Roelof van Echten (15 juli 1592 – 20 november 1643)Echten (Drents Archief) was een Drents edelman. Hij was heer van Echten en Echtens Hoogeveen, kapitein, ette van het Dieverderdingspel, gedeputeerde en ten slotte drost van Drenthe. Van Echten was als waarnemer aanwezig bij de Synode van Dordrecht.
Leven en werk Van Echten verkreeg in 1607 de havezate Huis te Echten. Hij werd in 1615 lid van de Staten van Drenthe en een jaar later gedeputeerde van Drenthe.Hij vervulde de functie van gedeputeerde van Drenthe gedurende meerdere perioden: van 1616 tot 1621, 1622 tot 1627, 1629 tot 1632, 1633 tot 1635 en van 1636 tot 1639. Van 1615 tot 1627 was hij ette van het Dieverderdingspel.
In 1616 werd Van Echten door Ferdinand van Beieren, aartsbisschop te Keulen en bisschop van Munster en Luik, beleend met de tienden te Zuidwolde, Echten, Lhee, Pesse, Schoonvelde en Linthorst.
Hij was een van de oprichters van de Algemeene Compagnie van de 5000 Morgen, die de ontginning van het hoogveengebied in het zuiden van Drenthe ter hand nam. Voor de afvoer van turf werd de Hoogeveense Vaart aangelegd. Van Echten verkreeg de heerlijke rechten van zijn woongebied en werd heer van Echten. Als vertegenwoordiger van de Landschap Drenthe onderhield hij het contact met zowel de Staten-Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden als met de stadhouder. De Landschap Drenthe had geen stemrecht in de Staten-Generaal. In 1639 werd hij benoemd tot drost van Drenthe. Hij vervulde deze functie tot zijn overlijden in november 1643. Zijn gelijknamige kleinzoon Roelof was van 1701 tot 1735 eveneens drost van Drenthe.
Van Echten trouwde op 16 januari 1614 te Zwolle met de dochter van de drost van Salland, Anna Bentinck. Hij overleed op 20 november 1643 op 51-jarige leeftijd in het Huis te Echten. Van Echten was tevens de schoonvader van jonkheer Feio Sickinghe (1610-1666), politicus en heer van Warffum.
Categorie:Drost van Drenthe Categorie:Adel in de Nederlanden in de 17e eeuw