Noordlaren (Gronings: NoordloarnBerkel, G. van & K. Samplonius (2007), Nederlandse plaatsnamen: herkomst en historie. 4e dr. p. 323) is een dorp in de gemeente Groningen van de Nederlandse provincie Groningen. Bijzonder is dat het dorp in een andere provincie ligt dan de Drentse plaatsen Zuidlaren en Midlaren ten zuiden ervan. Aan de oostkant wordt het begrensd door het Zuidlaardermeer. Het postcodegebied (BAG) van het dorp telt inwoners, van wie er 365 binnen de dorpskom wonen (CBS ).

De inwoners van het dorp droegen vroeger de Groningse bijnaam 'Özzen', wat vertaald kan worden als domkoppen. Dit zou verband houden met de terugtocht van de Munsterse bisschop 'Bommen Berend' van Groningen naar Coevorden: De bewoners van Noordlaren zouden toen de weg van Groningen naar Coevorden (de Zuidlaarderweg) hebben ondermijnd door hierin diepe kuilen te graven, waarin zij omgekeerde eggen legden met de punten omhoog, die zij vervolgens camoufleerden met takken. Het leger van de bisschop viel daarop het dorp binnen en brandde het grotendeels plat.Timmer (1993), pp. 9, 19. Volgens Timmer stond deze verklaring 'in een oude beschrijving'.

Geografie thumb|300px|De Duinweg langs het Noordlaarderbos (links) thumb|300px|Noordlaarder es gezien in de richting van Midlaren

Landschap Noordlaren ligt op de oostelijke rand van de Hondsrug, die zelf de oostelijke rand vormt van het Drents Plateau. In het westen loopt de Hondsrug af naar het dal van de Drentsche Aa (Westerlanden) en in het oosten naar het Hunzedal (onder andere de Oostpolder), waarin in de middeleeuwen het Zuidlaardermeer ontstond. Bakker verdeelt dit gebied in de 'brinklanden' ten oosten van het dorp en de koebroeken ten noorden daarvan, ten oosten van de Lageweg. De koebroeken (huidige polder Koebroek) waren de oudste koeweides van het dorp en kunnen worden onderverdeeld in de osbroeken en de mottenbroeken ten oosten van de Lageweg.Bakker (1979), p. 114 In het noorden van het grondgebied van Noordlaren ligt een oud doorbraakdal tussen de Hunze en de Drentsche Aa dat de naam Besloten Venen draagt. Hier is rond 2000 het particuliere landgoed Blanckenborch ingericht. Het centrale deel van de Hondsrug omvat de Noordlaarder es, een groot gebied waar intensieve landbouw wordt bedreven, die door natuurontwikkeling echter steeds meer onder druk komt te staan. In de 19e eeuw werd op het westelijke deel van de Hondsrug het Noordlaarderbos aangeplant.

De verhoogde besloten escomplexen, stuifduinen, lanen, houtwallen, hagen en het Noordlaarderbos op de Hondsrug staan in contrast met het uitgestrekte open landschap van het veenweidegebied van de Oostpolder bij het Zuidlaardermeer en het open stroomdallandschap van de Westerlanden bij de Drentsche Aa. Noordlaren ligt op de overgang van het besloten eslandschap in het westen met het open veenweidegebied in het oosten.

Begrenzing Het dorpsgebied grenst in het noorden aan Glimmen, dat tot begin 19e eeuw onder de klokslag van het kerspel Noordlaren viel.Bekenkamp, H. (1999), Haren: Waarom zoudt gij wachten met buiten wonen, tot gij binnen zijt. p. 37 Hier liggen aan noordzijde het landgoed De Poll en het bosgebied Appelbergen, waar zich veel pingoruïnes bevinden. De grens loopt hier langs de Pollselaan en de Zuidlaarderweg. In het noordoosten vormen de Vogelzangsteeg, de Waterdijk en de Mansloot de grens met het dorpsgebied van Onnen, meer bepaald de Onner Es en de Onnerpolder. Aan oostzijde vormen het Drentsche Diep en het Zuidlaardermeer de grens met Kropswolde, dat ooit ook onder het kerspel viel. Een deel van het Zuidlaardermeer valt eveneens onder het dorpsgebied en was tot in de jaren 1980 eigendom van de marke van Noordlaren. Het betreft het deel van het Zuidlaardermeer tot aan de loop van de vroegere Hunze. Aan zuidzijde loopt de grens met Midlaren (en ten zuiden van het Noordlaarderbos natuurgebied de Vijftig Bunder), die tevens de provinciegrens met Drenthe vormt. Dit geldt ook voor de westzijde, waar de Drentsche Aa de grens met De Punt (vroeger onderdeel van Yde) en deze provincie markeert.

