Hendrik I van Engeland Beauclerc (Selby (York), ca. 1068 – Lyons-la-Forêt (Frankrijk), 1 december 1135) was koning van Engeland en hertog van Normandië. Zijn bijnaam had hij te danken aan de lange tijd aangehouden opvatting dat hij een voor die tijd uitzonderlijk goede opleiding had genoten en naast Normandisch Frans, ook Latijn en Engels las en sprak en enig onderwijs in de vrije kunsten zou hebben gehad. Het moderne onderzoek gaat er echter van uit dat hij weliswaar het Latijn enigszins machtig was en ook wel enige notie van de vrije kunsten had, maar dat zijn talenkennis niet zo enorm was als men vroeger aannam. - (ed.), Henry I, New Haven - Londen, 2003, pp. 33-34. Gearchiveerd op 27 juli 2023.
Jeugd en erfenis Hendrik werd vermoedelijk in 1068, ofwel tijdens de zomer of de laatste weken van dat jaar, in Engeland geboren, mogelijk in Selby.De datering van Hendriks geboorte is gebaseerd op een vergelijking van de verschillende kronieken met de verschillende reizen van zijn ouders; hieruit kan men opmaken dat er slechts een beperkt aantal tijdstippen zijn waarop Hendrik kan zijn verwekt en geboren. Historicus C. Warren Hollister geeft de voorkeur aan de zomer van 1068 ( - (ed.), Henry I, New Haven - Londen, 2003, pp. 30-31), terwijl historica Judith Green het eind van dit jaar verkiest (, Henry I: King of England and Duke of Normandy, Cambridge, 2009, p. 20), hoewel het ook mogelijk is dat Hendrik begin 1069 werd geboren. Dat hij zou zijn geboren te Selby is dan weer gebaseerd op een lokale traditie van de abdij van Selby ( - (ed.), Henry I, New Haven - Londen, 2003, p. 30, , Henry I: King of England and Duke of Normandy, Cambridge, 2009, p. 20). Gearchiveerd op 27 juli 2023. Hendrik was het jongste kind van Willem de Veroveraar en Mathilde van Vlaanderen, hij is vermoedelijk vernoemd naar Hendrik I van Frankrijk, een oom van Mathilde. - (ed.), Henry I, New Haven - Londen, 2003, pp. 32, 40. Gearchiveerd op 27 juli 2023. Hij werd waarschijnlijk opgevoed door een clericus, mogelijk bisschop Osmund van Salisbury, de kanselier van Willem, al is het onduidelijk of dit erop wijst dat zijn ouders voor Hendrik een kerkelijke carrière voor ogen hadden.C. Warren Hollister betwijfelt dat Hendrik ooit maar zou zijn voorbestemd voor de clerus ( - (ed.), Henry I, New Haven - Londen, 2003, pp. 36-37), terwijl Judith Green hier niet zo zeker van is (, Henry I: King of England and Duke of Normandy, Cambridge, 2009, p. 22). Gearchiveerd op 27 juli 2023. Op 24 mei 1086 werd hij door zijn vader tot ridder geslagen. - (ed.), Henry I, New Haven - Londen, 2003, p. 37, , Henry I: King of England and Duke of Normandy, Cambridge, 2009, p. 23.
Willem raakte in 1087 dodelijk gewond door een ongeval tijdens een militaire campagne in de Vexin. Hendrik bezocht het sterfbed van zijn vader in Rouen. Willem gaf Normandië aan zijn oudste zoon, Robert Curthose, hoewel die op dat moment in opstand tegen zijn vader was, hij gaf Engeland aan zijn derde zoon Willem, Hendrik kreeg een geldbedrag van 5000 pond en de landerijen van zijn moeder in Buckinghamshire en Gloucestershire. Hun tweede zoon Richard was reeds in ca. 1075 overleden door een jachtongeluk.
Graaf in Normandië Robert, de oudste, was boos omdat Willem Engeland had gekregen. Willem had zich snel in Engeland laten kronen en nu wilde Robert een oorlog tegen hem beginnen. Hendrik was in Normandië en steunde Robert, maar misschien had hij geen andere keuze. Voor Willem was dat aanleiding om zijn landerijen in Buckinghamshire en Gloucestershire in beslag te nemen. Hendrik had nu geen land, alleen geld. Het volgende jaar werd het duidelijk dat de plannen van Robert op niets zouden uitlopen, vooral wegens geldgebrek. Robert vroeg Hendrik om hem geld te lenen maar die had liever land en uiteindelijk kocht hij de grafelijke rechten in de Cotentin en het gebied rond Avranches, voor een bedrag van drieduizend pond. De invloed van Hendrik nam hierdoor sterk toe want in dit gebied lagen belangrijke bezittingen van Hugo van Avranches, earl van Chester, Richard van Redvers, grootgrondbezitter in Dorset, en de belangrijke abdij van Mont Saint-Michel.
