Het groothertogdom Litouwen of het grootvorstendom Litouwen (Grootvorstendom van Litouwen, Roes en Samogitië; Roetheens: Великое княжество Литовское; Litouws: Lietuvos Didžioji Kunigaikštystė; Pools: Wielkie Księstwo Litewskie) was een Oost-Europese staat die ontstond in de 13e eeuw en bestaan heeft tot de 18e eeuw.

Het grootvorstendom ontstond in de 13e eeuw om de dreiging van de Duitse Orde het hoofd te bieden en had in Mindaugas zijn eerste vorst. Mindaugas liet zich in 1253 dopen en verkreeg daardoor de koningstitel van paus Innocentius IV. Na de moord op Mindaugas kwamen er weer heidense vorsten op de troon van Litouwen. Dit veranderde toen grootvorst Jogaila koning van Polen kon worden en zich daarvoor bekeerde. Twee eeuwen lang regeerde zijn dynastie over Polen en Litouwen en in deze tijd raakten de twee staten steeds meer met elkaar vervlochten. In deze periode kon het grootvorstendom zijn eigen identiteit behouden. In een reeks van verdragen raakten beide staten nog nauwer met elkaar verwant, met als uiteindelijke hoogtepunt de Unie van Lublin, waar het Pools-Litouwse Gemenebest werd gevestigd. De aanhoudende oorlogen met andere Oostzeemachten en met het tsaardom Rusland verzwakten het gemenebest in de 17e en 18e eeuw ernstig. Rusland wist veel grondgebied af te snoepen, waardoor het grootvorstendom aan macht en invloed verloor. In 1795 kwam met de Derde Poolse Deling een definitief einde aan het rijk.

Het grootvorstendom omvatte in de 15e eeuw – de periode van zijn grootste uitbreiding – het grondgebied van het huidige Litouwen, Wit-Rusland, Oekraïne, Transnistrië en delen van Polen en Rusland. Het was toen een multi-etnische staat e.a. (2014): Western Civilization, beyond boundaries, 7th edition, Wadsworth cengage learning, blz. 470. en de grootste staat van Europa. (1998): A History of Eastern Europe: Crisis and Change. Routledge, blz. 122 Het grootvorstendom was nauwer verwant aan West-Europa dan aan Rusland. Zo werd in Litouwen het Latijns schrift gebruikt in plaats van het Cyrillisch en vertoonden de politieke instituties gelijkenissen met die in West-Europa. e.a. (2014): Western Civilization, blz. 315.

Geschiedenis Oorsprong De Baltische gebieden werden in de vroege middeleeuwen bewoond door heidense Balten. De vele Baltische volkeren en stammen vormden tezamen geen politieke eenheid of organisatie. In Boven-Litouwen leefde het Baltische volk de Litouwers. Over hen heersten clans die de grondslag legden voor het latere grootvorstendom. (1994): Lithuania Ascending a pagan empire within east-central Europe, 1295-1345, blz. 289-290 De naam Litouwen duikt voor het eerst op in de Annalen van Quedlinburg waarin de gebeurtenissen van het jaar 1009 werden beschreven. Daarin wordt verteld over bisschop Bonifatius die door een groep heidenen werd vermoord. Volgens sommige verhalen zou Bonifatius de Litouwse "koning" Nethimer hebben gedoopt. e.a. (2015): The Lithuanian Millenium, VDA leidykla, blz. 40.

In de 9e eeuw werden de Baltische gebieden gekoloniseerd door Zweedse Vikingen. Zij dreven handel met Constantinopel en waren, samen met de Rurikiden, heer en meester over de handelswegen die door de landstreek liepen. De lokale stammen werden daarbij buitengesloten. In ruil voor bescherming brachten sommige Baltische stamhoofden hulde aan het vorstendom Pskov of de republiek Novgorod. (2003): The History of the Baltic States, Greenwood Publishing Group, blz. 13.

