Aratos van Sikyon (Oudgrieks: ; 271 - 213 v.Chr.) was een politicus in hellenistisch Griekenland. Hij werd vooral bekend als strategos van de Achaeïsche Bond.
Aratos moest op zevenjarige leeftijd Sikyon ontvluchten toen zijn vader omkwam in een staatsgreep. Hij vluchtte naar Argos en werd daar opgevoed door vrienden van zijn vader. Als leider van de Sykiontische ballingen in Argos bevrijdde hij enkele jaren later zijn geboortestad van de tirannen die Sikyon overgenomen hadden. Hij sloot de stad aan bij de Achaeïsche Bond, waarin hij al snel tot strategos werd verkozen. Zijn eerste grote wapenfeit was het veroveren van de schijnbaar onneembare Akrokorinthos, de citadel (akropolis) van Korinthe, op Macedonië. Daarna hield Aratos zich bezig met de uitbreiding van de Bond. Toen de nieuwe koning van Sparta, Cleomenes III, aan de macht kwam, begon die een oorlog tegen de Achaeïsche Bond. Deze oorlog leek slecht af te lopen voor Aratos, maar hij slaagde erin Macedonië te overtuigen zich bij hem aan te sluiten, waardoor Cleomenes verslagen kon worden in de Slag bij Sellasia. Tijdens en na de daaropvolgende Bondgenotenoorlog tegen de Aetoliërs was Aratos een van de belangrijkste adviseurs van de nieuwe koning van Macedonië, Philippus V. Hij stierf in 213 v.Chr. Volgens Plutarchus werd hij vergiftigd door Philippus.
Jeugd thumb|Ligging van Sikyon Aratos werd geboren in 271 v.Chr. in Sikyon. Hij was de zoon van Clinias, die na de moord op de laatste tiran van de stad er de hoofdmagistraat geworden was, een functie die hij deelde met Timocleides.Plutarchus, Parallelle Levens, Leven van Aratus, 2, 1. De bevolking was nog maar net enigszins gewend geraakt aan de nieuwe regeringsvorm toen Timocleides stierf. In 264 v.Chr. volgde een staatsgreep door ene Abantidas, die zichzelf tot tiran uitriep toen hij Clinias liet liquideren. Hij was ook van plan hetzelfde te doen met de op dat moment zevenjarige Aratos, maar die slaagde erin te ontsnappen. Hij kon samen met andere vluchtelingen van de verwarring die rond zijn huis heerste gebruikmaken om naar zijn tante te gaan.Zijn tante heette Soso. Ze was getrouwd met Prophantus, de broer van Clinias. Ze was toevallig ook de zus van Abantidas. Zij verstopte Aratos tot het vallen van de nacht en smokkelde hem vanuit Sikyon naar Argos, waar hij opgevoed zou worden door vrienden van zijn vader. Hij zou er blijven wonen tot in 251 v.Chr.
In Argos verkreeg Aratos de reputatie van een verdienstelijk redenaar en atleet. Hij won zelfs eens de pentatlon op de Olympische Spelen. Hij werd echter "verteerd door een verlangen zijn stad te bevrijden van de tirannie." Ondanks zijn jeugd lijkt hij door zijn vastberaden persoonlijkheid al zeer vroeg aanvaard te zijn geweest als de leider van de Sikyontische ballingen in Argos.
Tijdens Aratos' jeugd waren de interne spanningen in Sikyon nog niet gaan liggen. Abantidas was enige tijd na de vlucht van Aratos gedood. Diens vader nam zijn plaats in, maar ook hij werd gedood en zijn plaats werd ingenomen door Nicocles. Dit zorgde ervoor dat de stadstaat erg verzwakte en kwetsbaar was voor agressieve buren. Daarom neigden de inwoners van de stad naar de ballingen, die volgens hen veiligheid en stabiliteit zouden kunnen brengen. Hoewel dit maar op stedelijk niveau was, werd Aratos al door velen gezien als een belangrijke speler; als jonge man had hij al contacten opgenomen met de koningen van Macedonië en Egypte. Plutarchus zegt zelfs dat Nicocles Aratos vooral vreesde door zijn vele connecties.Plutarchus, Aratus, 4, 2.
