De Hollandse Oorlog (1672-1679) of de Frans-Nederlandse Oorlog ontstond doordat Frankrijk, als gevolg van haar streven naar natuurlijke grenzen, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden binnenviel. Naast Frankrijk en de Republiek waren meerdere Europese landen erbij betrokken. De Republiek schitterde in de beginfase (1672-1674) van de oorlog toen ze met succes de Franse en Engelse vloten afweerde in de Derde Engelse Zeeoorlog, en uiteindelijk de Franse, Keulse en Münsterse inval terugsloeg.
Toch was 1672 een Rampjaar, omdat de kosten van de militaire verrichtingen mede de Gouden Eeuw beëindigden. Lodewijk XIV van Frankrijk keerde zich tegen de Zuidelijke Nederlanden en paste er vanaf 1673 de tactiek van de verschroeide aarde toe. In de afleidingsfase (1674-1676) begon Engeland Frankrijk te opponeren, terwijl keizer Leopold I en Brandenburg-Pruisen de Fransen bestookten in de Elzas, waarop Lodewijk XIV afleidingen creëerde door Siciliës opstand tegen Spanje te steunen en door Zweden Brandenburg te laten aanvallen, waarop de Schoonse Oorlog van Denemarken tegen Zweden volgde.
Pas in de slotfase (1677-1678) boekten Frankrijk en Zweden opnieuw zeges, waardoor Lodewijk XIV de oorlog kon afsluiten met gebiedswinst in de Franche-Comté, in de Zuidelijke Nederlanden en de Cariben. De Vrede van Nijmegen van Frankrijk met de Republiek (augustus 1678), met Spanje (september 1678) en met Zweden en de keizer van Duitsland (februari 1679) en de Vrede van Saint-Germain tussen Frankrijk en Brandenburg-Pruisen (juni 1679) sloten de Hollandse Oorlog af. Frankrijk boekte gebieds- en prestigewinst, maar tegelijk geopolitiek verlies. Er ontstond namelijk een Engels-Nederlands blok dat tijdens de Negenjarige Oorlog (1688-1697) en de Spaanse Successieoorlog (1701-1714) zeer succesvol tegen Frankrijk zou blijken.
Geschiedenis
Aanloop (1670-1672) Lodewijk XIV wilde voor Frankrijk natuurlijke grenzen, onder andere aan de Nederrijn. Zodoende wilde hij de Republiek isoleren en overwinnen om ook de Zuidelijke Nederlanden in te palmen. Ten tijde van de Devolutieoorlog (1667-1668) had de Republiek dat Frankrijk namelijk belet. Eerst bezette Lodewijk XIV Opper-Lotharingen (april 1670) dat al een enclave binnen Frankrijk vormde. Vervolgens sloot hij het geheime Verdrag van Dover (juni 1670) met Karel II van Engeland/Schotland. Een Franse toelage zou de Engelse koning bevrijden van belastingverzoeken aan het Engelse Parlement, zodat Karel II het absolutisme en het katholicisme in Engeland/Schotland kon invoeren. Tegelijkertijd probeerde Lodewijk XIV om van Engeland/Schotland een Franse satelliet te maken. Karel II van Engeland werd inderdaad een bondgenoot van Frankrijk, maar hij verspilde de Franse fondsen aan zijn hofhouding en werd niet katholiek en niet echt absolutistisch. Toch kon de Republiek deze Frans-Engelse coalitie slechts weerstaan door een verbond met de Spaanse Karel II (december 1671). Doch Lodewijk XIV verbond zich ook met het Prinsbisdom Münster, het Keurvorstendom Keulen en daarna Zweden (januari + april 1672). De Republiek werd zo door Frankrijk en diens bondgenoten omsingeld. Ze benoemde Willem III tot opperbevelhebber (kapitein-generaal van het leger) in alle gewesten (februari 1672) en verbond zich met Brandenburg-Pruisen (mei 1672).