Hendrik maakte zich snel geliefd bij de Normandische edelen in het westen van het hertogdom. Robert probeerde kort daarna om de grafelijke rechten van Hendrik terug te kopen maar door de steun van zijn edelen kon Hendrik dit bod afslaan. In de zomer van 1088 bezocht Hendrik zijn broer Willem in Engeland, in een poging om de landerijen van zijn moeder terug te krijgen. Toen Hendrik na een paar maanden (zonder succes) terugkeerde naar Normandië, werd hij op beschuldiging van samenzwering tegen Robert gevangengenomen door Odo van Bayeux, en opgesloten in Neuilly-la-Forêt. Robert nam de graafschappen van Hendrik in beslag. Onder druk van Normandische edelen werd Hendrik in het voorjaar van 1089 vrijgelaten. Hendrik was geen graaf meer maar hij had nog wel veel invloed in het westen van Normandië.
Willem kreeg de opstandige edelen in Engeland steeds meer onder controle en begon zijn aandacht aan Normandië te wijden. Hij versterkte zijn banden met Normandische edelen en stookte de burgerij van Rouen op om in opstand te komen. In reactie sloot Robert een verdrag met Filips I van Frankrijk. Eind 1090 kwam een groep burgers onder leiding van Conan Pilatus in opstand. Robert deed een beroep op zijn edelen om de opstand te onderdrukken en Hendrik was de eerste belangrijke edelman die hem te hulp kwam. In Rouen ontstonden verwarde straatgevechten. Robert zocht een veilig onderkomen in het kasteel van de stad maar Hendrik wist de gevechten in zijn voordeel te beslissen. Conan werd gevangengenomen en bood een groot losgeld voor zijn vrijlating, maar Hendrik besloot om van hem een voorbeeld te maken en gooide hem van een van de torens van het kasteel. In plaats van hem te belonen, dwong Robert Hendrik om de stad te verlaten. De argumenten die hiervoor worden genoemd zijn dat Hendrik alom werd gezien als de man die de opstand had onderdrukt, wat Robert niet zou hebben kunnen verdragen, of dat Hendrik als beloning had gevraagd om zijn graafschap terug te krijgen.
In het voorjaar van 1091 kwam Willem met een leger naar Normandië. Robert en Willem begonnen onderhandelingen. Willem kreeg bezittingen in Normandië en in ruil daarvoor zou hij Robert helpen om Maine te verwerven. Robert en Willem benoemden elkaar tot erfgenaam en sloten Hendrik uit van erfopvolging. Door deze afspraken kwam het tot oorlog tussen Hendrik en zijn broers. Hendrik vormde een leger van huurlingen maar de edelen die hem steunden liepen snel over naar het kamp van Willem en Robert. Met zijn resterende strijdkrachten trok Hendrik zich in maart 1091 terug op Mont Saint-Michel. Uiteindelijk moest Hendrik ook dit eiland opgeven en trok hij via Bretagne naar Frankrijk. De samenwerking van Willem en Robert viel nu uiteen en ze begonnen elkaar weer te bestrijden.
De inwoners van Domfront (Orne) kwamen in 1092 in opstand tegen hun heer Robert II van Bellême. Ze vroegen aan Hendrik om hun heer te worden en hieraan voldeed Hendrik heel graag. Hendrik begon vanuit Domfront zijn oude netwerk weer op te bouwen. In 1094 had hij zoveel aanhang verzameld dat hij beslissingen over leengoederen kon nemen alsof hij de hertog van Normandië was. Willem steunde Hendrik met geld, tegen Robert. Hendrik gebruikte de middelen onder andere om het kasteel van Domfront te vergroten en te versterken. Willem viel in 1094 Normandië binnen. Door de militaire aanwezigheid van Willem kon Hendrik het westen van Normandië vast in handen krijgen. Willem ging al snel terug naar Engeland en Hendrik werd een belangrijke hoveling van Willem.
