De Dmanisi-mensen zijn een groep sinds 1991 bij Dmanisi, in Georgië gevonden schedels, onderkaken, en skeletdelen die soms gezien worden als een aparte uitgestorven mensensoort Homo georgicus, maar ook vaak worden ingedeeld bij de soort Homo erectus. De botten vertegenwoordigen de oudste menselijke vondsten die ooit buiten Afrika gedaan zijn. Radiometrische datering van vulkanische lagen, paleomagnetisme en de fauna, zoals de Etruskische neushoorn en Cervus perrieri, wijzen op een leeftijd van 1,8 miljoen jaar. Er zijn veel stenen werktuigen aangetroffen.

Het is heel omstreden welke naam aan deze mensen moet worden gegeven. Eerst deelde men ze in bij de Afrikaanse Homo ergaster. In 2002 werden ze benoemd als een aparte Homo georgicus die evolutionair tussen de oudere Homo habilis en de jongere soort Homo erectus in zou staan, qua herseninhoud en gezichtsvorm. Sommige onderzoekers dachten dat er twee soorten in het materiaal aanwezig waren, maar andere meenden dat verschillen het gevolg waren van seksuele dimorfie: de mannen zouden veel robuuster zijn dan de vrouwen. In 2013 werd Homo georgicus door zijn naamgevers herroepen, die nu spraken van een Homo erectus ergaster georgicus.http://hesp.irmacs.sfu.ca/sites/hesp.irmacs.sfu.ca/files/lordkipanidze_et_al_2013_science.pdf A Complete Skull from Dmanisi,Georgia, and the Evolutionary Biology of Early Homo] "The Dmanisi population probably originated from an Early Pleistocene expansion of the H. erectus lineage from Africa, so it is sensibly placed within H. e. ergaster and formally designated as H. e. e. georgicus to denote the geographic location of this deme [thus retracting the species status given earlier to mandible D2600]".Gearchiveerd op 24 juni 2023. Dit werd weer niet aanvaard door andere wetenschappers.

Homo georgicus was met een lengte van anderhalve meter en een gewicht van vijftig kilogram duidelijk een stuk kleiner dan de meeste groepen die bij Homo erectus zijn ingedeeld. Uniek voor het geslacht Homo is een combinatie van een kleine hersenpan, soms niet meer dan 546 cc in volume, met heel zware onderkaken die een soort snuit vormen. Zoals alle latere mensensoorten was hij tweevoetig (bipedaal). Zijn benen waren relatief lang zodat hij lange afstanden kon afleggen en vrij snel rennen.

De verwantschappen van Homo georgicus zijn onzeker. De mens moet van Afrika uit Eurazië gekoloniseerd hebben. Het is wel gedacht dat Homo georgicus simpelweg de eerste fase van een enkelvoudige kolonisatiegolf vertegenwoordigt. Dat past echter slecht bij het gegeven dat de Afrikaanse Homo ergaster verder in de richting van de moderne mens geëvolueerd is. Het is daarom wel geopperd dat H. georgicus afstamde van Homo habilis, terugkeerde naar Afrika en daar H. ergaster voortbracht die dan in een tweede golf naar Azië de voorouder werd van de Oost-Aziatische Homo erectus (de Pekingmens en Javamens). Maar dat verklaart weer niet waarom Homo georgicus bepaalde specialisaties deelt met de Oost-Aziatische Homo erectus die Homo ergaster mist.

Homo georgicus leefde in een tamelijk koele habitat. Hij at vermoedelijk veel vlees. Dat werd verwerkt met vrij eenvoudige werktuigen van het Oldowan-type. Vuistbijlen zijn niet aangetroffen. Daarnaast werden noten en bessen gegeten. Er zijn geen sporen gevonden van vuurgebruik. Onduidelijk is of Homo erectus al een gesproken taal kende. Een tandeloos individu wist jaren lang te overleven, een aanwijzing voor altruïsme.

