De 613 mitswot (voorschriften, enkelvoud mitswa) is een lijst met geboden en verboden die God volgens de gelovige Joden hen via de Thora (de eerste vijf boeken van de Tenach) gaf. Deze voorschriften vormen de kern van de halacha, de religieus-joodse regelgeving. Er zijn 248 geboden en 365 verboden.Historiek.net De 613 mitswot, inleiding. Gearchiveerd op 6 juli 2023.

De mitswot bestaan niet alleen uit misjpatiem of mitswot die we menselijkerwijs kunnen begrijpen, maar ook uit choekiem: mitswot waarvan wij de betekenis niet logisch kunnen verklaren, zoals de spijswetten en de besnijdenis. Ze dienen om de band tussen mensen en de Eeuwige te verstevigen. Ook de mitswot die vandaag niet meer in praktijk worden gebracht – zoals de mitswot die de Tempeldienst betreffen – moeten worden bestudeerd.

In dit artikel worden alle 613 voorschriften letterlijk weergegeven, ingedeeld naar onderwerp en samengesteld uit de Misjna van Maimonides (ook met een acroniem aangeduid als De Rambam) met verwijzing naar de Bijbelteksten uit de Thora.Deze lijst met identieke oorspronkelijke foutjes komt voor op Historiek.net De 613 mitswot. Mogelijk is dat de bron voor dit artikel geweest, of daar is juist de tekst uit dit Wikipedia-artikel overgenomen, of beide teksten hebben dezelfde andere bron.

De 613 geboden God Weet dat God bestaat. (Ex. 20:2; Deut. 5:6) Geloof niet dat er meerdere goden bestaan naast de Eeuwige Zelf. (Ex. 20:3) Vloek niet. (Ex. 22:27) Heilig Gods Naam. (Lev. 22:32) Ontheilig Gods Naam niet. (Lev. 22:32) Weet dat God Eén is, een complete Eenheid.(Deut. 6:4) Houd van God. (Deut. 6:5) Vrees en eerbiedig God. (Deut. 6:13; 10:20) Beproef Gods Woord niet. (Deut. 6:16) Navolg Zijn goedheid en rechtvaardige wegen. (Deut. 28:9)

Thora 11. Eer de ouden en de wijzen. (Lev. 19:32) 12. Leer de Thora en onderwijs hem. (Deut. 6:7) 13. Verbind hen met elkaar die Hem kennen. (Deut. 10:20) 14. Voeg niets aan de Thora toe. (Deut. 13:1) 15. Laat ook niets van de Thora weg. (Deut. 13:1) 16. Iedereen dient een rol van de Thora voor zichzelf te schrijven. (Deut. 31:19)

Tekenen en symbolen 17. Iedere man dient besneden te worden. (Gen. 17:12; Lev. 12:3) (CCP 47) 18. Hang gedenkkwasten aan de hoeken van je kleding. (Num. 15:38) (CCP 10) 19. Bind een gebedsriem om het hoofd. (Deut. 6:8) (CCP 9). 20. Bind een tefillin om de arm. (Deut. 6:8) (CCP 8). 21. Hang een mezoeza op je deurposten en poorten van je huis. (Deut. 6:9)

Gebeden en zegeningen 22. Bid tot God. (Ex. 23:25; Deut. 6:13) 23. Lees de geboden iedere morgen en iedere nacht. (Deut. 6:7) 24. Zeg zegeningen na maaltijden op. (Deut. 8:10) 25. Leg geen steen neer voor aanbidding. (Lev. 26:1)

