Het Romeinse Rijk (Latijn: Imperium Romanum) was een wereldrijk in de oudheid. Het begon als de Italische stadstaat Rome, op het Apennijns schiereiland. Vanaf de zesde eeuw voor Christus breidde deze stadstaat zich uit, en groeide uit tot een rijk met een omvang van zo'n zes miljoen vierkante kilometer, en 120 miljoen inwoners. Het rijk bereikte zijn grootste omvang onder keizer Trajanus (98 - 117). Dantes openbaring, Christofoor, 2004, p.188, Het strekte zich toen uit vanaf Britannia in het noordwesten in oostelijke richting tot aan wat nu de Perzische Golf is, en omvatte ook een klein deel van Noord-Afrika; het overspande dus drie werelddelen. Het rijk omvatte heel Zuid-Europa, dus alle huidige landen rond de Middellandse Zee; in het noorden werd het begrensd door de Neder-Germaanse limes en Donaulimes.

De staatsvorm was aanvankelijk die van een koninkrijk, dat een tijdlang onder Etruskisch bestuur stond. Na een opstand van de Romeinen tegen de Etrusken in 509 v.Chr. werd dit koninkrijk omgevormd tot de Romeinse Republiek. Die bestond tot 27 v.Chr., het jaar waarin het Romeinse keizerrijk ontstond. De eerste Romeinse keizer was Augustus (27 v.Chr. - 14 n.Chr.).

Er was daarnaast een zeer belangrijke rol weggelegd voor de steden, die onderling verbonden waren door grote rivieren en verharde wegen. Deze wegen maakten een snelle verplaatsing van goederen en personen mogelijk, waaronder de legioenen naar de legerplaatsen aan de rijksgrenzen. De economie van het Romeinse Rijk was gebaseerd op landbouw, nijverheid, bouw, handel en slavenarbeid, geflankeerd door maatregelen als de zorg voor onderwijs en rechtszekerheid. In de beginperiode werden met zware militaire campagnes volken onderworpen en nieuwe grondgebieden veroverd, de zogeheten provincies. Doorslaggevend voor het vestigen van de Romeinse hegemonie in het Middellandse Zeegebied waren de Punische oorlogen, waarin de rivaliserende stadstaat Carthago uiteindelijk werd uitgeschakeld, en grotendeels verwoest.

De Romeinse religie was van zichzelf polytheïstisch, het onofficiële embleem van het rijk was de steenarend (aquila). Constantijn de Grote (306 - 337) was de eerste Romeinse keizer die zich tot het christendom bekeerde. Hij verplaatste de hoofdstad van Rome naar Constantinopel. Al eerder was het rijk om diverse redenen door keizer Diocletianus administratief gesplitst in een westelijk en oostelijk deel. Tegen het jaar 400 was dit een feitelijke verdeling geworden in een West-Romeins en een Oost-Romeins Rijk. Het West-Romeinse Rijk bleef nog bestaan tot 476, toen de 'barbaarse' generaal in Romeinse dienst Odoaker de laatste West-Romeinse keizer afzette en zichzelf tot koning van het toenmalige Italia (wat grotendeels overeenkomt met de moderne staat Italië) liet uitroepen. Het oostelijk deel van het Romeinse Rijk daarentegen bleef in een bepaalde vorm nog tot 1453 voortbestaan; in de geschiedschrijving wordt deze voortzetting van het vroegere Oost-Romeinse Rijk het Byzantijnse Rijk genoemd.

De Romeinse cultuur en instellingen hebben de geschiedenis van Europa en de westerse wereld diepgaand en langdurig beïnvloed en ze behoren nog altijd tot de belangrijkste bronnen van de westerse cultuur.

Oorsprong

Over de vroege geschiedenis van het Oude Rome is nauwelijks iets bekend. Pas in de derde eeuw voor Christus maakten de Romeinen een begin met hun eigen, partijdige geschiedschrijving. Zo worden daarin de verschillende Punische oorlogen geroemd, waarin de republiek uiteindelijk haar rivaal Carthago uitschakelde. De Romeinse invloed op de door hen veroverde gebieden betreft echter veel meer dan alleen oorlogsvoering; deze invloed reikte van bestuurlijke inrichting, staatsrechtelijke besluitvorming, regelgeving en rechtspraak, tot bouwkunde, landbouwtechniek, veehouderij, onderwijs, nijverheid en voedselbereiding. Deze onderwerpen zijn in het navolgende (nog) niet belicht. Dat behandelt slechts de deelterreinen oorlogen, machtsstrijd en belangrijkste heersers.Stand van de tekst in januari 2024

