thumb|Rookverboden in de wereld thumb|Een rookverbodsbord Een rookverbod is een al dan niet wettelijke regel die op specifieke plaatsen het roken van tabak verbiedt. Sinds de eeuwwisseling is er in vele landen een tendens het roken verder terug te dringen en uit openbare ruimten te weren door het steeds meer instellen van rookvrije zones.bijv. De volgende stap in Amsterdam: een rookverbodRoken in de ban rondom scholen, sportclubs en ziekenhuizen

Gezondheidsrisico's De belangrijkste redenen voor een rookverbod zijn de bescherming van mensen tegen hart- en vaatziekten, kanker en tal van andere al dan niet-acute aandoeningen, het omlaag brengen van het aantal rokers en de inperking van overlast veroorzaakt door rook. Zowel roken als meeroken is schadelijk voor de gezondheid. Naast astmapatiënten ondervinden vooral kinderen en zwangere vrouwen schade door blootstelling aan rook.Polanska et al., Environmental tobacco smoke exposure and children’s health, Acta Paediatrica vol. 95 (2006), pp. 86–92, doi:10.1080/08035320600886562 (abstract)Corinne Ward, Sarah Lewis, Tim Coleman, Prevalence of maternal smoking and environmental tobacco smoke exposure during pregnancy and impact on birth weight: retrospective study using Millennium Cohort, BMC Public Health, vol. 7:81 (2007), doi:10.1186/1471-2458-7-81 De ontwikkeling van het ongeboren kind blijft door roken en meeroken aantoonbaar achter, hetgeen zich onder meer in een gemiddeld lager geboortegewicht uitdrukt. Voor kinderen is de blootstelling aan rook een risico voor de ontwikkeling van chronische klachten aan de luchtwegen. Momenteel blijft 75% van de jongeren die met roken begint langdurig verslaafd. Sommige anti-rokenorganisaties stellen dat er geen veilige ondergrens bestaat voor blootstelling aan tabaksrook, iets wat echter door andere wetenschappersScientific Integrity Institute: Research Defense en theorieën (onder andere hormesis) weer wordt tegengesproken. In 2003 werd bij 9000 mensen longkanker vastgesteld. De kans op overleven is 10% na vijf jaar. Door het adervernauwende effect lopen mensen die worden blootgesteld aan nicotine een acuut verhoogd risico op een hartinfarct. Verminderde blootstelling die is opgetreden na de invoering van rookverboden (al dan niet omdat veel mensen de invoering aangrijpen om te stoppen met roken) is dan ook vrijwel direct zichtbaar in de statistieken. In Italië en Ierland werd de afname van het aantal hartinfarcten geschat op 10%'Heart Attacks Decreased After Public Smoking Ban In Italy', Science Daily 12 februari 2008, laatst geraadpleegd op 11 september 2013. tot 25%.https://www.standaard.be/cnt/G322EIGJ4

Regelgeving Zie voor de regelgeving in andere landen: Lijst van rookverboden naar land

België Cafés en frietkramen In België geldt er een algemeen rookverbod in cafetaria's of kantines verbonden aan sportactiviteiten (sportvelden, tennisclubs, sporthallen, zwembaden, bowlingcentra enz.). Praktisch gezien volgen deze zaken dus de regels van de restaurants.

Alle drank- en eetgelegenheden die niet afgesloten zijn van een openbare plaats waar een rookverbod geldt, moeten sinds 1 juli 2011 rookvrij zijn (bijvoorbeeld terrasjes in een winkelcentrum of een station, een taverne of cafetaria dat zonder glazen wand uitgeeft op een zwembad of bowlingbaan).

In cafés die kleiner zijn dan 50 m² en kleine frietkramen (maximum 16 plaatsen) mag er nog gerookt worden maar moet er een rookafzuig- of verluchtingssysteem in werking zijn van minimaal 15 m³ per uur en per vierkante meter.

Cafés die groter zijn dan 50 m² en grote frietkramen, moeten een aparte ruimte hebben voor niet-rokers. Die moet minstens de helft van de oppervlakte van het gesloten gedeelte van de zaak beslaan. Bovendien moet de ruimte voor niet-rokers duidelijk zijn aangeduid met rookverbodtekens. Daarnaast moeten de horecazaken een rookafzuig- of verluchtingssysteem hebben die de hinder voor niet-rokers zo veel mogelijk beperkt.

