miniatuur|Renault Austral 2023 miniatuur|Renault Zoé, puur elektrisch Renault S.A. is een Franse fabrikant van personenauto's, bedrijfswagens, trucks, tractoren en vliegtuigmotoren. Het concern is opgericht door Louis Renault en is een groot gedeelte van zijn bestaan staatsbedrijf geweest, onder de naam Régie Nationale des Usines Renault. Bijnaam van het Franse merk is dan ook 'La Régie'. Een andere bijnaam is 'Le Losange', verwijzend naar het logo.
Het hoofdkantoor van het concern is gevestigd in Boulogne-Billancourt en het onderzoekshoofdkantoor (Technocentre Renault) in Saint-Quentin-en-Yvelines. In de periode maart 2005 tot eind januari 2019 was Carlos Ghosn, een Braziliaan die wereldfaam heeft bereikt door de problemen bij Nissan op te lossen, CEO van Renault. Ghosn werd opgevolgd door Bolloré die medio oktober 2019 is vervangen door CFO Clotilde Delbos.
Activiteiten Groupe Renault bestaat uit drie bedrijven/merken: Renault (1,57 miljoen auto's/lichte bedrijfswagens in 2024), Dacia (676.000) en Alpine (5.000). Lada verkocht in 2021 nog zo'n 386.000 auto's, maar werd in 2022 verkocht en telt niet meer mee in cijfers over 2022.
In 2022 verkocht Renault in totaal 2,05 miljoen voertuigen, waarvan zo'n 160.000 elektrisch. Renault Annual report 2022, geraadpleegd op 8 augustus 2023 Het wereldmarktaandeel is zo'n 2,5%. De meeste voertuigen worden verkocht in de thuismarkt Frankrijk, waar bijna een half miljoen stuks werden afgezet. Renault heeft in dit land een kwart van de markt in handen. Alleen in Marokko ligt het marktaandeel hoger. In Europa, inclusief Frankrijk, werd 80% van de omzet gerealiseerd en minder dan 10% in Azië. Renault heeft geen verkoopnetwerk in Noord-Amerika en in Zuid-Amerika is Brazilië de grootste afzetmarkt.
In 2019 telde Renault nog bijna 180.000 medewerkers, dit daalde naar 156.000 in 2021, van wie 46.000 bij het Russische AvtoVAZ (het moederbedrijf van Lada). In 2022 was het aantal medewerkers gedaald naar 105.800.
Renault heeft aandelenbelangen in diverse autofabrikanten zoals in Nissan (43,4%), in Dacia (99,4%) en in het Duitse Daimler AG (1,55% als onderdeel van een samenwerking tussen dit bedrijf en de Renault-Nissan alliantie). Tot mei 2022 had het een aandelenbelang van 67,61% in AvtoVAZ.
Resultaten De grootste bijdrage aan de omzet levert de verkoop van voertuigen en onderdelen. De financieringsafdeling, RCI Banque, heeft een aandeel in de omzet van zo’n 5%. RCI Banque levert wel een belangrijke en consistente bijdrage aan het resultaat van het concern. De resultaten van de eigen voertuigactiviteiten zijn bescheiden en laten over de jaren forse fluctuaties zien. Renault leverde een belangrijke bijdrage aan het voortbestaan van Nissan, maar tegenwoordig is het grootste deel van de winst van Renault afkomstig uit het aandelenbelang in Nissan en zijn de rollen min of meer omgekeerd. Vanwege het minderheidsbelang worden de cijfers van Nissan niet geconsolideerd in de cijfers van Renault, alleen het aandeel in de nettowinst van Nissan wordt in de cijfers verwerkt.
In 2022 werd het belang in AvtoVAZ verkocht, dit leidde tot een eenmalige afschrijving van de waarde van dit belang met 2,3 miljard euro.
Jaar Diverse jaarverslagen van Renault Auto-verkopen(×1000) Omzet Bedrijfs-resultaat Winstbijdragevan Nissan Netto-resultaat (× € miljoen)2008238237.7913263455992009230933.712–396–902–30682010262638.9711099108434902011272242.6281091133221392012255041.270729123417352013262840.932124214986952014271241.0551609155919982015280245.3272375197629602016318251.2433282174135432017376058.7703854279152212018388457.4193612150933022019375355.5372662242–1412020295043.374–1999–4970–80082021269646.21313983809672022205146.3912595526–7002023223552.376411779723152024226556.2324263−4838912025233757.9223632−2331−10.795
Geschiedenis thumb|Originele fabriek in Boulogne-Billancourt. Het terrein is in gebruik als een museum. De broers Renault: v.l.n.r. Marcel, Louis en Fernand Renault|thumb|left|210px thumb|Place du Tertre, Montmartre, Parijs.