Ontwikkeling van het landschap Het landschap rond Noordlaren werd in hoofdlijnen gevormd tijdens het Saalien. Onder invloed van oprukkende ijstongen werd toen een grote laag keileem afgezet waaruit de Hondsrug ontstond. Deze keileemrug vormde een goede bescherming tegen erosie. In dezelfde periode werd, waarschijnlijk onder invloed van een ijslob, ten oosten daarvan het 15 kilometer brede en 50 meter diepe Hunzedal uitgesleten. In de daaropvolgende warmere periode sneden de beekdalen van de Drentsche Aa en de Hunze zich in het landschap en ontstond er hoogveen. Tijdens het daaropvolgende koude Weichselien werd dekzand afgezet tegen de flanken van de Hondsrug, waarbij onder andere de stuifduinen van de Appelbergen en de Kerkduinen ontstonden. Ook werden toen een groot aantal pingoruïnes en doodijsgaten gevormd en ontstond het doorbraakdal van de Besloten Venen tussen de Hunze en de Drentsche Aa.Veenstra, H., "Invloed van ijstijden op het landschap van Noord-Nederland", Noorderbreedte, 1 februari 1981, pp. 11-18. In de middeleeuwen ontstond het Zuidlaardermeer in het stroomdal van de Hunze. Vanaf de middeleeuwen werden grote delen van de Hondsrug en de beekdalen omgevormd tot landbouwgebied. In de eerste helft van 20e eeuw werden deze gronden steeds intensiever gebruikt en door ruilverkaveling vergroot. In de tweede helft van de 20e eeuw werd een groot deel van het grondgebied van Noordlaren aangewezen en ingericht als natuurgebied waar sindsdien alleen nog extensieve landbouw wordt toegestaan.

thumb|300px|Gezicht op een deel van Blankeweer

Gehuchten Binnen het dorpsgebied van Noordlaren ligt in het noordwesten de streek Blankeweer, waarvan de naam verwijst naar een versterking die hier vroeger heeft gelegen.

Ook zijn er twee nog bestaande bebouwingslinten, die vroeger werden aangeduid als aparte gehuchten. De bebouwing rond de Vogelzangsteeg in het noorden werd begin 20e eeuw aangeduid als het gehucht Vogelzang, waarvan de naam verwijst naar het landhuis Vogelzang (Hoge Hereweg 94) aan noordzijde van deze weg. Deze weg werd in de 19e eeuw Oosterweertjesweg genoemd, een naam die waarschijnlijk net als de naam Oosterweer voor het stuk grond ten zuiden ervan verwijst naar de landweren van Blankeweer die hier vroeger moeten hebben gelegen. In 1931, toen de weg door de marke werd overgedragen aan de gemeente, lagen aan beide zijden van de weg nog houtwallen, die mogelijk overblijfselen waren van deze landweren. De houtwallen zelf werden toen per abuis ook overgedragen aan de gemeente. In de 18e eeuw droeg de weg de naam 't Zandwegjen.Schenk (2016), p. 86

De bebouwing tussen de Oorsprong en de Kampsteeg werd vroeger het gehucht De Oorsprong genoemd. Deze naam is eveneens ontleend aan een nabijgelegen landhuis, dat de naam De Oorsprong (Zuidlaarderweg 61) draagt.

Weglinten en beplanting thumb|300px|Vogelzangsteeg vanaf de Lageweg thumb|300px|Boenderstraat vanaf de Koningsteeg

