilfried Van Moer werd in 1966 voor de eerste keer geselecteerd voor de nationale ploeg van België. Het waren toenmalig selectieheer Constant Vanden Stock en trainer Raymond Goethals die hem lieten debuteren. Van Moer werd meteen een belangrijke pion bij de nationale ploeg, waar hij veel lof oogstte. In 1970 bereikte hij met België het WK in Mexico. De Belgen vlogen er toen echter al in de eerste ronde uit. Van Moer maakte wel twee goals tegen El Salvador.
Op de eindronde van het EK 1972 in eigen land België met enkel halve finale en finale wedstrijden kenden de Belgen meer succes met een derde plaats tegen Hongarije. Maar Van Moer was er niet bij omdat hij zwaar gekwetst geraakte tegen Italië in de kwartfinale. Toen werd die over twee wedstrijden beslist. Tijdens de terugwedstrijd in Brussel brak Mario Bertini met een forse tackle zijn rechterbeen. Toch slaagde Van Moer er in de eerste helft uit te spelen. Bondscoach Raymond Goethals wou hem nog na de rust laten verder spelen met een inspuiting. Echter Standardvoorzitter Roger Petit, die aanwezig was, zag de ernst van de situatie in en stuurde hem naar het ziekenhuis.
EK 1980 en WK 1982 thumb|De opstellingen van de EK-finale van 1980.De volgende grote toernooien haalde België niet, waarna zowel de bondscoach als enkele belangrijke spelers aan de kant werden geschoven. Ook Van Moer viel toen naast de nationale ploeg. Maar in 1979 haalde bondscoach Guy Thys hem als creatieve middenvelder terug. Zijn comeback had hij te danken aan het uitvallen van de geblesseerde Ludo Coeck en aan tv-commentator Rik De Saedeleer, die zijn vriend Thys adviseerde Van Moer terug te halen. In de eerste interland na zijn terugkeer, een kwalificatiewedstrijd voor het EK 1980, was Portugal de tegenstander. België won met 2-0, dankzij een goal en een assist van Van Moer.
Door onder meer de terugkeer van Van Moer mocht België naar het EK. De middenvelder van Beringen werd een van de uitblinkers en loodste het team samen met een sterke Jan Ceulemans naar de finale van het toernooi. Daarin verloor België met 2-1 van West-Duitsland.
Twee jaar later bereikten de Rode Duivels ook het WK in Spanje. Thys selecteerde de 37-jarige Van Moer, die tijdens de wedstrijd tegen Polen zelfs als aanvoerder begon. Aan de rust werd hij vervangen door François Van der Elst. Het was zijn laatste interland.
Interlands