Paleis Huis ten Bosch in Den Haag is het woonpaleis van koning Willem-Alexander en zijn gezin. Het werd in het midden van de zeventiende eeuw gebouwd als zomerverblijf in opdracht van prins Frederik Hendrik van Oranje en zijn vrouw Amalia van Solms en in de eerste helft van de achttiende eeuw tot een paleis verbouwd en uitgebreid door prins Willem IV van Oranje-Nassau. Het paleis, dat de officiële residentie is van de Koning der Nederlanden, wordt tevens gebruikt voor een deel van de representatieve functies van het staatshoofd.

Paleis Huis ten Bosch bevindt zich in het Haagse Bos en is eigendom van de Staat der Nederlanden.Zijn de paleizen en de Gouden Koets eigendom van de Koning? koninklijkhuis.nl Het heeft een vloeroppervlak van 8785 m² en ligt op een terrein van zestien hectare. Het Rijk is verantwoordelijk voor de bouwkundige staat, stoffering en inrichting.Renovatie paleis Huis ten Bosch, tweedekamer.nl, 19 juni 2015 Huis ten Bosch behoort tot de Top 100 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. De Oranjezaal is beroemd vanwege de vele monumentale schilderstukken.

Geschiedenis Zomerverblijf Huis ten Bosch werd in het midden van de zeventiende eeuw gebouwd als een zomerverblijf. Dat gebeurde op initiatief van Amalia van Solms, die tegenover haar echtgenoot prins Frederik Hendrik van Oranje de wens had uitgesproken voor een zomerresidentie in de buurt van Den Haag. Op 17 mei 1645 werd de grond, achttien morgen en 470 roeden (15,7 ha), gratis aan haar overgedragen. De overeenkomst werd gesloten door de Kamer van Rekening van de Grafelijkheid van Holland, na overleg met prins Frederik Hendrik. Het werd geschonken "tot hare recreatie, exercitie ende oeffeninge te veranderen soo in plantagie als betimmeringe, soo sij selve t'haerder vermaeck dienstig soude vonden".Loonstra, Marten (1985) het húijs int bosch. Het Koninklijk Paleis Huis ten Bosch historisch gezien, p. 16 Het gebied bestond uit "elst-ackers, weye, valleye en wildernisse" en was feitelijk een zanderige, kiezelachtige strook met slootjes. Vooraf aan de bouwwerkzaamheden moest het opgehoogd worden en voor de afwatering diende het omgracht te worden.

De bouw zelf begon in augustus van dat jaar. Op 2 september 1645 legde de voormalige koningin Elizabeth van Bohemen, een aangehuwde nicht van Frederik Hendrik, de eerste steen voor wat de Sael van Oranje moest gaan heten.Ploeg, P. van der & C. Vermeeren (1998) Vorstelijk Verzameld. De kunstcollectie van Frederik Hendrik en Amalia. Mauritshuis. Den Haag Amalia was korte tijd haar hofdame geweest. Pieter Post was de architect. Hij werkte in de stijl van het Hollands classicisme, dat hij had geïntroduceerd uit Italië, waar hij deze bouwstijl had geleerd.

Het buitenverblijf kreeg de vorm van een vierkante centraalbouw zonder gangen.Huis ten Bosch (gebouwd 1645-1652) werd het derde en qua omvang meest bescheiden verblijf dat Frederik Hendrik liet bouwen in de omgeving van Den Haag, na jachtslot Huis Honselaarsdijk (gebouwd 1621-1626) en paleis Huis ter Nieuburch (gebouwd 1630-1634). Dit oorspronkelijke hoofdgebouw is nog grotendeels intact. De voorgevel werd geleed met vier Ionische pilasters. De belangrijkste ruimte, een koepelzaal, bevindt zich centraal in het midden en kreeg een hoogte tot 23 meter. De lage begane grond bestaat uit een zuilenzaal. De stenen vloer daarvan bevat Naamse steen, Eulandsteen en meerdere soorten marmer.Loonstra, Marten (1985) het húijs int bosch. Het Koninklijk Paleis Huis ten Bosch historisch gezien, p. 44 Via een monumentale trap komt de bezoeker aan de voorkant in de erboven liggende bel-etage terecht. Het eerste dat men hier nog steeds betreedt is de vestibule, die in de 18e eeuw vergroot werd. In het verlengde daarvan is de hoofdingang naar de Oranjezaal. Ten westen en oosten van deze zaal zijn op de bel-etage kleinere vertrekken gesitueerd, die in de tijd dat Amalia er verbleef twee appartementen vormden. Elk appartement bestond uit een voorkamer met daarachter de slaapkamer, waar ook de gasten werden ontvangen, en daarachter een groot kabinet met ernaast een kleiner kabinet en een kamer voor de garderobe. Vanuit die laatste ruimte leidt een trap naar beneden en in die aan de oostkant ook een naar een hogere verdieping. Aan de achterkant ontbrak in de beginjaren een bordestrap.

