Johann Georg Adam Forster (Nassenhuben, 27 november 1754 — Parijs, 10 januari 1794), beter bekend als Georg Forster, was een Duitse wonderkind, antropoloog, auteur van reisverhalen, botanicus, essayist, democraat, geograaf, natuurvorser, wereldreiziger en revolutionair.

Jeugd Georg Forster werd geboren in Nassenhuben bij Gdańsk, het huidige Mokry Dwór in Polen en was de enige zoon en de oudste van zeven kinderen van Justina Elisabeth en Johann Reinhold Forster, evangelisch dominee en natuuronderzoeker. Hij werd thuis door zijn vader onderwezen. Al vroeg leerde zijn vader hem de basisbeginselen van het lezen en schrijven van Latijnse en Griekse teksten. Ook onderwees zijn vader hem in natuurlijke historie en biologie. Zijn vader was vaak humeurig en gebruikte geweld. Hij leidde Georg op een intensieve manier op, opdat hij de beschikking kreeg over een betrouwbare en goedkope assistent. Uiteindelijk voldeed Georg aan de eisen van zijn vader.

In 1765 maakte Georg Forster op elfjarige leeftijd zijn eerste expeditie toen zijn vader van de Russische regering een onderzoeksopdracht kreeg om het gebied rond de Wolga te verkennen. De reis voerde langs Sint-Petersburg, Moskou en Saratov in de steppen van de Kalmukken bij de benedenloop van de Wolga. Georg bestudeerde hier de natuur en leerde er de Russische taal. Toen zijn vader onenigheid kreeg met de Russische regering, verlieten ze Rusland vanuit Sint-Petersburg, waarna ze naar Engeland trokken, eerst naar Warrington en vervolgens naar Londen. De voorouders van de Forsters kwamen uit Schotland.

In 1767 publiceerde Georg op dertienjarige leeftijd zijn eerste boek onder de titel Short Russian History, een vertaling in het Engels van het Russische origineel van Michail Lomonosov dat over de geschiedenis van Rusland ging. Hij had tot op dit moment slechts twee keer een school van binnen gezien, één keer in Sint-Petersburg en één keer in Engeland. Ook vertaalde hij Franse en Zweedse boeken naar het Duits en het Engels. Zijn vader werd in de herfst van 1766 benoemd tot hoogleraar aan het Dissenter's College in Warrington. Intussen werkte de dertienjarige Georg als vertaler in een handelskantoor in Londen om in het onderhoud van de familie Forster te voorzien. Hij volgde zijn vader echter snel naar Warrington. Zijn vader vertrok hier echter al spoedig vanwege conflicten. Georg werkte vervolgens gedurende twee jaar in Londen met zijn vader aan vertalingen van vijf omvangrijke werken, waaronder een bestseller uit die tijd, Voyage autour du monde van Louis Antoine de Bougainville.

Daarnaast gaf hij ook nog les Engels en Frans aan scholieren van zijn eigen leeftijd. In 1770 ging Georg met zijn vader terug naar Londen, waar zijn vader hoopte op een aanstelling bij de Britse Oost-Indische Compagnie. Vader Forster werd intussen op grond van zijn biologische studies en publicaties als lid opgenomen in de Royal Society. Uiteindelijk kregen ze van de Britse admiraliteit de opdracht om James Cook op zijn tweede wereldreis als natuurvorser te begeleiden, een taak waarvoor Joseph Banks had bedankt. De opdracht was aanvankelijk aan vader Forster, maar zijn intussen zeventienjarige zoon mocht als biologisch tekenaar en assistent van zijn vader ook mee.

