An American in Paris is een Amerikaanse muziekfilm uit 1951 van Vincente Minnelli met in de hoofdrol Gene Kelly (die ook de choreografie deed). Zijn tegenspeelster was Leslie Caron, in haar eerste film.
Het (revolutionaire) uitgangspunt voor de film was om het werk van George Gershwin, met name de compositie An American in Paris uit 1928, te combineren met Franse impressionisten. Uiteindelijk werd deze compositie niet alleen gecombineerd met de schilderkunst maar ook met Amerikaanse en Franse dans, in een 17 minuten durend (slot)ballet.
An American in Paris was een groot succes met een omzet in de bioscoop van meer dan acht miljoen dollar (wereldwijd). De film won zes Oscars. Bovendien werd tegelijkertijd een extra Oscar uitgereikt aan Gene Kelly voor zijn hele werk en de Irving G. Thalberg Memorial Award aan producent Arthur Freed. In 1993 werd An American in Paris vanwege het cultureel, esthetisch en historisch belang opgenomen voor conservatie in het National Film Registry van het Amerikaanse Library of Congress.
Verhaal De Amerikaan Jerry Mulligan (Gene Kelly), een veteraan uit de Tweede Wereldoorlog, probeert een carrière als kunstschilder op te bouwen in Parijs. Hij is regelmatig te vinden bij zijn vrienden, concertpianist Adam (Oscar Levant), die ook bezig is met zijn carrière, en de Franse ster en zanger Henri Baurel (Georges Guétary). De eerste twee hebben veel talent maar weinig geld en Jerry komt in aanraking met Milo Roberts (Nina Foch), een eenzame dame uit de betere kringen die hem financieel wil ondersteunen. Jerry raakt verliefd op de jonge Française Lise Bouvier (Leslie Caron), die een relatie heeft met Henri Baurel, maar ook verliefd raakt op Jerry. Verdere verwikkelingen volgen.
Rolverdeling
| Gene Kelly || Jerry Mulligan |- | Leslie Caron || Lise Bouvier |- | Oscar Levant || Adam Cook |- | Georges Guétary || Henri "Hank" Baurel |- | Nina Foch || Milo Roberts |- | Eugene Borden || Georges Mattieu
Voorgeschiedenis Arthur Freed gaf binnen MGM leiding aan wat wat wel de Freed unit heette, waarmee hij de ene musical na de andere produceerde. Binnen deze eenheid verzamelde hij toptalent op allerlei gebied, zodat er veel ambitie en mogelijkheden waren om iets bijzonders te maken.
De droom van Freed In 1948 was de balletfilm The Red Shoes een onverwacht kassucces. Voor producent Arthur Freed reden om zich nog eens te buigen over het idee dat hij had over een musicalfilm met een lange balletfinale. Tijdens een voorstelling van de suite An American in Paris van George Gershwin had hij inspiratie gekregen voor een musical rond deze compositie. In Freeds gedachten bouwde hij de suite uit tot een musical vol liedjes en composities van Gershwin. Het idee om van An American in Paris zelf een balletnummer te maken ontstond pas tijdens het filmen.
Begin Freed was een vriend van Ira Gershwin, en er was snel een principe overeenkomst, mits de muziek in de film allemaal van Gershwin was. De filmrechten van An American in Paris - A Tone Poem for Orchestra van George Gershwin werden door MGM op 1 juni 1949 gekocht voor 158.750 dollar. Ira ontving een bonus van 56.250 dollar voor zijn diensten als consultant en de opdracht nieuwe teksten te schrijven voor de liedjes.
Scenarist Alan Jay Lerner kreeg in december 1949 de opdracht om het scenario te schrijven. Hij werkte er in eerste instantie aan in periodes van 12 uur tot hij een script had, en werkte tot juni aan de laatste puntjes. Op 12 juni werd de eerste versie aan Freed gepresenteerd. Er volgden nog enige revisies maar uiteindelijk werd de film gemaakt volgens de eerste versie.
