thumb|170px|De Westertoren met de keizerskroon
De Westertoren in Amsterdam is de toren van de Westerkerk, aan de Prinsengracht 279, bij de Westermarkt in Amsterdam-Centrum. De toren is eigendom van de gemeente Amsterdam. Van februari 2023 tot begin 2025 werd de toren gerestaureerd.
Bouw thumb|left|90px|Ontwerp van Westertoren toegeschreven aan Hendrick de Keyser thumb|De Prinsengracht met de Westertoren; 1 januari 1955. De romp van de toren is van baksteen, de bovenbouw bestaat uit drie, in grootte afnemende verdiepingen; de zogenaamde lantaarns. Het eerste deel is van zandsteen. De twee bovenste delen zijn van hout, bekleed met lood. De toren vormt een geheel met de Westerkerk, die tussen 1620 en 1631 in renaissancestijl door de Amsterdamse bouwmeester Hendrick Cornelisz de Keyser (1565-1621) werd ontworpen. Hij was zoon van een meubelmaker uit Utrecht en kwam rond 1591 samen met de stadsingenieur Cornelis Bloemaert naar Amsterdam. De bouw is, naar men aanneemt, onder leiding van zijn zoon Pieter de Keyser (1595-1676) en Cornelis Danckerts de Rij (1561-1634) voltooid. De kerk, die op 8 juni 1631 in gebruik werd genomen, heeft een lengte van 73 meter en een breedte van 29 meter. De toren is voltooid in 1638. Het is de hoogste kerktoren in Amsterdam (ca. 87 meter). Het is niet bekend wie de ontwerper is van de huidige lantaarns. Uit bouwtekeningen blijkt dat Hendrick de Keyser een achtkantige lantaarn ontwierp."De Oude Wester mag weer gezien worden", Ons Amsterdam, mei 2007 De huidige vorm wordt in verband gebracht met Jacob van Campen die bij de voltooiing van de toren betrokken was.B. Albach, 'De schouwburg van Jacob van Campen.' In: Oud Holland 85 (1970), p. 88, noot 17. Verwijzend naar P.T.A. Swillens, Jacob van Campen, Schilder en beeldhouwer, 1595-1657, Van Gorcum, Assen 1961, vermeldt Albach dat van Campen in 1636 de voltooiing van de Westertoren voorbereidde.
De toren staat scheef. Ter hoogte van de kroon gemeten staat de toren 88 cm uit het lood. De afwijking werd ook bij de laatste restauratie niet zorgwekkend geacht. Van eind januari 2023 tot begin 2025 waren er herstelwerkzaamheden aan de Westertoren. Grote opknapbeurt voor Westertoren: "Metselwerk brokkelt af", www.at5.nl; 29 januari 2023Renovatie Westertoren half jaar vertraagd, pas in januari uit de steigers, www.at5.nl; 4 juni 2024
Beklimming thumb|Uitzicht op de Jordaan vanaf de Westertoren. De toren was in de zomer tegen betaling voor kleine groepen onder leiding van een gids te beklimmen tot aan het eerste balkon, vanwaar men uitzicht heeft over de oude stad en de voormalige volkswijk de Jordaan. Tijdens de restauratie is de toren gesloten voor het publiek. In de toren is een kleine expositie van oude Hemony-klokken die bij de restauratie in 1959 uit het carillon zijn gehaald. Er zijn gebruikte beiaardklavieren te zien, zoals het 17e-eeuwse klavier waaraan enkele verwijderde klokken zijn aangesloten.
Geliefd en veel bezongen thumb|Willy Alberti op plaquette door Hans Bayens.
De toren, die in de omgeving van verre is te zien, is bijgenaamd "Lange Jan" of "De ouwe Wester". Hij is veel bezongen en beschreven. In 1637, het jaar waarin de gekroonde spits van de toren gereed kwam, schrijft Joost van den Vondel in zijn toneelstuk Gijsbrecht van Aemstel, hoe de stad "haer kroon tot aen den hemel toe" zal verheffen. Anne Frank schrijft in haar dagboek hoe zij vanuit haar onderduikadres vlakbij aan de Prinsengracht 263 het carillon hoorde. Theo Thijssen liet zijn held Kees de jongen dromen, dat de toren instortte en zangers als Johnny Jordaan en Willy Alberti bezongen met liefde "de Parel van onze Jordaan". Aan de voet van de toren is een plaquette aangebracht ter herinnering aan Willy Alberti.