Liefde en broederschap 26. Houd van alle mensen van het Verbond. (Lev. 19:18) 27. Kijk niet slechts toe wanneer iemand in gevaar verkeert, bied hulp aan. (Lev. 19:16) 28. Roddel niet en strooi geen laster rond. (Lev. 25:17) 29. Strooi geen leugens rond. (Lev. 19:16) 30. Wees niet haatdragend. (Lev. 19:17) 31. Neem geen wraak. (Lev. 19:18) 32. Heb geen wroeging. (Lev. 19:18) 33. Beschaam geen Israëliet. (Lev. 19:17) 34. Vervloek geen andere Israëliet. (Lev. 19:14) 35. Geef simpele zielen geen reden te struikelen. (Lev. 19:14) 36. Berisp een zondaar. (Lev. 19:17) 37. Ontlast je buurman van zijn lasten en help hem zijn dieren te lossen. (Ex. 23:5) 38. Help met het verplaatsen van de lading op het dier van je buurman. (Deut. 22:4) 39. Laat een dier niet zonder hulp liggen wanneer het gevallen is door de zware last. (Deut. 22:4)

De armen en de ongelukkige 40. Laat een wees en een weduwe niet lijden. (Ex. 22:21) 41. Oogst niet het hele land. (Lev. 19:9; Lev. 23:22) 42. Laat een ongeoogste hoek op je land of boomgaard voor de armen staan. (Lev. 19:9) 43. Verzamel niet de resten van de oogst die je op de grond hebt laten vallen. (Lev. 19:9) 44. Laat de resten van de oogst voor de armen liggen. (Lev. 19:9) 45. Verzamel niet de onvolmaakte trossen van de wijngaard. (Lev. 19:10) 46. Laat de ol'loth (de oude druiven) van de wijngaard voor de armen liggen. (Lev. 19:10; Deut. 24:21) 47. Verzamel niet de op de grond gevallen druiven. (Lev. 19:10) 48. Laat een gevallen peret (de enkele druif) voor de armen liggen. (Lev. 19:10) 49. Laat de vergeten schoven liggen. Dit geldt ook voor alle fruitbomen. (Deut. 24:20) 50. Laat de vergeten schoven voor de armen liggen. Dit geldt ook voor alle fruitbomen. (Deut. 24:19) 51. Onthoud niet wanneer je een arme man onderhoudt en hem geeft wat hij nodig heeft. (Deut. 15:7) 52. Geef een gemiddelde waarde met betrekking tot weldadigheid. (Deut. 15:11)

Behandeling van de niet-Joden 53. Heb de vreemdeling lief. (Deut. 10:19) 54. Spreek geen kwaad over de vreemdeling. (Ex. 22:20) 55. Licht de vreemdeling niet op. (Ex. 22:20) 56. Trouw niet met niet-Joden. (Deut. 7:3) 57. Vorder de schuld van een vreemdeling. (Deut. 15:3) 58. Leen een vreemdeling met rente. (Deut. 23:20)

Huwelijk, scheiding en familie 59. Eer je vader en moeder. (Ex. 20:12) 60. Sla geen vader of een moeder. (Ex. 21:15) 61. Vervloek geen vader of een moeder. (Ex. 21:17) 62. Eerbiedig je vader en moeder. (Lev. 19:3) 63. Wees vruchtbaar en vermenigvuldig jezelf. (Gen. 1:28) 64. Een eunuch (gecastreerde) mag niet met de dochter van Israël trouwen. (Deut. 23:2) 65. Een onwettig kind mag niet met de dochter van een Jood trouwen. (Deut. 23:3) 66. Een Ammoniet of een Moabiet zal nooit met de dochter van een Israëliet trouwen. (Deut. 23:4) 67. Sluit geen nazaat van Ezau voor drie generaties uit de gemeenschap van Israël. (Deut. 23:8-9) 68. Sluit geen Egyptenaar voor drie generaties uit de gemeenschap van Israël. (Deut. 23:8-9) 69. Er zullen geen prostituees in Israël zijn. Dit betekent dat er geen geslachtsgemeenschap buiten een huwelijk mag plaatsvinden. (Deut. 23:18) 70. Neem een vrouw volgens de voorschriften van het huwelijk. (Deut. 24:1) 71. De net getrouwde man mag één jaar vrij hebben om van zijn vrouw te kunnen genieten. (Deut. 24:5) 72. De bruidegom dient één jaar gemeenschappelijk arbeid te verrichten. (Deut. 24:5) 73. Onthoud geen voedsel, kleding en echtelijke rechten aan een vrouw. (Ex. 21:10: Onthoud geen voedsel, kleding en geslachtsgemeenschap aan een gekochte slavin als je ook een andere vrouw hebt.) 74. Wanneer een vrouw verdacht wordt van overspel, dient dit aangepakt worden zoals het in de Thora beschreven staat. (Num. 5:30) 75. Degene die de eer van zijn vrouw aantast (denk aan valse beschuldiging over een onrein leven voor haar huwelijk), moet zijn hele leven lang bij deze vrouw blijven. (Deut. 22:19) 76. Een man mag niet scheiden van de vrouw die hij schriftelijk beschuldigd heeft van onreinheid voor haar huwelijk. (Deut. 22:19) 77. Scheiding mag alleen met officiële scheidingspapieren plaatsvinden. (Deut. 24:1) 78. Een man mag niet met zijn ex-vrouw hertrouwen, wanneer zij na de scheiding is hertrouwd. (Deut. 24:4) 79. Wanneer een vrouw kinderloos weduwe wordt, mag ze alleen met haar zwager hertrouwen. (Deut. 25:5) 80. Trouw de weduwe van je overleden broer wanneer zij kinderloos waren. (Deut. 25:5) 81. Wanneer de zwager weigert te trouwen met de weduwe van zijn overleden broer, dient zij vrijgesteld worden van de eerder genoemde zwagerwet. (Deut. 25:7-9)