Robert leende een groot bedrag van Willem om deel te kunnen nemen aan de Eerste Kruistocht. In ruil daarvoor kreeg Willem het bestuur over het oostelijk deel van Normandië, tijdens de afwezigheid van Robert. In 1097 en 1098 voerden Hendrik en Willem samen campagne in de regio Vexin.
Koning van Engeland Op 2 augustus 1100 overleed Willem door een verdwaalde pijl (tot op heden voeding voor complottheorieën) tijdens een jachtpartij in New Forest waar Hendrik ook aan deelnam, al is men het er in het moderne historische onderzoek over het algemeen over eens dat een jachtongeval de meest waarschijnlijke doodsoorzaak is.David Carpenter beschouwt de dood van Willem Rufus als "almost certainly an accident" ("haast zeker een ongeval") (, The Struggle for Mastery: The Penguin History of Britain 1066–1284, Londen, 2004, p. 134), C. Warren Hollister meent dat "by far the likeliest explanation for the killing is simply ... that it was a hunting accident" ("de meest waarschijnlijke verklaring voor het doden is eenvoudigweg ... dat het een jachtongeval was") ( - (ed.), Henry I, New Haven - Londen, 2003, p. 104) en Judith Green argumenteert dat "on balance it seems most likely that Rufus died because of an accident" ("afgewogen het het meest waarschijnlijk lijkt te zijn dat Rufus door een ongeval stierf") (, Henry I: King of England and Duke of Normandy, Cambridge, 2009, p. 41). Emma Mason is wantrouwiger tegenover deze zaak en hecht geloof aan de theorie dat Willem Rufus werd vermoord, hetzij door of op aansporing van Hendrik of door agenten van de Franse koning (, King Rufus: the Life and Murder of William II of England, Stroud, 2008, pp. 228-231). Gearchiveerd op 27 juli 2023. Na een korte discussie in Winchester (Robert was nog afwezig vanwege de kruistocht) steunde een groot deel van de aanwezige edelen de claim van Hendrik op de troon. Hendrik bezette het kasteel van Winchester en maakte zich meester van de Engelse schatkist. Op 5 augustus 1100 werd hij in grote haast gekroond in Westminster Abbey door de bisschop van Londen, omdat aartsbisschop Anselmus van Canterbury door Willem was verbannen en de aartsbisschop van York niet op tijd in Londen kon zijn.
Hendrik beloofde de rechten van de Kerk en de edelen te eerbiedigen en de vrede in het koninkrijk te zullen handhaven (Charter of Liberties). Hendrik beloonde zijn oude aanhangers met nieuwe leengoederen en handhaafde de belangrijkste bestuurders van Willem, behalve de gehate Ranulf Flambard (bisschop van Durham) die wegens corruptie gevangen werd gezet in de Tower of London. Willem had in zijn conflict met de Kerk een aantal belangrijke posten open gelaten en Hendrik benoemde zijn kandidaten voor die posities. Hij vroeg Anselmus van Canterbury om terug te komen naar Engeland, en de benoemingen te bevestigen.
Huwelijk Op 11 november 1100 trouwde Hendrik met Edith, dochter van koning Malcolm III van Schotland. Zij was een nicht van Edgar Ætheling, die na de dood van Harold II van Engeland nog tot koning van Engeland was uitgeroepen maar niet meer werd gekroond, en een achterkleindochter van koning Edmund II van Engeland. Zij was dus een afstammeling van het oude Engelse koningshuis en dit huwelijk ondersteunde dus de rechten van Hendrik op de Engelse troon. Als gebaar naar de Normandische adel veranderde ze haar naam van Edith (een typisch Angelsaksische naam) in Mathilda (een Frankische naam).
Mathilda was opgevoed in kloosters en had vermoedelijk geloften afgelegd om een non te zullen worden. Nu deed ze een beroep op Anselmus van Canterbury om vrijgesteld te worden van deze beloften, om met Hendrik te kunnen trouwen. Anselmus stelde een commissie van geestelijken in om het probleem te onderzoeken. De conclusie was dat Mathilda feitelijk nog geen non was geworden, en dus vrij was om te trouwen. Mathilde bleek een energieke koningin te zijn die enkele malen als regent voor Hendrik optrad en deelnam aan besprekingen aan het hof. Na de geboorte van haar kinderen, Mathilde van Engeland (1102) en William Adelin (1103), bleef ze meestal in Winchester als Hendrik op reis was, en was ze betrokken bij het dagelijks bestuur van Engeland.