Rembertus Westerhoff Oosterland (N-H), 14 maart 1801 – Warffum, 25 maart 1874) was een Nederlands politicus, thorbeckiaans Tweede Kamerlid en huisarts.
Biografie thumb|Het handschrift van R. Westerhoff. Opdracht voor de minister van Binnenlandse zaken op het boekje Verhandeling over de kol- of heksekringen (1859)
Rembertus Westerhoff, zoon van de predikant Petrus Westerhoff en Tjaardina de Cock, werd geboren op het eiland Wieringen. Hij is vernoemd naar zijn grootvader van moederszijde Rembertus de Cock, eveneens predikant, een oudoom van Hendrik de Cock, vader van de Afscheiding van 1834.Rembertus de Cock was de broer van Regnerus de Cock, Hendriks grootvader; verder Genealogie de Cock op www.middel.org Zijn grootvader van vaderszijde, Pieter Westerhoff, was medicus (chirurgijn)Ommelander Geslachten, IV.1.4 & V.3Rechterlijke Archieven, LVII 3 p. 64 etc. te Warffum.
Vader Petrus Westerhoff, geboren te Warffum, werd 1793 beroepen naar Oosterland, Stroe en Den Oever op Wieringen,Maandelyke uittreksels, of Boekzaal der geleerde waerelt, deel 161 (1795), p. 111 naar Eppingehuizen in 1805, en naar Warffum in 1810.Naamlijst der Predikanten Sedert de Hervorming Tot Nu Toe, in de Hervormde Gemeenten van Friesland (1888) In Warffum bewoonde hij de hervormde pastorie.
Rembertus kreeg aanvankelijk thuisonderwijs, en was van 1817 tot 1818 in de leer bij de apotheker Th. UilkensBijdragen tot de geschiedenis en oudheidkunde: inzonderheid van de provincie Groningen, 5e deel, 1868, p. 208http://www.genealogicus.nl/genealogie-van-de-familie-uilkens onder iii-a te Groningen en vanaf 1818 bij chirurgijn F.J. ter Borgh, stads heel- en vroedmeester van Groningen.Titelpagina Verhandeling over de necrosis gevolgd van enige waarnemingen (1821) In 1819 deed hij toelatingsexamen voor de Hogeschool te Groningen. Hij studeerde daar van 19 september 1819 tot 12 juni 1825 medicijnen, met als bijvakken natuurkunde en botanica. Hij promoveerde op 13 juni 1825 op de dissertatie Quarundum plantarium in provincia Groningana indigenarum uso economico et medico.
Kort na zijn promotie werd hem door tussenkomst van professor Jacobus Albertus Uilkens een eervolle betrekking aangeboden bij de cultures in Nederlands Oost-Indië, voor welk aanbod hij echter bedankte. Liever vestigde hij zich als praktiserend huisarts te Warffum.Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek 1911 De gebroeders Th. Uilkens en J.A. Uilkens zijn aangetrouwde oudooms van Rembertus Westerhoff,Rembertus' oom Jacob Westerhoff trouwde Anje Stuivenga, Anje's broer Klaas Stuivenga trouwde Julia Johanna Uilkens, dochter van J.A. Uilkens. Julia Uilkens was aldus Rembertus' tante. hetgeen zijn loopbaan mede verklaart. Van 1825 tot zijn dood in maart 1874 was Westerhoff huisarts te Warffum. Toen zijn leermeester J.A. Uilkens overleed was Westerhoff in 1865 op voordracht kandidaat voor een hoogleraarschap in de botanie te Groningen, maar hij werd niet benoemd.
Westerhoff bleef ongehuwd. Hij woonde samen met zijn ongehuwde zuster Antje Westerhoff, welke tot haar dood op 22 maart 1863 gedurende een lange reeks van jaren zijn huishouden bestuurde.Haar overlijden wordt vermeld op pag. VI in het voorwoord van Rembertus' Twee hoofdstukken uit de geschiedenis van ons dijkwezen (1864). Ook: Bevolkingsregister Warffum 1860-1880, deel 3, p. 158 WAR1860B30026_002. Zijn geweduwde zuster Eisophia Gerhardina nam het huishouden over en was, bij Rembertus' dood, enig erfgenaam van het vruchtgebruik van diens volledige nalatenschap, de verdere vererving volgens de wet.Testament opgemaakt 2 maart 1874 bij notaris Wijndelt Wijndelts te Warffum.
