thumb|Sovjet-kinderen tijdens een luchtaanval in de eerste oorlogsdagen (24 juni 1941) nabij Minsk Operatie Barbarossa (Duits: Unternehmen Barbarossa) was de codenaam voor de aanval van het Duitse Rijk op de Sovjet-Unie op 22 juni 1941 gedurende de Tweede Wereldoorlog. De militaire operatie was vernoemd naar keizer Frederik I Barbarossa van het Heilige Roomse Rijk, een van de leiders van de Derde Kruistocht. De operatie zelf duurde tot december 1941, maar de oorlog aan het (vanuit het Duitse perspectief) oostfront die ermee was ingeluid, eindigde pas in mei 1945 en wel met de Duitse onvoorwaardelijke overgave aan de Sovjet-Unie en de andere geallieerden.
De Duitse Führer, Adolf Hitler, had al in 1940 besloten de Sovjet-Unie aan te vallen. Verovering van Lebensraum, het uitschakelen van het communisme, onderwerping van de Slavische volkeren en het uitroeien van de joden lagen in lijn met de nazi-ideologie. Een succesvolle uitvoering van Barbarossa zou voor de verdere duur van de oorlog een voldoende aanvoer van graan, olie en grondstoffen veiligstellen. De Sovjet-Unie had weliswaar een groot getalsmatig overwicht in manschappen, tanks en vliegtuigen maar de tactiek van de Blitzkrieg, het snel over grote diepte oprukken met tanklegers, leek een Duitse overwinning te garanderen. Het doel van de operatie was een snelle inname, binnen vier maanden, van een groot deel van het Europese deel van de Sovjet-Unie, het gebied ten westen van de AA-lijn. Dat optimistische doel kon alleen gehaald worden als de Sovjetverdediging steeds verder in elkaar zou storten.
In de eerste weken van de operatie boekten de Duitsers enorme terreinwinst en brachten grote verliezen toe aan het Rode Leger. Het Rode Leger probeerde zelf ook met grote tankeenheden manoeuvrerend een mobiele verdediging te voeren maar bleek daar de bekwaamheid niet voor te bezitten. Grote Sovjetlegers werden omsingeld en vernietigd. Eind juli 1941 hadden de Duitsers de Baltische staten, Wit-Rusland en West-Oekraïne bezet. Toen kwam uit dat de Duitsers het vermogen van de Sovjets om nieuwe troepen op te roepen zeer ernstig hadden onderschat. Het Rode Leger bracht talrijke verse reserves in het veld. De Duitsers waren daarentegen grotendeels door hun munitie en brandstof heen. In augustus bevoorraadden ze zich opnieuw. Het Duitse opperbevel maakte onderling ruzie hoe deze onverwachte situatie moest worden aangepakt. Veel generaals wilden direct oprukken naar het spoorwegknooppunt Moskou maar Hitler beval eerst de grote frontboog die zich bij Kiev had gevormd af te snijden. In september werden daar een half miljoen Sovjetsoldaten omsingeld en verslagen. Begin oktober kon eindelijk de aanval op Moskou van start gaan. Opnieuw omsingelden de Duitsers grote legers maar daarna daalden de temperaturen en liep hun offensief door het onverharde wegennet vast in de modder. Toen het in november licht begon te vriezen en de bevoorrading weer op gang kwam, deden de Duitsers een uiterste poging Moskou nog te bereiken maar hun uitgeputte troepen hadden daar de kracht niet meer voor. Begin december werden ze overvallen door felle koude en moesten onder zware verliezen terugtrekken voor tegenaanvallen door verse Sovjettroepen.
Het Duitse leger nam uiteindelijk zo'n vijf miljoen Sovjet soldaten gevangen. Zo'n 3,3 miljoen Sovjet krijgsgevangenen en miljoenen burgers werden opzettelijk uitgehongerd of anderszins vermoord tijdens de uitvoering van het Hungerplan om de Duitse voedseltekorten op te lossen en Generalplan Ost om de Slavische bevolking uit te roeien door middel van verhongering, massa-executies en vergassingsoperaties, uitgevoerd door de nazi's of bereidwillige vrijwilligers.