Bevrijding van Sikyon thumb|Het theater van Sikyon, dat gebouwd werd door Aratos' vader
In 251 v.Chr. schoot Aratos in actie. Hij besloot dat hij een versterkte plaats bij Sikyon zou gaan bezetten van waaruit hij het grondgebied van zijn vijanden zou kunnen plunderen. Verder zouden sympathisanten zich daar bij hem kunnen aansluiten. Maar voordat hij zijn plannen tot uitvoering had kunnen brengen, bood een nieuwe kans zich aan: een gevangene die ontsnapt was uit de kerkers in Sikyon kwam aan in Argos met interessant nieuws. Hij zei dat de vluchtroute die hij had genomen gemakkelijk begaan zou kunnen worden door mannen met ladders, waarmee ze over de stadsmuren zouden kunnen klimmen.Plutarchus, Aratus, 5, 3.
Aratos besloot naar zijn informant te luisteren. Hij bewapende zijn mannen en maakte ladders klaar, maar dit alles moest in het geheim gedaan worden, aangezien er spionnen van Nicocles in Argos waren. Om hen nog meer te misleiden, deed Aratos alsof hij een feest zou houden in de stad op de dag van zijn geplande staatsgreep. Dit plan werkte, en toen Aratos wist dat de spionnen weg waren, haastte hij zich naar zijn mannen, die al buiten de stad waren. Hij leidde hen zo snel mogelijk naar Sikyon, in de hoop de stadswallen te bereiken wanneer er nog niet zo veel licht was. Ze bereikten de muren en slaagden erin ze te beklimmen met de ladders. Bij dageraad haastten de indringers naar het huis van Nicocles en de barakken. Daar namen ze alle wachters gevangen. Nicocles slaagde er echter in te ontsnappen via een ondergrondse tunnel. Geruchten over wat er gebeurde verspreidden zich al snel doorheen de stad en sommige inwoners staken het paleis van de tiran in brand. Aratos kwam niet tussenbeide om het plunderen te stoppen. Hij liet daarentegen de inwoners hun woede stillen na 13 jaren van tirannie.
Consolidatie van de macht in Sikyon thumb|Antigonus Gonatas, de koning van Macedonië Aratos' eerste daad als nieuwe leider van Sikyon was de ballingen terugroepen naar Sikyon. Hij riep er 80 terug die verbannen waren geweest door Nicocles, maar volgens Plutarchus ook nog 500 anderen.Plutarchus, Aratus, 9, 3. Zij wilden allemaal hun vroegere eigendommen terug, en de stad leek al snel in een staat van burgeroorlog te zullen verkeren. Op dat moment gaf Antigonus Gonatas, de koning van Macedonië, 25 talenten aan Aratos. Dit gaf hij als een persoonlijke gift en als teken van goede wil.Hij hoopte waarschijnlijk dat Aratos een bruikbare pion van Macedonië zou worden in de Peloponnesos. Plutarchus zegt dat het geld kwam van de koning van Egypte, maar dat is onwaarschijnlijk: Aratos gaf het geld aan zijn medeburgers, en nam onverwachts de beslissing zich aan te sluiten bij de Achaeïsche Bond. Waarschijnlijk gebeurde dit ook in 251 v.Chr. Het was de eerste keer dat de Bond een niet-Achaeïsche polis toeliet (Sikyon was Dorisch).
Later ging Aratos naar Egypte om de hulp in te roepen van Ptolemaeus II Philadelphus. Sikyon stond economisch immers nog steeds niet sterk en had hulp nodig. Nu Aratos niet meer op een alliantie met Antigonus kon rekenen (de Achaeïsche Bond gold als rivaal van Macedonië), had hij weinig keuze. Plutarchus vermeldt heel wat moeilijkheden op de tocht naar Egypte, maar uiteindelijk bereikte Aratos het land en hij keerde terug met veertig talenten en de belofte van nog 110 meer. Terug in Sikyon wilde hij niet in zijn eentje het geld verdelen, maar stelde een comité van zichzelf en vijftien andere leden samen om dat te doen. Met het Ptolemaeïsche geld had Aratos de problemen van Sikyon min of meer kunnen oplossen, en de dankbare burgers richtten een bronzen standbeeld op ter ere van hem.Pausanias, Beschrijving van Griekenland, Centraal-Griekenland, II, 42. De rest van de periode tussen 251 en 245 v.Chr. is vaag, maar Aratos diende vier of vijf jaar als ruiter in het Achaeïsche leger.
