Edewecht is een gemeente in de Duitse deelstaat Nedersaksen. De gemeente is gelegen in de Landkreis Ammerland. Edewecht telde op de peildatum van de meest recente statistiek inwoners.

Plaatsen in de gemeente Edewecht De gemeente bestaat uit 15 buurtschappen, vaak langgerekte veenkoloniën en andere wegdorpen, namelijk: Friedrichsfehn: 6–8 km ten O (oosten) van het centrum van Edewecht; slechts 4–6 km van Eversten, een buitenwijk van Oldenburg. Husbäke: industriedorp 4 km ten Z van Edewecht aan het Küstenkanaal Jeddeloh I: 3–6 km ten O van Edewecht Jeddeloh II: 4 km ten Z van Jeddeloh I aan het Küstenkanaal Kleefeld: ten W van Friedrichsfehn Klein Scharrel: 2 km ten O van Jeddeloh II aan het Küstenkanaal Nord Edewecht I Nord Edewecht II Süd Edewecht Osterscheps: direct ten W van Süd Edewecht Portsloge: direct ten NO van Edewecht-Nord Süddorf: 4 km ten ZZW van Edewecht, aan het Küstenkanaal en aan de verbindingsweg naar Friesoythe; hier vonden in april 1945 de zwaarste gevechten in de gemeente plaats Westerscheps: 5–6 km ten W van Süd Edewecht, schilderachtig gelegen aan de Aue Wildenloh: tussen Jeddeloh I en Kleefeld, 2–3 km ten W van het gelijknamige bos Wittenberge: verspreide bebouwing langs de Aue, 6–10 km ten W van Edewecht-Süd

Nord Edewecht I en Nord Edewecht II vormen, samen met het in de jaren tussen 1990 en 2010 eraan vastgebouwde Süd Edewecht, het bestuurscentrum van de gemeente.

Aantal inwoners Friedrichsfehn Nord 1.731 Friedrichsfehn Süd 3.208 Husbäke 978 Jeddeloh I 1.114 Jeddeloh II 1.287 Kleefeld 503 Klein Scharrel 1.218 Nord Edewecht I 2.294 Nord Edewecht II 2.624 Osterscheps 1.535 Portsloge 2.020 Süddorf 667 Süd Edewecht 2.348 Westerscheps 532 Wildenloh 805 Wittenberge 345

totaal: 23.209

alleen Edewecht 7.266 alleen Friedrichsfehn 4.939

Bron: website van de gemeente Edewechtzie: https://edewecht.de/leben-in-edewecht/ueber-edewecht/zahlen-daten-fakten/.

Peildatum: 30 juni 2026.

Tweede-woningbezitters en tijdelijk verblijvende buitenlanders zijn in deze cijfers inbegrepen.

Ligging, infrastructuur

Naburige gemeenten Apen, ca. 18 km W (ten westen van de langgerekte Hauptstraße van Edewecht) Westerstede, ca. 24 km N Bad Zwischenahn, ca. 8 km N Oldenburg, 12 km O (de stadswijken Bloherfelde en Eversten; het stadscentrum ligt nog 5 km verder oostwaarts) Wardenburg in de Landkreis Oldenburg, 20 km ZO Friesoythe, 15 km ZW Bösel, hemelsbreed 16 km Z, maar om daar te komen moet men naar Friesoythe rijden en vandaar 7 km O Barßel, 20 km W.

De laatstgenoemde drie plaatsen liggen in de Landkreis Cloppenburg.

Wegverkeer De Autobahn A28 Leer-Oldenburg komt ten noorden van Bad Zwischenahn (afrit 9 Neuenkruge, 6½ km ten O van die plaats) en afrit 12 Oldenburg - Haarentor, tot op circa 13 km van Edewecht. De Bundesstraße 401 parallel aan het Küstenkanaal komt bij Husbäke en Süddorf juist aan de zuidgrens van de gemeente.

Openbaar vervoer Aan de spoorlijn Oldenburg - Leer liggen stations te Ocholt, gem. Westerstede en, op slechts 8 km fietsen vanaf Edewecht-dorp, te Bad Zwischenahn.

Twee buslijnen, van respectievelijk Barßel en Friesoythe naar Oldenburg v.v., stoppen onderweg in Edewecht. De frequentie van deze lijnen is echter, zeker buiten kantooruren, niet hoog, wordt echter vanaf september 2026 verhoogd. Busvervoer is verder beperkt tot een door vrijwilligers gerunde buurtbusdienst (BürgerBus), die 5 x per dag een aantal dorpen in de gemeente met Edewecht-dorp en het busstation van Bad Zwischenahn verbindt. Deze buurtbussen rijden niet in de weekends en op doordeweekse feestdagen.

