Hibernian FC is een Schotse voetbalclub uit de havenwijk Leith in Edinburgh. De club speelt in de Scottish Championship. De grote rivaal is Heart of Midlothian, dat eveneens afkomstig is uit Edinburgh. Hibernian vormt samen met clubs als Hearts, Aberdeen en Dundee United de subtop van het Schotse voetbal die volgt onder de topclubs Celtic en Rangers. De club speelt haar thuiswedstrijden op Easter Road.
Geschiedenis Voorgeschiedenis thumb|De Cowgate in 2010. Gate is oud-Schots voor 'straat'.
Gedurende de negentiende eeuw ontvluchtte een grote groep Ieren hun thuisland. Op de vlucht voor oppressie en hongersnood streken zij onder meer neer in Schotland. De meesten vestigden zich in het westen van het land, maar ook in Edinburgh ontstond een aanzienlijke Ierse gemeenschap. In 1841 woonden er 16.000 Ieren in Edinburgh, op een totale bevolking van 130.000. In 1855 was hun aantal al gestegen tot boven de 25.000.Alan Lugton, The Making of Hibernian I (Edinburgh: John Donald Publishers LTD, 1999) 10-12. In het grotendeels protestantse Edinburgh was de voornamelijk katholieke Ierse gemeenschap niet enkel een etnische, maar ook een religieuze minderheid. De overgrote meerderheid van de Ierse immigranten streek neer in de oude binnenstad, in het gebied rond de Cowgate. Hier verbleven zij in armoedige omstandigheden. De helft van de families in het district verbleef in woningen die bestonden uit slechts één kamer. De buurt had te kampen met criminaliteit, hoge werkloosheid en excessief alcoholgebruik. In de tweede helft van de negentiende eeuw woonden er nog amper autochtone Schotten in het district dat in de volksmond bekend werd als Little Ireland. Het gebied ontwikkelde zich tot een soort getto en gold als een ‘no-go area’ voor de autoriteiten. De anti-Ierse sentimenten namen toe en de bewoners van Little Ireland kregen vaak te maken met discriminatie vanuit het Schotse bevolkingsdeel. Om aan de religieuze behoeften van de katholieke Ieren te voldoen wist de gemeenschap in 1856 beslag te leggen op een kerkgebouw aan de voet van de Cowgate dat zij doopten tot de St. Patrick’s Church. In 1865 richtte de jonge priester Edward Hannan een aan deze kerk verbonden tak van de CYMS (Catholic Young Men's Society) op. De CYMS was een organisatie met het doel om jonge katholieke mannen te verheffen door middel van educatie, gebed, sociale activiteiten en sport.
Oprichting (1875) In de jaren ’70 van de negentiende eeuw had de moderne voetbalsport zijn intrede gedaan in de Schotse hoofdstad. De jonge Ieren waren geïnteresseerd in het spel, maar werden vanwege hun religie niet toegelaten tot een van de bestaande verenigingen. Hierop kwam de in Ierland geboren Michael Whelahan op het idee om een eigen Ierse voetbalclub op te richten. Whelahan wendde zich met zijn idee tot Hannan die hem zijn volledige steun toezegde. Het idee werd voorgelegd aan de vergadering van de CYMS en unaniem aangenomen. De inspiratie voor de naam van de nieuwe club ontleende Whelahan aan de Ancient Order of Hibernians, een oud Iers broederschap met vestigingen over de hele wereld. Het woord ‘Hibernians’ was afgeleid van 'Hibernia', de oude Romeinse naam voor het Ierse eiland. Op 6 augustus 1875 werd in het hoofdkwartier van de CYMS in St. Mary's Street de Hibernian Football Club opgericht. Behalve door haar naam profileerde Hibernian zich als club van het Ierse bevolkingsdeel door haar logo (de Ierse harp) en clubmotto “Erin Go Bragh”. Hibernian was direct verbonden aan de CYMS van de St. Patrick’s Church. Van de leden werd verwacht dat ze praktiserend katholiek waren.
