thumb|150px|Een hengel. Een hengel is een instrument dat gebruikt wordt om vissen te vangen. Een hengel bestaat in de basis uit een stok waarbij aan een van de uiteinden een lijn is bevestigd.
Hengels zijn er in veel uitvoeringen. Hengels kunnen onderverdeeld worden in vaste hengels en werphengels. Moderne hengels zijn van composietmaterialen zoals glasvezel of grafiet gemaakt, maar vroeger gebruikte men eenvoudige rieten en bamboe hengels.
Aan de lijn van de hengel is meestal een haak (met of zonder weerhaak) bevestigd waaraan de visser vooraf wat aas bevestigt. Als een vis het aas in de bek neemt kan de visser de hengel bewegen ('aanslaan') waardoor de vis vast komt te zitten aan de haak. De visser concludeert dat een vis het aas in de bek heeft genomen doordat een drijvertje aan de lijn (dobber) gaat bewegen of doordat de top van de hengel bewegingen maakt. Als de dobber ondergaat, slaat de visser aan en kan dan in het geval van een werphengel met behulp van de werpmolen de vis drillen om hem zo tot in het landingsnet te krijgen.
Vaste hengel Bij een vaste hengel ('vaste stok') is geen werpmolen aanwezig; de lijn zit, op een vaste lengte gemaakt, vast aan de top van de hengel en kan dus niet of nauwelijks langer zijn dan de hengel zelf, omdat de visser anders niet kan uitwerpen - hij moet de hengel zo hoog kunnen optillen dat het tuigje loskomt van het water. Een dergelijk tuigje of 'sim' omvat meestal, vanaf de hengel gezien, een lijn van een bepaalde dikte, bijvoorbeeld 0,14 mm, een dobber, een aantal loodjes om de dobber op de goede hoogte in het water te laten drijven, en een haak met aas eraan. Een dikkere lijn breekt minder snel en raakt minder gauw in de war dan een dunne, maar wordt door de vissen eerder opgemerkt en verlaagt dus de kans op een beet. Er kan op verschillende diepten worden gevist door de dobber op de lijn te verschuiven. De grootte van de haak moet in overeenstemming zijn met de dikte van de lijn.
Werphengel Werphengels zijn er in verschillende maten, van zeehengels van 4 meter lang tot spinhengeltjes van krap anderhalve meter. De lijn van een werphengel is tientallen meters lang en zit op een werpmolen gerold. Een werpmolen heeft een beugel die in twee standen kan staan, waardoor de lijn of netjes wordt afgerold via een slipinrichting, of opgerold met een slinger, of bij het werpen ongehinderd zijdelings van de spoel kan worden getrokken, zonder enige weerstand met grote snelheid. Hierdoor wordt ver uitwerpen (tientallen meters) mogelijk, en kan bij diepe wateren ook op grotere diepte als de hengellengte gevist worden.
Het grote voordeel van een werphengel tegenover een vaste hengel is dat, mits alles mooi op elkaar staat ingesteld, er in feite met een onbreekbare lijn gevist wordt. Hiervoor dient de werphengel een progressieve buiging (geleidelijk oplopend in kracht) te bezitten, tot aan de werpmolen. Op het moment dat de volledige kracht van de lijn benut wordt, staat de hengel volledig krom en wordt de kracht die op de lijn gezet wordt opgevangen door de slipinrichting van de werpmolen. Deze slip geeft de lijn dan af terwijl toch een maximale weerstand op de vis uitgeoefend wordt. Hierdoor kan men met aanzienlijk fijnere lijnen vissen dan met een vaste hengel het geval is. Dit principe kan niet optimaal benut worden bij hengels waar enkel het topdeel buigt, zoals bij matchhengels het geval is.