Keizerskroon thumb|Kroon Westertoren De toren wordt bekroond met de keizerskroon. In 1489 gaf Maximiliaan I, die in 1508 tot keizer werd gekroond, de stad het recht de heraldische kroon in het wapen van Amsterdam te voeren als dank voor de steun die de stad hem betoonde gedurende de Hoekse en Kabeljauwse twisten.Zie Vondels verwijzing naar Andries Boelens in: "Op de Wapenkroon Van Amsterdam", De werken van Vondel, Deel 5, 1645-1656 (1931), DBNL, De Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur, Amsterdam 1931, pagina 909, verzen 3-12 en noot 7. Op de torenspits en boven de wapenschilden zijn de kronen vormgegeven naar het model van de Rudolfinische keizerskroon. In het Rembrandtjaar 1906 was de kroon op de spits goudgeel geschilderd. Bij de restauratie in het Rembrandtjaar 2006 werden deze kroon, de siervazen die de wijzerplaten van het uurwerk flankeren en de ornamenten rond de wapenschilden teruggebracht in de oorspronkelijke kleur blauw.
Romeinse cijfers thumb|Jaartal in Romeinse getallen boven het stadswapen. Boven de gekroonde wapenschilden op vier kanten van de spits staat in Romeinse cijfers in goud uitgevoerd het jaar van de oplevering van de toren. De eerste twee tekens zien er anders uit dan de Romeinse cijfers die wij gewend zijn. Dit komt omdat de Romeinen eerst een andere schrijfwijze hanteerden voor grote getallen. Paar voorbeelden:
{| class="wikitable" !Getal in Romeinse cijfers!!Betekenis |- |IƆ (gelijk aan D)||style="text-align:right"|500 |- |CIƆ (gelijk aan M)||style="text-align:right"|1000 |- |CIƆCIƆ||style="text-align:right"|2000 |- |CCIƆƆ||style="text-align:right"|10 000 |- |CCCIƆƆƆ||style="text-align:right"|100 000
Het eerste teken is dus een soort I met oortjes (CIƆ), dit geeft het duizendtal aan. Het tweede teken is een soort I met een oortje (IƆ) voor vijfhonderd. Na de eerste twee tekens staan er weer herkenbare tekens. De "C" is 100, "XXX" is dertig, en "VII": 7. Het geheel, "anno CIƆ IƆ C XXX VII", geeft aan: 1000 / 500 + 100 / 30 / 5+2, of: "in het jaar 1637".
Slag- en luidklokken thumb|Enkele klokjes die in 1959 zijn vervangen worden in de toren geëxposeerd. De slagklokken zijn van Assuerus (Ahasverus) Koster uit 1636 en dienen om het uur en half uur aan te kondigen maar spelen niet mee in het carillon. De uurslagklok (7509 kg) met slagtoon F0 die bovenin bij de carillonklokken hangt, is de zwaarste klok van Amsterdam. Hij kreeg als opschrift 'VERBUM DOMINI MANET IN ETERNUM - ASSUERUS KOSTER ME FECIT AMSTELDAMI 1636'. Het opschrift heeft betrekking op de eerste brief van Petrus, hoofdstuk 1 vs 25, en betekent: Het Woord des Heren blijft in eeuwigheid - Ahasverus Koster maakte mij in Amsterdam 1636. Het was destijds een protestantse leuze. De halfuurklok A0 ook van Koster hangt helemaal boven vlak onder de keizerskroon. De randschriften van deze klok zijn tot heden niet teruggevonden in de literatuur.
