De platrugzeeschildpad (Natator depressus) is een schildpad uit de familie zeeschildpadden (Chelonidae).
De platrugzeeschildpad leeft zoals alle zeeschildpadden in de zee en alleen de vrouwtjes komen op het land om de eitjes te begraven. Het verspreidingsgebied beslaat het oosten van de Indische Oceaan, westelijke delen van de Grote Oceaan en de kustwateren van noordelijk en noordoostelijk Australië. Het verspreidingsgebied is tamelijk klein in vergelijking met dat van andere zeeschildpadden. De schildpad leeft in ondiepe wateren met een modderige of zanderige bodem en niet op open zee. Vanwege het kwetsbare schild worden rotsige omgevingen vermeden.
De platrugzeeschildpad is een carnivoor die verhoudingsgewijs meer vlees eet in vergelijking met andere soorten zeeschildpadden. Op het menu staan voornamelijk zeekomkommers; dit zijn langzame dieren die op de zeebodem leven.
De schildpad is sterker verwant aan de soepschildpad dan aan alle andere soorten zeeschildpadden en is hiermee ook lange tijd verward. Het is een vrij kleine soort die een schildlengte bereikt van ongeveer 90 centimeter en een lichaamsgewicht van ongeveer 60 kilogram. Volwassen exemplaren zijn in één oogopslag te herkennen aan het platte schild en de wat opstaande randen van het rugschild, die bij geen enkele andere zeeschildpad voorkomen.
Naamgeving en taxonomie De Nederlandstalige naam platrugzeeschildpad slaat op het relatief platte schild in vergelijking met de andere zeeschildpadden. Ook wordt soms de naam platte soepschildpad gebruikt, omdat de platrugzeeschildpad en de soepschildpad nauwer aan elkaar verwant zijn dan aan andere zeeschildpadden. Een andere benaming die wordt gebruikt voor deze soort is platrugschildpad
Ook in andere talen wordt verwezen naar het relatief platte schild, zoals het Engelse 'flatback sea turtle' en het Franse 'Chélonée à dos plat'. In het Duits wordt de naam 'Wallriffschildkröte' gebruikt, wat vertaald kan worden als Groot Barrièrerif-schildpad. Ook de naam 'australische Suppenschildkröte' wordt gebruikt wat verwijst naar de vermeende verwantschap met de soepschildpad.
De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Samuel Garman in 1880. Oorspronkelijk werd de naam Chelonia depressa gebruikt, tegenwoordig is alleen de soepschildpad een vertegenwoordiger van het monotypische geslacht Chelonia. De schildpad is later ook beschreven onder de wetenschappelijke naam Natator tessellatus. De wetenschappelijke geslachtsnaam Natator is Latijn voor zwemmer en de soortnaam depressus betekent vrij vertaald afgeplat.
Verspreiding en habitat thumb|340px|Verspreidingsgebied in het blauw, de belangrijkste neststranden zijn met rode stippen aangegeven, zie tekst. De meeste zeeschildpadden hebben een zeer uitgestrekt verspreidingsgebied en komen vrijwel wereldwijd voor. Sommige soorten trekken vele duizenden kilometers van de voedselgebieden naar de eiafzetplaatsen. De platrugzeeschildpad is samen met de Kemps zeeschildpad de enige met een heel beperkt verspreidingsgebied. De platrugzeeschildpad is de enige zeeschildpad die nog nooit in Europa is waargenomen. Het verspreidingsgebied van de platrugzeeschildpad bestaat uit drie met elkaar verbonden delen. In het noordwesten komt de soort voor in het oostelijke deel van de Indische Oceaan, in het noordoosten is de schildpad te vinden in het zuidwesten en westelijk centrale deel van de Grote Oceaan. In het oosten komt de platrugzeeschildpad voor in de kustgebieden in het noordoosten en oosten van Australië.