In 1198 verleende paus Innocentius III pauselijke goedkeuring aan de Noordelijke Kruistochten die tot doel hadden de heidense stammen in het Baltische gebied te bekeren. Vier jaar later deed de Orde van de Zwaardbroeders zijn intrede in de regio. De orde veroverde grote gebieden en bekeerde de bevolking met harde hand. In 1219 sloot een groep Litouwse hertogen een verdrag met het koninkrijk Galicië-Wolynië om tegen de kruisvaarders te vechten. Tot de groep behoorde onder anderen Mindaugas. e.a. (2015): The Lithuanian Millenium, blz. 40. In 1236 wisten de Litouwers en de Samogitiërs in de Slag bij Saule de Zwaardbroeders te verslaan. Het grootste deel van de broeders kwam daarbij om. De restanten van de Orde werden in 1237 bij de Duitse Orde gevoegd en omgevormd tot de Lijflandse Orde. Door deze ontwikkeling bleef de dreiging groot. Om zich daar tegen te verweren stelden de Litouwse edelen het ambt van grootvorst in en verenigden zich onder hun eerste grootvorst Mindaugas. (1994): Lithuania ascending, blz. 50. (2003): The History of the Baltic States, blz. 14.

Opkomst van Mindaugas thumb|De doop van Mindaugas, schilderij uit de 17e eeuw van een onbekende schilder. Mindaugas heerste aanvankelijk alleen over zijn eigen land Aukštaitija, maar liet zich wel militair gelden in de regio. Hij sloot een persoonlijk bondgenootschap met Daniel van Galicië en veroverde andere gebieden in het latere Litouwen, zoals Navahroedak en Sudovië. Door de groeiende autoriteit, invloed en macht van Mindaugas kon hij zijn gezag ook laten gelden in etnisch Litouwse gebieden buiten Litouwen zelf. Zijn gezag werd op de proef gesteld door zijn neven Tautvilas en Gedvydas, en de hertog van Samogitië, Vykintas. Zij vroegen hierbij zelfs de Duitse Orde om hulp. Mindaugas stuurde zijn neven en Vykintas in 1248 op veldtocht naar Smolensk en maakte van hun afwezigheid gebruik om hun kastelen in te nemen. Ze zochten hun toevlucht bij Daniel van Galicië wat leidde tot een verstoorde verhouding tussen Mindaugas en Daniel. Tautvilas liet zich dopen door de aartsbisschop van Riga. e.a. (2015): The Lithuanian Millenium, blz. 47.

Aangemoedigd door zijn edelen, die naar het christendom neigden, zocht Mindaugas in 1250 contact met de Lijflandse Orde. Hij nodigde de grootmeester van de orde, Andreas von Stierland, uit en sloot met hem een overeenkomst. Mindaugas zou zich laten dopen en zou daarop een kroon van de paus ontvangen wat hem tot de hoogste leider in Litouwen zou maken. Bovendien zou de orde hem steunen in zijn strijd. In ruil bood Mindaugas aan de orde land en geschenken te geven. In 1251 liet Mindaugas zich dopen en stuurde vervolgens een boodschapper naar paus Innocentius IV om hem over zijn bekering te berichten. De paus verleende hem daarop de koningstitel. e.a. (2015): The Lithuanian Millenium, blz. 48.

Kortstondig koninkrijk

Met zijn kroning waren de vijanden van Mindaugas nog niet verdwenen; wel werd hij bijgestaan door de Lijflandse Orde. Met hun hulp kon Mindaugas in 1252 zijn vijanden verslaan. Vervolgens wist hij zijn macht te consolideren en op 6 juli 1253 kon hij uiteindelijk gekroond worden door de bisschop van Kulm. Een jaar later verzoende Mindaugas zich met Daniel van Galicië en ook met Tautvilas, die hertog van Polotsk werd. In 1255 lanceerde hij samen met koning Daniel een militaire campagne om Kiev te veroveren, maar deze poging liep uit op een mislukking. Door deze afloop verslechterde de verhouding tussen beide koningen weer. e.a. (2015): The Lithuanian Millenium, blz. 51.

De kerstening in zijn land verliep moeizaam en de christenen werden in 1255 zelfs verdreven uit Litouwen. De vrede met Lijfland viel slecht bij verschillende edelen, en ook bij de Samogitiërs die nog in strijd waren met de Lijflandse Orde. Zij vonden dat Mindaugas als koning van Litouwen en als heerser van Dainava de natuurlijke vijand van de Duitse Orde zou moeten zijn. Zijn neef Treniota vergaarde langzamerhand veel invloed bij de Samogitiërs, ten koste van Mindaugas. Eind 1255 kreeg Mindaugas toestemming van de paus om zijn zoon Vaišvilkas tot de tweede koning van Litouwen te kronen. Hij liet zich steeds meer in met de Lijflandse Orde, wat de wrevel bij zijn vijanden deed groeien. Litouwen wist in 1259 de Mongoolse aanvallen van Boroldai af te slaan, maar dat was niet zozeer te danken aan de koning als wel aan het leiderschap van onder meer Tautvilas. e.a. (2015): The Lithuanian Millenium, blz. 52.

