Het Pelstergasthuis is een gasthuis (hofje) in Groningen. De officiële naam is het Heilige Geestgasthuis, maar algemeen wordt het genoemd naar de Pelsterstraat, waaraan het staat. Het is het grootste en het oudste gasthuis van Groningen, en een van de oudste gasthuizen in Nederland.
Geschiedenis De stichtingsdatum van het Heilige Geestgasthuis is onbekend, maar ligt vermoedelijk in de dertiende eeuw. Het gasthuis wordt voor het eerst vermeld in 1267, wanneer paus Clemens IV toestemming verleent voor de aanleg van een kapel en een begraafplaats. De kapel, de Pelstergasthuiskerk, vormt daarmee het oudste nog bestaande onderdeel van het complex. In de dertiende eeuw ontstond bij deze kapel het hospitael ten Hillighen Gheeste, waar passerende vreemdelingen, pelgrims, armen en zieken werden verzorgd. Zoals gebruikelijk bij middeleeuwse gasthuizen lag het complex nabij de stadsmuur, iets ten westen van de zuidelijke Herepoort.
In de veertiende eeuw ontwikkelde het gasthuis zich tot een gevestigde liefdadigheidsinstelling binnen de stad. Mensen schonken hun bezittingen aan het gasthuis om er levenslang te kunnen wonen; zij verwierven daarmee een zogenoemde proveniersplaats. Tot 1342 was het Heilige Geestgasthuis vermoedelijk het enige gasthuis van Groningen. Uit een oorkonde van 17 februari 1348 blijkt dat het gasthuis reeds over erkende stedelijke rechten beschikte: de raad van Groningen, waaronder burgemeester Gerard Sickinghe, bevestigde daarin het recht van het gasthuis op een vrije afwatering, waarbij werd vastgelegd dat deze waterweg blijvend onderhouden moest worden ten nutte van de stad. De vermelding onderstreept de vroege institutionele positie van het gasthuis binnen de stedelijke infrastructuur.
In 1422 werd vanuit het Heilige Geestgasthuis het Jurgiens Gasthuis (Sint Jurriënsgasthuis) gesticht als leprozerie voor zogenoemde ‘Lazarusesche menschen’. Dit gasthuis raakte in de zestiende eeuw buiten gebruik; de bezittingen werden in 1599 toegevoegd aan het Rode Weeshuis. Gedurende de zestiende eeuw veranderde het Heilige Geestgasthuis geleidelijk van karakter en ontwikkelde het zich steeds meer tot een proveniershuis. Uit deze periode dateren ook de eerste bewaard gebleven bepalingen omtrent toelating en verblijf. De stad Groningen verkreeg in deze tijd feitelijk het bestuur over het gasthuis doordat het stadsbestuur de voogden benoemde.
Na de Reductie van Groningen (1594) verschoof de functie definitief naar de huisvesting en verzorging van oudere burgers. In 1624 werd de zogenoemde provisorhof (appelhof) verkocht, waarna een jaar later een grootschalige herinrichting van het complex begon; in 1626 werd hiervoor het kerkhof geëffend. De voormalige ziekenhuiszaal ten noorden van het gasthuis werd in 1628 verkocht en ingericht als stadsmagazijn voor wapens en munitie. In 1629 werd de poort aan de Pelsterstraat geplaatst, die in 1725 werd vernieuwd. In dezelfde periode werden verschillende onderdelen van het oorspronkelijke complex verkocht of herbestemd, waaronder korenschuren richting de Nieuwstad en moestuinen nabij de Vismarkt. Delen kregen functies als giethuis of werkhuis, waardoor het noordelijke deel van het middeleeuwse complex verloren ging. Op de achterpoort bevindt zich nog het dubbele witte kruis, het symbool van de Orde van de Heilige Geest.
In 1645 brandde het bakhuis aan de zuidzijde van het gasthuis af. In de achttiende eeuw vonden diverse verbouwingen plaats, waaronder de vernieuwing van de voogdenkamer in 1751 en de verlenging van de kapel tussen 1773 en 1774, zodat deze in één lijn kwam te liggen met de voormalige ziekenhuiszaal. Het orgel van de kapel werd in 1774 gebouwd door Albertus Antoni Hinsz; de kerk bezit tevens de oudste klok van Groningen uit 1459.
In 1855 kreeg de kapel een neoclassicistische voorgevel naar ontwerp van Jan Maris. Tussen 1972 en 1978 werd het gasthuiscomplex ingrijpend gerestaureerd onder leiding van Coenraad Liebrecht Temminck Groll, waarbij het historische karakter van het hofje werd hersteld.
Omgevallen kastanjeboom (2026) Op 18 januari 2026 viel een circa 150 jaar oude kastanjeboom om op het terrein van het Pelstergasthuis. De beeldbepalende boom kwam deels op de bebouwing terecht, waardoor enkele woningen werden getroffen en de toegangspoort zwaar beschadigd raakte.Sebastiaan Scheffer, 150 jaar oude kastanjeboom valt op woningen Pelstergasthuis, Omroep Organisatie Groningen (19 januari 2026). Geraadpleegd op 19 januari 2026. Bewoners geschrokken na omvallen eeuwenoude boom: ‘Drie seconden eerder en hij had ‘m op zijn kop gekregen’, RTV Noord (19 januari 2026). Geraadpleegd op 19 januari 2026. miniatuur|Buitenaanzicht Pepergasthuis in 1786. Aquarel van Jan Bulthuis
Structuur Het gasthuis bevat onder andere drie binnenhofjes en een kapel. Onder het 13e-eeuwse complex ten westen van de kapel bevinden zich kelders met originele lampnissen (om kaarsen of olielampjes in te plaatsen). Erboven bevonden zich de weegkamer en de voogdenkamer (met stucplafond en schouw uit 1751). Haaks erop geplaatst staan huizenvleugels die oorspronkelijk uit de 14e eeuw stammen.
Ten zuiden van de kerk ligt een hofje dat ontstond door de bouw van woningen aan de Nieuwstad in de 15e eeuw en de bouw van een poortvleugel langs de Pelsterstraat in de 16e eeuw, die rond 1860 werd bepleisterd. De westvleugel langs de Nieuwstad dateert uit de 17e eeuw (achteringang naar het gasthuis via het poortje uit 1636) en werd later verbouwd en bepleisterd (poortje in 1724). De overige vleugels aan noord- en westzijde van het gasthuis zijn van latere datum.
Externe links Archieven.nl: Heilige Geestgasthuis Stichting Oude Groninger Kerken (Pelstergasthuiskerk) Afbeeldingen en kaartjes
Categorie:Gasthuis in Groningen (gemeente) Categorie:Bouwwerk in Groningen (stad) Categorie:Rijksmonument in Groningen (stad)