Op kerstavond in 1898 staan Louis Renault en zijn broers, Marcel en Fernand, met wat vrienden te praten over de auto die voor de deur staat. Het is een Voiturette, die de 22-jarige Louis als experiment in elkaar gezet heeft door zijn De Dion-Bouton driewieler om te bouwen tot een vierwielig motorvoertuig. Louis, destijds werkzaam bij het verwarmingsketelbedrijf Delaunay-Belleville, heeft een versnellingsbak ontworpen waarbij de motoras in de eerste versnelling rechtstreeks (prise directe) een cardanas aandrijft die eindigt in een differentieel. Een feestende advocaat besluit om een weddenschap af te sluiten met Louis en deze vertrekt met zijn voertuig de Rue Lepic in, de Montmartre omhoog. In die tijd een onbezonnen actie daar deze weg een stijgingspercentage kent van 13%. De advocaat is zo onder de indruk van de auto dat hij er meteen een voor zichzelf bestelt bij de jonge Fransman, alsook de rest van het gezelschap. Zo stond Louis Renault aan het begin van zijn carrière als automobielfabrikant.
Samen met zijn broers, Marcel en Fernand, richt hij op 25 februari 1899 Renault Frères op, als hij merkt dat er een grote belangstelling is voor de auto's die hij produceert in de achtertuin van het landhuis dat zijn vader heeft gekocht in Boulogne-Billancourt (Parijs). De onderneming groeit snel en de klanten komen van heinde en verre om de auto's van de gebroeders Renault te kopen. Het productieaantal van Renault stijgt snel; van 2200 auto's in 1906, naar 3800 in 1908 en bijna een verdubbeling binnen twee jaar naar 6800 (1910). Marcel Renault overlijdt in 1903 als hij verongelukt tijdens de rally van Parijs naar Madrid. Louis blijft alleen aan het roer van het bedrijf als ook Fernand zich, twee maanden voor zijn dood, terugtrekt uit het bedrijf in 1909.
In april 1911 vertrekt Louis naar de Verenigde Staten om te kijken naar de productiefaciliteiten van Ford, waar heel Europa over aan het praten was. Hij ontmoet Henry Ford en als hij terugkeert naar Parijs is hij vastbesloten om Renault een van de grootste industriële concerns van Frankrijk te maken. Renault wordt al snel ontdekt door de Franse elite en binnen een korte tijd wordt het automerk aangesproken door de adel en topzakenmannen uit het Verenigd Koninkrijk, Argentinië, Rusland en Spanje. Tijdens het bezoek van de koning en koningin van Spanje in 1906 verplaatst het gezelschap zich in een Renault 35 CV, samen met de Franse president Emile Loubet. Het autobedrijf blijft doorgroeien en weet de combinatie sport en luxe goed te combineren (zo won Marcel in 1902 de race van Parijs naar Wenen in een Renault).
Eerste Wereldoorlog thumb|rechtop|Gaston Doumergue vertrekt vanuit Versailles (1924) in een Renault 40 CV thumb|40 CV op de omslag van OMNIA Renault 4CV, 1946|thumb Renault Juvaquatre utilitaire|thumb Renault Floride, 1958|thumb miniatuur|Renault Colorale Pick-Up in 1978 in Frankrijk, departement Manche Renault 9 turbo in de Verenigde Staten. Deze werd daar verkocht als de Renault Alliance.|thumb
Als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt staat Frankrijk voor een dilemma omdat er te weinig gemotoriseerde voertuigen beschikbaar zijn om de oorlog voort te kunnen zetten. Renault wordt een belangrijke spil van het Franse leger als Louis akkoord gaat om geavanceerde pantservoertuigen te produceren voor de oorlog (zie FT-17). Na de Vrede van Versailles (1919) voorspellen vele economen een slechte toekomst voor Europa, nu grote delen van Frankrijk en Duitsland verwoest zijn. Renault Frères is echter goed uit de oorlog gekomen en direct na de oorlog (en een korte restauratie van de fabrieken) hervat Louis Renault de productie van zijn luxe automobielen weer.
