John Maynard Keynes (Cambridge, 5 juni 1883 – Firle, 21 april 1946) was een Brits econoom. Hij is vooral bekend geworden door het in 1936 verschenen boek The General Theory of Employment, Interest and Money (De algemene theorie over werkgelegenheid, rente en geld), waarmee hij de grondlegger zou worden van de naar hem vernoemde keynesiaanse economie. De General Theory gold zo'n dertig jaar, vanaf kort na het verschijnen tot eind jaren zestig, als de grondslag van de macro-economie en indirect van het economisch beleid in de meeste westerse landen. Vanaf de jaren zeventig boette zijn werk aan populariteit in. Onder invloed van de in 2007 ontstane kredietcrisis leefde de belangstelling voor zijn werk aan het begin van de 21e eeuw weer op.

Levensloop Keynes' vader, John Neville Keynes, was eveneens econoom en zijn moeder was een voorvechtster van vrouwenrechten. Keynes had al op jonge leeftijd de neiging om zijn wil aan andere mensen op te leggen. Op de lagere school had hij al iemand in dienst om zijn boeken te dragen in ruil voor hulp bij huiswerk. Ook had hij een contract met iemand aan wie hij een hekel had: deze persoon moest vijftien meter bij hem vandaan blijven in ruil voor de bezorging van een bibliotheekboek per week. Na de exclusieve kostschool Eton College bezocht te hebben, studeerde Keynes aan de Universiteit van Cambridge. Hij studeerde aanvankelijk wiskunde en filosofie aan King's College. Pas later ging hij economie studeren. Vanaf zijn eerste jaar in Cambridge maakte hij deel uit van de Cambridge Apostles.

Als jonge man was Keynes een vooraanstaand lid van de Bloomsburygroep, Engelands 'avant-garde' van intellectuelen en kunstenaars. In 1921 werd hij verliefd op de Russische ballerina Lydia Lopokova, een van de sterren van de Sergej Djagilevs Ballets Russes. Tijdens de eerste jaren van hun hofmakerij onderhield Keynes, naast die met Lopokova, tevens een affaire met een jongere man, Sebastian Sprott. Op den duur koos hij echter voor een exclusieve relatie met Lopokova. Rupert Christiansen, The unlikely Lydia Lopokova, The Telegraph, 25 april 2008. Gearchiveerd op 13 maart 2023. Kathryn Hughes, The firebird of Gordon Square, The Guardian, 19 april 2008. Gearchiveerd op 13 maart 2023. In 1925 traden de twee in het huwelijk. Lopokova werd in 1927 zwanger, maar kreeg een miskraam; het echtpaar zou kinderloos blijven.

Keynes maakte in 1919 als adviseur deel uit van de Britse delegatie naar de vredesbesprekingen in Parijs. Het daar opgestelde Verdrag van Versailles wees hij met kracht van de hand. In zijn boek The Economic Consequences of the Peace (dec. 1919) voorspelde hij, dat Duitsland onder de last van de opgelegde herstelbetalingen zou bezwijken, wat chaos zou veroorzaken in Europa en zou kunnen leiden tot een volgende oorlog.https://www.history.com/this-day-in-history/keynes-predicts-economic-chaos

Hij vergaarde in de jaren twintig een groot vermogen dankzij slimme beleggingen in buitenlandse valuta. Als gevolg van de beurskrach van 1929, die hij niet had voorzien, ging hij vrijwel failliet; alleen door steun van zijn vader en van vrienden wist hij financieel overeind te blijven. Spoedig wist hij zijn verliezen weer terug te verdienen.

Keynes bouwde een omvangrijke kunstverzameling op. Hij had onder andere werken van Paul Cézanne, Edgar Degas, Amedeo Modigliani, Georges Braque, Pablo Picasso en Georges Seurat in bezit. Daaronder waren ook enige belangrijke werken, waarvan sommige nu te zien zijn in het Fitzwilliam Museum in Cambridge.