Vanaf 1 januari 2010 geldt een rookverbod in alle etablissementen waar eten geserveerd wordt, behalve in frietkramen die kleiner zijn dan 50 m². Ook in eetcafés en brasserieën mag vanaf 2010 dus niet meer gerookt worden. Uitbaters van eetkroegen of brasserieën mogen wel een aparte rookkamer inrichten waar nog gerookt, maar niet gegeten mag worden.

Uiterlijk op 1 juli 2014 treedt in België een rookverbod in alle horecagelegenheden in werking. Ook in cafés waar alleen drank genuttigd wordt, is roken vanaf dan verboden.

Op 15 maart 2011 vernietigde het Grondwettelijk Hof de uitzonderingen op het algemeen rookverbod in horeca-zaken omdat de uitzonderingen omwille van economische redenen bepaald werden en niets te maken hadden met de volksgezondheid. Hierdoor geldt vanaf 30 juni 2011 een algemeen rookverbod in de horeca, tenzij in cafés die een aparte rookkamer met afzuiginstallatie hebben.

Werkplek en openbare ruimtes Sinds 1 januari 2004 heeft elke werknemer, zowel in de openbare als private sector, recht op een rookvrije werkruimte. Sinds die datum mag er niet meer gerookt worden op de werkvloer en in openbare ruimtes. Ook in hotels moeten alle gemeenschappelijke ruimtes rookvrij zijn. Sinds 1 januari 2004 heeft iedere werknemer recht op een rookvrije werkplek. In artikel 11a lid 1 van de Tabakswet is opgenomen dat werkgevers verplicht zijn zodanige maatregelingen te treffen dat de werknemers in staat worden gesteld hun werkzaamheden te verrichten zonder daarbij hinder of overlast van roken door anderen te ondervinden. Uit artikel 11b lid 1 en de bijlagen van de Tabakswet volgt dat beheerders en werkgevers die het rookverbod niet goed handhaven of geen maatregelen voor een rookvrije werkplek treffen, voor de eerste overtreding van de Tabakswet een boete van € 300,- kunnen krijgen. Bij volgende overtredingen kan deze boete oplopen tot € 2.400,- per overtreding.

Restaurants Sinds 1 januari 2007 geldt het rookverbod voor alle restaurants in België. In restaurants is roken enkel nog toegestaan in afgesloten zaaltjes, op voorwaarde dat daar enkel gedronken en niet gegeten wordt. Voor kantines van sportcomplexen, patisserieën, tearooms, snackbars, pitazaken, pizzazaken en ijssalons gelden dezelfde regels als voor restaurants.

Controle en klachten Op het terrein gaan controleurs na of de wet correct toegepast wordt. Zo moet het rookverbod duidelijk aangegeven zijn aan de buitenkant en binnenin. Asbakken zijn niet toegestaan op plaatsen waar niet gerookt mag worden. Afgebakende zones voor rokers moeten duidelijk aangegeven zijn en de gevolgen van het roken effectief beperken.

Klachten en informatie over het rookverbod op openbare plaatsen kunnen gericht worden aan de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, voor de werkvloer aan de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, op de trein aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, voor de horeca aan het Federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen.

In de wagen In mei 2018 bereikte de Vlaamse regering, in navolging van hun Waalse evenknieën, een akkoord over het verbieden van roken in de wagen in het bijzijn van kinderen jonger dan zestien jaar. Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege en Vlaams minister van Volksgezondheid Jo Vandeurzen haalden als argumenten aan dat roken in de wagen tot 25 keer hogere concentraties aan kankerverwekkende stoffen veroorzaakt dan roken in huis, en dat kinderen bijzonder gevoelig zijn voor de gevolgen van meeroken omdat hun lichaam nog in volle ontwikkeling is. Het verbod zou gaan gelden vanaf 2019; overtredingen zouden bestraft worden met een boete van maximaal 1.000 euro. Het verbod zou gelden voor tabak, producten op basis van tabak en elektronische sigaretten.

Op 12 december 2018 werd het verbod unaniem goedgekeurd door de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement.

