Afghanistan (Nederlandse uitspr.: [ɑfˈɣaniˌstɑn]; Pasjtoe / Dari: افغانستان; Pasjtoe: Afġānistān, IPA: [avɣɒnisˈtɒn]; Dari: Afġānestān, IPA: [avɣɒnesˈtɒn]), officieel het Islamitisch Emiraat Afghanistan (Dari: امارت اسلامی افغانستان, Imārat-i Islāmī-yi Afghānistān, Pasjtoe: د افغانستان اسلامي امارت, Də Afġānistān Islāmī Imārat), is een land dat zowel tot Centraal-Azië als Zuid-Azië wordt gerekend.Er bestaan bronnen op het gebied van aardrijkskunde die het land tot Centraal-Azië rekenen, of als overgangsgebied zien tussen Zuid- en Centraal-Azië. Zie bv. ; 2018: Modernization and Regional Cooperation in Central Asia: A New Spring?, Silk Road Paper, Central Asia-Caucasus Institute & Silk Road Studies Program [online, laatst ingezien juni 2021]. Veel toonaangevende bronnen zien Afghanistan echter als onderdeel van Zuid-Azië. De Britannica verdeelt Afghanistan geografisch over Centraal-Azië, Zuid-Azië en Zuidwest-Azië. Zie Yury Konstantinovich Yefremov e.a. Asia, Britannica online. Staatkundig deelt de Britannica het land in bij het Midden-Oosten. Zie Middle East, Britannica online. In het artikel over het land zelf wordt gesproken over een ligging in "south central Asia" Victor P. Petrov, Afghanistan, Britannica online. Alle Britannica-artikelen zijn geraadpleegd op 25 juni 2021. Gearchiveerd op 24 februari 2021. Het land heeft een bevolking van ruim 38 miljoen mensen anno 2022, die wonen op een grondgebied van ruim 652.000 km². Het land wordt begrensd door Pakistan in het zuiden en oosten, Iran in het westen, Turkmenistan, Oezbekistan en Tadzjikistan in het noorden en China in het verre noordoosten (de Wachan-corridor in de provincie Badakhshan). Het land hoort ook bij de MENA-landen.

Naam De naam Afghanistan betekent letterlijk Land van de Afghanen. De Pathanen begonnen de benaming Afghaan voor zichzelf te gebruiken vanaf de islamitische periode. Volgens W.K. Frazier Tyler, M.C. Gillet en andere geleerden, "Het woord Afghaan komt voor het eerst in de geschiedenis voor in de Hudud-al-Alam in 982" Het laatste deel van de naam Afghanistan stamt af van het Perzische woord stān (staat of land). De Engelse benaming Afghanland die in verschillende verdragen tussen Kadjaren en Engeland voorkomt over de landen bewoond door Pathaanse stammen (modern Zuidoost-Afghanistan) tussen Perzië en Brits-Indië werd door de Afghanen overgenomen en werd Afghanistan.

Vanaf de 18e eeuw, toen Ahmad Shah Durrani een regering vormde op basis van het Pashtunwali, werd Afghanistan bij zijn huidige naam genoemd; Afghanistan werd internationaal als officiële naam erkend tijdens de heerschappij van Abdoer Rahman Khan. Vóór de 18e eeuw werd Afghanistan aangeduid als Khorasan en nog vroeger als Aryana (ook wel gespeld als Ariana).

Geschiedenis

De oudste menselijke bewoning in Afghanistan dateert uit het Middenpaleolithicum. Het land was dankzij de strategische ligging langs de Zijderoute sinds de Oudheid verbonden met de culturen van het Midden-Oosten en andere delen van Azië. Door de eeuwen heen vormde het land het strijdperk van sterk uiteenlopende mogendheden, zoals de Grieken van Alexander de Grote, islamitische Arabieren van het kalifaat van de Omajjaden en Abbasiden, Mongolen van Dzjengis Khan, Britten en Russen. Het land vormde de bakermat van de rijken van de Bactriërs, Kushans, Hephthalieten, Samaniden, Saffariden, Ghaznaviden, Ghowriden, Khilji's, Mogols, Hotakiden en de Durraniden. miniatuur|Afghaanse soldaten in Britse dienst tijdens de Eerste Brits-Afghaanse Oorlog. Afghanistan speelde een hoofdrol in de Great Game, de 19e-eeuwse strijd om Centraal-Azië.

