Hadrosaurus is een geslacht van uitgestorven plantenetende ornithischische dinosauriërs die tot de Euhadrosauria behoorde. De soort Hadrosaurus foulkii leefde tijdens het Laat-Krijt in het gebied van het huidige Noord-Amerika. Het fossiel materiaal van Hadrosaurus is van zulke slechte kwaliteit dat die naam tegenwoordig vaak als een nomen dubium beschouwd wordt: het is niet mogelijk van andere fossielen vast te stellen of ze tot hetzelfde geslacht behoren.

Ontdekking en naamgeving Het eerste skelet van een uitgestorven dinosauriër uit Amerika Rond 1838 werden grote botten ontdekt door John Estaugh Hopkins, de bezitter van een kleine steengroeve waar mergel gedolven werd voor de verbetering van de structuur van akkerbouwgrond, bij een meertje dat tegenwoordig Hopkins Pond heet, nabij Haddonfield in Camden County, New Jersey. Ten onrechte geven sommige bronnen diens vader William Estaugh Hopkins de eer van de ontdekking. J.E. Hopkins liet die beenderen opstellen in zijn villa Birdwood, eveneens in Haddonfield, een kilometer voor de groeve. In de loop der jaren gaf hij de fossielen alle weg aan bezoekers. left|thumb|De mergelgroeve waar Hadrosaurus gevonden werd In de zomer van 1858 kreeg een buurman, William Parker Foulke, een natuurvorser uit Philadelphia, tijdens een diner het verhaal over de botten te horen. Foulke, die dacht dat het om beenderen van Mosasaurus moest gaan, spoorde met veel moeite de precieze locatie op en liet hetzelfde jaar de rest van het overgebleven skelet uitgraven aan de rand van de oude steengroeve, bij een beekje dat noordelijk naar de Cooper Creek vloeit. Foulke voerde een voor die tijd nauwgezette documentatie uit waarbij hij de precieze positie van ieder bot in de mergel noteerde. Nadat een bot vrijgelegd was, werd het gestabiliseerd om te voorkomen dat het uit elkaar zou vallen en in stro verpakt naar Foulke's huis vervoerd. Een van de werklui wist een deel van de weggeschonken botten op te sporen. In oktober werden tijdens een tweede opgraving nog wat beenderen gevonden. Uiteindelijk ging het om de achterpoten, een voorpoot, het bekken, achtentwintig wervels, acht tanden en delen van de kaken. De locatie is sinds 1994 een officieel National Historic Landmark, de Hadrosaurus Foulkii Leidy Site. Het beekje heet nu de Hadrosaurus Run. Hadrosaurus is, ondanks zijn dubieuze status, sinds 1994 de officiële staatsdinosauriër van New Jersey.