Noordlaren lag vroeger aan twee doorgaande routes. De oostelijke onverharde weg van Haren via Onnen naar het dorp en verder naar Zuidlaren. Deze weg was tot ver in de 19e eeuw alleen in de zomer begaanbaar.Bakker (1979), p. 43 In 1852 werd het stuk tussen Onnen en Noordlaren op kosten van jonkheer Van Swinderen en andere inwoners van Noordlaren verhard tot macadam- of grindweg. Verdere verbetering van de weg tot aan de provinciegrens vond plaats in 1870. In 1876 werden voor de bekostiging van het onderhoud twee tollen ingesteld, die tot 1906 hebben bestaan. In 1929 werd de weg verhard tot asfaltweg. In 1952 werd een fietspad langs de weg aangelegd, dat in 1970 werd geasfalteerd. De westelijke route langs Noordlaren was de (hoge) Hereweg of Oude Coevorderweg (nu Zuidlaarderweg) vanaf Blankeweer (vanaf de Hoge Hereweg) over de Noordlaarder es langs Noordlaren in de richting van Zuidlaren. De inwoners van Noordlaren werden door de stad Groningen verplicht om bij te dragen in het onderhoud van deze weg. Bijvoorbeeld in 1701, toen werd aangegeven dat de 'Northlaerders' net als andere dorpen hun 'district' van de toen 'onduchtlich' onderhouden weg in goede staat dienden te houden. Wanneer zij dit niet zouden doen dan zou de ambtman van Selwerd de opdracht krijgen om de weg te herstellen op 'dobbelde' kosten van de dorpen. Tussen 1727 en 1730 werd deze weg aanmerkelijk verbeterd. In 1848 werd de weg verhard en kwam er ter bekostiging een tol op de hoek van de Vogelzangsteeg en over de grens met Drenthe. De verharding van de weg leidde tot de bouw van veel villa's aan en rond de weg. De tolheffing ging door tot in de 20e eeuw. De laatste tol werd pas in 1940 opgeheven. Na jaren van discussie werd in 1983 aan beide zijden van de weg ook een fietspad aangelegd.

In de 20e eeuw verdween het doorgaande verkeer grotendeels van de wegen rond Noordlaren door de aanleg van de A28. Alleen de Zuidlaarderweg heeft tegenwoordig nog een bovenlokale functie.

In het Noordlaarder gebied staan vanouds op langs de wegen veel bomen. De eerder genoemde routes door het Noordlaarder landschap worden omzoomd door eiken en beuken, die meest zijn aangeplant in de decennia rond 1900. De bomen langs de Zuidlaarderweg zijn ergens tussen 1910 en 1915 geplant.Timmer (1993), p. 87 Naast deze doorgaande routes bevinden zich rond Noordlaren veel (deels) met eikenlanen of houtwallen omgeven zandpaden, waarvan de houtwal langs de Beslotenveenseweg, de boomwal langs de Vogelzangsteeg en de boomsingels langs de Koelandsdrift fraaie voorbeelden zijn. De oude naam van de Vogelzangsteeg is Bossteeg en verwijst naar de ligging aan de rand van de Appelbergen en het feit dat ten zuiden van deze steeg vroeger ook nog een kleine strook bos lag.Timmer (1993), p. 15 In het Hunzedal staan verder her en der solitaire elzen op de scheidingen tussen de percelen.

Door het gebied lopen ook enkele kenmerkende open zandpaden zoals de Pollseweg, de Schutsweg, de Weg langs het Hunebed en de Weg naar de Kerkduinen op de Noordlaarder es. Aan oostzijde van het dorp ligt het met hagen omzoomde graspad Boenderstraat. Deze wegen en paden hebben in combinatie met de beplanting en het omringende open landschap veel aantrekkingskracht op toeristen.

Dorp Ligging en structuur Noordlaren ligt op de oostelijke helling van de Oostelijke Hondsrug. Deze landrug vormt onderdeel van de Hondsrug en loopt in zuidoostelijke richting vanaf Essen via Middelhorst, Onnen, Noordlaren, Zuidlaren, Annen, Gasselte (oost), Buinen, Exloo, Valthe, Weerdinge en Emmerschans naar Klazienaveen.Huig, P. & J. Lobstein, "Busexkursie naar de Hondsrug", Noorderbreedte 1 april 1991, p. 42. Het dorp ligt op het hoogste punt van het Groningse deel van de Hondsrug. De hoogte in Noordlaren loopt volgens veel bronnen op tot 9 meter boven NAP, maar metingen komen niet verder dan 7,38 meter boven NAP bij de loodrechte kruising van de Zuidlaarderweg met de Kerkstraat. Op deze plek is het hoogteverschil het meest zichtbaar. Het hoogteverschil met het Zuidlaardermeer (0,6 meter boven NAP) bedraagt dus bijna 7 meter. Qua bodem ligt het dorp op de grens van het zand van de Hondsrug (hier de Noordlaarder es) en het veen (Hunzedal). In het verleden werd dit veen ook gewonnen ten oosten van het dorp.