Door zijn dorpsgenoot en buurman,Molema woonde Schoolstraat 4 in Warffum, Westerhoff woonde ter hoogte van het huidige nr. 6. die hem vele jaren heeft gekend en veel omgang met hem heeft gehad, de Warffummer hoofdonderwijzer Helmer Molema, werd Westerhoff omschreven als "geenszins de afgetrokken, stroeve kamergeleerde, maar juist de man van gezellig onderhoud, die in elken vriendenkring een breede plaats innam en naar wien allen zoo gaarne luisterden, tot wien allen konden naderen".Mr. H.O. Feith, Levensschets van Dr. Rembertus Westerhoff (1875) p. 15 Molema was, met P. Beukema, 27 maart 1874 aangever van het overlijden van Rembertus.Overlijdensregister Warffum 1874, aktenummer 9
Onderzoek Westerhoff wordt, met Gozewinus Acker Stratingh, beschouwd als een pionier op het gebied van het onderzoek naar de Groningse wierden.Reinders, H. (2001). Acker Stratingh en Westerhoff. Pioniers van het wierdenonderzoek in Groningen. Paleo-aktueel, 12, 122-129
Westerhoff is de eerste erflater van het Groninger Museum,Groninger Museum Magazine 2014-1, p. 23-24 op basis van de collectie archeologische vondsten die hij verzamelde is in 1874 het Provinciaal Kabinet van Oudheden opgericht, de voorloper van het Groninger Museum.Universiteit van het Noorden: vier eeuwen academisch leven in Groningen 2 De klassieke universiteit 1876-1945, p. 641Hij publiceerde diverse werken op het gebied van landschapsonderzoek, archeologie en waterstaatkunde, waaronder De kwelder-kwestie nader toegelicht (1844), Oudheidkundige verhandeling en aanteekeningen betrekkelijk de kleine rookpijpjes (1860) en Twee hoofdstukken uit de geschiedenis van ons dijkwezen (1864).In de jaren 1835-1837 vertaalde hij een destijds bekend Duits boek van Fridrich Arends Physisische Geschichte der Nordsee-Küste und deren Veränderungen durch Sturmfiuten seit dem Cymbrischen Fluth bisjetzt (Emden, 1833). Dat resulteerde in Natuurkundige geschiedenis van de kusten der Noordzee en van de veranderingen welke zij, sedert den Cymbrischen Vloed tot op heden, door watervloeden ondergaan hebben. Uit het Hoogduitsch van Fridrich Arents. Met een voorrede en aanteekeningen vermeerderd door Dr. R. Westerhoff, in drie delen van respectievelijk 252, 464 en 408 bladzijden.
Het bekroonde Leesboek voor de natuurlijke historie der Provincie Groningen, dat hij in 1829 met Gozewinus Acker Stratingh schreef, verscheen pas tien jaar later gedeeltelijk in druk.Zijn Reede met betrekking tot kunstmatige vischteelt werd op last van keizer Napoleon III in het Frans vertaald en in Frankrijk verspreid.Mr. H.O. Feith, Levensschets van Dr. Rembertus Westerhoff (1875), p. 10
Voor botanische namen die hij heeft gepubliceerd, wordt de standaardafkorting Westerh. gebruikt.
Lidmaatschappen en andere functies Na koninklijke machtiging van 31 januari 1837 richtte hij op 28 maart 1837 samen met de arts Emo Wichers en met landbouwer en liberaal Kamerlid Geert Reinders jr. – allen oud-leerlingen van predikant Jacobus Albertus Uilkens – het 'Genootschap ter bevordering van Nijverheid en Landbouw te Onderdendam' op, de latere 'Maatschappij van Landbouw'. Als leden van het bestuur werden, behalve de drie initiatiefnemers, benoemd een kantonrechter, een graanhandelaar en een landbouwer. Voorzitter werd Wichers. Ruim honderd personen gaven zich op als lid.'Boeren en landarbeidersorganisaties tot 1920' - H.M.L. Geurts
Westerhoff was deken van de (destijds) Nederlands Gereformeerde kerk in Warffum, honorair Lid van het Genootschap ter bevordering der Natuurkundige Wetenschappen te Groningen (het latere Koninklijk Natuurkundig Genootschap), lid van het genootschap Pro Excolendo Iure Patrio te Groningen,Onder andere A.S. De Blécourt, Pro Excolendo en de rechtsgeschiedenis (1937), p. 9 lid van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde.Mr. H.O. Feith, Levensschets van Dr. Rembertus Westerhoff (1875), p. 13 Daarnaast was hij Visiteur der Quarantaine voor het Uithuizerwad en de Zoutkamp, lid van het Provinciaal Utrechtsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, corresponderend lid van het Vriesch Genootschap van Proefondervindelijken Landbouw te Leeuwarden en lid Departmentale Commissie van Landbouw in de Provincie Groningen.Titelpagina Natuurkundige geschiedenis van de kusten der Noordzee en van de veranderingen welke zij, sedert den Cymbrischen Vloed tot op heden, door watervloeden ondergaan hebben.