De tweede wereldreis van James Cook thumb|170px|Johann Reinhold Forster en Georg Forster in Tahiti door John Francis Rigaud (1780) thumb|links| Chart of the Southern hemisphere, drawn by Georg Forster, including the tracks of HMS Resolution and HMS Adventure during the 1772-1775 Second Voyage of James Cook

Het doel van de expeditie onder leiding van James Cook was om op het zuidelijk halfrond op zoek te gaan naar een mogelijk bestaand zuidcontinent, het zogeheten Terra Australis, waarvan werd aangenomen dat het tussen Nieuw-Zeeland en Zuid-Amerika zou liggen. De taak van de Forsters was om de flora en fauna te verzamelen, te onderzoeken en te classificeren. Georg had ook nog de speciale taak om de verzamelde specimens te prepareren en na te tekenen. Op 13 juli 1772 vertrok de expeditie aan boord van de HMS Resolution vanuit Plymouth, Engeland. De expeditie voerde langs Madeira en Kaap de Goede Hoop richting het zuiden van de Grote Oceaan. Ze voeren tijdens de reis twee keer om het zuidpoolgebied en meerdere keren door de zuidpoolcirkel, waarbij ze een aantal keer drijfijs tegenkwamen. In de daaropvolgende twee jaren werden onder andere (soms zelfs meerdere malen) Nieuw-Zeeland, Tahiti, Tonga, Paaseiland, Zuid-Georgië en de Zuidelijke Sandwicheilanden, de Marquesaseilanden, de Nieuwe Hebriden, Nieuw-Caledonië, Norfolk, Vuurland, Sint-Helena, Ascension, Genootschapseilanden en de Azoren aangedaan.

De Forsters observeerden de levenswijzen en maatschappelijke toestanden van de volkeren in de gebieden die ze aandeden. Georg hield zich voornamelijk bezig met het onderzoeken en optekenen van geografische, botanische en zoölogische gegevens. De reis eindigde op 30 juni 1775 in Engeland. De opbrengst van de Forsters bedroeg door Georg gemaakte, merendeels ingekleurde tekeningen (waarvan er tot op de dag van vandaag circa 600 zijn bewaard gebleven), schriftelijke notities waaronder reisverslagen van vader Forster, talloze plantenspecimens en etnografische en biologische verzamelstukken. Deze verzameling zou de basis gaan vormen voor hun publicatie.

Vader Forster kwam in conflict met de Britse admiraliteit die vervolgens de publicatie van zijn reisverslag verbood. Georg was echter niet aan contractuele overeenkomsten gebonden en kon daarom voor de oplossing zorgen. Hij schreef op basis van zijn vaders en zijn eigen aantekeningen een werk over hun reiservaringen dat reeds in 1777 werd gepubliceerd onder de titel A Voyage round the world in His Britannic Majesty's Sloop, Resolution, commanded by Capt. James Cook, during the years 1772, 3, 4 and 5. Twee maanden later kwam James Cook pas met zijn eigen officiële verslag. Nog voordat Georg zijn publicatie had afgerond was hij al begonnen met een Duitstalige variant van dit werk onder de titel Reise um die Welt, die tussen 1778 en 1780 in twee delen in Berlijn werd uitgebracht. Met zijn werk mikte hij op een geïnteresseerd publiek en wilde hij een wetenschappelijke discussie aanzwengelen die al door de eerste reis van James Cook en onder meer de ontdekkingsreizen van Bougainville was opgestart. Het werk legde de basis voor de roem van Georg Forster en werd het voorbeeld voor een nieuwe literair genre, het wetenschappelijk gefundeerde reisverslag. Het boek behoorde door zijn literaire en wetenschappelijke kwaliteiten in zijn tijd tot de populairste reisverslagen. Georg werd benoemd tot lid van de Royal Society en werd tevens lid van andere wetenschappelijke organisaties.

Tijd in Frankrijk en Duitsland Op zoek naar geld, reputatie en mogelijke aanstellingen reisde Georg Forster in de herfst van 1777 naar Parijs, waar hij onder andere Benjamin Franklin en natuurvorser Georges-Louis Leclerc, Comte de Buffon ontmoette. Zakelijk kende hij er echter geen successen. Wegens slepende conflicten en toenemende schulden in Engeland richtte de hoop van de Forsters zich vanaf nu op Duitsland, vooral omdat ze in Engeland al enkele veelbelovende en vriendschappelijke contacten hadden gelegd, onder meer met Georg Christoph Lichtenberg en Samuel Thomas Sömmering. In de herfst van 1778 reisde Georg af naar Duitsland met de intentie om zijn vader een aanstelling te bezorgen. Hij leerde op zijn reis Gotthold Ephraim Lessing en Friedrich Heinrich Jacobi kennen.