Vondsten De volgende fossielen zijn bij Dmanisi gevonden: In 1991, een kaak (D211), die toebehoorde aan een jong volwassene. In 1999, een schedel (D2282) van een jonge vrouw en een schedeldak (D2280) van een in de twintig jaar oude man. In 2000, een onderkaak (D2600). In 2001, een complete schedel (D2700) en een onderkaak (D2735). Tevens werd een deel van een skelet gevonden. In april 2005, een schedel (D3444) en een onderkaak (D3900). In oktober 2013 beschreven, een complete schedel en onderkaak.

Naamgeving De naamgevingsgeschiedenis van de Dmanisimensen is zeer complex. Die werden door het opgravingsteam aan verschillende al eerder benoemde soorten toegewezen, maar zijn daarnaast ook als een eigen soort benoemd om daarna weer als ondersoorten of variëteiten daarvan geplaatst te worden. Onder andere onderzoekers is geen consensus welke naam de voorkeur moet hebben. thumb|Een opgraving in 2007 Van 1981 af werden bij Dmanisi verschillende drie meter diepe middeleeuwse putten uitgegraven van een zevende-eeuwse stad, om archeologische redenen. Een verrassing was in 1983 dat in de putwanden naast dierenbotten ook stenen werktuigen aanwezig waren, van een zeer primitieve vorm.Gabunia, L., Vekua & A., Bugianisvili, T.V. 1988. "Sreda obitanija drevnejsich iskopaemych ljudej Kavkaza". Izvestija Akademii Nauk Gruzinskoy SSR. Serija Biologiceskaja 14(5): 344-349':Djaparidze, V., Bosinski, G., Bugianishvili, T., Gabunia, L., Justus, A., Klopotoskaia, N., Kvavadze, E., Lordkipanidze, D., Majsuradze, G., Mgeladze, N., Nioradze, M., Pavlenishvili, E., Schmincke, H., Sologashvili, D., Tushabramishvili, D., Tvalchrelidze, M. & Vekua, A. 1989. "Der altpaleolitishe Fundplatz Dmanisi in Georgien". Jahrbuch des Römisch-Germanischen Zentralmuseums. Bonn 36: 67–116 In 1989 zette een team van het Römisch-Germanisches Museum uit Keulen, dat na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 ook over ruimere financiële middelen beschikte, de opgravingen voort en ontdekte veel werktuigen. Op 25 september 1991 werd door Medea Nioradze en Antje Justus een menselijke onderkaak ontdekt, specimen D211. De vondst, in 1992 gemeld in de wetenschappelijke literatuur,Gabunia, L. 1992. "Der Menschliche unterkiefer von Dmanisi". Jahrbuch des Römisch-Germanischen Zentralmuseums. Bonn 39: 185–208 was zeer spectaculair want de sedimentlaag waaruit het fossiel afkomstig was, bevond zich net boven een basaltlaag die op 1,85 miljoen jaar gedateerd werd.Maisuradze, G., Pavlenishvili, E., Schmincke, H.U. & Sologashvili, D. 1989. "Paléomagnetik und Datierung der Basaltlava". In: Der Altpaläolithishe Fundplatz Dmanisi in Georgian (Kaukasus), 36. Jahrbuch des Römisch-Germanischen Zentralmuseums, Mainz, pp. 74-83Schmincke, H.U. & van den Bogaard, P. 1995. "Die Datierung des Masavera-Basaltlavastrom". Jahrbuch des Römisch-Germanischen Zentralmuseums, Mainz 42: 75-76 De sedimentlaag zou 1,805 miljoen jaar oud zijn. Later werd dat bevestigd op 1,81 miljoen jaar.Maisuradze, G., 1995. "Geologisch-geomorphologische Untersuchungen im Masavera-Becken (Südost-Georgien)". Jahrbuch des Rómisch-Germanischen Zentralmuseum, Mainz 42: 25–49Lumley, H., de Lordkipanidze, D., Feraud, G., Garcia, T., Perrenoud, Ch., Falgueres, Ch., Gagnepain, J., Saos, T. & Voinchet, P. 2002. "Datation par la méthode Ar/Ar de la couche de cendres volcaniques (couche VI) de Dmanissi (Géorgie) qui a livré des restes d’hominidés fossiles de 1,81 Ma". Comptes Rendues Palévol 1: 181–189 Dat zou de kaak tot het tot dan toe oudste menselijk fossiel maken dat uit Eurazië bekend was.Gerhard Bosinski, David Lordkipanidze & Konrad Weidemann. 