Opel Automobile GmbH, vaak afgekort tot Opel, is een van oorsprong Duitse autofabriek, die sinds 16 januari 2021 in handen is van het multinationale autoconcern Stellantis.PSA en FCA heten nu Stellantis, Autogids.be, 4 januari 2021 In 1862 werd het bedrijf opgericht door Adam Opel en pas in 1899 werd de eerste auto van het merk geproduceerd. Sinds de omzetting in een Aktiengesellschaft in 1929 behoorde Opel tot de General Motors-groep. Als gevolg hiervan zijn Opel-modellen ook bij andere merken van General Motors te vinden, zoals Vauxhall (Verenigd Koninkrijk) (vanaf eind jaren 70), Holden (Australië en Nieuw-Zeeland) en Chevrolet (onder andere Latijns-Amerika). Ook van drie voorgaande merken zijn af en toe modellen bij Opel te vinden.

Met 38.000 werknemers in 2016, verspreid over tien fabrieken in Europa, worden per jaar ruim 1 miljoen voertuigen geproduceerd. Opel/Vauxhall heeft in Europa een marktaandeel van iets minder dan 6%. Opel is een van de grootste autofabrikanten in Europa.

Activiteiten In 2016 verkocht Opel ongeveer 1,2 miljoen voertuigen (2015: circa 1,14 miljoen). Opel beschikt over tien fabrieken en drie ontwikkel- en testcentra in zeven Europese landen. Het telde in het jaar 2016 38.000 medewerkers, waarvan 19.000 in Duitsland. In de Zaragoza fabriek in Spanje werden in 2016 meer dan 360.000 voertuigen geproduceerd en dit was de grootste productielocatie van Opel. In Duitsland liepen 260.000 voertuigen van de band. In de twee fabrieken in Engeland, Ellesmere Port en Luton, bleef de productie iets onder de 200.000 voertuigen steken. In Polen werden ook 200.000 voertuigen gemaakt.

De personenauto's en lichte bedrijfswagens, inclusief die van Vauxhall, worden in meer dan vijftig landen verkocht. De grootste afzetmarkten van Opel/Vauxhall zijn het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Italië, hier werden in 2016 meer dan 650.000 voertuigen verkocht. In België en Nederland lagen de verkopen op zo’n 40.000 voertuigen. In Europa had Opel/Vauxhall een marktaandeel van 5,7% in 2016.

In 2019 werden er wereldwijd 973.431 voertuigen verkocht en 632.687 in 2020.

Geschiedenis thumb|left|200px|Advertentie van een Opel-naaimachine uit 1900.

Oprichting door Adam Opel Adam Opel was de oudste zoon van Philipp Wilhelm Opel, een slotenmaker uit Rüsselsheim. Na een stage in het bedrijf van zijn vader reisde Opel als gezel naar onder meer Luik, Brussel en Parijs, waarna hij, samen met zijn broer Georg, in de naaimachinefabriek Journaux & Leblond aan de slag ging. In 1862 werkte hij in de naaimachinefabriek van Huguenin & Reimann, maar in de herfst van datzelfde jaar keerde hij terug naar de werkplaats van zijn vader om te beginnen aan de productie van de eerste Opel-naaimachine.

In het voorjaar van 1863 begon Adam Opel als zelfstandige in een voormalige koeienstal. Georg, die in Parijs gebleven was, zorgde voor al het nodige staal, naalden en haken. De productie van naaimachines nam echter veel tijd in beslag, waardoor Opel onder meer ook wijnkurkmachines en naaimachines van het bedrijf Plaz & Rexroth uit Parijs verkocht. In 1864 kwamen ook Londense naaimachines, met het octrooi van Elias Howe, in het aanbod van Opel.

In 1868 trad Adam Opel in het huwelijk met ondernemersdochter Sophie Marie Scheller. Zij maakte de oprichting van een heuse Opel-naaimachinefabriek mogelijk. Na het overlijden van Adam in 1895 besloten zijn weduwe Sophie en hun vijf zonen Carl, Wilhelm, Heinrich, Fritz en Ludwig om de onderneming voort te zetten.

