De grote geelkuifkaketoe (Cacatua galerita) is een grote witte kaketoe die met een aantal ondersoorten voorkomt op het Australische continent en naburige eilanden. Het woord Cacatua is de gelatiniseerde versie van het Maleisische Kakatua, wat 'oudere zus' betekent. Het woord galerita is Latijn voor gekuifd.
Ondersoorten Gewone grote geelkuifkaketoe Cacatua galerita galerita (Latham, 1790)
Het verenpak is wit. Hun oordekveren zijn lichtgeel en hun kuif is heldergeel. Hun ondervleugelveren en onderstaartveren zijn doorlopen met geel. Het gebied rondom hun keel en wangveren zijn lichtelijk geel gekleurd. De huid rondom hun oogring is wit, soms met een hele lichtblauwe waas. De iris van de man is zwartbruin en hun poten zijn donkergrijs. Hun snavel is zwart. De volwassen poppen (vrouwtjes) zijn vrijwel gelijk aan de volwassen mannen, alleen is hun iris roodbruin en zijn ze over het algemeen zwaarder dan de mannen. Onvolwassen grote geelkuifkaketoes hebben een donkere iris. De verkleuring van de iris treedt op bij het volwassen worden op een leeftijd van drie tot vier jaar. Erg jonge kaketoes hebben een zacht grijs tintje op hun voorhoofd en op de veren van hun vleugels. De grote geelkuifkaketoe is 50 centimeter lang en weegt gemiddeld 870 gram. Zijn vleugels zijn 33,6 centimeter lang en zijn staart is 21,8 centimeter. De snavel van de grote geelkuifkaketoe meet 4,4 centimeter en de lengte van het loopbeen is 3,3 centimeter. De grote geelkuifkaketoe moet geringd worden met stalen naadloos gesloten ringen in maat 12,0.
Fitzroy geelkuifkaketoe Cacatua galerita fitzroyi (Mathews, 1912)
In het Nederlands is deze kaketoe ook bekend als Mathew's kaketoe. De Engelse benaming is Mathews' Cockatoo of Fitzroy's Cockatoo. In het Frans bekend als Cacatoès de Mathews; in het Duits als Mathews-Gelbhaubenkakadu; in het Portugees als Cacatua de Mathews en ten slotte in het Spaans bekend als Cacatùa de Mathews. Fitzroyi is een gelatiniseerde versie van de naam van de Fitzroyrivier in het noorden van West-Australië, waar deze ondersoort voor het eerst waargenomen is.
Uiterlijk als Cacatua galerita galerita, maar deze ondersoort heeft geen gele oordekveren en gele keel. De huid rondom de oogring is lichtelijk blauw gekleurd en de snavel is breder en hoekiger. De meeste Mathews' kaketoes zijn kleiner. De pop en de onvolwassen Mathews' kaketoes hebben dezelfde onderscheidende kenmerken als de nominaatvorm. De gemiddelde lengte van de Mathews' kaketoe is 48 centimeter. Zijn vleugels zijn 33,2 centimeter lang en zijn staart meet 20,6 centimeter. De snavel van de Mathews' kaketoe is 4,0 centimeter lang en de lengte van het loopbeen is 3,2 centimeter. De Mathews' Geelkuifkaketoe weegt gemiddeld 750 gram en moet geringd worden met stalen naadloos gesloten ringen in maat 11,0.
thumb|300px|right|tamme tritonkaketoe
Tritongeelkuifkaketoe Cacatua galerita triton Temminck, 1849
De Engelse benaming is Triton Cockatoo. Frans Cacatoès de triton; Duits Tritonkakadu; in het Portugees als Cacatua de Triton en in het Spaans Cacatùa de Triton. Het woord triton is genoemd naar het Nederlandse schip 'Triton' welk in 1828 aanmonsterde aan de kust van het westelijk deel van Nieuw-Guinea. De Nederlanders zagen deze ondersoort voor het eerst en vingen enkele exemplaren.
Als de Cacatua galerita galerita, maar deze ondersoort heeft een bredere en meer afgeronde kuif en de huid rondom de oogring is blauw. Over het algemeen is deze kleiner dan de nominaatvorm. De pop en de onvolwassen Triton kaketoes hebben dezelfde kenmerken als de nominaatvorm. De lengte van de Tritonkaketoe is ongeveer 46 centimeter. Zijn vleugels zijn 29,9 centimeter in lengte en zijn staart is 15,5 centimeter. De snavel van de Tritonkaketoe is 4,2 centimeter en de lengte van het loopbeen is 3,0 centimeter. De Tritonkaketoe weegt gemiddeld 650 gram en moet geringd worden met stalen naadloos gesloten ringen in maat 11,0.
