Het eerste millennium v.Chr. loopt vanaf 1000 tot 1 v.Chr. Langjarige gebeurtenissen Afrika 1000 v.Chr. opkomst van de Nokcultuur 1000 v.Chr. het begin van de Oost/Zuid expansie der Bantoevolken 740 v.Chr. De Koesjiet Piye begint zijn heerschappij 600 v.Chr. IJzerproductie rond de Grote Meren 600 v.Chr. Nokcultuur doet aan ijzersmelten 592 v.Chr. Psammetichus II plundert Napata 500 v.Chr. Trans-saharaanse handel in volle bloei van Marokko tot de Senegal-rivier 500 v.Chr. Meroë wordt het centrum van de ijzerproductie 500 v.Chr. Ontwikkeling van het Ethiopisch schrift 300 v.Chr. Libisch schriftt is ontwikkeld 300 v.Chr. Meroë wordt de hoofdstad van Koesj 200 v.Chr. Meroitische schrift in complete vorm 146 v.Chr. Carthago's laatste nederlaag, Romeinse provincie van Africa 100 v.Chr. Aksum ontwikkelt zijn Indische, Rode Zee handelsbetrekkingen 20 v.Chr. Meroieten dwarsbomen Romeinse verovering
Egypte In de loop van het millennium schuift het bestuurlijk zwaartepunt van Egypte steeds verder naar het noordwesten: Memphis, Sais, Naukratis en uiteindelijk, na 331 v.Chr., in toenemende mate Alexandrië. 727 v.Chr. Koesj verovert Egypte, 25e dynastie 671 v.Chr. Koesjieten verdreven uit Egypte door Assyriërs 343 v.Chr. Perzië verovert Egypte 332 v.Chr. Alexander verovert Egypte 31 v.Chr. Rome verovert Egypte
Middellandse Zee De Middellandse Zee wordt een centrum van handel tussen oost en west. Vanuit hun havensteden in de Levant verbreiden de Feniciërs de kennis van het smeden van ijzer. Ze stichten overal handelsposten op verre kusten, bedoeld om de handel met de plaatselijke bevolking te vergemakkelijken. Deze posten groeien op den duur uit tot echte havensteden, die soms niet onderdoen voor Tyrus en Sidon. Zo wordt Gadir gesticht buiten de Zuilen van Melqart door kolonisten uit Tyrus. Vanuit deze havens bedrijven ze een regelmatige handel langs de Atlantische kusten van Iberië en het huidige Marokko.
De Griekse kolonisatie speelt zich vooral af aan de kusten van de Middellandse Zee en de Zwarte Zee, waardoor de Griekse taal, cultuur en organisatie van de poleis zich over het gehele gebied kan verspreiden.
De Grieken in pre-Romeins Gallië zijn Griekse kolonisten die de zuidwestkust van Frankrijk hebben bezet. Ze hebben er nederzettingen, veelvuldige handel en culturele invloed. In de havenstad Massilia wisselen Kelten en Etrusken hun handelswaar uit.
Azië Op het Indisch Schiereiland nemen het belang van de sociale hiërarchie en van de priesterklasse toe. Hieruit ontwikkelen zich het Indische kastenstelsel en het orthodoxe brahmanisme. Bestudering van de Veda's leidt tot het ontstaan van de Indische filosofie en de antieke Indische wetenschap. 528 v.Chr. Het boeddhisme ontstaat De strijdwagen wordt in China overbodig in de Periode van de Strijdende Staten. De voornaamste reden hiervoor is de uitvinding van de kruisboog en het overnemen van nomadische cavalerie (bereden boogschutters), die effectiever is. 221 v.Chr. China wordt verenigd onder de Qin-dynastie.
Midden-Oosten Het koninkrijk Juda is volgens de Hebreeuwse Bijbel een gedeelte van Kanaän, dat in bezit is genomen door de Israëlitische stammen Juda, Simeon en Benjamin en bestaat van 922 v.Chr. tot 586 v.Chr.. Het wordt vaak het Zuidelijk Koninkrijk of het Tweestammenrijk genoemd om het te onderscheiden van het Noordelijk Koninkrijk (koninkrijk Israël) dat ook wel het Tienstammenrijk genoemd wordt. De hoofdstad van Juda is Jeruzalem. De Joodse tempel wordt gebouwd in de 10e eeuw v.Chr. in Jeruzalem en is vier eeuwen lang het centrum van de Joodse godsdienst. die volgde op de verwoesting van de tempel van Jeruzalem in 586 v.Chr. door de Babyloniërs. Als de tempel niet langer gebruikt kan worden om dierenoffers te brengen, schakelt men over op lezingen uit de Thora en zingen of bidden van psalmen en hymnen op vaste uren van de dag. Na de Babylonische ballingschap wordt de Tweede Joodse Tempel gebouwd in het begin van de 6e of de 5e eeuw v.Chr.. De joodse religie ontwikkelt zich in de loop der eeuwen tot monotheïsme, terwijl bijna alle andere culturen in de antieke wereld polytheïstisch zijn. Het heilige boek van het jodendom, de Tenach (inclusief de Thora), wordt geschreven in het Hebreeuws, maar door demografische veranderingen zullen uiteindelijk alle Joden Aramees gaan spreken. Na 700 v.Chr. Upanishadische geschriften 631 v.Chr. Einde van het Assyrische Rijk 539 v.Chr. Perzen veroveren Babylon
Oceanië 500 v.Chr. Austronesische volkeren vestigen zich in westelijk Polynesië.