Strategos van de Achaeïsche Bond Verovering van de Akrokorinthos In 245 v.Chr. werd Aratos verkozen tot strategos van de Achaeïsche Bond. Hij zou deze positie elke twee jaar invullen tot aan zijn dood, met slechts een aantal uitzonderingen.Niemand mocht twee jaar na elkaar tot strategos verkozen worden. Aratos' carrière werd gekenmerkt door de uitbreiding van deze bond. Zijn eerste wapenfeit was het plunderen van het platteland van Lokris en Calydon. Hij leidde ook een leger van 10.000 manPlutarchus, Aratus, 16, 1. om de Boeotiërs te helpen tegen de Aetolische Bond. Maar Aratos' droom lag dichter bij zijn thuisstad: hij wilde de Akrokorinthos, de akropolis van Korinthe, innemen. De stad Korinthe vormde de toegang tot de Peloponnesos en was een belangrijke havenstad.
thumb|De heuvel waarop de Akrokorinthos lag
Het fort was echter zo goed als onneembaar: het was gebouwd op een hoge heuvel met een hoogte tot wel 600 m. Het had steile hellingen rond zich, was beschermd door een citadel met hoge muren en had een waterbron, zodat het ook een lang beleg zou kunnen uitstaan. Antigonus Gonatas had deze stad weer stevig in zijn handen gekregen en probeerde dat ook te zo te houden met een sterk garnizoen onder Persaeus. In 243 v.Chr. werd er door huurlingen in de Akrokorinthos echter verraden aan Aratos dat er een minder steil stuk was op de heuvel, en dat dit precies ook het punt was waar de muur het laagst was. In het midden van de zomer was Aratos klaar om de stad in te nemen.
Aratos had een groot leger verzameld in de Achaeïsche steden, maar het is niet bekend hoeveel soldaten het nu precies telde. Het is echter wel zeker dat het grootste deel op de weg tussen Sikyon en de Akrokorinthos bleef terwijl Aratos zelf met een uitgekozen groep van 400 mannenPlutarchus, Aratus, 21, 1. naar de stad ging. Een aantal soldaten werd vooruitgestuurd om een de wachters uit te schakelen. Daarna beklommen honderd anderen de muren met ladders. Ze hadden geen schoenen aan om zo weinig mogelijk geluid te maken. Bij de poort vielen ze een groep wachters aan, maar een van hen kon ontsnappen en het alarm luiden. Ondertussen hadden de andere 300 soldaten ook de muren beklommen en waren ze op zoek naar Aratos. Ze vonden hem echter niet en besloten daarom om te blijven waar ze waren. Inmiddels hadden Aratos en zijn soldaten de citadel bereikt, waar ze in moeilijkheden raakten. Terwijl ze bezig geweest waren de muren ervan te beklimmen, hadden de verdedigers projectielen op hen laten neerregenen, en nu zaten ze vast bij de muren en de Macedonische soldaten waren naar hen op zoek. De strategos had echter geluk: deze Macedoniërs kwamen langs de 300 verloren gelopen soldaten van Aratos zonder hen te zien. De Achaeërs vielen de Macedoniërs aan in de rug en dreven hen op de vlucht. Op dat moment vond een boodschapper van Aratos de afgezonderde soldaten en meldde hun dat hun strategos bij de citadel was. Als Aratos nog de overwinning wilde behalen moest er snel hulp komen. De weersomstandigheden bleken echter gunstig voor Aratos:
Het moreel van de Macedoniërs ging helemaal naar beneden doordat ze dachten dat ze nu in de minderheid waren, en Aratos' volledige leger binnen de stad beklom de muren en het Macedonische garnizoen moest wijken. De Macedoniërs slaagden er toch in de Achaeërs nog tot de ochtend tegen te houden. Op dat moment kwam de rest van het Achaeïsche leger de stad binnen en werd de citadel veroverd. De staatsgreep in Sikyon was al een grootse prestatie geweest, maar nu had Aratos iets bewerkstelligd wat slechts door weinigen geëvenaard kon worden: het innemen van de uitzonderlijk sterke Akrokorinthos met een stormaanval. Dat het gelukt was, was deels te wijten aan geluk, maar ook aan een goede planning en stalen zenuwen tijdens de uitwerking van het plan. Aratos bleef niet op zijn lauweren rusten na deze overwinning. Hij veroverde ook de haven van Korinthe, en de 25 Macedonische oorlogsschepen die daar voor dok lagen. Aratos legerde een garnizoen van 400 Achaeërs en 50 wachthonden in de Akrokorinthos.
thumb|Buste van Plutarchus. Hij schreef in zijn Parallelle Levens over Aratos, en is daarmee de belangrijkste antieke bron over de leider van de Achaeïsche Bond.
Bondgenootschap met Sparta