Middelste geelkuifkaketoe Cacatua galerita eleonora Finsch, 1863 - ook wel Eleonora kuifkaketoe
De Engelse benaming is Eleonora Cockatoo of Eleonora's Cockatoo. Frans Cacatoès Eleonora; Duits Finschs Gelbhaubenkakadu; in het Portugees als Cacatua de Eleonora en in het Spaans Cacatùa de Eleonora. De naam Eleonora is gegeven door Otto Finsch, hij ontdekte deze nieuwe ondersoort in de dierentuin van Amsterdam, Artis, en noemde hem naar de vrouw van de dierentuindirecteur, Maria Eleonora van der Schroef.
Deze ondersoort lijkt op de ondersoort Cacatua galerita triton maar heeft een veel kleinere snavel. Gemiddeld genomen, is deze kaketoe de kleinste van deze vier grote geelkuifkaketoes. De pop en de onvolwassen Eleonora kaketoes hebben dezelfde kenmerken als de nominaatvorm. De Eleonora kaketoe is ongeveer 44 centimeter in lengte. Zijn vleugels zijn 28 centimeter lang en zijn staart meet 13,7 centimeter. De snavel van de Eleonora kaketoe is 3,4 centimeter en de lengte van het loopbeen is 2,6 centimeter. De Eleonora kaketoe weegt gemiddeld 600 gram en moet geringd worden met stalen naadloos gesloten ringen in maat 11,0.
Verspreiding en leefgebied De grote geelkuifkaketoe is inheems in het oosten en zuidoosten van Australië tot het meest zuidoostelijke deel van het zuiden van Australië, Tasmanië en King Island. De grote geelkuifkaketoe is geïntroduceerd aan de oostkust van het Noord Eiland van Nieuw-Zeeland en in een uitgebreid gebied rondom en ten westen van Perth in West-Australië. De grote geelkuifkaketoe neemt in aantal toe in bevolkte gebieden binnen zijn leefgebied, met name rondom Sydney waar ze nu algemeen voorkomen in de buitenwijken.
De Mathews' kaketoe is inheems in noordelijk Australië vanaf de Fitzroy Rivier tot aan de Gulf of Carpentaria en alle grotere kusteilanden. Er zijn overlappende leefgebieden met de Cacatua galerita galerita rondom de Gulf of Carpentaria. De Triton kaketoe is inheems in Nieuw-Guinea en de Westelijke Papoea eilanden, de eilanden in Geelvink Baai, Goodenough, Fergusson en Normanby, de Louisiade Archipel en de Trobriand en Woodlark Eilanden. Hij is geïntroduceerd op Ceramlaut en Goramlaut, Indonesië alsook de Palau Eilanden in de Stille Oceaan. De Eleonorakaketoe is inheems op de Aru Eilanden, Indonesië en is geïntroduceerd op de Kai Eilanden, Indonesië.
Algemene informatie Leefgebied Het bos, en dan met name de gedeeltelijk geruimde gebieden, de open bosgebieden, de bosranden en de halfdroge gebieden met bomen tot op hoogte van 15 meter, en op sommige plaatsen tot op hoogtes van 24 meter; zijn hun natuurlijk leefgebied. Ze bezoeken ook de mangroven in sommige gebieden en worden soms gezien terwijl ze foerageren in gecultiveerde gebieden en in de buurt van menselijke nederzettingen.
Status voor de wet De grote geelkuifkaketoes komen in hun leefgebied algemeen voor, maar in sommige van hun leefgebieden zijn hun aantallen sterk verminderd door de jacht en de vangst voor de dierenhandel (Nieuw-Guinea). Hun voorkeur voor rijpend graan veroorzaakt nogal wat schade in de landbouwgebieden. Dit wordt nog steeds als reden aangevoerd om de grote geelkuifkaketoes constant te vervolgen in landbouwgebieden.
De grote geelkuifkaketoe heeft een groot verspreidingsgebied en daardoor alleen al is de kans op uitsterven gering. De grootte van de populatie is niet gekwantificeerd, maar gaat in aantal achteruit onder meer door versnippering van het leefgebied en vervolging. Echter, het tempo ligt onder de 30% in tien jaar (minder dan 3,5% per jaar). Om deze redenen staat deze kaketoe als niet bedreigd op de Rode Lijst van de IUCN.