Sage thumb|Een wolvin zoogt Romulus en Remus Volgens een overgeleverde sage zou Rome zijn gesticht in 753 v.Chr. op 21 april. De eigenlijke geschiedenis van Rome begon echter al rond 1000 v.Chr., toen de Latijnen zich vestigden in Latium, het gebied rondom Rome (nu de streek Lazio). Rond die tijd werden de Latijnen geregeerd door de legendarische koning Latinus. Dit sluit aan op de legende waarin de Trojaanse held Aeneas steun zoekt bij hem als hij het eiland Palladeum (de naam Palatijn, een van de zeven heuvels van Rome, hangt nauw hiermee samen) bereikt. Zijn zoon Ascanius stichtte de stad Alba Longa, die aanvankelijk de belangrijkste Latijnse stad zou worden.

Na de dood van Ascanius regeerde zijn nageslacht 14 generaties lang over Alba Longa. Toen kwam het tot onenigheid waarbij de rechtmatige koning van Alba Longa, Numitor, werd afgezet door zijn jongere broer Amulius. Om te voorkomen dat de nakomelingen van Numitor ooit de troon konden heroveren, doodde hij diens zoon en dwong hij zijn nicht Rhea Silvia (de dochter van Numitor) om een Vestaalse maagd te worden, want seksueel contact tussen een Vestaalse maagd en een man werd met de dood bestraft. Zij zou echter door de oorlogsgod Mars toch zijn bezwangerd. Ze baarde van hem een tweeling met de namen Romulus en Remus.

Toen Amulius erachter kwam dat zijn nicht twee zonen had gebaard, gaf hij opdracht haar en de tweeling te doden. De soldaten die deze opdracht moesten uitvoeren, kregen dit niet over hun hart en zetten de tweeling in plaats daarvan een mandje in de Tiber. Deze rivier was toen echter buiten haar oevers getreden en het mandje bleef op het droge achter. Daarop werd de tweeling gezoogd door een wolvin, de Lupa Capitolina en gevonden door de schaapherder Faustulus, die op de Palatijnse heuvel woonde. Hij voedde hen op en vertelde hun later dat ze kleinzonen waren van Numitor. Vervolgens reisden Romulus en Remus naar Alba Longa, waar zij Amulius doodden en Numitor terug plaatsten op de troon.

De tweeling verliet Alba Longa lag en ging op weg naar de Tiber, waar de wolvin hen gezoogd had. Daar zagen ze zeven heuvels in een grote, vruchtbare vlakte. Ze hadden een groepje Albanen meegenomen. Voordat er kon worden begonnen met de bouw van de muren, moesten eerst de goden worden geraadpleegd. De goden moesten ook beslissen wie van beiden zijn naam aan de nieuwe stad zou geven en het koningschap zou bekleden. Romulus koos de Palatijnse heuvel en Remus de Aventinus. Allebei richtten ze hun blikken naar de hemel terwijl zij een cirkel in de lucht tekenden. Daarop kwamen er zes gieren vanaf de achterkant van Remus' cirkel binnenvliegen, wat een gunstig teken inhield. Remus stormde vol vreugde de heuvel af. Vervolgens was Romulus aan de beurt, bij hem vlogen er twaalf gieren de cirkel in. Er ontstond verwarring over de vraag of Remus de rechtmaige koning was omdat die het eerst zijn voorteken zag, of Romulus die het dubbele aantal had gezien. Uiteindelijk leidde de onenigheid hierover ertoe dat Remus werd vermoord door zijn eigen broer.

Een ander overgeleverd verhaal over de dood van Remus stelt dat hij op Romulus zou zijn afgekomen terwijl die bezig was met leiding te geven over de bouw van de stadsmuur. Om hem te plagen was Remus lachend het muurtje overgesprongen, waarop Romulus hem woedend te lijf ging en doodsloeg met de woorden: 'Zo moge het in de toekomst iedereen vergaan, die het waagt over mijn muur te springen!'

Archeologisch onderzoek thumb|Fundamenten van de Tempel van Jupiter Optimus Maximus Archeologisch onderzoek in de omgeving van Rome spreekt deze legende echter volledig tegen. Men deelt het ontstaan van Rome in drie fases in, namelijk 1000-830 v.Chr., 830-630 v.Chr. en na 630 v.Chr. In de eerste fase was er zeker al bewoning op de Palatijnse heuvel en waarschijnlijk ook op twee andere, de Capitool en de Quirinaal. In de tweede fase werd rond de zeven heuvels een aarden verdedigingswal opgetrokken en sprak men van het Septimonium. Het is echter niet duidelijk of het hier om een religieuze of staatkundige eenheid gaat. In de laatste fase ontwikkelde Rome zich tot een echte stad, onder Etruskische invloed. De Etrusken voerden de eerste grote projecten in Rome uit (vb. Cloaca Maxima, Tempel van Jupiter Optimus Maximus).

