thumb|Handwortelbeenderen proximaal: distaal:
De handwortelbeentjes of ossa carpiBroek, A.J.P. van den, Boeke, J & Barge, J.A.J (1954). Leerboek der beschrijvende ontleedkunde van de mens. Deel I. Geschiedenis der ontleedkunde, bewegingsorganen, vaatstelsel (8ste druk). Utrecht: N.V. A. Oosthoek’s Uitgeverij Mij. zijn de botjes in de pols tussen het spaakbeen en de ellepijp aan de laterale zijde en de middenhandsbeentjes aan de mediale zijde. De botjes zijn ossa brevia, korte beenderen.
In de handen van mensen zitten acht handwortelbeentjes, verdeeld over twee rijen van vier. In de onderste rij, aan de kant van het spaakbeen en de ellepijp, liggen, vanaf de duim richting de pink: os scaphoideum of bootvormig been os lunatum of maanvormig been os triquetrum of driehoeksbeen os pisiforme of erwtvormig been In de bovenste rij, aan de kant van de middenhandsbeentjes, bevinden zich, vanaf de duim richting de pink: os trapezium of veelhoekig been os trapezoideum of klein veelhoekig been os capitatum of hoofdvormig been os hamatum of haakvormig been
De handwortelbeentjes kunnen bij een onvolwassene worden gebruikt om de lengte van tevoren te bepalen die hij krijgt. Sommige mensen hebben nog extra handwortelbeentjes, die gedurende de embryonale ontwikkeling als extra botopbouwpunt ontstaan.T.E. Keats, M.W. Anderson, Atlas of normal roentgen variants that may simulate disease., 7th edition, Mosby Inc., 2001, R. O'Rahilly. A survey of carpal and tarsal anomalies. J Bone Joint Surg Am. 1953; 35: 626-642
Bij dieren De handwortelbeenderen hebben bij sommige gewervelden een soortgelijke bouw als bij de mens, terwijl bij andere gewervelden bepaalde beenderen er niet zijn.
Men kan in de onderste van de twee rijen, die aan de kant van het spaakbeen en de ellepijp ligt, van binnen naar buiten de volgende beenderen onderscheiden: os carpi centrale,International Committees on Veterinary Gross Anatomical Nomenclature, Veterinary Histological Nomenclature, & Veterinary Embryological Nomenclature (1994). Nomina Anatomica Veterinaria together with Nomina Histologica and Nomina Embryologica Veterinaria. Zürich/Ithaca/New York.Koch, T., Berg, R., & Heinze, W. (1970). Lehrbuch der Veterinär-Anatomie.Band I. Bewegungsapparat. (2. Auflage). Jena: VEB Gustav Fischer Verlag. overeenkomend met het os scaphoideum. os carpi intermedium, overeenkomend met het os lunatum. os carpi ulnare, overeenkomend met het os triquetrum. os carpi accessorium, overeenkomend met het os pisiforme.
Bij vleeseters, zoals de hond is het os carpi radiale met het os carpi intermedium versmolten. Men spreekt in zo een geval ook van een os carpi intermedioradiale. De handwortelbeenderen kunnen naast de bovenstaande namen, ook dezelfde namen gegeven als die in de nomenclatuur van de mens. Overeenkomstig wordt voor het os carpi intermedioradiale ook de naam os scapholunatum gebruikt. Het os carpi centrale is rudimentair in de vleeseters en versmelt een aantal weken na de geboorte met het os carpi intermedioradiale.
In de bovenste rij, aan de kant van de middenhand, bevinden zich van binnen naar buiten: os carpi I, overeenkomend met het os trapezium. os carpi II, overeenkomend met het os trapezoideum. os carpi III, overeenkomend met het os capitatum. os carpi IV, overeenkomend met het os hamatum.
Bij herkauwers zijn de ossa carpi II et III versmolten, met het uitblijven van het os carpi I. Het bot dat bestaat uit de ossa carpi II et III wordt ook wel het os trapezoideocapitatum genoemd. Bij het paard is het os carpi I ook vaak afwezig, maar zijn voor de rest de overige zeven handwortelbeentjes aanwezig. Het varken heeft alle acht de handwortelbeentjes, overeenkomend met de mens.
Accessoire handwortelbeentjes thumb|375px|links|De locaties van de accessoire handwortelbeentjes. Links de rechterhand van dorsaal, rechts vanaf palmair. 1=os trapezium secundarium, 2=os trapezoideum secundarium, 3=os parastyloideum, 4=os styloideum, 5=os metastyloideum, 6=os capitatum secundarium. 7=os epitrapezium, 8=os carpi centrale, 9=os paranaviculare, 10=os epilunatum, 11=os epitriquetrum, 12=os ulnostyloideum, 13=os vesalianum manus, 14=os ulnare externum, 15=os hamulare basale & os hamuli proprium, 16=os gruberi, 17=os subcapitatum, 18=os praetrapezium, 19=os paratrapezium, 20=os pisiforme secundarium, 21=os triquetrum secundarium, 22=os hypolunatum, 23=os radiale externum