Op de Autotentoonstelling van Parijs in 1927 neemt het flink gegroeide bedrijf afscheid van een van de succesvolste automodellen uit die tijd, de Renault 40 CV. Dit topmodel heeft Renault niet alleen veel geld opgeleverd, de auto won ook de Rally van Monte Carlo in 1925 en brak verscheidene records. Van 3 tot 4 juni legde een 40 CV in 24 uur precies 3384,749 kilometer af, waarmee de 40 CV het snelheidsrecord verbeterde. Over een tijdsbestek van 24 uur reed de auto gemiddeld 141,031 kilometer per uur, een prestatie destijds. Alhoewel Bentley een paar maanden later het record naar zich toe haalde, brak een nieuw geïntroduceerde 40 CV (uit juli 1926) opnieuw het record door een gemiddelde snelheid van 173,649 km/u te bereiken over een tijdsbestek van 24 uur.
In 1928 verrast Renault door op de Autotentoonstelling van Parijs met een opvolger van de 40 CV te komen; de Reinastella (officieel: RM). De grootste verrassing ligt onderhuids, het is de allereerste Renault met een achtcilindermotor. De Reinastella zal een van de laatste modellen in die vorm van Renault zijn en de Reinastelladynastie eindigt dan in 1938. De beurskrach aan de andere kant van de oceaan zorgt ervoor dat de luxe, elitaire Reinastella overbodig raakt. Renaults productie daalt door de krach met 26% en Frankrijk zakt snel op de wereldranglijst van autofabrikanten. Het Parijse autobedrijf komt de klap te boven als het in 1930 en de jaren daarna allerlei nieuwe modellen introduceert, zoals de Nervastella, de Reinasport en de Nervasport. Renault komt zij aan zij te staan op de boulevards met Rolls-Royce en Hispano Suiza.
In 1933 kocht Renault de vliegtuigfabrieken van de gebroeders Caudron op.
Aan het einde van de jaren dertig waait uit de Verenigde Staten een trend over om gestroomlijnde auto's te ontwerpen. Renault past alle modellen aan en de productie van de uit de mode geraakte Reinastella wordt definitief gestaakt. Renault begint steeds meer vliegtuigmotoren te produceren en bereikt hiermee veel succes. De Caudron-Renault wint Coupe Deutsch-de-la-Meurthe en breekt twee wereldsnelheidsrecords achter elkaar.
In en na de Eerste Wereldoorlog leverde Renault de Renault FT tank en met dit succes bleef Renault een vaste leverancier aan het leger. Voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kreeg het grote orders voor rollend militair materieel. Vanaf 1932 leverde het bedrijf meer dan 5000 Renault UE tankettes. Verder werden honderden exemplaren verkocht van de lichte tank type AMR 33 en AMR 35. Van de R35 werden vanaf 1937 ruim 1500 stuks geleverd. Middelzware en zware tanks werden ook geleverd zoals de Char D1 en D2 en B1. Renault was daarmee de belangrijkste fabrikant van pantservoertuigen in het land. Vrachtwagens werden ook gemaakt, van de drie versies van de Renault AHx werden ruim 40.000 voertuigen gemaakt waarvan veel door de Wehrmacht zijn ingezet.
Tweede Wereldoorlog Tijdens de Tweede Wereldoorlog produceert Renault machines en gevechtsvoertuigen zowel voor de geallieerden als voor de Duitsers. Louis Renault wordt na de bevrijding van Frankrijk in 1944 gearresteerd op beschuldiging van collaboratie. Kort daarna overlijdt hij in de gevangenis, nog voordat de rechtszaak tegen hem kon beginnen. Renault Frères wordt genationaliseerd en omgedoopt in Régie Nationale des Usines Renault. Na de Tweede Wereldoorlog wordt de populaire 4CV geïntroduceerd. Renault komt snel boven op de klap van de Tweede Wereldoorlog en onder president-directeur Pierre Lefaucheux worden er allerlei berlines gelanceerd die Renault in binnen- en buitenland populair moeten maken. De Renault Frégate luidt dit nieuwe tijdperk in.
Naast de berlines experimenteert Renault in de jaren vijftig ook veel met prototypes en nieuwe, exotische modellen. In 1956 wordt de experimentele sportwagen Etoile Filante in de Verenigde Staten geïntroduceerd en deze breekt in de jaren daarna tweemaal de Amerikaanse snelheidsrecords. Nadat Lefaucheux in 1955 is verongelukt en de avontuurlijke Pierre Dreyfus hem is opgevolgd komen er nog meer experimenten. Zo wordt een serie extreem gestroomlijnde prototypes gelanceerd, zoals de Renault 900 en de Renault Floride, die ook in productie gaat.