Verboden seksuele relaties 82. Wek geen lust op bij verwante familieleden, zoals kussen, omhelzen, lonken, wat tot incest kan leiden. (Lev. 18:6) 83. Pleeg geen incest met je moeder. (Lev. 18:7) 84. Pleeg geen mannelijk geslachtsverkeer met je vader. (Lev. 18:7) 85. Pleeg geen incest met de vrouw van je vader. (Lev. 18:8) 86. Pleeg geen incest met je zuster. (Lev. 18:9) 87. Pleeg geen incest met de dochter van de vrouw van je vader. (Lev. 18:9) 88. Pleeg geen incest met de dochter van je zoon. (Lev. 18:10) 89. Pleeg geen incest met de dochter van je dochter. (Lev. 18:10) 90. Pleeg geen incest met je dochter. (Lev. 18:6) 91. Pleeg geen incest met de zuster van je vader. (Lev. 18:12) 92. Pleeg geen incest met de zuster van je moeder. (Lev. 18:13) 93. Pleeg geen incest met de vrouw van de broer van je vader. (Lev. 18:14) 94. Pleeg geen mannelijk geslachtsverkeer met de broer van je vader. (Lev. 18:14) 95. Pleeg geen incest met de vrouw van je zoon. (Lev. 18:15) 96. Pleeg geen incest met de vrouw van je broer. (Lev. 18:16) 97. Pleeg geen incest met de dochter van je vrouw. (Lev. 18:17) 98. Pleeg geen incest met de dochter van de zoon van je vrouw. (Lev. 18:17) 99. Pleeg geen incest met de dochter van de dochter van je vrouw. (Lev. 18:17) 100. Pleeg geen incest met de zuster van je vrouw. (Lev. 18:18) 101. Heb geen gemeenschap met een vrouw wanneer zij menstrueert. (Lev. 18:19) 102. Heb geen gemeenschap met andermans vrouw. (Lev. 18:20) 103. Heb (als man) geen mannelijk geslachtsverkeer met een man. (Lev. 18:22) 104. Heb geen gemeenschap met een dier. (Lev. 18:23) 105. Geen vrouw mag gemeenschap hebben met een dier. (Lev. 18:23) 106. Castreer geen mannetje van wat voor soort, geen man of iemand in het gezin, een wild dier of gevogelte. (Lev. 22:24)