1995. "Der altpaläolithische Fundplatz Dmanisi (Georgien, Kaukasus)". Jahrbuch des Römisch-Germanischen Zentralmuseums. Bonn 42: 21-203 De kaak werd in 1995 door de Georgische antropologen Abesalom Vekuage en Leo Gabunia getypeerd als een "archaïsche Afrikaanse Homo erectus".Gabunia, Leo & Vekua, Abesalom. 1995. "A Plio-Pleistocene hominid from Dmanisi, East Georgia, Caucasus". Nature. 373(6514): 509–512 In 1996 bevestigden Bräuer en Schultz dat de onderkaak ondanks de hoge leeftijd niet tot de "Vroege Homo" behoorde, maar bij de H. erectus-groep.Bräuer, Günter & Schultz, Michael. 1996. "The morphological affinities of the Plio-Pleistocene mandible from Dmanisi, Georgia". Journal of Human Evolution. 30(5): 445–481 In 1998 hielden Antonio Rosas and José Bermúdez De Castro het voorzichtig op een Homo sp. indet. (aff. ergaster), dus een onbepaalde homosoort met affiniteiten met H. ergaster, de alternatieve aanduiding voor vroege Afrikaanse vormen van het H. erectus-complex.Rosas, Antonio & De Castro, José Maria Bermúdez. 1998. "On the taxonomic affinities of the Dmanisi mandible (Georgia)". American Journal of Physical Anthropology. 107 (2): 145–162 left|thumb|De directe omgeving van de vindplaats In de rest van de jaren negentig vond het Duitse team verder weinig menselijke fossielen, slechts een derde rechtermiddenvoetsbeen in 1997, specimen D3479.Gabunia, L., Vekua, A. & Lordkipanidze, D. 1999. "A hominid metatarsal from Dmanisi (eastern Georgia)". Anthropologie 37: 163-166 In mei 1999 echter ontdekte de Georgiër Gocha Kiladze een schedel, specimen D2282.Gabunia, L., Jöris, O., Justus, A., Lordkipanidze, D., Muschelisvili, A., Nioradze, M., Swisher III, C.C. & Vekua, A. 1999. "Neue Hominidenfunde des altpaläolithischen Fundplatzes Dmanisi (Georgien, Kaukasus) im Kontext aktueller Grabungsergebnisse". Archaologisches Korrespondentenblatt 29: 451-488 Verwarrend genoeg kreeg deze de aanduiding "Schedel 2" want nog in de zomer van hetzelfde jaar dook een tweede schedel op, specimen D2280, die "Schedel 1" genoemd werd. De schedels werden als nauwe verwanten van de Afrikaanse Homo ergaster gezien en kregen ruime aandacht, zowel in de media als de wetenschap. Vanwege een grotere gelijkenis met de Afrikaanse vormen werden de schedels getypeerd als een Homo ex. gr. ergaster, dus een soort uit de groep rond H. ergaster.Leo Gabunia, ABESALOM VEKUA, DAVID LORDKIPANIDZE, CARL C. SWISHER, III, REID FERRING, ANTJE JUSTUS, MEDEA NIORADZE, MERAB TVALCHRELIDZE, SUSAN C. ANTÓN, GERHARD BOSINSKI, OLAF JÖRIS, MARIE-A.-DE LUMLEY, GIVI MAJSURADZE, AND ALEKSANDER MOUSKHELISHVILI. 2000. "Earliest Pleistocene Hominid Cranial Remains from Dmanisi, Republic of Georgia: Taxonomy, Geological Setting, and Age". Science. 288(5468): 1019–1025 Jeffrey Schwartz betwijfelde in 2000 een nauwe verwantschap met Homo ergaster.Schwartz, J.H. 2000. "Taxonomy of the Dmanisi crania". Science 289: 55-56