alt=Herman Breckerveld, Brand in de Eusebiuskerk, Arnhem, 25 juni 1633|miniatuur|Herman Breckerveld, Brand in de Eusebiuskerk, Arnhem, 25 juni 1633 (website Mijn Gelderland) De Eusebiuskerk of Grote Kerk in Arnhem is de grootste en voornaamste protestantse kerk van die stad. De kerk was tot de rooms-katholiek tot aan de beeldenstorm, die in Arnhem plaatsvond in de periode 1578-1579.
De Sint-Eusebiuskerk werd tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels verwoest, maar is daarna weer herbouwd. De kerk doet sinds 2019 dienst als multifunctionele locatie, met enkele malen per jaar een kerkdienst.
Oorsprong naam Eusebius De martelaar Eusebius (tweede eeuw) was een christen, die met geloofsgenoten actief was tijdens het Romeinse keizerschap (180-192) van Commodus (161-192 na Chr.). Omstreeks het jaar 190, nadat ze een Romeins senator hadden bekeerd, werd de keizer boos en liet eerst de senator terechtstellen en later Eusebius en zijn kompaan Vincentius. Ook nadat de tong van Eusebius was uitgerukt, bleef hij praten. De tong van Eusebius werd door een van de aanwezigen bewaard. Enkele relieken van Eusebius moeten omstreeks 1453 naar Arnhem zijn gekomen vanuit de abdij van Prüm; in dat jaar stuurde de Arnhemse magistraat een bezegelde oorkonde naar de abdij als dank.>
In het mirakelboek van Eusebius zijn uit de periode 1453-1470 dertien verhalen opgetekend met betrekking tot personen uit Arnhem. Na 1470 lijkt deze cultus zich ook wat buiten Arnhem te hebben verspreid.
Geschiedenis alt=De Eusebiustoren in de jaren dertig van de 20ste eeuw|miniatuur|De Eusebiustoren in de jaren dertig van de 20ste eeuw De Eusebiuskerk weerspiegelt het historisch belang van de stad Arnhem. In de vijftiende eeuw besloten de Arnhemse kerk- en stadsbestuurders een kerk te bouwen die groter en representatiever moest worden dan de bestaande Sint-Maartenskerk uit de 10e, 11e en 12e eeuw (de stenen opvolger van een 9e-eeuwse houten kerk). De fundamenten daarvan zijn nog zichtbaar in een crypte onder de huidige kerk.
Omstreeks 1430 lijkt de bouw van het priesterkoor te zijn begonnen. Omstreeks 1452 werd er ook met de bouw van de laatgotische kerk begonnen. Door allerlei tegenslag, onder meer van financiële aard, werd de bouw pas ruim een eeuw later afgesloten. De belangrijkste bouwheer van de kerk was Karel van Egmond, hertog van Gelre en graaf van Zutphen (1467-1538). Hij was een machtig heerser. Zijn politieke en militaire invloed reikte tot ver buiten de Nederlanden. Gelre en Arnhem vormden een machtscentrum in de Europese politiek. Karel van Egmond werd in de Eusebius begraven. Zijn praalgraf in het koor is tot op heden een belangrijke bezienswaardigheid.
In 1578-1579 werd de kerk protestants. Dit had grote gevolgen voor het interieur. Beelden, altaren, muurschilderingen werden verwijderd.
Op 25 juni 1633 sloeg de bliksem in in het zogenaamde Angelustorentje. Daarna brak een grote brand uit waarbij een deel van de houten overkapping van de kerk afbrandde. Vermoedelijk stortte ook het gewelf van het koor in en raakte bovendien de spits van de grote toren beschadigd. Op dat moment had de kerk een toren met boven de tweede trans een torenspits met bovenin een kleine lantaren, zie het schilderij van Herman Breckerveld. Deze toren was toen ongeveer zestig meter hoog. De brand van 1633 leidde tot een restauratie waarbij de toren naar ontwerp van dezelfde Herman Breckerveld hoger gemaakt werd, omdat zij een tweede grotere lantaren kreeg, waarin de klokken van Hemony kwamen te hangen. In 1650 werd de toren voltooid. Zij was vanaf dat moment 97 meter hoog.