Pas in 1900 werd duidelijk dat er geen toekomst meer zat in de productie van naaimachines. In 38 jaar tijd werden door Opel meer dan een miljoen naaimachines geproduceerd en verkocht. De verkoop daalde plots drastisch waardoor de laatste Opel-naaimachines tegen zeer lage prijzen werden verkocht aan groothandel en overzeese klanten.

Productie van fietsen In 1886 overtuigden zijn vijf zoons Opel om de allereerste Opel-fiets te produceren, een hoge bi. In 1898 produceerden de 1200 werknemers in de Opel-fabriek reeds 25.000 naaimachines en 15.000 fietsen. De fabrieksbrand in 1911 legde de productie lam, maar in 1912 werd de productie van fietsen reeds hernomen.

Het succes van de vijf zoons in de wielersport betekende meteen ook een succes voor de productie en verkoop van de fietsen. In de jaren '20 werd Opel zo de grootste fietsproducent ter wereld. In 1936 werd de fietsproductie verkocht aan NSU waardoor er in de Opelfabriek enkel nog gemotoriseerde voertuigen van de band rolden.

Motorfietsen thumb|Opel motorfiets.

Van 1902 tot 1907 en van 1910 tot 1932 werden door het merk ook motorfietsen geproduceerd. In 1928 begon de laatste motorfietsperiode toen Opel de Elite-Diamant fabriek kocht.

Begin in de automobielsector thumb|De eerste Opel-wagen: de Patentmotorwagen „System Lutzmann“. thumb|De Kapitän was de één miljoenste Opel. thumb|De eerste generatie van de Opel Blitz werd door zowel Duitse als Italiaanse soldaten gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1898, drie jaar na het overlijden van vader Adam die nooit wagens wilde en zou produceren, begonnen zijn zoons met de bouw van hun eerste wagen. In 1899 kochten ze hiervoor de Anhaltische Motorwagenfabrik van Friedrich Lutzmann. Ze benoemden hem wel tot directeur van de autoproductie en brachten zo de Opel Patentmotorwagen „System Lutzmann“ op de markt, de allereerste wagen van Opel. De samenwerking met Lutzmann zou uiteindelijk slechts twee jaar duren.

In het begin werd voornamelijk geëxperimenteerd met carrosserie- en motor-varianten. Door een gebrek aan middelen om de inmiddels hoogtechnologische Franse wagenproducenten bij te houden, werd de productie van een nieuwe wagen uitgesteld. In 1902 werd uiteindelijk een samenwerkingscontract afgesloten met Darracq. Tevens kwam in datzelfde jaar de eerste wagen op de markt die volledig onafhankelijk door Opel werd geproduceerd, de Opel 10/12 PS. Deze had een 1.9-liter twinmotor. Tijdens de samenwerking met Darracq werden wagens op de markt gebracht onder de naam Opel-Darracq.

Toen Carl Jörns in 1907 met een wagen met 60pk de Kaiserpreis won, werd Opel door Wilhelm II benoemd tot hofleverancier. Het duurde echter nog tot 1909 tot de eerste relatief betaalbare wagen voor het gewone volk op de markt kwam. De tweezits-cabriolet kreeg door het grote gebruik door huisartsen al snel de bijnaam "Doktorwagen".

In 1911 werd de oorspronkelijke fabriek verwoest door een brand. Bij de heropbouw werd gekozen voor de nieuwste technologieën waardoor Opel in 1914 de grootste Duitse producent was van gemotoriseerde voertuigen.

Na de Eerste Wereldoorlog Ten zuiden van Rüsselsheim werd in 1919 een testbaan aangelegd voor de nieuwste modellen. Het was de allereerste race- en testbaan in Duitsland die ook uitsluitend voor deze proeven werd gebruikt. Het zou echter nog vijf jaar duren voor deze op grote schaal werd gebruikt. In 1924 investeerde Opel namelijk meer dan een miljoen Reichsmark in een totale modernisering waardoor ook lijnproductie mogelijk werd. Met een marktaandeel van 37,5 procent was Opel ook in 1928 nog steeds de grootste autoproducent van Duitsland.

Uiteindelijk werd in 1929 besloten om voor net iets minder dan 26 miljoen Amerikaanse dollar 80 procent van de aandelen te verkopen aan General Motors. GM werd hiermee meteen de grootste aandeelhouder binnen de onderneming. Twee jaar later kochten ze ook de resterende 20 procent op.