De eerste jaren (1876-1878) thumb|right|De St. Patrick's Church Net als de andere clubs in Edinburgh gebruikte Hibernian de Meadows, een park ten zuiden van de oude binnenstad, als trainingslocatie. Ter bescherming tegen anti-katholieke straatbendes werd de club vergezeld door Ierse arbeiders die voornamelijk werkzaam waren in de spoorwegindustrie. Zij fungeerden als bodyguards en de eerste supportersschare van de club. Het zou echter nog even duren voor er een wedstrijd kon worden gespeeld. De Schotse voetbalbond weigerde Hibernian het lidmaatschap met het argument dat zij diensten leverden voor Schotten en niet voor Ieren. De voetbalbond van Edinburgh nam dit besluit over en verbood andere clubs tegen Hibernian uit te komen. Het eerste team dat tegen dit verbod inging was de latere rivaal Heart of Midlothian. Op eerste kerstdag 1875 speelde Hibernian op de Meadows haar eerste wedstrijd, die met 1-0 werd gewonnen door het meer ervaren Hearts. Hierna waren meer clubs bereid om tegen de Ieren uit te komen en uiteindelijk gingen ook de nationale en stedelijke voetbalbonden overstag. In 1876 werd Hibernian toegelaten tot de Edinburgh F.A. Cup, het bekertoernooi van de stedelijke bond. Vanaf 1877 mocht de club eveneens deelnemen aan het nationale bekertoernooi. Een competitie bestond er destijds nog niet.
In 1878 haalde Hibernian de finale van de Edinburgh F.A. Cup, waar Heart of Midlothian de tegenstander was. De relatie tussen de twee clubs was al flink bekoeld na ongeregeldheden rondom een nationale bekerwedstrijd in 1877, waar Hibernian met een 2-1-overwinning van het veld was gestapt. De finale zou uiteindelijk pas in de vijfde wedstrijd worden beslist in het voordeel van Hearts, nadat de eerste vier wedstrijden allemaal in een gelijkspel waren geëindigd. In de geschiedenisboeken van Hibernian wordt beschreven hoe de Ierse club op een verscheidenheid aan manieren werd benadeeld door de scheidsrechters en de stedelijke voetbalbond, terwijl de kronieken van Heart of Midlothian de nadruk leggen op het agressieve gedrag van de Ierse aanhang van Hibs.Alan Lugton, The Making of Hibernian I (Edinburgh: John Donald Publishers LTD, 1999) 33-36.Albert Mackie, The Hearts: the Story of Heart of Midlothian F.C. (Londen: Stanley Paul & Co LTD, 1959) 31-42. Beschikbaar via: London Hearts. Gearchiveerd op 12 juni 2021. Waar geen discussie over bestaat is dat de Edinburgh F.A. Cup finale van 1878 eraan bijdroeg dat Hibs en Hearts de andere clubs in de stad achter zich lieten en steeds meer werden gezien als de twee voetbalgrootmachten van Edinburgh. De verhoudingen tussen beide clubs zouden in de jaren daarna echter niet verbeteren.
Op weg naar de top (1879-1887) De verloren finale van de Edinburgh Cup in 1878 was snel vergeten nadat Hibernian tussen 1879 en 1887 de prijs acht keer won. Enkel in 1883 ging de eindoverwinning aan de club voorbij toen Hibs vanwege een lange lijst aan blessures geen team op de been kon brengen voor de finale. Na in de eerste jaren van haar bestaan op verschillende locaties in de stad te hebben gespeeld kreeg Hibernian in 1880 de beschikking over haar eigen accommodatie. De club ging spelen op een veld nabij Easter Road, de weg van Edinburgh naar de havenstad Leith. Het veld werd voorzien van een tribune om de groeiende publieke belangstelling aan te kunnen en gedoopt tot Hibernian Park. Met de verhuizing naar Easter Road trok Hibernian steeds meer publiek uit Leith. De havenstad was een onafhankelijke bestuurlijke eenheid totdat deze in 1920 bij Edinburgh werd ingelijfd. Evenals de Schotse hoofdstad kende Leith een Ierse gemeenschap van enig formaat, die vooral werkzaam was in de havenindustrie. De relatie die Hibs in deze jaren met Leith opbouwde zou later van levensbelang blijken voor het voortbestaan van de club.