Voor de wetgeving vallen de geringde grote geelkuifkaketoes onder de CITES II en Bijlage B van EG-Basis-verordening 338/97. Hierdoor mogen ze geringd binnen de Europese Unie vrij worden gehouden en verhandeld worden, en hiervan hoeft u geen administratie bij houden (artikel 2 lid 1c punt 1 Regeling administratie Flora- en faunawet). Ongeringde grote geelkuifkaketoes kunnen binnen de EG ook vrij worden gehouden en verhandeld mits aantoonbaar is dat u ze legaal hebt verkregen (artikel 8 lid 1 en 2 vrijstellingsregeling Flora- en Faunawet) en hiervan hoeft u geen administratie bij houden (artikel 2 lid 1c punt 2 Regeling administratie en bijlage 1 Regeling administratie Flora- en Faunawet).
Gedrag De sedentaire grote geelkuifkaketoes leven in paren of een kleine groepen tot maximaal 30 kaketoes. In Australië zijn er groepen van enkele honderden kaketoes waargenomen buiten het broedseizoen. De grote geelkuifkaketoes in Nieuw-Guinea zijn makkelijk benaderbaar maar in Australië zijn ze niet makkelijk benaderbaar. Ze zijn altijd erg beducht op gevaar, maar desondanks toch lastig te vinden in het dichte gebladerte. Bij uitzondering worden ze ook in grotere aantallen in bomen gevonden waarin ze ook foerageren. De grote geelkuifkaketoe geeft er de voorkeur aan om in hoge bomen te rusten aan de rand van het bos. Bij zonsopkomst vliegt hij luid schreeuwend naar de dichtstbijzijnde waterplaatsen en brengt de rest van de dag door in het gebied waar hij ook foerageert. Grote geelkuifkaketoes foerageren het liefst in de bomen, maar doen dit ook op de grond waar ze erg waakzaam zijn. Sommige kaketoes fungeren dan als wachtposten in Australië terwijl de rest van de groep naar voedsel zoekt, maar in Nieuw-Guinea leven de grote geelkuifkaketoes alleen in de bomen en niet in grote groepen, zodat het daar niet nodig is. Grote geelkuifkaketoes brengen het heetste deel van de dag door in de schaduw van boomtoppen. Ze knagen op bladeren en boomschors en 's avonds keren ze terug naar hun rustbomen. Daar zijn ze dan erg luidruchtig en twistziek tot aan de zonsondergang. Grote geelkuifkaketoes migreren tussen verschillende gebieden in de winter en de zomer. Hun vlucht is snel met korte vleugelslagen, afgewisseld door glijvluchten, vaak in grote cirkels. Hun vlucht wordt vergezeld door hun hard, repeterend gekrijs maar soms ook schreeuwen, fluiten, of klokken. De roep van de Tritonkaketoe is zachter dan de overige soorten. De alarmroep van de grote geelkuifkaketoe is erg schel.
Dieet in de natuurlijke leefomgeving Zaden zijn de belangrijkste voedselbron (inclusief distel en graszaden) van de grote geelkuifkaketoes. Fruit, bessen, bloesem, noten, wortels, bloemen, insecten en hun larven zijn een belangrijk deel van hun dieet. Grote geelkuifkaketoes vallen regelmatig gecultiveerde gebieden binnen.
Broedgedrag Het broedseizoen in het zuiden van Australië begint in augustus tot januari en in het noorden van Australië van mei tot september. In het zuiden van Nieuw-Guinea van augustus tot november en in het noorden van Nieuw-Guinea vanaf februari. Ze geven de voorkeur aan nestholtes in hoge bomen in de buurt van de waterplaatsen. De nesten worden gevonden op hoogte van 3,5 meter tot 30 meter. Soms gebruiken de grote geelkuifkaketoes ook spleten in de rotsen. Bij de hofmakerij benadert de man de pop met opgeheven kuif, waarbij hij zijn hoofd op en neer beweegt. Nadat ze elkanders verenpak opgepoetst hebben, vindt de paring plaats. Het legsel bestaat uit twee tot drie eieren, die gelegd worden op een mengsel van rottend hout, en kleine stukjes afgeknaagd hout. Beide de kaketoes broeden gedurende 30 dagen. Na het uitkomen van de eieren, blijven de jonge kaketoes nog 10 weken in het nest. De witte elliptische eieren meten 46,5 bij 33,5 millimeter en wegen 28 gram.
Kaketoes als huisdier