In 1935 slaagt Opel er als eerste Duitse automerk in om 100.000 wagens van hetzelfde model te verkopen en in 1940 produceerden ze de één miljoenste auto, een Opel Kapitän. Kort daarna werd de productie van de personenwagens door het nazi-regime stilgelegd. De productie van de in 1930 geïntroduceerde lichte vrachtwagen Opel Blitz werd echter grootschalig ingezet voor de Duitse oorlogsdoelen.

Na de Tweede Wereldoorlog Bommen van de geallieerden vernietigden in 1944 de fabriek in Rüsselsheim volledig. Ook de fabriek in Brandenburg an der Havel werd door een geallieerd bombardement verwoest. Het duurde tot 1946 voor de productie van Opel weer op gang kwam, in de vorm van de Opel Blitz.

Een nieuwe passagierswagen kwam een jaar later uit en zou de naam Opel Olympia krijgen. Tegelijkertijd werd ook begonnen met de productie van koelkasten onder de naam "Frigidaire". De Opel Post, een werknemerstijdschrift, werd in 1949 voor het eerst uitgegeven en bestaat tot op heden nog steeds. Het is daarmee een van de oudste nog bestaande interne communicatiemiddelen.

In 1950 ging de vernieuwde fabriek van Rüsselsheim open. Alleen de Olympia en Kapitän werden destijds opnieuw in productie genomen. Alle andere modellen werden elders geproduceerd.

1960-1980: Opel wordt opnieuw marktleider thumb|De vernieuwde Kadett A uit 1962. thumb|De opvolger van de Kadett E: de Opel Astra F, het model op de foto betreft het facelift-model. Ook in Bochum werd een fabriek geopend om de productie nog meer te spreiden. Deze fabriek zou de Opel Kadett, waarvan in de jaren 30 al twee modelvarianten waren uitgekomen, helemaal vernieuwen. De Kadett B werd in 1967 het eerste Opel-model dat meer dan één miljoen keer werd verkocht.

In het voorjaar van 1964 kreeg de Kapitän er twee broertjes bij, de Opel Admiral en de Opel Diplomat. In de jaren 60 stond dit trio bekend als "de grote drie" of het "KAD-trio" (Kapitän-Admiral-Diplomat). De Opel Manta en de Opel Ascona vervolledigden in 1970 het rijtje en met 3,2 miljoen geproduceerde auto's was het een van de meest succesvolle generaties die Opel gekend heeft. Ook tijdens de rest van de jaren ‘70 was Opel nog in volle bloei. Door de jaren heen werd het merk al wel ingehaald door Volkswagen als de allergrootste van Duitsland, maar in bepaalde marktsegmenten bleef Opel marktleider.

1980-2008: Terugval op de markt Door de Irak-Iranoorlog stegen aan het begin van de jaren 80 de olieprijzen enorm. Hierdoor kwam Opel voor het eerst sinds 1950 weer in rode cijfers. Tot en met 1990 werd alleen de vierde generatie Kadett met geruststellende cijfers verkocht. De wagens aan het einde van de jaren 80 werden als te weinig innovatief beschouwd ten opzichte van marktleider Volkswagen en kenden veel kwaliteitsproblemen. Deze problemen staan bekend als het López-effect, wat verwijst naar destijds CEO José Ignacio López de Arriortúa. De Opel Omega en de Opel Astra leken door hun verkoopcijfers het tij aanvankelijk te keren, maar door diverse terugroepingen liep het imago van Opel een flinke deuk op. Na de overstap van López naar Volkswagen werd hij ervan verdacht belangrijke plannen van Opel meegenomen te hebben naar Volkswagen. Dit alles maakte het begin van de jaren 90 tot de meest onsuccesvolle periode uit de Opel-geschiedenis.

Door een onstabiele economie moest ook Opel aan het begin van de 21e eeuw aan zowel capaciteit als werkkrachten inboeten om uit de rode cijfers te blijven. In Bochum resulteerde dit in een daling 23.000 naar 6.000 medewerkers. Op 7 december 2005 veranderde Opel, door niet beursgenoteerd te zijn, van een naamloze vennootschap in een Gesellschaft mit beschränkter Haftung.

2008-2016: Financiële crisis en mislukte splitsing miniatuur|Opel Astra H