Operatie Barbarossa is de grootste militaire operatie uit de geschiedenis gemeten naar het aantal ingezette troepen en slachtoffers. Begin december 1941 verklaarde Hitler ook de oorlog aan de Verenigde Staten van Amerika. Duitsland moest het nu tegen twee supermachten opnemen, onder welke inspanning het uiteindelijk bezweek. De mislukking van Operatie Barbarossa was zo een keerpunt in de oorlog en luidde de ondergang van nazi-Duitsland in, waarvan het oorlogspotentieel op het grootste en bloedigste strijdtoneel van de Tweede Wereldoorlog binnen vier jaar geheel uitgeput zou raken.
Achtergronden Nazi-sovjet-samenwerking De slechte relaties tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie waren in 1939 omgeslagen in een onverwachte samenwerking. Op 19 augustus 1939 sloten de twee landen een kredietovereenkomst, waardoor de Sovjet-Unie Duitse machines en vervoermiddelen zou kunnen kopen in ruil voor het leveren van aardolie, graan en andere grondstoffen.Edward E. Ericson, Feeding the German Eagle. Soviet Economic Aid to Nazi Germany, 1933–1941, 1999, Deze economische alliantie tussen beide landen werd vier dagen later gevolgd door het Molotov-Ribbentroppact, waarvan geheime clausules Centraal-Europa opdeelden in "invloedssferen". In overeenstemming daarmee viel Duitsland de volgende maand Polen binnen. De nazi-sovjet-samenwerking, die voor de Duitsers een cruciaal verweermiddel was tegen een Britse zeeblokkade, werd uitgebreid door nieuwe verdragen in februari 1940 en in januari 1941. Nochtans had Hitler geen afstand gedaan van zijn plan Lebensraum te veroveren in het oosten en leefde Duitsland zijn verbintenissen steeds minder na naarmate de aanvalsdatum dichter kwam. De sovjets daarentegen bleven tot de dag voor de invasie stipt hun verplichtingen nakomen om geen voorwendsel te geven tot agressie.
Aanleiding Adolf Hitler had verschillende redenen voor de aanval. Op de eerste plaats vermoedde hij dat het Verenigd Koninkrijk (VK) zo hardnekkig standhield, omdat het hoopte op deelneming van de Sovjet-Unie aan de oorlog. Door die deelneming zelf te forceren en meteen de Sovjet-Unie te vernietigen, zou hij het VK allicht tot vrede kunnen bewegen. Een tweede motief was zijn angst voor het snel groeiende militaire potentieel van het Rode Leger. Hitler was en bleef geneigd om de volle waarheid daarover te verdringen, maar hij besefte toch terdege dat het in 1942 voor een aanval te laat zou zijn. De meest fundamentele beweegreden was misschien wel dat Duitsland afgesneden was van olie en vele essentiële grondstoffen. Beter dan afhankelijk te zijn van Stalins aalmoezen (in de vorm van leveranties van graan en aardolie) kon Duitsland zich volgens hem de noodzakelijke Lebensraum door oorlog verschaffen. Dat sloot weer aan bij het volgende motief: oorlog was voor Hitler een doel op zich en uitdrukking van de eeuwige strijd tussen de rassen, waarin de Germaanse Übermensch zich superieur mocht noemen als hij zich eenmaal had losgemaakt van het zieke joods-christelijke ideaal van de naastenliefde. Als goede oefening in de gewenste hardheid werd het officiële oorlogsdoel de totale uitroeiing van het Joodse ras, de communisten en de volledige stedelijke bevolking (dit laatste door uithongering, zie Hungerplan). Zo kon een ideale samenleving worden geschapen waarin een elite van Germaanse kolonisten heerste over een onderlaag van ongeletterde Slavische Untermenschen. Een samenleving die minder verweekt en verburgerlijkt zou zijn - en vooral blijven - dan het Duitse moederland.