De indeling op de hogere verdieping was in de tijd van Amalia hetzelfde als op de bel-etage, maar de hogere verdieping was wel lager: twaalf tegenover zestien voet. Bij het voorhuis ontbrak oorspronkelijk een bovenverdieping. Daarboven bevond zich toen een terras. Boven het terras staken drie vensters van de Oranjezaal uit. Toen deze zaal behangen werd met schilderijen, werden de vensterramen gedicht. Aan de buitenkant bleven de vensterluiken echter op hun plaats. Dit hoofdgebouw bestaat voornamelijk uit baksteen, slechts kleine onderdelen waren oorspronkelijk van natuursteen. Zo was de poort die als hoofdingang diende van natuursteen. Op het dak werden leien gelegd.

Voor de vloeren werden, behalve voor die in de zuilenzaal, grenenhouten planken gebruikt die zonder stuiknaden over de volledige lengte van de kamers werden gelegd. De houten vloerdelen waren dik, vier centimeter of meer was niet uitzonderlijk, en breed (soms meer dan veertig centimeter). Vermoed wordt dat het hout gehaald werd uit de omgeving van Berlijn.Houten vloeren krijgen historische glans terug, 6 juli 2019, rijksvastgoedbedrijf.nl Erg zeldzaam in de Noordelijke Nederlanden was dat het pand geen keukens had. Die waren gesitueerd in een bijgebouw,Loonstra, Marten (1985) het húijs int bosch. Het Koninklijk Paleis Huis ten Bosch historisch gezien, p. 44-45 in een van de twee Pieter Posthuizen.

Toen Frederik Hendrik in maart 1647 overleed, maakte Amalia van Solms van de zomerresidentie een monument ter nagedachtenis aan haar man. De bouw van het buitenverblijf kwam niet eerder gereed dan in de zomer van 1647. Vervolgens werd begonnen met de afwerking van het interieur. De centrale koepelzaal (de "Oranjezaal"), een ontwerp van Jacob van Campen, werd geheel gedecoreerd met schilderingen die het leven en glorie van Frederik Hendrik afbeelden. Met de oplevering van de Oranjezaal in april 1652 was het gebouw gereed voor gebruik. De prinses-weduwe zou vanaf dat jaar de zomers doorbrengen op Huis ten Bosch.

Testamentair liet ze vastleggen dat het pand na haar overlijden eigendom werd van haar dan nog levende dochters (haar twee zonen waren al voortijdig overleden). Bij haar overlijden in 1675 waren er dat nog drie. Albertine Agnes van Nassau, die als enige in de Republiek woonde, kreeg het vruchtgebruik. Ze woonde er echter niet. Ze verkocht het vruchtgebruik in 1686 voor 10.000 carolusgulden aan haar neef prins Willem III van Oranje.Loonstra, Marten (1985) het húijs int bosch. Het Koninklijk Paleis Huis ten Bosch historisch gezien, p. 53 In december van dat jaar organiseerde prinses Maria Stuart het eerste bal ooit in de 'Sael van Oranje', ter ere van de verjaardag van haar echtgenoot prins Willem III van Oranje, die overigens niet aanwezig was.Loonstra, Marten (1985) het húijs int bosch. Het Koninklijk Paleis Huis ten Bosch historisch gezien, p. 53+56 Toen Albertine Agnes van Nassau in 1696 overleed, werd haar enige nog levende zuster Henriëtte Catharina van Nassau de volle eigenaresse van Huis ten Bosch. Na het overlijden in 1702 van Willem III verkreeg zij ook het vruchtgebruik. Aangezien haar moeder had vastgelegd dat na het overlijden van haar laatste nog in leven zijnde dochter Huis ten Bosch zou vervallen aan de nazaten van haar al in 1667 overleden oudste dochter Louise Henriëtte van Nassau én omdat Henriëtte Catharina niet in de Republiek woonde, droeg Henriëtte Catharina in 1703 al haar rechten op Huis ten Bosch over aan haar achterneef koning Frederik Willem I van Pruisen,Loonstra, Marten (1985) het húijs int bosch. Het Koninklijk Paleis Huis ten Bosch historisch gezien, p. 63 zoon van Frederik I van Pruisen en kleinzoon van Louise Henriëtte. Deze gaf in 1732 bij traktaat het gebouw aan Willem Karel Hendrik Friso van Oranje-Nassau, die zich bij datzelfde verdrag tegelijkertijd Prins van Oranje mocht gaan noemen en daarmee Willem IV werd.