De nesten worden afgezet van noordelijk West-Australië en oostwaarts langs de kust van Noordelijk Territorium tot Queensland op ongeveer 25 graden zuiderbreedte bij de stad Mon Repos. Er zijn vier belangrijke gebieden met meerdere neststranden die worden onderscheiden. Op de verspreidingskaart rechts zijn de belangrijkste neststranden weergegeven en de vier groene cirkels geven de verschillende genetische variaties aan. De belangrijkste neststranden in het westen (A) zijn van links naar rechts Barrow Island, Mundabullangana en Cemetery Beach. De stranden in het noorden (B) zijn van links naar rechts Cape Domett (links), Bare Sand Island (midden), Field Island (rechtsonder) en Greenhill Island (rechtsboven). De stranden in het noordoosten (C) zijn van zuid naar noord Sir Edward Pellew Island, Crab Island en Deliverance Island. De stranden in het oosten (D) zijn van noord naar zuid Wild Duck Island, Peak Island, Curtis Island en Woongarra Coast.Bij het zoeken naar voedsel kan de schildpad verder van de neststranden worden aangetroffen; van ten zuiden van de Steenbokskeerkring in het zuiden tot delen van Papoea-Nieuw-Guinea in het noorden van het verspreidingsgebied.
De platrugzeeschildpad komt alleen voor langs de kust rond de continentale plaat van Australië. De schildpad mijdt de open zee en blijft in de warmere wateren waar het dier graag aan de oppervlakte drijft om zich op te warmen aan de zon. De platrugzeeschildpad spendeert veel tijd aan het opwarmen van het lichaam door al drijvend aan het wateroppervlak te zonnebaden. Vogels die over zee vliegen landen regelmatig op het rugschild van de schildpad om uit te rusten wat door de schildpad wordt getolereerd. De platrugzeeschildpad is alleen te vinden in relatief ondiepe wateren die niet dieper zijn dan 70 meter. De schildpad komt alleen in wateren met een zachte bodem, rotsachtige delen van de kustwateren worden vermeden. Dit heeft waarschijnlijk te maken met het zachte, kwetsbare schild dat gemakkelijk beschadigd raakt.
Uiterlijke kenmerken thumb|Buikzijde van een opengesneden juveniel. Duidelijk te zien is dat de achterpoten een wezenlijk andere vorm hebben dan de voorpoten. De platrugzeeschildpad is een relatief kleine soort die aan de lichaamskleur en de schildkenmerken kan worden onderscheiden van andere zeeschildpadden.
Kop, poten en staart De kop van de schildpad is te onderscheiden aan het enkele paar prefrontaalschubben, net zoals bij de soepschildpad het geval is. Alle andere soorten zeeschildpadden hebben twee paar prefrontalen. De bek van de schildpad heeft geen gekartelde rand en de bovenkaak steekt slechts iets uit ten opzichte van het deel aan de onderkaak.
Zoals bij alle zeeschildpadden worden de voorpoten veel groter dan de achterpoten. De voor- en achterpoten zijn omgevormd tot flippers en de vingers en tenen zijn niet meer te onderscheiden. Aan iedere poot is een klein klauwtje aanwezig aan de binnenzijde, dit is het restant van de eerste teen of vinger.
De staart is bij de mannetjes duidelijk dikker en langer dan die van de vrouwtjes. De staart heeft geen functie meer bij de voortbeweging zoals bij andere reptielen het geval is.
Schild De soort is makkelijk van andere zeeschildpadden te onderscheiden door het afgeplatte rugschild, het schild van de volwassen exemplaren is niet stekelachtig aan de achterzijde zoals de karetschildpad (Eretmochelys imbricata) en heeft geen kielen. Juvenielen hebben overigens wel een opstaande rand op het midden van het schild die vervaagt naarmate het dier ouder wordt. Oudere dieren zijn in één oogopslag te herkennen aan de wat omhoog gekrulde schildranden, die juvenielen echter nog niet hebben. Met name aan de achterzijde van het rugschild staan de randen wat omhoog. De maximale schildlengte is 115 centimeter, de schildkleur is bruin tot grijsgroen en het schild heeft een gele rand die bij de wat donker gekleurde juveniele exemplaren beter te zien is, de onderzijde is witgrijs.