Het script werd rondom de gewenste personages geschreven. Een prominente rol werd opgezet voor Oscar Levant, een groot kenner van het werk van George Gershwin, die eerder een belangrijke bijdrage had geleverd aan Rhapsody in blue, een biografische film over George Gershwin. Hij gold als een briljant, maar neurotisch pianist en componist, dus werd er in het script een briljant, maar neurotisch pianist en componist opgenomen (Adam Cook).
Verder hoorde er in de film, die immers speelde in Parijs, een wat oudere en geslaagde Franse heer, een bon vivant; deze rol (Henri Baurel) werd geschreven speciaal voor Maurice Chevalier. Daarbij was geen rekening gehouden met het gegeven dat Chevalier veel voorstellingen had gegeven onder het Vichy regime en nog steeds omstreden was. Er doen verschillende verhalen de ronde over waarom het niet Chevalier werd, maar volgens Gene Kelly hield Chevalier de eer aan zichzelf en weigerde de rol. Uiteindelijk kreeg Georges Guétary de rol, alhoewel hij in werkelijkheid jonger was dan Gene Kelly. Het zou zijn enige Amerikaanse film blijven.
De hoofdrol van Amerikaan in Parijs hoorde vervuld te worden door een acteur die zowel kon dansen als zingen. Freed kon hiervoor kiezen uit de twee topdansers uit de stal van MGM, Fred Astaire en Gene Kelly. Ieder met een eigen stijl en duidelijk andere sterke punten. Omdat het de bedoeling was iets vernieuwends te maken en Kelly bovendien sterk was in het met dans vertellen van een verhaal kreeg hij de rol van Jerry Mulligan. Hij had veel succes gehad met On the Town en stond op het toppunt van zijn roem. Kelly ging zich gelijk bemoeien met de audities en later ook met de regie.
Voor de rol van Lise Bouvier, de tegenspeelster van Kelly, waren de nodige kandidaten. Freed overwoog Vera-Ellen, die in On the Town aan Kelly was gekoppeld, maar zij viel af, net als Cyd Charisse die zwanger bleek. Zelf was Freed erg gecharmeerd van danseres Marge Champion, maar zij wilde haar dansact met haar man Gower Champion niet opgeven. Het was Gene Kelly die kwam met de suggestie om een Française in te huren; hij had twee jaar eerder met twee jonge Françaises een filmtest opgenomen. Een van hen was de jonge balletdanseres Leslie Caron die hij in Parijs had zien dansen. Freed ging overstag en op 29 mei 1950 tekende Caron een contract met MGM. Omdat Caron niet kon zingen (en niet kon acteren) werd de film een van de weinige musicals met alleen liedjes gezongen door mannen. Ook werden de dansnummers ontworpen op wat Caron makkelijk kon uitvoeren, vanuit haar achtergrond als balletdanseres.
Productie Het budget voor de film kwam uiteindelijk op $ 2.723.903.
Opnameperioden De film werd opgenomen in drie opnameblokken. De eerste periode was tussen 1 augustus en 1 november 1950 en de tweede tussen 9 januari en 2 april 1951. Tussen deze opnames waren de repetities en de opnames voor de beroemde balletscène. Tussen 2 november en 5 december 1950 werd hiervoor gerepeteerd, terwijl tussen 6 december 1950 en 8 januari 1951 de opnamen plaatsvonden.
Regisseur Vincente Minnelli was officieel de enige regisseur, maar hij had huwelijksproblemen. Zijn huwelijk met actrice Judy Garland stond op springen en de regisseur moest soms verstek laten gaan. Gene Kelly nam dan voor hem waar. Zo regisseerde Kelly de scène rond het nummer Embraceable You geheel alleen. Toen Kelly intensief repeteerde voor het grote eindballet (tussen 2 november en 5 december 1950) kon Minnelli zelfs tijd vinden om de film Father's Little Dividend met Elizabeth Taylor te regisseren.