Tijden en seizoenen 107. De viering van de nieuwe maand dient heilig verklaard te worden en de maanden en jaren zullen uitsluitend berekend worden door het Joodse Hoogste Gerechtshof (Sanhedrin). (Ex. 12:2) 108. Reis niet op de Sjabbat buiten de grenzen van jouw woongebied. (Ex. 16:29) 109. Heilig de Sjabbat. (Ex. 20:8) 110. Werk niet op de Sjabbat. (Ex. 20:10) 111. Rust op de Sjabbat. (Ex. 23:12; 34:21) 112. Vier de verplichte feesten. (Ex. 23:14) 113. Geniet van de feesten. (Deut. 16:14) 114. Kom op de heiligdommen (synagoge) van de feesten. (Deut. 16:16) 115. Zorg ervoor dat alle gist op de vooravond van Pesach uit jouw huis verwijderd is. (Ex. 12:15) 116. Rust op de eerste dag van Pesach uit. (Ex. 12:16; Lev. 23:7) 117. Werk niet op de eerste dag van Pesach. (Ex. 12:16; Lev. 23:6-7) 118. Rust op de zevende dag van Pesach. (Ex. 12:16; Lev. 23:8) 119. Werk niet op de zevende dag van Pesach. (Ex. 12:16; Lev. 23:8) 120. Eet ongezuurde broden op de eerste nacht van Pesach. (Ex. 12:18) 121. In bezit zijn van gist is tijdens alle dagen van Pesach verboden. (Ex. 12:19) 122. Eet tijdens Pesach geen voedsel wat gist bevat. (Ex. 12:20) 123. Eet tijdens Pesach geen gist. (Ex. 13:3) 124. Geen gist mag tijdens Pesach in iemands huis te zien zijn. (Ex. 13:7) 125. Praat tijdens de eerste avond van Pesach over de uittocht uit Egypte. (Ex. 13:8) 126. Eet geen gist in de middag van de 14e Nisan (maart/april). (Deut. 16:3) 127. Tel de 49 dagen tussen Pesach en Sjawoe'ot (Wekenfeest). (Lev. 23:15) 128. Rust op Sjawoe’ot. (Lev. 23:21) 129. Werk niet op Sjawoe’ot. (Lev. 23:21) 130. Rust op het Joods nieuwjaarsfeest (Rosj Hasjana). (Lev. 23:24) 131. Werk niet op Rosj Hasjana. (Lev. 23:25) 132. Hoor het geluid van de sjofar tijdens Rosj Hasjana. (Num. 29:1) 133. Vast op Jom Kipoer (Grote Verzoendag). (Lev. 23:27) 134. Eet of drink niet tijdens Jom Kipoer (Lev. 23:29) 135. Werk niet tijdens Jom Kipoer. (Lev. 23:31) 136. Rust op Jom Kipoer. (Lev. 23:32) 137. Rust op de eerste dag van Soekot (Loofhuttenfeest). (Lev. 23:35) 138. Werk niet op de eerste dag van Soekot. (Lev. 23:35) 139. Rust op de achtste dag van Soekot. (Lev. 23:36) 140. Werk niet op Sjemini Atzeret (Vreugde van de Wet, Slotfeest). (Lev. 23:36) 141. Neem tijdens Soekot een loelaw met drie verschillende planten. (Lev. 23:40) 142. Bewoon zeven dagen van Soekot een loofhut. (Lev. 23:42)

Spijswetten 143. Wees in staat te herkennen welk vee rein of onrein is. (Lev. 11:2) 144. Eet geen vlees van onreine dieren. (Lev. 11:4) 145. Wees in staat te herkennen welke vissen rein of onrein zijn. (Lev. 11:9) 146. Eet geen onreine vis. (Lev. 11:11) 147. Wees in staat te herkennen welk gevogelte rein of onrein is. (Deut. 14:11) 148. Eet geen onrein gevogelte. (Lev. 11:13) 149. Wees in staat te herkennen welke sprinkhanen rein of onrein zijn. (Lev. 11:21) 150. Eet geen worm die je tussen het fruit vindt. (Lev. 11:41) 151. Eet geen dieren die rondkruipen. (Lev. 11:41-42)