In 1865 ondersteunde hij het initiatief van Warffummer wethouder Cornelis Reinders voor een Rijks-hbs in Warffum. Westerhoff en Cornelis' vader Geert Reinders - eveneens liberaal Kamerlid - lobbyden in Den Haag bij Thorbecke, die aanvankelijk tegen was. In 1868 opent in Warffum de eerste Rijks-HBS op het platteland van Nederland.Reünieboek 150 jaar Rijks Hogere Burgerschool, Rijksscholengemeenschap Het Hogeland, Het Hogeland College (2018), p. 55, te vinden op ISSUU
Politieke functie Van 1846 tot 1853 had hij zitting in de raad van de gemeente Warffum.De Historie van Warffum, Breede en Rottumeroog (1989), p. 22
Van februari 1849 tot zijn dood was hij lid van de Tweede Kamer voor het kiesdistrict Appingedam. Als Tweede Kamerlid was hij een medestander van Thorbecke. Hij speelde geen opvallende rol in de Kamer behalve op terreinen waarop hij specialist was. Zijn betoog over de noodzaak van het begraven van lijken maakte zo'n indruk op minister Fock dat in de nieuwe Begrafeniswet (1869) een verbod op crematie werd opgenomen.
Westerhoff werd omschreven als een erudiet geleerde, maar bescheiden in zijn optreden, en zijn spreekstijl als 'Sprak met zwakke stem en een Gronings dialect, en volgens tijdgenoten ook wat langdradig'.https://www.parlement.com/id/vg09llcx06yb/biografie_auteu/r_westerhoff Hij sprak veel maar las altijd van papier. De teksten van zijn redes stopte hij in zijn hoge hoed.Mededelingen van het Koninklijk Zeeuws Genootschap der Wetenschappen. Archief 1975. p. 103-104
Periodes als Tweede Kamerlid13-02-1849 t/m 19-08-1850 07-10-1850 t/m 19-09-1852 20-09-1852 t/m 25-04-1853 14-06-1853 t/m 16-09-1856 17-09-1856 t/m 14-09-1860 15-09-1860 t/m 18-09-1864 19-09-1864 t/m 30-09-1866 19-11-1866 t/m 02-01-1868 25-02-1868 t/m 19-09-1869 20-09-1869 t/m 14-09-1873
Eerbetoon Door koning Willem I benoemd tot Ridder der Orde van den Nederlandschen Leeuw en tot Officier van de Eikenkroon.Mr. H.O. Feith, Levensschets van Dr. Rembertus Westerhoff (1875), p. 14
Bibliografie Beschrijving der twee Romeinsche beeldjes, in den zomer van 1859 te Stedum uit eene Wierde opgedolven. Algemeene Konst- en Letterbode, 1860, nrs. 10-12. Commentatio ad quaestionem e botania, ab ordine disciplinarum mathematicarum et physicarum in Academia Groningana, propositam: anno MDCCCXX: Detur accurata descriptio botanica viginti aut plurium plantarum, in solo Groningano sponte et simul copiose provenientium, adiecta brevi earum historia, in qua elaboranda, loci, in quo nascuntur, temporis anni, quo florent, et usus, inprimis oeconomici, ratio habeatur" quae praemio ornata est - 1820 Commentatio ad quaestionem ex oeconomia rurali, a nobilissimo disciplinarum mathematicarum ac physicarum ordine in academia Groningana, propositam - 1822 Cum plurimi inter agricultores seminum aliorum fundorum permutationem probent, quaeritur, an haec permutatio revera fit utilis et necessaria et quibusnam tunc nitatur naturae legibus? - 1823 De kwelder-kwestie nader toegelicht of betoog, dat de kwelderlanden en aanwassen, langs onze wadden gelegen, niet zijn de eigendom van den staat, maar der tegenwoordige particuliere bezitters en niet vallen onder het bereik van art. 538 van den cod. civ. of onder dat van het daarop gebouwde keiz. decreet van 11 Januarij 1811, Groningen 1844 (met een wadkaart, UB Groningen]) Dissertatio botanica medica de quarundam plantarum in provincia Groningana indigenarum usu oeconomico et medico - Groningen 1825 Eenige bladzijden betrekkelijk de geschiedenis van Schiermonnikkenoog en van de Lauwers. - Groningen, 1871Vijf- en veertigste Verslag der Handelingen van het Friesch Genootschap van Geschied-, Oudheid- en Taalkunde over het jaar 1872-1873, p. 234 Hoe en waar oudtijds in Appingedam het aanzweren der regters bij de aanvaarding hunner ambtsbetrekking plaats vond. Bijdragen tot de Geschiedenis en Oudheidkunde in zonderheid van de provincie Groningen, IV, 1867, p. 338