Paleis van Willem IV en Willem V Gedurende de dertig jaren dat het Pruisisch bezit was geweest, was Huis ten Bosch slecht onderhouden. Prins Willem IV van Oranje-Nassau zag zich genoodzaakt het buitenverblijf grondig te renoveren. Tevens breidde hij het uit tot een paleis. Zo werden naar ontwerp van de Fransman Daniël Marot tussen 1733 en 1737 onder andere twee langwerpige bakstenen vleugels gebouwd (deze zouden de Haagse vleugel aan de westzijde en de Wassenaarse vleugel aan de noordoostzijde gaan heten). De vleugels werden aan beide zijkanten van het hoofdgebouw verbonden door een rechthoekig paviljoen. Vanaf deze paviljoens werd over een lengte van 23 meter aan beide kanten een schuin naar voren geplaatste vleugel gebouwd die eindigt in een opnieuw rechthoekig paviljoen.Loonstra, Marten (1985) het húijs int bosch. Het Koninklijk Paleis Huis ten Bosch historisch gezien, p. 68-69

De dagelijkse leiding bij de bouwwerkzaamheden was in handen van de in Frankrijk geboren maar in de Noordelijke Nederlanden opgegroeide Anthonie Coulon. Het is aan Coulon te danken dat het voorhuis vergroot werd door de voorgevel van het hoofdgebouw met zeven tot acht voet naar voren te plaatsen.Ottenheym, Koen & Schmidt, Freek un dessein qui plait à la vue, De controverse tussen Anthonie Coulon en Daniel Marot bij de verbouwing van Huis ten Bosch in 1734, in: Bulletin KNOB, 1994-2, p. 68+70+72 Die nieuwe voorgevel werd opgebouwd uit Bentheimer en Bremer zandsteen.Loonstra, Marten (1985) het húijs int bosch. Het Koninklijk Paleis Huis ten Bosch historisch gezien, p. 70 Marot had voor die gevel twee tekeningen vervaardigd, waarvan een met een balkon dat op zuilen steunde. Coulon adviseerde het balkon weg te laten, omdat volgens hem anders alle architectonische aandacht onnodig naar het balkon zou uitgaan. Coulon bewerkstelligde ook dat de twee zijvleugels elk dertig voet langer werden. Hij had namelijk in Marots plannen ontdekt dat de keuken anders maar twintig vierkante voet groot zou zijn.Coulon verweet Marot een gebrek aan praktische ervaring. Zo kreeg de keuken van Coulon een afvoer, die Marot vergeten had in te tekenen. En de waterput kreeg een waterreservoir dat negen keer zo groot was dan in de plannen van Marot. Volgens Coulon was Marots put amper groot genoeg voor een burgerhuishouding.

De vergrote vestibule werd voorzien van een verdieping. In deze op de tweede verdieping gelegen ruimte kwam een Anglicaanse huiskapel voor prinses Anna van Hannover (1709-1759). In de jaren vijftig van de twintigste eeuw werd die verbouwd tot een balzaal. Boven de entreedeur en rondom de vensters werden ornamenten in Lodewijk XIV-stijl toegevoegd. De vloer van de vestibule kreeg marmeren tegels. De achterzijde van het hoofdgebouw kreeg van Marot een bordesstoep met trap die naar de bel-etage leidde.

Door Marot werden de veelal blinde ramen in het hoofdgedeelte vervangen door schuiframen met een roede-indeling. Ook de nieuwe vleugels kregen dit soort 'Franse' ramen. De wanden van een van de andere ruimten in het voorhuis werden uitgebeeld in Chinese stijl. De gevel kreeg een bekroning met het alliantiewapen van Willem IV en Anna van Hannover, die in 1805 en 1806 werd vervangen door een rechte balustrade. Ook de bekroning van de koepel op de Oranjezaal werd vernieuwd. In het interieur bracht Marot rijke versieringen aan in de Lodewijk XIV-stijl.