Seks en waterpokken Probleem bij de opname was de censuur. Dit was de tijd van de Hays Code, Hollywoods eigen zelfcensuur, waarop toegezien werd door de Breen Office, het kantoor van oppercensor Joseph Breen. Zo was het idee dat Milo Roberts meer geïnteresseerd zou zijn in Jerry Mulligan zelf dan in zijn werk een brug te ver. Ook de introductiescène van Leslie Caron leverde gelijk problemen op bij de censuur. Op het nummer Embraceable You liet Gene Kelly de Française een dans uitvoeren met een stoel, waarbij het rokje dat ze droeg weinig aan de verbeelding overliet. De vrouwelijke censor die tijdens de opnamen aanwezig was, vond dit veel te suggestief, maar kwam al snel onder de invloed van de charme van Kelly, die zijn opnamen verdedigde. De scène werd uiteindelijk, met kleine aanpassingen, goedgekeurd.
De nog piepjonge Caron was zich niet bewust van al dit gepraat over suggestiviteit. Ze kon nauwelijks het tempo van Kelly bijhouden. Als gevolg van ondervoeding opgelopen tijdens de Tweede Wereldoorlog was ze snel moe en kon niet iedere dag dansen. Kelly was bezorgd over haar gezondheid en zorgde voor regelmatige rustpauzes en vrije dagen.
Nina Foch kreeg tijdens de opnamen last van waterpokken, zodat de opnamen drie dagen stil vielen. Dit kwam het productieteam goed uit omdat er nog geen plan was voor het slotballet, dat nu inderhaast ontworpen kon worden. Na het herstel van Nina Foch was een team van schoonheidsspecialisten telkens uren bezig de littekens in haar gezicht weg te werken.
Cinematografische aantekeningen Als voorbereiding op de namen, en met name voor de dansscènes, vroeg Gene Kelly aan MGM om de vertoning van twee films. Volgens een memo uit de MGM-archieven ging het om de Franse film L'Orange Eté en de Franse tekenfilm La Joie de Vivre uit 1934. Beide films bevatten uitgebreide dansscènes. Kelly werkte nauw samen met regisseur Minnelli en cinematograaf Alfred Gilks voor de coördinatie en uitwerking van de dansnummers. Gilks gebruikte een camera die werkte volgens het rondhorizonprincipe, een cameraopstelling die een cirkelvormig panorama van dertig meter kon opnemen. Een andere scène, waarbij Caron en Kelly de trappen van de Sacre Coeur oprennen, werd gemaakt in samenwerking met de special effects-afdeling. Gilks liet de trappen gedeeltelijk nabouwen in de studio en filmde de rennende acteurs. In de nabewerking werd de achtergrond met de kerk toegevoegd.
Uit de montage geknipte scènes Een aantal scènes verdween uit de film, zoals Love Walked In gezongen door Guétary. Een door Gene Kelly in pyjama gedanste en gezongen scène rond het nummer I've Got a Crush on You haalde ook de eindmontage niet. Belangrijker was het weghalen van een scène tussen Oscar Levant en Nina Foch. In deze scène werden een aantal belangrijke details onthuld die meer licht wierpen op de plotontwikkeling. De scène zou oorspronkelijk na de climax van de balletscène komen. Tijdens de montage vonden Kelly en Minnelli dat de scène als mosterd na de maaltijd kwam en te veel tijd innam, waarna het materiaal op de vloer van de montagekamer belandde.
Locaties en decors Kelly en Minnelli wilden graag de film in Parijs opnemen, maar daar stak MGM een stokje voor. Er werden 44 sets gebouwd in de MGM-studio in Culver City, Californië, waarbij niet geprobeerd werd het toenmalige Parijs na te bouwen, maar het Parijs van de impressionisten. Wel werden enige opnamen van Parijs gemaakt door een Second Unit. Men filmde vanaf 2 september 1950 in de Lichtstad, maar moest de opnamen vrijwel gelijk onderbreken vanwege de aanhoudende regen. Na het opknappen van het weer filmde men nog tot 22 september. Uiteindelijk gebruikte de editor in de montage enige opnames van monumenten uit Parijs, sfeeropnamen van de straten en een shot van Milo's auto die naar het hotel rijdt.
De schilderijen die zijn personage, de schilder Jerry, laten zien, werden gemaakt door kunstenaar Gene Grant.
Het slotballet
Voor het slotballet werd een aparte cinematograaf ingehuurd, John Alton, die een grote staat van dienst had en net een boek over belichting geschreven had. Wel was dit diens eerste kleurenfilm.
Schema