Om een gehaakte vis tot in het landingsnet te krijgen, wordt deze met de werphengel en werpmolen gedrild: er ontstaat een gevecht tussen vis en hengelaar waarbij de vis vermoeid wordt via een constante druk van de hengel en indien nodig de slip, zodat hij veilig en wel tot in landingsnet gebracht kan worden. Doordat het drillen de vis vermoeit, kan deze rustig en veilig ontdaan worden van de haak, zonder het risico dat deze zichzelf verwondt door aan land een paniekreactie te vertonen. Dit is vooral bij grotere vissen van belang. Deze manier van vissen is vooral van toepassing bij de recreatieve sportvisserij, waar een maximaal plezier uit de vis wordt gehaald uit elke gevangen vis. Tevens laat deze methode toe de lijndikte tot een minimum te beperken zodat de vangkans aanzienlijk wordt vergroot, maar zonder een verhoogd risico op lijnbreuk, waar een vis met de haak in de bek blijft rondzwemmen.
Een werphengel is normaal gezien ontworpen om met een bepaalde lijndikte te gebruiken, waarbij de treksterkte van de lijn de doorslag geeft. Een dunnere lijn dan waarvoor de hengel ontworpen is zorgt voor risico op lijnbreuk tijdens het vissen omdat de overbrenging naar de molenslip nooit optimaal ingesteld kan worden, een dikkere lijn bemoeilijkt het werpen en vermindert de vangkans en zorgt bovendien voor risico op hengelbreuk. Om lijnbreuk te voorkomen dient de molenslip optimaal ingesteld te worden zodat een maximale kracht uitgeoefend wordt, met nog net genoeg reserve om de lijn/hengel-combinatie niet te overbelasten. Op die manier kunnen ook vissen die zwaarder zijn dan verwacht vaak succesvol geland worden, op voorwaarde dat er genoeg ruimte is om de vis niet te verspelen aan obstakels, zoals boomwortels of pijlers in het water. Het is belangrijk de juiste werphengel voor de juiste omstandigheden te gebruiken. Een lichtere hengel is altijd plezieriger tijdens de dril, geeft meer vangkans en werpt verder (vanwege de geringere luchtweerstand bij het gebruik van een dunnere lijn), maar het is belangrijk dat de te verwachten vis uit de obstakels gehouden kan worden.
Kunstaashengels De kunstaas-werphengel is een hengel specifiek voor het vissen met kunstaas, zoals spinners, lepels en pluggen. Specifiek aan deze hengels is dat ze tevens dienen als beetverklikker: indien een vis toegrijpt op het kunstaas, dient de hengel dit op gevoel, als een zenuw, door te geven aan de visser. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen kunstaashengels voor lichte spinner en deze ontworpen voor gebruik met een plug of lepel.
Een kunstaashengel is ontworpen om een kunstaas mee uit te werpen, en het dan op gevoel terug binnen te vissen.
Spinhengel Een spinner is een klein tot zeer klein roterend metalen blad met meestal een enkelvoudige haak. Soms wordt een spinner vervolledigd met een kunstvlieg. Het spinnen gebeurt met lichte tot ultra-lichte spinhengels, met een werpgewicht dat varieert van 2 tot 16 gram. De ultralichte modellen (werpgewicht tot 5 gram) worden vooral gebruikt om gericht op baars te vissen, maar aangezien grote vis ook klein aas neemt, wordt er tevens snoek en snoekbaars mee gevangen. Vanwege de lichte constructie van zulke spinhengel, is het haken van een vis een sensationele sport waarbij het principe van de werphengel ten volle wordt benut.
Naast spinners kunnen ook kleine lepels, lichte plugs, jigs, shads of ander licht kunstaas bevist worden met deze hengels, zolang ze maar het opgegeven werpgewicht niet overschrijden en/of niet te veel weerstand geven bij het werpen (luchtweerstand) of binnenvissen. Spinners zijn bijvoorbeeld altijd aanzienlijk lichter dan het maximale werpgewicht vanwege de weerstand die ze geven bij het werpen en binnenvissen.
Met zeer kleine spinnertjes kan men tevens witvis vangen zoals ruisvoorn of winde. Hiervoor worden hengels van ongeveer 2 gram werpvermogen gebruikt.
Plug- en lepelhengel Een plug is in feite een nagemaakte natuurlijke prooi, meestal voorzien van 2 of 3 dreggen (drievoudige haak). Een lepel is een metalen blad, meestal voorzien van een enkele dreg, kleinere versies soms van een enkelvoudige haak. Het pluggen en lepelen gebeurt met kunstaashengels met een werpgewicht dat varieert van 20 tot 60 gram. De zwaardere hengels zijn tevens geschikt voor het kunstaasvissen met dood aas en shads en om kunstaas te trollen (het slepen achter een boot).