3de Engelse Zeeoorlog (1672-1674)
thumb|left|De Slag bij Solebay (1672), een Staatse brander steekt het Engelse admiraalsschip in brand De Engelse vloot viel in Het Kanaal onverwachts, maar tevergeefs, de Staatse Smyrna-vloot aan, die terugkeerde uit het Osmaanse Rijk (maart 1672). Pas achteraf verklaarde Engeland/Schotland de Republiek de oorlog (27 maart 1672). Omdat Karel II dit had afgesproken met Lodewijk XIV maakt deze 3de Engelse Zeeoorlog onderdeel uit van de Hollandse Oorlog. Admiraal De Ruyter wilde een blokkade van de kust van de Republiek en een embargo op haar graaninvoer uit de Oostzee voorkomen. Hij viel de Engels-Franse vloot daarom per verrassing aan vóór Solebay (mei 1672) op de Engelse oostkust. De Fransen voeren er weg, De Ruyter verloor er twee schepen en de Engelsen hun admiraal en admiraalsschip. De Engelsen hadden hun oorlogsvloot sinds 1667 wederopgebouwd en die overtrof opnieuw die van de Republiek. En ze namen graag wraak voor hun vernedering bij Chatham in 1667 tijdens de Tweede Engelse Zeeoorlog. Maar De Ruyter had de Staatse vloot beter geoefend in het gebruik van grotere schepen. En Engelsen en Fransen wantrouwden elkaar. De zeeën bleven open. De Ruyter wilde een Engelse landing in de Republiek tegengaan door in de Theems blokkeringsschepen te laten zinken en zo de Engelse vloot op te sluiten. Maar de Engels-Franse vloot dreef De Ruyter terug. Daarop ging hij tussen de zandbanken van Schooneveld vóór de Scheldemonding liggen. De Republiek had veel kleine schepen met weinig diepgang omdat de Zuiderzee naar Amsterdam ondiep was en er ook langs de Nederlandse kust veel zandbanken lagen. Zandbanken bemoeilijkten het gebruik van zwaardere schepen met meer kanonnen en meer diepgang, zoals de Engelsen en de Fransen die meer hadden. Bij Schooneveld wist De Ruyter op die manier een numeriek sterkere Engels-Franse vloot te verdelen, en twee Franse schepen tot zinken te brengen tegen één Staats schip (juni 1672). Om zijn vloot te vrijwaren, liet hij het niet tot een beslissende slag komen. Tijdens de Tweede Slag bij Schooneveld wist hij opnieuw Britten en Fransen te scheiden (juni 1672). De Republiek weerstond zo Engeland en Frankrijk, een grootse prestatie.
Lodewijk XIV valt de Republiek binnen (1672-1674) thumb|Kaart met Nederlandse vestingsteden die in 1672 door de Fransen werden bezet thumb|Lambert de Hondt (II): Lodewijk XIV ontvangt de sleutels en overgave van de stad Utrecht, 30 juni 1672 (detail) Lodewijk XIV begon de Hollandse Oorlog door in april 1672 de Republiek binnen te vallen bij de Maas, dwars door het prinsbisdom Luik dat van zijn bondgenoot Keulen afhankelijk was. Zo was het niet nodig de Zuidelijke Nederlanden te doorkruisen en kwam hij niet in oorlog met Spanje.
Maastricht leek goed verdedigd en omdat het voor hem strategisch niet belangrijk was, liet hij het links liggen. Wel liet hij 10.000 soldaten achter om te voorkomen dat hij in de rug zou worden aangevallen. Vervolgens nam hij Kleef in en stak in juni de Rijn over bij het tolhuis van Lobith.
Zijn bondgenoot de prins-bisschop van Münster, Bernhard von Galen kon zonder veel verzet doortrekken naar de stad Groningen. De Ridderschap van Overijssel had zich zonder slag of stoot overgegeven en ook Drenthe werd bezet. De stad Groningen bood weerstand onder leiding van Carl von Rabenhaupt, baron van Sucha (1602-1675). De strijd werd door beide zijden vooral met de artillerie gevoerd. Hieraan heeft Bernhard von Galen zijn bijnaam Bommen Berend te danken. Het beleg duurde vier weken, waarna de bisschop van Münster het opgaf nadat hij de helft van zijn leger had verloren, deels wegens gevechten met de vijand en deels wegens het slechte weer.
De Fransen rukten op met een leger van 120.000 man sterk, een van de grootste legers die Europa tot die tijd had gezien. Samen met de tros zou het leger 300.000 personen hebben omvat. De Republiek had het Staatse leger verwaarloosd ten voordele van de oorlogsvloot. In de jaren voorafgaand aan de Hollandse Oorlog probeerde raadpensionaris Johan de Witt het landleger drastisch te versterken, maar de autonome steden weigerden het benodigde geld beschikbaar te stellen.
De IJssel-linie hield niet lang stand en de Franse troepen drongen door tot in het hart van de Republiek. Zelfs de stad Utrecht werd door de Fransen bezet. Maar in Holland legde de Republiek met overstromingen een Waterlinie aan (juni 1672). Lodewijk XIV, niet gehaast en gebrand op een oorlogsvergoeding, ging in Utrecht op de overgave wachten. Doch zo geraakte de Hollandse Waterlinie tijdig af (juli 1672). Een minder bekende kijk op het niet aanvallen van Amsterdam is dat de soldaten in het Franse leger dit weigerden omdat zij in wissels werden betaald die uiteindelijk in Amsterdam verzilverd moesten worden. Zij vreesden dat na de val van Amsterdam hun wissels waardeloos zouden zijn. (Bron: Overvloed en onbehagen).