Grieken en Romeinen 800 v.Chr. Opkomst van de Etruskische beschaving In deGriekse Oudheid vinden de vier pan-Helleense spelen plaats: de Pythische Spelen in Delphi, de Isthmische Spelen in Korinthe, de Nemeïsche Spelen in Nemea de Olympische Spelen in Olympia. De Grieken brengen de astronomie een stuk verder, bijvoorbeeld door de definitie van de dierenriem, een band van 12 sterrenbeelden waardoorheen de zon, maan en planeten bewegen.
Oorspronkelijk hebben de Oskisch-Umbrische talen een veel grotere verspreiding dan het Latijn. Omstreeks 400 v.Chr. worden ze gesproken door bijna de helft van de bevolking van het Apennijns Schiereiland, terwijl Latijn niet door veel meer dan 5 % wordt gesproken. De rest spreekt Etruskisch, Grieks, Messapisch en andere talen. Door de machtspositie van Rome wordt het Latijn echter de dominante taal, die de andere talen geleidelijk aan begint te verdringen.
Na de drie Punische Oorlogen tegen Carthago tussen 264 en 146 v.Chr. is Rome de onbetwiste grootmacht van het Middellandse Zeegebied en begint het de Keltische gebieden binnen te dringen.
Wetenschap Eratosthenes stelt in de 3e eeuw v. Chr. vast dat de Aarde een bol is en komt tot een niet onverdienstelijke benadering van de omtrek van de Aarde.
Kelten De Kelten bewonen grote delen van Europa. Aan de Donau bestaat van 800 tot 450 v.Chr de Hallstattcultuur; aan de Rijn en de Rhône, ontwikkelt zich in de 5e eeuw v.Chr. de La Tène-beschaving. Deze culturen maken deel uit van de Europese IJzertijd en verdwijnen bij de komst van de Romeinen. In de La Tène-periode is begraven algemeen, in de Hallstattcultuur is dat cremeren.
De druïden nemen een zeer belangrijke plaats in binnen de Keltische samenleving. Ze zijn meer dan priesters: ze treden ook op als rechters en als raadsheren van de Keltische koningen. Ze zijn zeer nauw verbonden met de natuur en baseren hun raadgevingen en voorspellingen voornamelijk op (voor-)tekenen uit de natuur. Ze fungeren eveneens als het 'geheugen' van de stam en hebben bijvoorbeeld grote astronomische kennis. Zij bepalen de kalender en de 'gunstige' en 'ongunstige' dagen. Het is een broederschap die de stammen en de grenzen overschrijdt. Hun verzamelplaats is een open plek in een eikenwoud.
Lage landen Zoals in heel Noord-Europa ontstaan hier nieuwe vormen van sedentaire landbouw, bijvoorbeeld op de raatakkers. Deze Celtic Fields zijn kleine, min of meer vierkante of rechthoekige aaneensluitende akkers, die vanaf de Late Bronstijd met de haakploeg worden bewerkt voor de verbouw van primitieve graansoorten als emmertarwe en spelt. In België en het zuiden van Nederland worden ijzeren voorwerpen gangbaar omstreeks 700 v.Chr., terwijl Noord-Nederland achterblijft: daar zijn ijzeren speerpunten en paardenbitten in een graf uit de 6e eeuw v.Chr. op het Holtingerveld bij Havelte de vroegste sporen.
Invallers van de Hallstattcultuur dringen de Scheldestreek binnen. De doden worden begraven in urnenvelden, zoals dat van Massemen.
De ijzertijd eindigt hier als de Romeinen naar de Lage Landen komen (circa het begin van onze jaartelling).
Wetenschap De Babylonische astronomische dagboeken, waarinsystematische astronomische observaties worden aangevuld met informatie over aardse fenomenen, zijn het werk van de Chaldeeën en bestrijken een periode van bijna zes eeuwen (652 tot 61 v.Chr., met het zwaartepunt in de hellenistische periode na 330 v.Chr.). dankzij de Griekse arts Hippocrates verschuift de aandacht vanaf de vijfde eeuw v. Chr. naar een natuurlijke verklaring voor het bestaan van ziekten en dood.