Waterwegen Edewecht ligt in een door vele rivieren, sloten, beken en kanalen doorsneden veen- en polderland. Door de gemeente stromen de niet bevaarbare, sterk meanderende veenriviertjes Aue (vanuit het Zwischenahner Meer) en Vehne. In het zuiden van de gemeente bevindt zich het Küstenkanaal, een belangrijk regionaal vaarwater. Binnen de gemeentegrenzen bevinden zich aan dit kanaal een binnenhaven te Husbäke en enige kleinere aanlegplaatsen voor binnenvaartschepen.

Economie

Edewecht is een centrum van voedingsmiddelenindustrie. Er staat een grote fabriek van zuivelproducten, alsmede enige worst- en andere vleeswarenfabrieken. Een middelgroot bedrijf van andere aard produceert allerlei machines voor andere fabrieken en voor de bouwnijverheid. Veel van deze industrie is geconcentreerd op het industrieterrein bij de binnenhaven van Husbäke, aan het Küstenkanaal en de B 401.

In het Vehnemoor wordt, zij het in een beperkt gebied, nog op industriële schaal turf gewonnen. Dit wordt o.a. als turfmolm verkocht, ook aan Nederlandse afnemers. Volgens gegevens uit 2023 eindigt de laatste turfwinningconcessie in 2046.

Verder is de boomkwekerij in de gemeente Edewecht een bedrijfstak van betekenis. De gemeente bezit verder een groot aantal landbouw- en kleine handels- en nijverheidsondernemingen.

Geschiedenis

Reeds in de prehistorie zwierven er af en toe mensen door het gebied van het huidige Edewecht. In het Vehnemoor zijn bij archeologisch onderzoek, en ook bij toeval tijdens het turfsteken, enige interessante vondsten gedaan. Daaronder zijn restanten van prehistorische veenpaden en drie veenlijkenHet eerste veenlijk werd gevonden door turfstekers in 1920. Het werd na een kort politie-onderzoek dezelfde dag nog begraven, en is verloren gegaan, zonder dat het archeologisch kon worden onderzocht. Het tweede veenlijk werd in 1931 gevonden; summier onderzoek wees uit, dat het het stoffelijk overschot van een man is geweest, die tussen 1000 v.Chr. en 300 na Chr. is overleden. Het werd overgebracht naar het museum te Oldenburg en daar helaas op een wijze bewaard (nl: in een zoutoplossing), die later ondeskundig bleek te zijn. Het lijk ging door schimmelvorming geheel verloren, en de laatste restanten moesten in 1950 met de vuilnisman worden meegegeven. Het derde veenlijk is in 1936 gevonden en is wel goed bewaard gebleven. Het behoort tot de collectie van het Landesmuseum für Natur und Mensch te Oldenburg. C14-datering wees uit, dat deze man rond de 2e eeuw van de jaartelling is overleden..

Vanaf 1150 is de plaats schriftelijk bekend. Het ontstond als een plaats bij een wachtpost langs één der weinige handelsroutes door het uitgestrekte, ontoegankelijke veengebied. De oudste nederzettingen ontstonden op kleine zanderige heuveltjes in het veen, waar boeren door hun wijze van bemesting esgronden deden ontstaan. Dit waren de eerste boerderijen van de latere dorpen Westerscheps, Osterscheps, Edewecht en Jeddeloh I. Het in 1934 bij Edewecht gevoegde Friedrichsfehn had twee soortgelijke heuveltjes, Klein en Groß Wildenloh. Reeds in 1305 stond er een aan Sint Nicolaas gewijde kapel, die de kern van de huidige Nikolaikirche werd. In de middeleeuwen was Edewecht het grootste dorp van de landstreek Ammerland; er vonden van tijd tot tijd rechtszittingen (Gogerichte) plaats, en adellijke ministerialen hadden er namens de graaf van Oldenburg een Amtsmannshof. Met name het uitgestrekte Vehnemoor, ten zuiden van Edewecht, was tot in de 18e eeuw een ontoegankelijk grensgebied tussen het Oldenburger Münsterland aan de zuid- en westkant (na de Reformatie van de 16e eeuw rooms-katholiek gebleven), en het Hertogdom Oldenburg aan de noord- en oostkant van het veen (na de Reformatie van de 16e eeuw protestants geworden). De overgrote meerderheid van de christenen in Edewecht werd en bleef tot op de huidige dag evangelisch-luthers

Edewecht werd in de 15e en 16e eeuw bij oorlogjes tussen Oldenburgse en Münsterse troepen drie keer, in 1624 voor een vierde keer, en in de Tweede Wereldoorlog (1945) dus voor de vijfde keer, geheel door brand verwoest.