De maximale schildlengte is 114,7 centimeter maar de meeste exemplaren blijven aanmerkelijk kleiner tot ongeveer een meter. Bij jonge dieren zijn de hoornplaten aan de achterzijde van het rugschild doornachtig, bij oudere exemplaren vervagen deze punten naarmate ze ouder worden.
thumb|left|290px|Een juveniel exemplaar waarbij de belangrijkste lichaamsdelen zijn aangegeven. De hoornplaten op het rugschild of carapax van de platrugzeeschildpad zijn zeer dun en erg kwetsbaar; ze raken bij de geringste aanraking gemakkelijk beschadigd. Het schild is ook veel vleziger en plooibaarder dan dat van andere zeeschildpadden en het voelt enigszins slijmerig aan. Het schild van de platrugzeeschildpad draagt verhoornde, schubachtige platen die de schilden worden genoemd. De rij schilden op het midden van het schild worden de wervelschilden of ventraalschilden genoemd, dit zijn er altijd vijf bij de zeeschildpadden. Aan weerszijden hiervan zijn vier ribschilden of costalen gelegen, waarbij het voorste schild niet in contact staat met het nekschild of nuchaalschild. Veel andere zeeschildpadden hebben een afwijkende configuratie van de rugschilden. Het rugschild is grijs tot groen van kleur en nooit roodbruin. Het schild is soms bedekt met algen die het een groene kleur geven.
Het buikschild of plastron heeft een lichtgrijze kleur bij de volwassen exemplaren, bij de juvenielen is het buikschild lichter van kleur. Tussen het rugschild en het buikschild is een verbinding aanwezig die de brug wordt genoemd. Hierop zijn vier schubben gelegen die de inframarginaalschubben worden genoemd. Deze schubben hebben geen porie aan de achterrand, zoals bij sommige andere zeeschildpadden het geval is.
Onderscheid met andere soorten In vergelijking met de soepschildpad is de kop van de platrugzeeschildpad relatief breed en driehoekig van vorm en de soepschildpad heeft daarnaast langere voorpoten. Een roodbruine schildkleur komt nooit voor bij de platrugzeeschildpad, wat de soort onderscheidt van de karetschildpad en de onechte karetschildpad. Van Kemps zeeschildpad en de warana is de platrugzeeschildpad te onderscheiden doordat bij eerstgenoemde soorten het voorste ribschild wel het nekschild raakt en bij de platrugzeeschildpad niet.
Voedsel en vijanden De platrugzeeschildpad is een vleeseter (carnivoor) die voornamelijk dieren eet die op de zeebodem leven. Het menu bestaat voornamelijk uit zeekomkommers en daarnaast worden kreeftachtigen, kwallen en andere zeedieren buitgemaakt en soms wordt ook plantaardig materiaal zoals algen gegeten.Van de juvenielen is bekend dat ze leven van slakken, koralen, zeelelies, inktvissen zoals zeekatten, kwallen en hydroïdpoliepen.
De jonge zeeschildpadjes hebben vele vijanden en worden door een breed scala aan dieren gegeten, zoals vissen en zoogdieren. Vogels die de jongen eten zijn verschillende reigers en pelikanen.
De volwassen exemplaren hebben slechts weinig vijanden vanwege de lichaamslengte en het harde schild. Aanvallen op de platrugzeeschildpad zijn alleen bekend van grote haaien en grote zeeroofdieren zoals de orka. Ook de zeekrokodil jaagt soms op de platrugzeeschildpad.
De nesten van de schildpad worden opgegraven door onder andere grote reptielen en zoogdieren, voorbeelden zijn varanen zoals de Goulds varaan (Varanus gouldii) en vossen. In delen van het verspreidingsgebied, zoals Kaap York-schiereiland, zijn door de mens geïntroduceerde varkens verantwoordelijk voor het opeten van vele eieren. In sommige gebieden eten de varkens nagenoeg alle nesten leeg.
Voortplanting en ontwikkeling thumb|Een jong exemplaar op het strand. Vrouwtjes zijn na ongeveer 10 jaar volwassen. De gemiddelde schildlengte van nestgravende vrouwtjes is 90,7 centimeter. De meeste nesten worden gegraven in de maanden november en december, de vrouwtjes komen 's avonds en 's nachts aan land om de eieren af te zetten. Als nestlocatie worden vaak de toppen van zandduinen gebruikt, of steile hellingen die aan de strandzijde gelegen zijn. Het nest is ovaal van vorm en meet ongeveer 20 tot 22 bij 12 tot 15 centimeter en is ongeveer 30 – 36 cm diep. De afzet van de eieren duurt ongeveer tien minuten. Het nest wordt daarna afgedekt en er wordt zand uit de omgeving opgeworpen zodat een klein hoopje ontstaat.