Tegen het einde van de 19e eeuw verkeerde de kerk in een slechte staat. Er was een restauratie nodig die 36 jaar zou duren. Het kerkgebouw was tegen 1930 grotendeels opgeknapt.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de stad het toneel van de Slag om Arnhem, een historische luchtlanding en veldslag die van 17 tot 25 september 1944 plaatsvond, als onderdeel van Operatie Market Garden. De Eusebiuskerk stond midden in de vuurlinie en werd bijna helemaal verwoest. Alleen de kapotgeschoten kerktoren stak nog boven de ruïnes van de stad uit. Aan deze toren was men tijdens de hiervoor genoemde restauratie niet toegekomen. Kort na de strijd leek de schade nog te repareren, maar in de winter van 1944-1945 stortte de toren als gevolg van stormachtig weer verder in, waardoor ook het schip van de kerk werd vernield.
Ter gelegenheid van de bevrijding werd er op 11, 13 en 14 mei 1946 een openluchtspel "Op het puin" uitgevoerd voor de kerk, ondanks het feit dat er op dat moment enkel een ruïne van over was.
Na de oorlog werd de kerk via een ingrijpende restauratie (1947-1964) opnieuw opgebouwd. De kerk werd "groter en mooier dan zij ooit was geweest", aldus de geschiedschrijver van de Eusebiuskerk A.G. Schulte. Sindsdien wordt de kerk beschouwd als nationaal icoon van de wederopbouw.Zie 'Eusebiuskerk - Verwoesting en wederopbouw van een stad' (Maand van de geschiedenis)
De kerkzaal thumb|Karel van Egmond in de kerkzaal, in de kooromgang De Eusebiuskerk heeft de vorm van een driebeukige kruisbasiliek. De kerkzaal van de Eusebiuskerk is een bouwkundig meesterwerk (79 m lang, 29 m breed, schip 25 m hoog). Ondanks de dramatische verwoesting tijdens de Slag om Arnhem en de wederopbouw na de oorlog, is er nog veel van de imposante kerkzaal aanwezig gebleven.
In de kerkzaal staan diverse objecten die direct verbonden zijn met Karel van Egmond, hertog van Gelre en graaf van Zutphen zoals het praalgraf, het harnas en de door hem geschonken Salvatorklok. In 1538, het jaar van zijn overlijden, gaf de hertog opdracht aan de Arnhemse klok- en geschutschieter Willem Tolhuys om de Salvatorklok te gieten, die in 1539 gereedkwam.
Na zijn dood zamelde de Arnhemse bevolking geld in en eerde Karel van Egmond met het praalgraf in de Eusebiuskerk. De zwart marmeren tombe heeft 16 reliëfs van wit albast waarmee de tombe is bekleed. Zij stellen twaalf apostelen voor met typisch renaissance ornamenten. Op de tombe ligt de hertog in volledige wapenuitrusting omgeven door zes schildhoudende leeuwen met acht kwartierwapens van Karel van Egmond. alt=|miniatuur|239x239px|Hertog Karel van Egmond, hertog van Gelre Boven het praalgraf hangt een baldakijn (eikenhouten kastconstructie) met een gipsen beeld van de knielende Karel van Gelre in het originele harnas dat hij rond 1515 heeft gedragen. Dit harnas, ook wel 'de man in het kastje' is uniek in zijn soort: het is het oudste in Nederland vervaardigde harnas. Oorspronkelijk bevond het originele zwaard ook in het baldakijn. Tijdens de val van de toren op het schip in 1944 kwam ook 'de man in het kastje' naar beneden en is het zwaard enkele dagen later gestolen. Tijdens de naoorlogse restauratie is er een replica gemaakt van het zwaard, dat ook verdween. In 2019 heeft een grondige restauratie van het harnas plaatsgevonden.Eusebius (2019), Restauratie harnas Karel van Gelre is geslaagd, Voor de Kunst Ook is er weer een nieuwe replica van het zwaard, vervaardigd door meestersmid Gotscha Lagidse.