Op de dag van de aanval, 22 juni 1941, rechtvaardigde Hitler deze tegenover zijn Italiaanse bondgenoot Mussolini als volgt: “Indien de omstandigheden mij zouden dwingen de Duitse luchtmacht tegen Engeland in te zetten, bestaat het gevaar dat Rusland zijn afpersingsstrategie weer zal toepassen en dat ik zwijgend zou moeten toegeven, eenvoudig, omdat ik me in de lucht niet sterk genoeg voel. [...] Engeland zal dan nog minder bereid zijn om vrede te sluiten, aangezien het dan zijn hoop op de Russische partner kan richten. Sterker nog, deze hoop zal groeien naarmate de paraatheid van de Russische strijdkrachten toeneemt. En daarachter dreigen dan nog de massale wapenleveranties uit Amerika die zij in 1942 hopen te krijgen. [...] Ik ben daarom, na mij lange tijd het hoofd te hebben gebroken, eindelijk tot het besluit gekomen dat ik de strop moet doorsnijden voor die kan worden aangetrokken.”William L. Shirer, Opkomst en ondergang van het Derde Rijk, uitgeverij Becht - Amsterdam,
De Duitse strategie De Duitse strategie was de eenvoud zelve. In een toepassing van de in mei 1940 min of meer bij toeval ontdekte tactiek van de Blitzkrieg zouden vier pantserlegers de Sovjettroepen omsingelen. Dit moest ten westen van de rivieren de Dvina en de Dnjepr gebeuren. Na de vernietiging van de ingesloten troepen in de eerste weken, was het verder een kwestie van snel oprukken om het overigens weerloze land te bezetten. Hitler zelf gaf na de uitschakeling van het Rode Leger de prioriteit aan een opmars op de flanken, waar de inneming van de wapenproductiecentra van Leningrad en Charkov het Rode Leger zou beroven van iedere mogelijkheid de oorlog voort te zetten. De generale staf gaf de voorkeur aan Moskou als hoofddoel: door het land zijn zenuwcentrum en centrale spoorwegknooppunt te ontnemen zouden de commandostructuur en bevoorrading worden lamgelegd. Maar men was in ieder geval toch van plan die zomer een lijn te bereiken die zou lopen van Archangelsk via Gorki (dat nu Nizjni Novgorod heet) tot Stalingrad. Voor die opmars had men een kleine vier maanden de tijd, want midden oktober zouden de dalende temperaturen het onverharde wegennet in onbegaanbare modderbanen veranderen; het water van de herfstregens zou niet meer verdampen. (Zie: raspoetitsa.)
Een hopeloze taak Het bezetten van zo veel land was bijna onmogelijk, ook als er geen enkele tegenstand zou zijn geweest. In werkelijkheid zouden de Duitsers het grootste en zwaarst bewapende leger ter wereld op hun pad vinden. Van de precieze sterkte en bewapening van dat leger wist Hitler heel weinig, en wat hij wist verkoos hij te negeren. Dat gold overigens voor de meeste Duitse generaals. De Duitse bevelvoering had als zwakte dat ze geen goede spionagedienst bezat en zich dus ook geen volledig beeld kon vormen over vijandelijke troepensterktes. Normaliter had men in die dagen voor een geslaagde aanval een numeriek overwicht over de gehele frontbreedte nodig van minimaal drie op één. Maar in dit geval was het de verdediger die een overwicht bezat: tweemaal zoveel manschappen, zesmaal zoveel tanks en artillerie. Daarbij begunstigde de geografie het defensief enorm: grote rivieren liepen dwars op de opmarsrichting, de wegen doorsneden enorme moerasbossen en waren zo eenvoudig af te grendelen. De sovjets hadden dus een voor de hand liggende strategie tot hun beschikking die een volkomen succes garandeerde: de tactiek toepassen van het vertragend gevecht in de diepte. De Duitsers zouden, na twee maanden een eindeloze reeks grendelstellingen te hebben doorbroken, totaal door hun manschappen en munitie heen zijn. Halverwege Moskou had men ze dan kunnen opvegen.