Het kunstrijden was een van de sporten die beoefend werden tijdens de Olympische Winterspelen 1992 in Albertville. Het was de achttiende keer dat het kunstrijden op het olympische programma stond. In 1908 en 1920 stond het op het programma van de Olympische Zomerspelen. De wedstrijden vonden plaats van 9 tot en met 21 februari in de Halle Olympique.

In totaal namen 133 deelnemers (67 mannen en 66 vrouwen) uit 29 landen deel aan de vier disciplines.

Zeven personen namen voor de derde keer deel aan de olympische spelen, bij de mannen waren dit Grzegorz Filipowski en Cameron Medhurst, bij de paren Lloyd Eisler en bij het ijsdansen de paren Marina Klimova / Sergei Ponomarenko en Klára Engi / Attila Tóth. Negen mannen, drie vrouwen, twee paren en één ijsdanspaar en Eislers partner Isabelle Brasseur namen voor de tweede keer deel. Bij de paren nam René Novotný met een andere schaatspartner deel.

Drie Olympische kampioenen veroverden hun tweede medaille, bij de mannen werd Viktor Petrenko in 1988 derde en het ijsdanspaar Klimova/Ponomarenko werden in 1988 tweede.

Uitslagen Eindrangschikking Elk van de negen juryleden rangschikte de solisten/de paren per fase van hun te schaatsen programma van plaats 1 tot en met de laatste plaats. Deze rangschikking geschiedde op basis van het toegekende puntentotaal door het jurylid gegeven. De uiteindelijke rangschikking per fase geschiedde bij een meerderheidsplaatsing. Wanneer een deelnemer/paar als enige bij meerderheid als eerste was gerangschikt, kreeg deze de eerste plaats toebedeeld. Vervolgens werd voor elke volgende positie deze procedure herhaald, waarbij het aantal plaatsingen voor die positie werd bepaald door het aantal keren dat diezelfde positie of hogere positie werd behaald (dus, voor plaats 2 telden alle top 2 plaatsen, voor plaats 3 alle top 3 plaatsen, enz.). Wanneer geen meerderheidsplaatsing kon worden bepaald dan werd de procedure voor de volgende positie ingezet. Wanneer meerdere deelnemers een gelijk aantal meerderheidsplaatsingen hadden dan waren de beslissende factoren: 1) de laagste som van de meerderheidsplaatsingen, 2) laagste som van plaatsingcijfers van alle juryleden.

Na elke fase werd het plaatsingcijfer per fase vermenigvuldigd met een factor: bij de solisten en paren: x0.5 (33,3%) voor de korte kür en x1.0 (66,7%) voor de vrije kür. bij het ijsdansen: x0.2 (10%) voor de verplichte figuren #1, x0.2 (10%) voor de verplichte figuren #2, x0.6 (30%) voor de originele kür en x1.0 (50%) voor de vrije kür. De som van de factorplaatsingcijfers per fase bepaalde de eindrangschikking. Wanneer meerdere solisten/paren dezelfde factorplaatsingcijfer behaalden, was het laagste plaatsingcijfer van de vrije kür beslissend.