Op een lagere verdieping van de toren ter hoogte van het dak van de kerk achter de galmborden hangen drie luidklokken in een eikenhouten klokkenstoel. Deze drie luidklokken zijn oorspronkelijk alle drie gegoten door François Hemony in 1658. De grootste (3137 kg) b0 werd nadat ze in 1686 na 27 jaar was gebarsten opnieuw gegoten door zijn leerling en neef Claude Frémy en is sinds 2006 ook als Bes0 aangesloten op het (pedaal)klavier van het carillon. Ze heeft als opschrift: So menighmael gy hoort den helderen klockenslagh gedenckt aendachtelyck aen uwen jongsten daech. De andere twee luidklokken van François Hemony dis1 en fis1, hebben als opschrift Het onrust van den tyd rust nimmermeer de tyt verkeert maer nimmer keert hy weer en de kleinste: De klock verweckt onse aendacht door het oor 't Geloof aen Godt verkryght men door 't Gehoor. De luidklokken worden een kwartier voor de kerkdienst gedurende vijf minuten met de hand geluid en dienen hoofdzakelijk om kerkdiensten aan te kondigen. Tijdens de kerkdienst worden ze ook aan het einde van de dienst bij het bidden van het 'Onze Vader' geluid. De luidklokken worden ook betrokken bij de restauratie in 2024
Carillon In de lantaarn boven de wijzerplaten hangt het carillon nu weer in de vensters. Van het oorspronkelijke carillon dat François Hemony in 1658 goot voor de Westertoren, klinken tegenwoordig slechts nog de zwaarste 14 klokken, de kleinere werden in het Hemony-jaar 1959 vervangen door moderne exemplaren en aangevuld tot vier octaven. De hele reeks klokken is gestemd in de middentoonstemming naar de in de 17de eeuw gebruikelijke 'cornettoon'. In vergelijking met de hedendaagse toonhoogte transponeert de beiaard een halve toon omhoog. In het boek De zingende torens van Amsterdam uit 1947 van Bep Bijtelaar valt te lezen dat het niet het eerste klokkenspel voor de Westertoren was. In 1644 ontving de beroemde waterbouwkundige en molenmaker Jan Adriaanszoon Leeghwater een niet onaanzienlijk bedrag voor levering van een nieuw speelwerk. Of hij ook klokken voor deze toren heeft gegoten is volgens André Lehr zeer onwaarschijnlijk. Het is weer wel mogelijk dat hij gebruikmaakte van de aanwezige klokken waarvan de maker onbekend is. Mogelijk waren ze ook door Assuerus Koster gegoten. Hier is echter geen bewijs voor gevonden. Wie ze ook maakte, het is duidelijk dat deze klokken verre van zuiver klonken in de oren van de Amsterdammers in de 17e eeuw. Het gemeentebestuur van Amsterdam schafte daarom ook voor de Westertoren zo'n Hemony-klokkenspel aan in 1658. François en zijn broer Pieter Hemony waren immers de eerste klokkengieters die carillonklokken (inclusief de boventonen) volkomen zuiver wisten te stemmen. Het klokkenspel werd gegoten in de stadsklokkengieterij aan het Molenpad waar François Hemony op dat moment werkte. De hele inrichting van de beiaard, het uurwerk en de speeltrommel en de montage van de klokken waren een werkstuk van Jurriaen Spraeckel uit Zutphen (1659), daarvan is alleen nog de grote smeedijzeren speeltrommel voor het automatische speelwerk nog aanwezig en functioneert nog steeds het hele etmaal rond. (Met uitzondering van tijdens de restauratie) Ook staan er in de toren nog enkele slagwerken die niet in gebruik zijn. Het uurwerk van Spraekel is niet meer aanwezig. thumb|Melodie Baantjer automatisch carillon Westertoren Amsterdam Luister naar de speeltrommel met de herkenningsmelodie van de tv-serie Baantjer van Toots Thielemans.
In 1699 werden nog drie kleine klokjes toegevoegd gegoten door Claes Noorden de meesterknecht van Claude Frémy en al eerder van François Hemony. Op de flanken van deze klokjes staat de naam van de weduwe: Catrina ter Wege w(eduwe) van Claude Frémy. Aan het nog steeds in de toren aanwezige klavier is te zien dat hiervoor enkele toetsen zijn toegevoegd, dwars door de zijstijlen van het klavier heen.