De politieke geschiedenis van de moderne staat van Afghanistan begon in de 18e eeuw met de Hotakiden en Durraniden. In de late 19e eeuw werd Afghanistan een bufferstaat in 'The Great Game' tussen de Britse en Russische koloniale rijken. Na de Anglo-Afghaanse Oorlog van 1919 ondernamen Amanoellah Khan en Mohammed Zahir Sjah de modernisering van het land.

Een reeks staatsgrepen in de jaren zeventig werd gevolgd door een Russische invasie, die werd tegengewerkt door de Amerikanen. Na de Russische terugtrekking volgde in de jaren tachtig een burgeroorlog die een groot deel van het land verwoestte. Uiteindelijk maakte dit de weg vrij voor de taliban, een groepering van religieuze extremisten, die in korte tijd vrijwel het hele land wisten te veroveren.

Eerste Talibanbewind (1996-2001) De Taliban doopten de naam van het land om tot Islamitisch Emiraat Afghanistan, en voerden een witte vlag met de sjahadah in. Hoewel Kabul de hoofdstad bleef, was Kandahar in het zuiden de werkelijke machtsbasis. Hier verbleven Mullah Omar, destijds de leider van de Taliban, tezamen met de hogere leiding.

De Taliban verwierven al snel bekendheid door zeer strenge toepassing van de sharia en daaruit voortvloeiende draconische maatregelen. Vrouwen mochten geen onderwijs meer volgen en mochten alleen nog gesluierd en vergezeld van een mannelijk familielid over straat. Dans en gebruik van muziekinstrumenten, vliegeren, alcohol, televisie en afbeelding van mensen werden verboden omdat dit niet islamitisch zou zijn en sjiieten en niet-Pashtuns werden onderdrukt. Opium werd weliswaar voor de bühne verboden maar in werkelijkheid getolereerd zolang er maar belasting op werd afgedragen. Het gevolg was dat ook het aantal Afghaanse drugsverslaafden drastisch toenam, ondanks harde maatregelen van de Taliban hiertegen.

Internationaal werd de regering maar door drie landen erkend: Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Pakistan. Dit laatste land had grote economische plannen in Afghanistan en riep andere landen op het Islamitisch Emiraat als rechtmatige Afghaanse regering te erkennen. Andere landen weigerden de Taliban te erkennen waardoor het Talibanbewind bemoeilijkt werd in internationale handel, geen zitting had in internationale organisaties, en geen toegang had tot de internationale kapitaalmarkten. Ook had de regering niet de controle over het noordoosten, waar de oppositiegroeperingen zich verenigd hadden in de Noordelijke Alliantie en standhielden. Verder waren de door Hazara bewoonde gebieden in het centrum ook voortdurend onrustig. Behalve met Pakistan was de relatie met alle buurlanden slecht.

Oorlog van 2001-2021

In 2001 vielen de Verenigde Staten Afghanistan binnen, op zoek naar Osama bin Laden. Directe aanleiding waren de aanslagen van 11 september. De Amerikaanse aanvallen ondersteunden de opmars van de Noordelijke Alliantie, een alliantie van gewapende tegenstanders van de taliban, die voorheen gesteund waren vanuit de noordelijke buurlanden. Lokale krijgsheren kozen de zijde van de Amerikanen en keerden zich tegen de taliban. Binnen enkele maanden was de talibanregering verdreven en was Al-Quaïda na hevige gevechten bij Tora Bora een gevoelige slag toegebracht. De in Afghanistan verblijvende Arabische Al-Quaida-leider Osama Bin Laden ontkwam en zou later opgespoord en gedood worden in Pakistan.

Bij de toekomstbesprekingen die plaatsvonden op de Internationale Afghanistan-conferentie te Bonn in 2001 ontstond consensus over een door de internationale gemeenschap gesteunde overgangsregering onder Hamid Karzai. Karzai werd in 2004 als president bevestigd in de eerste vrije verkiezingen van het land. In 2004 werd ook een nieuwe grondwet opgesteld. De val van de taliban werd door de bevolking met opluchting begroet. Mannen lieten massaal hun baarden afscheren; vrouwen en meisjes maakten in groten getale gebruik van de herwonnen vrijheden, zoals de mogelijkheid zonder begeleider in het openbaar te begeven, of het recht naar school te gaan.

Tussen 2001 en 2021 was er een buitenlandse veiligheidsmacht in Afghanistan aanwezig, de ISAF, die bestond uit de Amerikanen en hun bondgenoten. Tot 2003 was de leiding in handen van Nederland en Duitsland, daarna nam, tegen de zin van Afghanistan zelf, de NAVO die taak over.