Mannen Van 13-15 februari (korte kür en vrije kür) streden 30 mannen uit 22 landen om de medailles. pc = som plaatsingcijfers per fase, pc/kk = plaatsingcijfer/korte kür (x0.5; 33,3%), pc/vk = plaatsingcijfer/vrije kür (x1.0; 66,7%), rangsporter(s)landpcpc/kkpc/vk Viktor Petrenko 1.5 0.5 1.0 Paul Wylie 3.5 1.5 2.0 Petr Barna 4.0 1.0 3.0 4 Christopher Bowman 7.5 3.5 4.0 5 Aleksej Oermanov 7.5 2.5 5.0 6 Kurt Browning 8.0 2.0 6.0 7 Elvis Stojko 10.0 3.0 7.0 8 Vjatsjeslav Zahorodnjoek 13.0 5.0 8.0 9 Michael Slipchuk 13.0 4.0 9.0 10 Todd Eldredge 15.5 4.5 11.0 11 Grzegorz Filipowski 16.5 6.5 10.0 12 Steven Cousins 18.0 6.0 12.0 13 Masakazu Kagiyama 20.5 5.5 15.0 14 Nicolas Petorin 21.0 7.0 14.0 15 Éric Millot 21.5 8.5 13.0 16 Cameron Medhurst 24.0 8.0 16.0 17 David Liu 26.5 7.5 19.0 18 Ralph Burghart 28.0 10.0 18.0 19 Oula Jääskeläinen 28.5 11.5 17.0 20 Konstantīns Kostins 31.0 9.0 22.0 21 Jung Sung-il 31.5 10.5 21.0 22 Henrik Valentin 32.0 12.0 20.0 23 Mitsuhiro Murata 34.0 11.0 23.0 24 Gilberto Viadana 9.5 9.5 t.z.t. 25 Zhang Zhubin 12.5 12.5 26 Luka Klasinc 13.0 13.0 27 Marius Negrea 13.5 13.5 28 Li Su-min 14.0 14.0 29 Tomislav Čižmešija 14.5 14.5 30 Riccardo Olavarrieta 15.0 15.0

Vrouwen Van 19-21 februari (korte kür en vrije kür) streden 29 vrouwen uit 21 landen om de medailles. pc = som plaatsingcijfers per fase, pc/kk = plaatsingcijfer/korte kür (x0.5; 33,3%), pc/vk = plaatsingcijfer/vrije kür (x1.0; 66,7%), rangsporter(s)landpcpc/kkpc/vk Kristi Yamaguchi 1.5 0.5 1.5 Midori Ito 4.0 2.0 2.0 Nancy Kerrigan 4.0 1.0 3.0 4 Tonya Harding 7.0 3.0 4.0 5 Surya Bonaly 7.5 1.5 6.0 6 Lu Chen 10.5 5.5 5.0 7 Yuka Sato 10.5 3.5 7.0 8 Karen Preston 14.0 6.0 8.0 9 Josée Chouinard 16.0 5.0 11.0 10 Marina Kielmann 16.5 7.5 9.0 11 Lenka Kulovaná 16.5 4.5 12.0 12 Laetitia Hubert 17.5 2.5 15.0 13 Patricia Neske 18.0 8.0 10.0 14 Joelija Vorobjova 20.0 7.0 13.0 15 Anisette Torp-Lind 20.0 4.0 16.0 16 Tatjana Ratsjkova 20.5 6.5 14.0 17 Viktorija Dimitrova 26.0 9.0 17.0 18 Joanne Conway 26.5 8.5 18.0 19 Zuzanna Szwed 30.5 11.5 19.0 20 Alma Lepina 31.0 11.0 20.0 21 Olga Vassiljeva 31.5 10.5 21.0 22 Suzanne Otterson 32.0 10.0 22.0 23 Krisztina Czakó 32.5 9.5 23.0 24 Hélène Persson 12.0 12.0 t.z.t. 25 Željka Čižmešija 12.5 12.5 26 Mojca Kopač 13.0 13.0 27 Li Gyong-ok 13.5 13.5 28 Lee Eun-hee 14.0 14.0 29 Mayda Navarro 14.5 14.5