Werk en carrière In 1907 werd hij ambtenaar bij het ministerie van Koloniën, al was hij liever bij de spoorwegen gegaan. Hij werkte toen al aan een boek over waarschijnlijkheidsrekening. Hij werd hoofdredacteur van het invloedrijke Britse economische tijdschrift The Economic Journal in 1911. In 1913 publiceerde hij het boek Indian Currency and Finance. Hij keerde terug naar Cambridge als docent.

Eerste Wereldoorlog De Britse regering deed vlak voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog een beroep op de expertise van Keynes. Hoewel hij in 1914 formeel niet opnieuw in dienst van de overheid trad, reisde Keynes een paar dagen voordat de vijandelijkheden zouden uitbreken op verzoek van de regering naar Londen. De Londense bankiers drongen er sterk bij de regering op aan om specie-betalingen - dat wil zeggen de convertibiliteit van bankbiljetten in goud - op te schorten, maar met Keynes' hulp kon men minister van Financiën (toen Lloyd George) ervan overtuigen dat dit een slecht idee was; het zou de toekomstige reputatie van de City schaden als de betalingen werden opgeschort voordat dit absoluut noodzakelijk was.

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog weigerde Keynes actieve dienst. Wel bekleedde hij een post bij het ministerie van Financiën. Op die post heeft hij volgens sommigen veel bijgedragen aan de oorlogsinspanning.

Vrede van Versailles Aan het eind van deze oorlog was Keynes aanwezig als topambtenaar bij de vredesconferentie van Versailles. Hij nam ontslag omdat hij het niet eens was met wat er werd besproken op die conferentie. Hij schreef hierover het boek The Economic Consequences of the Peace. Volgens Keynes stond in Versailles niet het herstel van Europa voorop, maar een politieke wraakactie die een grotere oorlog zou uitlokken. Hij voorspelde ook dat de herstelbetalingen die Duitsland waren opgelegd de Duitse economie zouden ruïneren. Zijn gelijk werd bevestigd door de Duitse hyperinflatie en door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

A Treatise on Probability Keynes had zijn A Treatise on Probability al voor de oorlog voltooid, maar dit werk pas in 1921 gepubliceerd. Het werk was een opmerkelijke bijdrage aan de filosofische en wiskundige onderbouwing van de kansrekening. Keynes poneerde de opvatting dat kansen niet meer, maar ook niet minder waren dan waarheidswaarden, halfweg waarheid en onwaarheid. Keynes ontwikkelde in de hoofdstukken 15 en 17 van dit boek de eerste boven-ondergrens-probabilistische intervalbenadering van waarschijnlijkheid. In hoofdstuk 26 ontwikkelde hij de eerste beslissingsgewicht benadering met zijn conventionele coëfficiënt voor risico's en gewichten, c.

Journalistiek werk Naast zijn academische werk was Keynes in de jaren twintig actief als journalist. Hij verkocht zijn werk internationaal en werkte in Londen als financieel consultant.

Treatise on Money Keynes viel de naoorlogse deflatiepolitiek aan. In 1923 verscheen van zijn hand A Tract on Monetary Reform., John Maynard Keynes: 1883–1946: Economist, Philosopher, Statesman, 2003, , blz. 217–220, 245, 260–265, 283, 342–355, Pan MacMillan Ltd Hierin verwoordde hij zijn overtuiging dat landen zich op de stabiliteit van de binnenlandse prijzen moesten richten, deflatie moest als het even kon vermeden worden, zelfs als dit devaluatie van de munt zou betekenen. Groot-Brittannië had het grootste deel van de jaren twintig te lijden onder hoge werkloosheid, wat Keynes er toe verleidde om devaluatie van het Britse pond aan te bevelen om zo de Britse export betaalbaarder te maken voor buitenlanders, waardoor de werkgelegenheid zou worden gestimuleerd. Vanaf 1924 pleitte hij ook voor een fiscale reactie; de regering zou banen kunnen creëren door de uitgaven voor openbare werken te verhogen. Tijdens de jaren 1920 hadden Keynes' aanbevelingen maar een beperkt effect op politieke beleidsmakers en de mainstream van de academische opinie - volgens Hyman Minsky was een van de redenen hiervoor dat de theoretische onderbouwing van zijn aanbevelingen op dat moment nog wat "ondoorzichtig" was., John Maynard Keynes, hfdst. 1, cover, McGraw-Hill Professional,