Ondanks enorme hoeveelheid ontwikkelingsgeld en militaire steun lukte het de Amerikanen en hun bondgenoten niet blijvend een democratisch bestuur of een enigszins functionerende burgermaatschappij in het land te vestigen. De veiligheidssituatie verslechterde door militaire blunders, de wederopstanding van de taliban en de activiteiten van lokale strijdheren. Westers ontwikkelingsgeld viel ten prooi aan de wijdverspreide corruptie, in plaats van te worden gebruikt voor de aanleg van goede infrastructuur of bestrijding van de grootschalige armoede onder de bevolking. Miljoenen naar huis terugkerende vluchtelingen en binnenlandse ontheemden versterkten de problemen op het gebied van schaarste aan voedsel en drinkwater extra. miniatuur|Een Amerikaanse soldaat op patrouille in de noordoostelijke provincie Nooristan. Twintig jaar duurde de Amerikaanse aanwezigheid tijdens de Afghaanse Oorlog (2001-2021). De taliban streden naar eigen zeggen tegen de aanwezigheid van 'ongelovigen' in Afghanistan, en ook tegen de Afghaanse regering, die zij als een marionet beschouwden. Ze opereerden vaak vanuit het Pakistaanse grensgebied. Deze burgeroorlog kostte het leven aan burgers, medewerkers van het Rode Kruis en andere NGO's, en ISAF-soldaten. Ondanks de uitbreiding van de NAVO-troepenmacht tijdens Barack Obama konden de taliban zich overal in het land handhaven en hun gebied zelfs geleidelijk uitbreiden. Toen de na Tora Bora naar Pakistan gevluchte Bin Laden in 2011 werd geliquideerd door Amerikaanse commando's werd dit echter als een belangrijke Amerikaanse overwinning gezien.

Een probleem voor de Afghaanse regering was dat vrijwel onafhankelijke krijgsheren zich weinig aan het centrale gezag gelegen lieten liggen. De gouverneurs verrijkten zich, streden met elkaar en onderdrukten de bevolking, terwijl de centrale regering vrijwel bankroet bleef. Het met westers geld opgeleide Afghaanse leger was slecht in staat de taliban te bestrijden zonder steun van ISAF. De regering hoopte daarom dat ISAF haar mandaat naar de provincies wilde uitbreiden, maar de Westerse coalitie weigerde dit. Karzai werd in 2009 herkozen als president. Nadat hij de door de grondwet toegestane twee termijnen had afgerond werd Ashraf Ghani in 2014 tot zijn opvolger gekozen. De verkiezingen hadden een chaotische afloop waarbij de kandidaten beiden de overwinning claimden. Uiteindelijk werd onder Amerikaanse druk tot een verdeling van de macht in de nieuwe regering besloten, met Ghani als president.

Ghani had een egocentrische stijl van regeren en bleek slecht in staat groepen te verbinden, waardoor de Afghaanse regering verder geïsoleerd raakte. Ondertussen breidden de taliban hun macht in de provincies uit en pleegden ze geregeld bomaanslagen in Kabul. De Amerikaanse publieke opinie was geleidelijk aan tegen de "missie" in Afghanistan gekeerd, na bijna 20 jaar aanwezigheid zonder concrete verbeteringen. In 2020 sloot de regering-Trump een overeenkomst met de taliban, die het de Amerikanen mogelijk maakte zich geheel uit Afghanistan terug te trekken.

Tweede Talibanbewind (2021-) De terugtrekking van de Amerikaanse troepen werd bevolen door president Biden in juni 2021, op grond van de onder zijn voorganger Donald Trump op 29 februari 2020 gesloten overeenkomst met de Taliban tijdens onderhandelingen te Qatar, bekend geworden als de Doha-overeenkomst, waarbij de Afghaanse regering geen partij was.Taliban en VS sluiten akkoord over bestand en aftocht Amerikaanse troepenTrump's Deal To End War In Afghanistan Leaves Biden With 'A Terrible Situation' Binnen twee maanden stortte de weerstand van het Afghaanse leger tegen de taliban in. Een voor een vielen provinciehoofdsteden in hun handen. In augustus 2021 verliet president Ashraf Ghani het land zonder formeel te zijn afgetreden, toen de hoofdstad Kabul werd ingenomen door de Taliban. Op dat moment hadden de Amerikanen en hun bondgenoten hun terugtrekking nog niet afgerond. De Afghaanse vice-president Amrullah Saleh wierp zich op als interim-president.