Stoeproken In 2011 werd het woord stoeproken, het roken buiten op straat op de stoep door het rookverbod, gekozen als Vlaams woord van het jaar.nieuwsblad.be - 'Stoeproken' Vlaams Woord van het Jaar 2011. Bezocht 20-12-2011

Nederland

In Nederland geldt sinds 1 januari 2004 het recht op een rookvrije werkplek. Werkgevers zijn verplicht om ervoor te zorgen dat werknemers kunnen werken zonder hinder of overlast te ondervinden van tabaksrook. Het maakt daarbij niet uit of de werknemer bij de overheid of in het bedrijfsleven werkt.

Het recht op een rookvrije werkplek beperkt zich niet tot werkkamers maar omvat alle ruimten waar werknemers kunnen komen zoals trappen, hallen, gangen, liften, toiletten, wachtruimten, recreatieruimten, kantines en dergelijke. Een werkgever kan wel voor rokers een afgesloten rookruimte maken mits deze geen overlast veroorzaakt naar omliggende ruimten. Dit is echter niet verplicht.

De Tabakswet voorziet in de mogelijkheid om door middel van nadere regelgeving uitzonderingen te maken op de rookvrije werkplek. Het Besluit uitzonderingen rookvrije werkplek zondert de volgende ruimten van de rookvrije werkplek uit:

ruimten ten aanzien waarvan de werkgever geen zeggenschap over de gebruiksregels kan doen gelden; als privé aan te merken ruimten; speciale afgesloten rookruimten; voorwaarde is dat er geen hinder of overlast van roken ontstaat buiten deze ruimten; de open lucht.

Uitzonderingen die zijn vervallen per 1 juli 2008:Rookverbod horeca van kracht, NU.nl, 1 juli 2008 de voor publiek bestemde delen van horeca-inrichtingen; de voor publiek bestemde horecadelen van inrichtingen voor podiumkunsten; de voor publiek bestemde delen van speelautomatenhallen; de voor publiek bestemde delen van tabaksspeciaalzaken; internationaal en buitenlands personenvervoer dat aan bepaalde voorwaarden voldoet.

In Nederland is in de gebouwen en instellingen van de overheid de Tabakswet al sinds 1990 van kracht. Er mag niet worden gerookt op plekken die bedoeld zijn voor gemeenschappelijk gebruik of die voor het publiek toegankelijk zijn.

Vóór 1 juli 2008 werd een uitzondering gemaakt voor gebouwen met twee of meer wachtruimten, kantines of recreatieruimten. In dat geval mocht roken worden toegestaan in de kleinste ruimte.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit ziet toe op de naleving van de Tabakswet en spoort overtredingen op. Om deze taken te kunnen uitvoeren zijn bij alle regionale diensten van de nVWA zogenoemde Drank, Horeca en Tabak (DHT)-teams ingesteld. Deze teams van speciaal opgeleide toezichthouders houden toezicht op naleving van onder meer de Tabakswet. De toezichthouders controleren onaangekondigd of iedereen zich aan de regels houdt. De toezichthouder is op basis van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Tabakswet bevoegd om iedere ruimte te inspecteren en kan dus niet geweigerd worden. De toezichthouder van de nVWA heeft een legitimatiebewijs bij zich en dient zich op verzoek te legitimeren (art. 5:12 Awb).

Horeca Bij de invoering van het recht op de rookvrije werkplek maakte de overheid een tijd lang een uitzondering voor de 500.000 werknemers in de horeca. Koninklijke Horeca Nederland maakte vervolgens met de overheid afspraken die geleidelijk tot steeds meer rookvrije horecagelegenheden moesten leiden. In 2005 en 2006 voldeed de sector niet aan deze afspraken. Er was pas sprake van rookvrije ruimtes indien deze volledig zouden zijn gescheiden van de ruimtes waar gerookt werd. De tafels voor niet-rokers in dezelfde ruimte, waar verder wel gerookt wordt, waren in deze dus niet rookvrij. Vanaf 1 juli 2008 mocht in de horeca binnen alleen nog maar in de rookruimten gerookt worden. Dit beleid leidde direct tot veel controverse en bleek niet te handhaven. In Nederland was het verzet tegen het rookverbod vergeleken met de rest van Europa dan ook relatief groot.