Lodewijks gebrek aan doortastendheid redde de Republiek. En ook diplomatiek betrok voor hem de gezichtseinder. Omdat hij niet terugtrok uit het Brandenburgse Kleef, verbond ook Leopold I, de keizer van het Heilige Roomse Rijk, zich met de Republiek (juli 1672). Toen een leger van de Duitse keizer met Brandenburg-Pruisen dichterbij kwam (augustus 1672), moest Lodewijk XIV een deel van zijn troepen naar het oosten verplaatsen. Hij stond al zwakker in de Republiek, omdat hij zijn leger deed uitzwermen om de steden te bezetten.alt=|links|miniatuur|Het Ontzet van Coevorden, 30 december 1672|218x218px
In de Republiek verdringt Willem III de regenten (1672) thumb|Johan en Cornelis de Witt door een volksmenigte gelyncht In Holland brak een niet geheel spontane volksopstand uit. De Oranjepartij, zelf sterk door de Engelsen gesteund, gebruikte de oorlog om een staatsgreep te plegen. In veel plaatsen werden de regenten valselijk beschuldigd zich tegen betaling over te willen geven aan de Fransen. Dezelfde beschuldiging werd tegen Michiel de Ruyter ingebracht; hij zou de vloot aan de Fransen hebben willen verraden. In Den Haag werden de raadpensionaris Johan de Witt en zijn broer Cornelis vermoord. Een volksmenigte werd opgehitst door orangisten en drong de gevangenis binnen waar Cornelis werd vastgehouden (augustus 1672). De situatie wordt wel omschreven als: Het volk was redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos.
Het Eerste Stadhouderloos Tijdperk (1650-1672) eindigde toen prins Willem III de nieuwe stadhouder werd (4 juli Holland, 16 juli Zeeland) en de leiding van de strijd tegen Frankrijk op zich nam. De Oranje-stadhouders werden opnieuw baas, de regenten opzijgeschoven. In tegenstelling tot wat de Fransen en Engelsen hadden verwacht, bleek Willem III geen marionet in hun handen, maar geleid te worden door de belangen van de Nederlandse Republiek. De schrik over de Franse inval zat er bij de Nederlanders diep in. Willem III zou na de Hollandse Oorlog de spil worden van de anti-Franse coalitie in Europa, die in de Negenjarige Oorlog en de Spaanse Successieoorlog het Franse expansiestreven een halt zou toeroepen.
Engeland sluit na de 3de Engelse Zeeoorlog vrede met de Republiek (1674) thumb|left|De Slag bij Kijkduin (1673), de Staatse admiraal De Ruyter blijft de Fransen en de Engelsen afmatten|alt= Lodewijk XIV raakte in 1673 zijn Engelse bondgenoot kwijt. Het Engelse parlement had zijn koning gedwongen de Test-wet te aanvaarden (maart 1673). Deze wet hield de overheidsbetrekkingen aan anglicanen voor, en was gericht tegen de godsdienstige verdraagzaamheidswet van Karel II. Een Engels absolutisme gesteund op het katholicisme en op de katholieken werd verijdeld. Maar dat was juist waar Lodewijk XIV met zijn betoelagingsverdrag van 1670 op aanstuurde. De Republiek voerde in Engeland met succes een grote pamflet-actie (zomer 1673). Op zee bleef de Republiek sterk. Toen de Engels-Franse vloot naar Noord-Holland stevende om De Ruyter weg te lokken uit Schooneveld wist hij met 75 vooral kleinere schepen tegen 92 schepen en elk 30 branders, bij Kijkduin/Texel (augustus 1673) Fransen en Engelsen voor de vierde maal te scheiden en ze opnieuw van een kustblokkering te doen afzien. Opnieuw verloren beide kanten geen schepen, maar de Engelsen en Fransen betreurden wel 2.000 doden, de Republiek 1.000. De Ruyter spaarde zijn krachten, behaalde geen grote overwinningen, maar hield de Staatse vloot tegen een overmacht overeind en wist daarmee een blokkade en een landing te voorkomen. In Noord-Amerika heroverde de Staatse vloot Nieuw-Nederland, de huidige staat New York (augustus 1673) dat de nieuwe naam Nieuw-Oranje kreeg.
Lodewijk XIV vs. de Zuidelijke Nederlanden (1673), de Hollandse fase eindigt (1674)