In 1260 werd de Duitse Orde door Treniota verslagen in de Slag bij Durbe. Onder druk van Treniota en de Samogitiërs ging Mindaugas uiteindelijk in de aanval tegen de Lijflandse Orde. Hij wist een paar overwinningen te behalen op Galicië-Wolhynië, maar door het uitblijven van steun van de andere stammen begon de koning Treniota steeds meer te wantrouwen. In 1263 stuurde Mindaugas zijn troepen naar Brjansk onder leiding van Daumantas van Pskov. Deze verliet het leger en vermoordde vervolgens Mindaugas en zijn zonen. Alleen Vaišvilkas wist naar een klooster te ontkomen. Treniota maakte van de gelegenheid gebruik en greep de macht. e.a. (2015): The Lithuanian Millenium, blz. 55.

Heidens grootvorstendom thumb|Litouwse zwaarden, 13e eeuw Het land bleef verscheurd door een machtsstrijd, die er toe leidde dat Treniota na een jaar werd vermoord door volgelingen van Mindaugas. Daardoor werd de weg vrijgemaakt voor de troonsbestijging van Mindaugas' zoon Vaišvilkas. Deze wist met hulp van zijn zwager Sjvarn Daumantas te verdrijven naar Pskov. In 1267 droeg Vaišvilkas de troon over aan Sjvarn om een monastiek leven te gaan leiden. Ondertussen legden ook de Duitse Orde en de katholieke koning Ottokar II van Bohemen een claim op het christelijk koninkrijk van Mindaugas. In 1268 begon deze laatste een kruistocht tegen de Litouwers, maar die expeditie werd stopgezet door de Duitse Orde. e.a. (2015): The Lithuanian Millenium, blz. 58. thumb|De heuvelforten van Kernavė, het machtscentrum van grootvorst Traidenis in de 13e eeuw Na het overlijden van Sjvarn omstreeks 1270 keerde de rust in Litouwen terug met de troonsbestijging van de heidense grootvorst Traidenis. Hij ontpopte zich als een sterke monarch die diplomatiek secuur te werk ging. Gedurende zijn regering wist hij twee grote militaire overwinningen te boeken op de ridderordes, bij Karuse en Aizkraukle. Traidenis smeedde zijn gebieden en de volken die daarin woonden aaneen tot een vaste entiteit. Ook de plaats Kernavė floreerde onder het regime van Traidenis. Het werd zijn belangrijkste politieke, militaire en handelscentrum.

Traidenis was de eerste bekende Litouwse vorst die een natuurlijke dood stierf. Dat gebeurde in 1282. Hij werd opgevolgd door Daumantas van Litouwen over wie niet veel bekend is. Hij wordt verondersteld geregeerd te hebben tot het aantreden van Butigeidis in 1285. Butigeidis is het eerste bekende en onomstreden lid van het huis der Gediminiden. Deze dynastie heerste van de 14e tot de 16e eeuw over Litouwen. Butigeidis bouwde een linie van forten langs de Memel. De fortificaties werden na zijn dood verder uitgebouwd en hielpen tot de tweede helft van de 14e eeuw de invallen van de Orde te weerstaan. Hij stierf in 1290 of 1292 en werd opgevolgd door zijn broer Butvydas. Deze had al een grote invloed tijdens de regeerperiode van zijn broer, wat voor sommige historici aanleiding was te geloven dat ze co-vorsten waren.

Butvydas overleed in 1295, waarna zijn zoon Vytenis hem als grootvorst opvolgde. De regeringstijd van Vytenis werd gekenmerkt door voortdurende oorlogvoering om de macht van het grootvorstendom te consolideren. Uit de tijd van Mindaugas had Litouwen nauwe contacten overgehouden met Polotsk. Daarmee kreeg het een groot belang in de Dnjepr handelsroute. Tijdens het bewind van Vytenis werd Polotsk een vast onderdeel van Litouwen. (1994): Lithuania Ascending, blz. 78 & 83. Vytenis overleed omstreeks 1315, zonder erfgenaam. De omstandigheden rond zijn dood zijn niet bekend.

Litouwse expansie