De gemeente lag in het Graafschap Oldenburg, dat zelf van 1667-1774 tot Denemarken en vier dagen lang zelfs, door vererving, tot Rusland behoorde, en daarna in het Hertogdom Oldenburg. Een van de Oldenburger graven, Anton Günther van Oldenburg en Delmenhorst Geboren op 10 november 1583 in Oldenburg; overleden op 19 juni 1667 in Rastede., regeerperiode 1603 – 1667, maakte zich bij de bevolking geliefd, doordat hij diverse dijken liet aanleggen, waardoor polderland ontstond en langs de riviertjes minder vaak overstromingen plaatsvonden. Ook wist graaf Anton Günther het gebied buiten de brandhaarden van de Dertigjarige Oorlog te houden. Na de Napoleontische tijd maakte het deel uit van het Groothertogdom Oldenburg en daarna van het Duitse Keizerrijk. Vanaf de Deense periode was er sprake van een niet onbelangrijke scheepsbouw; er was van 1730 tot in de Napoleontische tijd een aantal kleine werven, die tjalken en zelfs grote, zeewaardige zeilschepen hebben gebouwd.

In de vroege 19e eeuw begon, vooral in Jeddeloh, de grootschalige turfwinning in de talrijke veengebieden. Veel inwoners van de huidige gemeente waren vanaf circa 1850 zeer arm. Velen trokken jaarlijks als hannekemaaiers naar o.a. Nederland, waar zij de kost konden verdienen. Er was ook veel emigratie naar de Verenigde Staten.

Later trad vooruitgang in door de economische ontwikkelingen rond de Industriële Revolutie: het Hunte-Eemskanaal, het latere, in 1935 uitgediepte Küstenkanaal, werd tussen 1855 en 1893 aangelegd en van 1912 tot 1991 had de gemeente een eigen smalspoorlijntjeTegenwoordig een fietspad. naar Bad Zwischenahn voor o.a. de afvoer van de gestoken turf. Opvallend was aan het eind van de 19e eeuw nog de keuze voor de ouderwetse windenergie: er werden vier grote windmolens naar Hollands model gebouwd, waarvan er twee nog steeds het dorpsbeeld mede bepalen. Na 1900 werd de turfwinning en de winning van akkerland door veenontginning grootscheeps aangepakt. Bestaande dorpen groeiden en nieuwe veenkoloniën ontstonden, waaronder Süddorf en Husbäke.

In de Eerste Wereldoorlog werden veel van de turfstekers en boerenzonen en -knechts uit de streek, die in het leger dienden, vervangen door tewerkgestelde dwangarbeiders en krijgsgevangenen.

De nazi-tijd bracht de bevolking aanvankelijk enige voorspoed, doordat de prijzen van turf en landbouwproducten stegen. In deze periode werden de gemeentegrenzen in de regio gewijzigd, waardoor de gemeente Edewecht ongeveer 20% uitgestrekter en volkrijker werd dan voordien. Ook in de Tweede Wereldoorlog werden in het leger dienende mannen "vervangen" door krijgsgevangenen, o.a. uit de Sovjet-Unie, en dwangarbeiders. Zo kon de turf- en voedselproductie enigszins op peil blijven. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog verslechterde de situatie voor Edewecht en omgeving radicaal. In april 1945 rukten de Canadese troepen op naar het door onder anderen Duitse parachutistenOnder hen zou volgens verscheidene Duitse bronnen de later beroemd geworden kunstenaar Joseph Beuys zijn geweest, die op 27 april 1945 bij Edewecht gewond raakte. en andere elitesoldaten zwaar verdedigde Edewechterdamm aan de zuidgrens van de gemeente. Nadat zij daar rond de 21ste een bruggenhoofd over het als verdedigingslinie voor Wilhelmshaven strategisch belangrijke en dus zwaar verdedigde Küstenkanaal hadden geforceerd, moesten de Canadezen het langgerekte dorp Edewecht in zware gevechten huis voor huis veroveren. Pas op de 27e april was Edewecht gevallen. Het dorp was geheel verwoest, en de strijd had circa duizend mensen, zowel soldaten als burgers, het leven gekost. Na de verovering van Edewecht wachtten de geallieerden nog enige dagen van zware strijd om ook de noordelijke buurgemeente Bad Zwischenahn met haar Fliegerhorst (luchtmachtbasis) te bezetten.