In de Tract pleitte Keynes ook voor een einde aan de goudstandaard. Keynes adviseerde dat het niet langer een netto voordeel voor landen zoals Groot-Brittannië was om deel te nemen aan de goudstandaard, omdat deelname op gespannen voet stond met de behoefte aan binnenlandse politieke autonomie. De goudstandaard kon landen dwingen om een deflatoir beleid te voeren op precies het moment dat expansieve maatregelen vereist waren om een stijgende werkloosheid te bestrijden. Het ministerie van Financiën (Treasury) en de Bank of England stonden nog steeds achter de goudstandaard en in 1925 waren zij in staat om de toenmalige minister van Financiën Winston Churchill van hun ideeën te overtuigen, wat een drukkend effect op de Britse industrie had. Keynes reageerde hierop door het schrijven van The Economic Consequences of Mr. Churchill. Hij bleef tegen de gouden standaard ageren tot Groot-Brittannië deze uiteindelijk in 1931 verliet.

In 1930 publiceerde hij het boek The Treatise on Money. In dat werk besprak hij het afwisselen van oplevende en afnemende bedrijvigheid.

General Theory of Employment, Interest and Money In 1936 verscheen zijn boek General Theory of Employment, Interest and Money. Dit boek zou standaardlectuur worden voor economen in de decennia vanaf 1945 tot in de jaren tachtig. Tot het schrijven ervan werd hij gebracht door de grote crisis in de jaren dertig. Het maakte hem tot een van de invloedrijkste economen van de twintigste eeuw. Keynes legde de nadruk op de vraagkant van de economie. Hij stelde daarnaast dat een overheid moet investeren in de economie om hiermee herstel te stimuleren. Als de overheid bijvoorbeeld een groot infrastructureel project opstart, zal dit leiden tot meer banen en een hogere consumptie en daardoor weer tot een hogere productiviteit. Door de investeringen van de overheid kan de vraagkant van de economie worden gestimuleerd, wat positieve gevolgen heeft voor de welvaart.

Tweede Wereldoorlog thumb|Keynes (rechts) en Harry Dexter White op de Bretton Woods-Conferentie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog betoogde Keynes in How to Pay for the War, gepubliceerd in 1940, dat de oorlog grotendeels moest worden gefinancierd middels hogere belastingen en met name door gedwongen besparingen (werknemers worden verplicht geld aan de overheid te lenen), in plaats van door tekortfinanciering om op die manier inflatie te voorkomen. Verplichte besparingen zouden de binnenlandse vraag dempen en zo helpen in het kanaliseren van extra middelen in de richting van de oorlogsproductie, ook zou het eerlijker zijn dan het heffen van zeer hoge belastingen. Ook zou dit het voordeel hebben om een naoorlogse recessie te voorkomen, wanneer de werknemers na de oorlog weer over hun gedwongen besparingen zouden kunnen beschikken. Volgens sommige historici knoopte Keynes hiermee aan bij het plan voor de Economische reorganisatie van Europa dat de Duitse minister van Economie Walther Funk in 1940 opstelde.

In september 1941 werd Keynes voorgedragen voor een vacature binnen de Raad van Bestuur van de Bank of England. Hij werd benoemd en diende vanaf april 1942 een volledige termijn.The London Gazette, issue 35279, blz. 5489, 19 september 1941, The London Gazette, issue 35511. blz. 1540, 3 april 1942 In juni 1942 werd Keynes tijdens de King's Birthday Honours voor zijn diensten beloond met een erfelijke adellijke titel.The London Gazette, issue 35586, blz. 2475, 5 juni 1942 Op 7 juli werd zijn titel in het officiële publicatieblad van de Britse overheid bekendgemaakt als "BARON KEYNES van Tilton, in het graafschap Sussex."The London Gazette, issue 35623, blz. 2987, 7 juli 1942 In de House of Lords nam hij op de banken van de Liberale Partij plaats.