Baitcaster Een baitcaster is in feite een plug- en lepelhengel ontworpen om te gebruiken met een draaiend reel, in plaats van met een werpmolen. Een draaiend reel levert vooral betere werpprestaties bij gebruik van zwaarder kunstaas met dikkere lijnen. In tegenstelling tot de gewone werpmolen, wordt de baitcaster bovenaan de hengel geplaatst en zijn de ogen van de hengel dus naar boven gericht. Soms wordt de baitcaster ook gewoon verkozen door de hengelaar omdat hij het vissen ermee leuker vindt dan met een dwars geplaatste werpmolen, maar omdat lichter vissen altijd meer sport en sensatie levert, komt de baitcaster het meest tot zijn recht voor het zwaardere werk.
Vlokhengel Een vlokhengel is een korte, zachte, progressief buigende werphengel, specifiek ontworpen om zacht aas, zoals een broodvlok, te kunnen werpen zonder dat dit van de haak vliegt tijdens de worp. Het zijn zeer lichte hengels, gemaakt voor dunne lijnen, waar voornamelijk mee op voorn gevist wordt. Omdat er zeer actief wordt gevist, en zeer gericht mee geworpen varieert de lengte van ongeveer 2m tot 2,70m. Vlokhengels zijn zeer specifieke hengels ontworpen voor de wateren van de België en Nederland. Daarom zijn ze zeer moeilijk te krijgen, men dient ze te zoeken bij een hengelbouwer.
Met de vlokhengel wordt vooral op half water gevist met behulp van een kleine dobber als beetverklikker. Men kan er een zeer gering gewicht gemakkelijk tot 20m ver mee werpen om zo de zeer schuwe grotere voorns te verleiden tot een aanbeet. De lijndikte varieert van 10/00 tot 16/00 wat ongeveer overeenkomt met een treksterkte van 0,6kg tot 1,5kg.
Brasemhengel De brasemhengel is een lange, zachte, progressief buigende werphengel, specifiek ontworpen om licht aas, met een lichte dobber over een ruime afstand van de kant te werpen. Daar bevindt zich namelijk de grootste en schuwste brasem. De lengte varieert van 2,70m tot 3,80m om op grotere afstand en diepte toch nog goed een haak te kunnen zetten. De hengel is zeer licht en zacht, om met dunne lijnen de brasem tot een aanbeet te krijgen, en om van deze toch luie vis toch nog een sportvis te maken. Net zoals de vlokhengel zijn dit zeer specifieke hengels die je enkel kan vinden bij hengelbouwers in Nederland of België.
De sterkere brasemhengel wordt ook gebruikt om op zeelt te vissen, en voor de ultralichte karpervisserij. Met brasemhengel wordt vooral op de bodem gevist met behulp van een vaste dobber of schuifdobber als beetverklikker. De lijndikte voor deze werphengels varieert net zoals de vlokhengels van 10/00 tot 16/00.
Karperhengel Omdat de karper een zeer sterke vechter is die tot 51,2 kg kan uitgroeien, worden hier specifieke hengels voor gebouwd. Omdat de karper snel beïnvloed wordt door hengeldruk en de lijndikte een grote rol speelt bij de vangst, is het zeer belangrijk dat dit progressief buigende hengels betreft, zodat toch gebruikgemaakt kan worden van relatief dunne lijnen. Karperhengels komen er in twee soorten: de karper-schuifloodhengels en de karper-penhengels. De schuifloodhengels worden gebruikt om op grote afstand op karper te vissen met een opgespannen of een bijna opgespannen lijn. De penhengels dienen om fijner op karper te vissen op betrekkelijk kleine afstanden, tot net onder de hengeltop, met behulp van een dobber.
De arbeidskracht van karperhengels wordt meestal uitgedrukt in lbs. Dit is het gewicht dat nodig is om de hengel te laten buigen in een hoek van 90°. Bij de betere karperhengels wordt ook de geschikte lijndikte vermeld, net zoals bij andere werphengels het geval is.
Karper-penhengel