Paren Van 10-12 februari (korte kür en vrije kür) streden 18 paren uit elf landen om de medailles. pc = som plaatsingcijfers per fase, pc/kk = plaatsingcijfer/korte kür (x0.5; 33,3%), pc/vk = plaatsingcijfer/vrije kür (x1.0; 66,7%), rangsporter(s)landpcpc/kkpc/vk Natalja Misjkoetjonok / Artoer Dmitrijev 1.5 0.5 1.0 Jelena Betsjke / Denis Petrov 3.0 1.0 2.0 Isabelle Brasseur / Lloyd Eisler 4.5 1.5 3.0 4 Radka Kovaříková / René Novotný 6.0 2.0 4.0 5 Jevgenija Sjisjkova / Vadim Naumov 7.5 2.5 5.0 6 Natasha Kuchiki / Todd Sand 9.0 3.0 6.0 7 Peggy Schwarz / Alexander König 11.0 4.0 7.0 8 Mandy Wötzel / Axel Rauschenbach 13.0 5.0 8.0 9 Christine Hough / Doug Ladret 14.5 4.5 10.0 10 Calla Urbanski / Rocky Marval 14.5 3.5 11.0 11 Jenni Meno / Scott Wendland 15.0 6.0 9.0 12 Sherry Ball / Kris Wirtz 17.5 5.5 12.0 13 Danielle Carr / Stephen Carr 19.5 6.5 13.0 14 Rena Inoue / Tomoaki Koyama 21.0 7.0 14.0 15 Anna Tabacchi / Massimo Salvade 22.5 7.5 15.0 16 Lyne Haddad / Sylvain Prive 24.0 8.0 16.0 17 Kathryn Pritchard / Jason Briggs 25.5 8.5 17.0 18 Ko Ok-ran / Kim Gwang-ho 27.0 9.0 18.0

IJsdansen Van 14-17 februari (verplichte figuren, originele kür en vrije kür) streden 19 ijsdansparen uit twaalf landen om de medailles. pc = som plaatsingcijfers per fase, pc/vf1 = plaatsingcijfer/verplichte figuren #1 (x0.2; 10%), pc/vf2 = plaatsingcijfer/verplichte figuren #2 (x0.2; 10%), pc/ok = plaatsingcijfer/originele kür (x0.6; 30%), pc/vk = plaatsingcijfer/vrije kür (x1.0; 50%), rangsporter(s)landpcpc/vf1pc/vf2pc/okpc/vk Marina Klimova / Sergej Ponomarenko 2.0 0.2 0.2 0.6 1.0 Isabelle Duchesnay / Paul Duchesnay 4.4 0.6 0.6 1.2 2.0 Maja Oesova / Aleksandr Zjoelin 5.6 0.4 0.4 1.8 3.0 4 Oksana Grisjtsjoek / Jevgeni Platov 8.0 0.8 0.8 2.4 4.0 5 Stefania Calegari / Pasquale Camerlengo 10.0 1.0 1.0 3.0 5.0 6 Susanna Rahkamo / Petri Kokko 12.4 1.4 1.4 3.6 6.0 7 Klára Engi / Attila Tóth 13.6 1.2 1.2 4.2 7.0 8 Dominique Yvon / Frédéric Palluél 16.6 1.6 1.6 5.4 8.0 9 Sophie Moniotte / Pascal Lavanchy 17.4 1.8 1.8 4.8 9.0 10 Kateřina Mrázová / Martin Šimeček 20.6 2.4 2.2 6.0 10.0 11 April Sargent-Thomas / Russ Witherby 21.6 2.0 2.0 6.6 11.0 12 Jacqueline Petr / Mark Janoschak 24.8 2.2 2.4 7.2 13.0 13 Anna Croci / Luca Mantovani 25.0 2.6 2.6 7.8 12.0 14 Regina Woodward / Csaba Szentpétery 29.0 3.0 3.0 9.0 14.0 15 Rachel Mayer / Peter Breen 29.0 2.8 2.8 8.4 15.0 16 Margarita Drobiazko / Povilas Vanagas 33.0 3.4 3.4 10.2 16.0 17 Melanie Bruce / Andrew Place 33.0 3.2 3.2 9.6 17.0 18 Han Bing / Jiang Hui 36.0 3.6 3.6 10.8 18.0 19 Ryu Gwang-ho / Pak Un-sil 38.0 3.8 3.8 11.4 19

Medaillespiegel ranglandtotaal 1 3 1 1 5 2 1 1 1 3 3 0 1 0 1 3 0 1 0 1 5 0 0 1 1 5 0 0 1 1 4 4 4 12

Kunstrijden 1992 Categorie:Kunstrijden in 1992 Categorie:Kunstrijden in Frankrijk