Koningstijd

thumb|Koning Lucius Tarquinius Priscus bouwde het Circus Maximus. Alles over de Romeinse koningstijd wat bekend is, of verondersteld wordt bekend te zijn, is slechts overgeleverd in de vorm van mythen. Historisch gezien moeten deze verhalen met grote voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. De vroege Romeinse geschiedenis is grotendeels overgeleverd via Livius, maar schijnt de algemene visie aan het begin van de christelijke jaartelling geweest te zijn. In het begin, aldus de historicus Tacitus, werden de Romeinen geregeerd door koningen; eerst Latijnse, toen ook Sabijnse en ten slotte Etruskische.

De eerste koning van Rome was Romulus. Hij zou zijn stad hebben laten bevolken door bannelingen. Maar aangezien dat bijna allemaal mannen waren, was er een tekort aan vrouwen. Daarop roofden de Romeinen vrouwen bij een buurvolk, de Sabijnen (Sabijnse Maagdenroof). De Sabijnse koning Titus Tatius zou hierop de stad hebben aangevallen en door verraad (van Tarpeia, dochter van de commandant van de citadel van Rome) viel die in hun handen. De Sabijnse vrouwen waren echter inmiddels van hun nieuwe echtgenoten gaan houden. Ze kwamen tussenbeide en er werd vrede gesloten. Titus Tatius werd medekoning en veel Sabijnen vestigden zich op de Quirinaal. Verder is over Romulus bekend dat hij een raad van oude mannen, de senex, samenstelde om zich te laten adviseren. Dat was het begin van de Romeinse Senaat. In 715 v.Chr. stierf Romulus. Volgens de legende werd hij meegevoerd door een wervelstorm om Jupiter als de god Quirinus voor eeuwig bij te staan.

Volgens het vredesverdrag met de Sabijnen moest het koningschap afwisselend door een Sabijn en een Latijn worden bekleed. De Latijnen en Sabijnen kozen de Sabijn Numa Pompilius tot koning. Numa was een wijs en godsvruchtig vorst. Hij was een man van vrede en besteedde vooral veel aandacht aan de Romeinse godsdienst. Toen Pompilius in 673 v.Chr. overleed, werd de Latijn Tullus Hostilius koning van Rome. Hij was, in tegenstelling tot Numa, een oorlogszuchtige vorst. Hij zocht naar een aanleiding voor oorlog zodat de Romeinen zich zouden kunnen bewijzen. Toen mannen uit het rivaliserende Alba Longa Romeins vee stalen, besloot Tullus de stad aan te vallen.

Omdat de koning van Alba net was overleden, werd de oorlog beslist door middel van een duel tussen twee drielingen: de Romeinse Horatii en de Curiatii uit Alba. De Horatii kwamen als winnaars uit de strijd en de bevolking van Alba Longa ging op de Caelijnse heuvel wonen. Tullus Hostilius bouwde ook de Curia Hostilia, de vergaderplaats van de Senaat. Door zijn overwinningen werd Tullus arrogant en hij begon de eredienst van Numa te verwaarlozen. De goden stuurden in 641 v.Chr. een pestepidemie naar Rome waardoor ook de koning werd getroffen. In zijn wanhoop bad hij tot Jupiter. Jupiter was echter zo verbolgen dat hij Tullus met een bliksemschicht doodde.

De volgende koning was Ancus Marcius, die net als zijn grootvader Numa een Sabijn was. Hij herstelde meteen de eredienst van Numa. Hij was ook een erg vredelievende vorst en de Latijnen die in de omringende heuvels woonden, begonnen de weilanden van de Romeinen te plunderen. Ancus Marcius liet echter zien uit welk hout de Romeinen waren gesneden en versloeg de Latijnen. De krijgsgevangenen werden op de Aventijnse heuvel gehuisvest. Ancus lijfde ook de Janiculijnse heuvel, die niet tot 'de zeven heuvelen' behoort, bij de stad in om de Tiber beter te kunnen beheersen. Hij stichtte tevens een bescheiden haven op de plek die later zou uitgroeien tot Ostia.