Hij ontwikkelt de humorestheorie. Hij gaat er van uit dat in het lichaam vier sappen in balans zijn; bloed, geel gal, zwart gal en slijm. Ziektes zouden voortkomen uit een verstoring in de balans van deze sappen.
Innovatie De munt als betaalmiddel ontstaat in de 7e eeuw in Lydië en ongeveer gelijktijdig in China en India. Vanaf de 6e eeuw gaan de Griekse stadstaten de drachme slaan, en de Romeinse republiek introduceert in de 3e eeuw de Denarius. Ontwikkeling van het Aramese en het Griekse alfabet. Na 300 v.Chr. wordt durumtarwe met naakte korrels meer en meer verbouwd en na enkele eeuwen heeft deze soort de emmertarwe verdrongen. Tarwe komt in 200 v.Chr. voor het eerst voor in het Middellandse Zeegebied. Tegelijkertijd wordt ten noorden van de alpen emmertarwe verdrongen door spelt. drijfvermogen meetkunde stelling van Pythagoras bolvormige aarde atomen wateruurwerk superschepen vuurtoren
Militair trireem kruisboog belegeringswapens Maliënkolder
Cultuur De kithara is samen met de lier het meest gebruikte snaarinstrument van de Grieken en Romeinen. De lier is een echt volksinstrument, in tegenstelling tot de kithara, die voornamelijk door professionele muzikanten wordt bespeeld. De stemming van Pythagoras is een muzikale stemming, gebaseerd op de reine kwint, die zal worden gebruikt tot in de Middeleeuwen. Totstandkoming van de Zeven wereldwonderen van de antieke wereld
Amerika 1000 v.Chr. opkomst van Chavín de Huántar in Peru 900 v.Chr. La Venta vervangt San Lorenzo 900 v.Chr. Opkomst van Tres Zapotes 850 v.Chr. Opkomst van de Zapoteken in Mexico 800 v.Chr. Kaminaljuyu gesticht 800 v.Chr. Opkomst van de Adenacultuur in Ohio 800 v.Chr. Het begin van de maisteelt op de Amazonische overstromingsvlakten 700 v.Chr. Poverty Point verlaten 700 v.Chr. Veel tempelcentra op de kust van Peru worden verlaten 600 v.Chr. Opkomst van de Paracascultuur 600 v.Chr. Het schrift verschijnt in Mexico 600 v.Chr. Balspelen verschijnen in Olmeekse centra 500 v.Chr. De inheemse volkeren van de noordwestelijke kust beginnen te bloeien 500 v.Chr. Hiërogliefen geproduceerd in Zapoteekse centra van Monte Albán 450 v.Chr. Vroege Mound Builders in oostelijk Noord-Amerika 300 v.Chr. De dubbele-uitloop-en-brug fles wordt wijdverspreid 250 v.Chr. Eerste Mayaschrift 250 v.Chr. Grave Creek Mound gebouwd in West Virginia 200 v.Chr. Zapoteekse staat ontwikkeld in Mexico 200 v.Chr. Verval van groot tempelcomplex in Chavín de Huántar, Peru 200 v.Chr. Elite Calimacultuur-begravingen met rijke grafgoederen in Malagana, Colombia Tijdens de formatieve periode ontwikkelt de pottenbakkerij en de weverij zich en ontstaan de eerste permanente nederzettingen.
100 v.Chr. Opkomst van het Hopewellcultuur-uitwisselingssysteem langs de Mississippi 100 v.Chr. Opkomst van Teotihuacán in Mexico 50 v.Chr. Opkomst van Ipiutak in Alaska
Belangrijke personen Afrika Psusennes I, derde farao van de 21e dynastie van het Oude Egypte Psusennes II, laatste farao van de 21e dynastie Sjosjenq I, stichter en eerste farao van de 22e dynastie van het Oude Egypte Osorkon I, tweede farao van de 22e dynastie Takelot II, farao van de 22e dynastie Sjosjenq II, farao van de 22e dynastie Piye, farao van de 25e dynastie van het Oude Egypte Kashta, farao van de 25e dynastie Taharqa, farao van de 25e dynastie Tantamani, laatste farao van de 25e dynastie Psammetichus I, farao van de 26e dynastie van het Oude Egypte Psammetichus II, farao van de 26e dynastie Apriës, vierde farao van de 26e dynastie Hanno, Carthaagse suffeet Hannibal Barkas, Carthaagse generaal Hasdrubal, Carthaags generaal Shanakdakheto, koningin van Koesj Massinissa, eerste koning van Oost-Numidië Cleopatra VII, laatste Hellenistische heerseres van Egypte Orunmila, Afrikaans filosoof
Azië Koning David, tweede koning van het Koninkrijk Israël