Foulke kreeg al gauw in de gaten dat het niet om een lid van de Mosasauridae ging maar om een geheel unieke vondst. Hij nam contact op met een gezaghebbende paleontoloog, Joseph Leidy, die in Philadelphia aan de Academy of Natural Sciences werkte als professor anatomie en conservator van het museum van de instelling. Leidy hield een voordracht over het dier op 14 december 1858. In 1858 en 1859 publiceerde hij beschrijvingen. Daarbij benoemde hij in 1858 — in feite via de gedrukte tekst van de voordracht — de typesoort Hadrosaurus foulkii. De geslachtsnaam betekent 'forse sauriër' en is afgeleid van het Oudgrieks ἁδρός, hadros, 'fors, gezet', een verwijzing naar de omvang van het dier. De soortaanduiding eert Foulke. De beenderen werden aan het museum geschonken wat wel gezien is als een aanwijzing dat de commodificatie van fossielen nog niet ver was voortgeschreden: een generatie later zou voor zo'n zeldzaam exemplaar vermoedelijk een aanzienlijke geldsom zijn gevraagd. thumb|Hawkins liggende model en skeletmodel voor het Central Park Museum Hadrosaurus was in 1858 vooral opzienbarend omdat het toen de meest compleet bewaard gebleven dinosauriër was — en het eerste dinosauriërskelet uit de Nieuwe Wereld. Binnen tien jaar zouden in het westen van Amerika grote aantallen veel vollediger skeletten gevonden worden maar voor 1858 waren uit dat continent alleen losse botten, tanden en voetafdrukken bekend. Van Hadrosauridae waren er maar twee vondsten gedaan die Leidy zelf in 1856 benoemd had: Trachodon mirabilis die gebaseerd was op wat tanden en Thespesius occidentalis waarvan het materiaal bestond uit twee staartwervels en een kootje. Leidy was daarom gedwongen om vergelijkingen te maken met eerdere Europese vondsten. Hij vond het dier het meest lijken op Iguanodon, iets wat achteraf een correcte waarneming bleek want daaraan is Hadrosaurus inderdaad tamelijk nauw verwant. Overigens zou Hadrosaurus niet lang het meest complete dinosauriërfossiel blijven: in 1859 werd de veel vollediger Compsognathus ontdekt. left|thumb|Een ontwerp voor de museumopstelling waarin links Hadrosaurus door de kleinere Laelaps aangevallen wordt Het typespecimen is gevonden in een laag van de Woodburyformatie die dateert uit het Campanien en ongeveer tachtig miljoen jaar oud is. Het wordt vaak aangegeven als het holotype ANSP 10005. In feite echter bestaat het uit een reeks syntypen. ANSP 10005 is slechts het inventarisnummer van het postcraniaal skelet, dus de delen achter de schedel. De gevonden schedelfragmenten hebben eigen nummers. Dat heeft aanleiding gegeven tot het misverstand dat bij het skelet helemaal geen schedeldelen aangetroffen zijn. De syntypen zijn: ANSP 9203: een stuk van de zijwand van het midden van het rechterbovenkaaksbeen; ANSP 9204: een meer naar buiten gelegen stuk van interne vleugel van het linkerbovenkaaksbeen die contact maakte met het ectopterygoïde; ANSP 9202: delen van de tanddragende beenwallen van de kaken die overigens slechts lege tandkassen bevatten; ANSP 9201: een partij losse tanden uit de boven- en onderkaken; en ten slotte ANSP 10005: drie voorste ruggenwervels; negen wervellichamen uit het voorste en middelste deel van de staart, waarbij één middelste staartwervel vrijwel onbeschadigd is; talrijke kleine stukken wervels; een gedeeltelijk rechterravenbeksbeen; een linkeropperarmbeen; een linkerellepijp; een linkerspaakbeen; een linkerdarmbeen; een rechterzitbeen; een stuk rechterschaambeen; en van de linkerachterpoot een dijbeen, een scheenbeen, een vrijwel volledig kuitbeen, een tweede en vierde middenvoetsbeen en het eerste kootje van de derde teen. De Woodburyformatie bestaat uit zeeafzettingen en het kadaver van Hadrosaurus is vermoedelijk door een rivier in zee gespoeld.

Buiten het holotype is een klein aantal losse botten uit het Krijt van de oostkust van Amerika ooit aan Hadrosaurus foulkii toegewezen. Het betreft AMNH 1460: een stuk wervellichaam; AMNH 7626: een stuk rechterdentarium; ANSP 15716: de onderkant van een linkeropperarmbeen; en ANSP 15717: een stuk van een derde middenvoetsbeen. Hoewel het hier om hadrosauride materiaal gaat dat in de laatste twee gevallen inderdaad uit de Woodburyformatie komt, delen de botten geen unieke kenmerken met het holotype en kunnen naar moderne normen dus ook niet aan Hadrosaurus toegewezen worden.