Hibernian werd inmiddels niet meer enkel omarmd door de Ieren van Edinburgh en Leith, maar kon overal waar zij kwam in het land rekenen op steun van de lokale Ierse bevolking. Vooral bij uitwedstrijden in Glasgow kreeg de club standaard een warm onthaal van de plaatselijke Ierse gemeenschap. In de ogen van Canon Hannan diende de club zich in eerste plaats te richten op liefdadigheid. Het geld van de toegangskaarten kwam vooral ten goede aan de arme Ierse gemeenschap van Edinburgh, maar de club leende zich ook voor benefietwedstrijden voor andere goede doelen. Hibernian diende als voorbeeld voor een heleboel andere Ierse clubs die overal in Schotland werden opgericht.
Ook op sportief vlak deed Hibernian van zich spreken. In 1884 haalde de club de halve finale van de Schotse beker waar het befaamde Queen's Park echter met 5-1 te sterk was. In 1885 en 1886 was de club weer goed genoeg voor een halve finaleplaats, maar beide keren moest het de overwinning laten aan Renton, een andere voetbalgrootmacht uit het westen van het land. In 1887 was het succes dan toch daar. In de finale van het nationale bekertoernooi was Hibernian met 2-1 te sterk voor Dumbarton en werd daarmee de eerste club uit het oosten van Schotland die de beker wist te winnen. In datzelfde jaar veroverde Hibernian ook de officieuze wereldtitel. De wedstrijd tussen de Schotse bekerwinnaar en de Engelse topploeg Preston North End werd in de tijd dat voetbal nog niet zo wijdverbreid was als tegenwoordig beschouwd als een wereldkampioenschap. In Edinburgh werd het 2-1 voor Hibernian.
Ondanks de sportieve successen lag de club nog geregeld overhoop met de autoriteiten. De voetbalbond van Edinburgh hanteerde de regel dat enkel lokale spelers voor de clubs uit de hoofdstad mochten uitkomen. Deze beperking was extra hinderlijk voor Hibernian dat door haar eigen beleid al enkel praktiserende katholieken toestond om lid te worden. In 1883 besloot de club aan de regel voorbij te gaan en drie spelers van buiten Edinburgh in het team op te nemen. Dit leidde tot oproer in de stad en vooral Hearts drong aan op een schorsing. Uiteindelijk wist de club de bond echter te overtuigen om de regel te schrappen. Een andere controverse deed zich voor omtrent vermeende betalingen aan sterspeler Willie Groves. Omdat professionalisme pas in 1893 zou worden toegestaan stelde de voetbalbond een onderzoek in. Een dag na de gewonnen finale van 1887 moest de clubsecretaris op een zitting verschijnen, waar een veroordeling zelfs tot inname van de zojuist gewonnen beker had kunnen leiden. De club en speler werden echter van de aanklacht vrijgesproken.
Crisis en ondergang (1888-1891) thumb|De Meadows in 2010 Tijdens de in Glasgow gespeelde bekerfinale van 1887 was Hibernian luid toegejuicht door de lokale Ierse bevolking. Dit gaf enkele vooraanstaande leden van de Ierse gemeenschap van de stad het idee dat een Ierse club in Glasgow weleens een groot succes zou kunnen worden. De katholieke geestelijke Brother Walfrid nam het voortouw. Hij had een club voor ogen die naar het voorbeeld van Hibernian zou dienen als liefdadigheidsinstelling voor de Ierse bevolking van Glasgow. De naam Glasgow Hibernian werd overwogen, maar uiteindelijk werd er gekozen voor Celtic Football Club. Hibernian verleende Celtic in haar beginjaren alle steun. Omdat Celtic zelf nog geen elftal had speelde Hibs tegen Cowlairs in de openingswedstrijd van het nieuwe Celtic Park. Hierna leende Hibernian regelmatig haar spelers uit aan Celtic. In de eerste officiële wedstrijd van Celtic, een 5-2-overwinning op Rangers in 1888, bestond het team van de Ieren uit Glasgow uit niet minder dan acht spelers van Hibernian. De visie van Brother Walfrid werd echter snel terzijde geschoven. De club kwam in handen van de zakenman John Glass die vooral het sportieve potentieel van Celtic wilde benutten. Hij runde de club als een professionele instelling en had weinig oog voor het vergaren van financiële steun voor liefdadigheidsprojecten. Dit bracht Brother Walfrid ertoe om zich af te keren van Celtic en een eigen club genaamd Glasgow Hibernian op te richten. Deze vereniging was echter geen lang leven beschoren.