Door de eeuwen heen zijn diverse historische objecten bewaard gebleven die te maken hebben met de burgers van Arnhem, zoals de vier gildetafels in het noordertransept, de preekstoel en het epitaaf (grafmonument) van Jodocus Sasbout, de eerste kanselier van Gelderland onder keizer Karel V. Op de oostelijke sluitingsmuur van de kooromgang is een muurschildering te zien. De muurschildering uit 1550 is origineel en stelt de vier taferelen uit het verhaal van de dood en herrijzenis van Christus.
Onder de Eusebiuskerk bevinden zich de grafkelders. Hier liggen onder andere de skeletten van drie neven van Willem van Oranje. Ook zijn de fundamenten van de voorganger van de Eusebiuskerk te bewonderen: de in de tiende en de elfde eeuw gebouwde St. Maartenskerk. Deze werden opgegraven tijdens de wederopbouw in de jaren zestig. thumb|Glazen balkons aan oost- en westzijde van de toren van de Eusebiuskerk.
Panoramalift en glazenbalkons Met een glazen lift die dwars door de kerktoren gaat, kunnen bezoekers het carillon – een van de grootste van Europa – van dichtbij bekijken. De lift voert verder naar een uitzichtpunt op 73 meter hoogte. Via een wenteltrap is een nog hoger gelegen uitzichtpunt te bereiken. In 2018 werden twee glazen balkons geopend, aan de oostelijke- en westelijke zijde van de toren. Vanaf hier kan het publiek onder meer de opvallende beelden (zogenaamde schijnspuwers) van verschillende figuren van Walt Disney en Marten Toonder bekijken, ontleend aan het weekblad Donald Duck.
De klokken Luidklokken Op het hoogtepunt beschikte de Eusebiuskerk over minstens vier grote luidklokken van Geert van Wou in compagnonschap met Gobel Moer gegoten in 1477. Kort daarna in 1481 leverde Van Wou nu vanuit Kampen nogmaals een grote klok, wellicht een hergieting. In 1498 werd door Van Wou een heel kleine klok geleverd. In 1539 mocht Willem Tolhuys de grote Salvatorklok gieten ter nagedachtenis van de overleden hertog Karel van Gelre, die de klok gefinancierd heeft. Deze klok is een pronkstuk van klokgietkunst.
Van de luidklokken gingen er drie definitief verloren bij de Slag om Arnhem in 1944. Twee andere raakten zwaar beschadigd; weer twee andere bleven onbeschadigd. Bij de herbouw van de toren na de oorlog kon één oude luidklok weer in gebruik genomen worden ( bes0 ). Ook konden vier basklokken uit het vroegere Hemony-carillon nu als luidklok gaan functioneren ( es1 g1 as1 bes1 ). Petit &Fritsen mocht nog twee luidklokken gieten ( g0 c1 ) welke tevens deel gingen uitmaken van de nieuwe beiaard. Zo ontstond een zevenstemmig gelui met een bijzondere dispositie: g0-bes0-c1-es1-g1-as1 en bes1. Eveneens uit de oude beiaard afkomstig is het klokje gegoten in 1651 met de toon dis3 in de vieringtoren op het dak van de kerk.
In de kerk bevinden zich de andere overgebleven klokken van Hemony uit de jaren 1650, 1651, 1661, 1662 en 1664. Pronkstuk is een grote klok As0 van Willem Tolhuis uit 1539. Verder is er nog een klokje van Jean Baptiste le Vache uit 1734.
Carillon Het carillon hangt in de lantaarn en omvat 53 klokken. De klokkentonen zijn e0-fis0-chromatisch t/m a4. Op het klavier zijn ze aangesloten als g0-a0-chromatisch t/m c5. Ze werden allen door Petit & Fritsen gegoten, en wel in de jaren 1958, 1961 en 1992. De e0 is de zwaarste carillonklok in Europa en draagt het opschrift "The best way to suppose what may come is to remember what is past, 1944/1994" (De beste manier om te veronderstellen wat zou kunnen komen, is je te herinneren wat voorbij is). De vier nieuwe klokken werden op 9 augustus 1994 in de toren gehesen. Bijzonderheid is verder nog dat de klokken uit 1958 nog in lemen vormen werden gemaakt: op ambachtelijke wijze. Dit komt de klank ten goede. Er is een automatisch spel dat wordt gestuurd door een computer.
Geschiedenis van het carillon