Eerste interpretaties thumb|Hawkins zelf onder het skeletmodel te Philadelphia; het gaat hier om een zwaar geretoucheerde foto die misschien al zo oud is als februari 1869. De foto was door Hawkins zelf betiteld als Restored skeleton of Hadrosaurus foulkii from 76 fossil fragments In 1860 gaf Leidy een gedetailleerdere beschrijving in zijn Cretaceous Reptiles of the United States, welk boek vanwege de Amerikaanse Burgeroorlog pas in 1865 gepubliceerd werd. Leidy beschouwde al in 1858 Hadrosaurus als een tweevoeter, terwijl de dinosauriërs tot dan meestal allen als viervoeters gezien werden. Een uitzondering was Iguanodon waarvan Gideon Mantell vlak voor diens dood begon te vermoeden dat hij op zijn achterpoten liep. Rond 1870 zouden de nieuwe vondsten uit het westen een dergelijke lichaamshouding voor veel dinosauriërs bevestigen. In de jaren zeventig van de twintigste eeuw echter werd duidelijk dat dieren als Hadrosaurus meestal op vier poten rondstapten en zich alleen op de achterpoten verhieven om te rennen. Overigens hield Leidy daar al in 1858 rekening mee en waarschuwde voor het trekken van overhaaste conclusies uit het feit dat de achterpoten zoveel groter waren daar er veel moderne reptielen en amfibieën bestaan met eenzelfde wanverhouding tussen de voorste en achterste ledematen terwijl ze toch 'gewoon' op vier poten lopen. Een verschil met Hadrosaurus is wel dat die van een volledig tweevoetige kleinere voorouder afstamde. left|thumb|Een stereoscopische opname van Hawkins' skeletmodel in het Smithsonian In 1868 werd er op basis van de vondsten door de beeldhouwer Benjamin Waterhouse Hawkins een opstelling van een skeletmodel gemaakt voor de Philadelphia Academy of Natural Sciences, die tot op heden daar aanwezig is. Dit was de eerste keer dat een dinosauriërskelet uit het Mesozoïcum opgesteld getoond werd, in plaats van als een verzameling losse botten of een steenplaat met fossielen. Het model deed de bezoekersaantallen van de museumafdeling verdriedubbelen. Hadrosaurus werd door Hawkins, conform de ideeën van Leidy, in een opgerichte positie afgebeeld. De constructie van het model hield verband met een veel uitgebreider project. Vanaf 1868 werd namelijk door Hawkins op verzoek van Park Commissioner Andrew Haswell Green een ander volledig skeletmodel en drie modellen van het levende dier — een liggend, een tweede in gevecht met Laelaps, een derde als kadaver waarover twee theropoden vechten — gemaakt voor het Central Park Museum in New York. Behalve Hadrosaurus gaf Hawkins gestalte aan een groot aantal andere prehistorische levensvormen op levende grootte. Dat project werd echter in december 1870 beëindigd door de kliek rond de corrupte politicus William M. Tweed. Toen Hawkins zich in 1871 openlijk tegen Tweed uitsprak, liet die de betonnen beelden op 3 mei door zijn handlanger Henry Hilton kapotslaan. De resten zijn daarop ten dele gebruikt als vulmateriaal en ten dele in The Pond geworpen, de kleinere vijver aan de zuidzijde van Central Park, waarna ze verloren zijn gegaan toen die schoongemaakt werd. Een derde skeletmodel door Hawkins bevindt zich in het Smithsonian Institute maar in een onttakelde toestand, een vierde werd sinds 1879 in het Royal Scottish Museum in Edinburgh opgesteld maar is in 1928 afgedankt en een vijfde bevindt zich in de Nassau Hall van Princeton University. In Philadelphia werd later een moderne reconstructie van het skelet tentoongesteld; het oude model bevindt zich meestal in opslag. Daarnaast toont men er de oorspronkelijke botten op een silhouet van het dier. Pas in juli 1883 werd een tweede dinosauriërskelet uit het Mesozoïcum opgesteld, dat van Iguanodon te Brussel. Hierbij ging het om het fossiel zelf.

Latere interpretaties Hadrosaurus was tot het eind van de negentiende eeuw de enige hadrosauride waarvan wat ruimer materiaal bekend was. Verschillende geleerden besteedden daarom aandacht aan de soort. In 1868 werd het materiaal opnieuw beschreven door Edward Drinker Cope. In 1869 gaf Cope een volgende, nog gedetailleerdere, beschrijving. Daarbij gaf hij ook een reconstructie van het bekken, waarin een door Leidy fout geïdentificeerd bot correct als een deel van wat het schaambeen was, werd onderkend. Cope maakte echter de fout het schaambeen en het zitbeen te verwisselen. Daarnaast meldde hij een stuk van de onderkant van het schouderblad ontdekt te hebben. Dit kon door latere onderzoekers niet gelokaliseerd worden. left|thumb|Botten zoals geïllusteerd in Leidy's becshrijving