Georg Forster werd benoemd tot hoogleraar in de natuurlijke historie aan het Collegium Carolinum in Kassel, waar hij in het voorjaar van 1779 begon. Inmiddels waren de schulden van de Fosters gesaneerd door een inzameling van hertog Ferdinand von Braunschweig onder Duitse vrijmetselaarsloges en was vader Forster aangesteld als hoogleraar in Halle. Het acceptabele salaris en de redelijk lichte onderwijsverplichtingen stonden echter tegenover de matige accommodaties van de onderwijsinstelling zoals de bibliotheken en collecties. Minpunten waren ook het eentonig leven in een Duitse provinciestad en de ondergeschikte positie. Het uitte zich in gebrekkige contacten en intellectuele armoede. Georg Forster vond echter aansluiting in het nabij gelegen Göttingen. Hier ontmoette hij zijn toekomstige schoonvader, filoloog Christian Gottlob Heyne, met wie hij vriendschap sloot.

In het voorjaar van 1784 verloofde Forster zich met Therese Heyne. Hij kreeg in datzelfde voorjaar ook een aanbod om hoogleraar te worden in het toenmalige Poolse Wilna (het huidige Vilnius, de hoofdstad van Litouwen). Op 23 april 1784 reisde hij af naar Wilna. Omdat het bij het hoogleraarschap om een hervormingsproject ging, waarbij ook ambachtelijke en natuurwetenschappelijk-praktische kennis een rol zouden spelen, liet hij zich op zijn lange studiereis over ambachtelijke en producttechnische ontwikkelingen informeren. De reis duurde vijf maanden en voerde ook nog naar Leipzig en Halle. Daarna reisde hij van Dresden via de mijnen van het Ertsgebergte naar Praag en Wenen, waar Forster zich uiteindelijk in het midden van een zich aan het hof oriënterend rococogenootschap bevond. In Wilna wekte het gevoel van minachting van zijn wetenschappelijke werk, contactarmoede en het bezwaar aan de randen van de wetenschappelijke wereld te leven in een soort ballingschap wrevel op.

Ook zijn vrouw Therese kon aan deze situatie niets veranderen. Forster was met haar getrouwd op 3 september 1785 terwijl ze op reis waren in Duitsland, waarbij hij in Halle een doctorsgraad in de geneeskunde verwierf. In 1786 publiceerde hij samen met Johann Friedrich Blumenbach en Immanuel Kant een uiteenzetting over de mensenrassen onder de titel Menschenrassen. In november 1786 publiceerde hij zijn essay Neuholland und die brittische Kolonie in Botany Bay, dat wordt beschouwd als de eerste betrouwbare informatie in de Duitse taal over de geografie, inwoners en natuurlijke bronnen van Australië. In 1787 publiceerde hij een vertaling van de derde expeditie van James Cook onder de titel Des Capitain Jacob Cook's dritte Entdeckungs-Reise en in 1789 publiceerde hij een uitgebreid essay, Cook, der Entdecker.

Tijd in Mainz In het voorjaar van 1787 verbrak Forster zijn contract zes jaar voortijdig omdat hij van Catherina II van Rusland een plaats kreeg aangeboden op een wereldreis (de Mulovsky-expeditie) aan een hoog honorarium en een positie als professor in Sint-Petersburg. Dit resulteerde in een conflict tussen Forster en de invloedrijke Poolse wetenschapper Jędrzej Śniadecki. Het Russische voorstel werd echter ingetrokken en Forster verliet Vilnius. Hij vestigde zich dan in Mainz, waar hij in het voorjaar van 1788 hoofdbibliothecaris werd van de Universiteit van Mainz, een positie die daarvoor werd benomen door zijn vriend Johannes von Müller, jurist en aartsbisschoppelijk adviseur. Op die manier zorgde von Müller voor zijn opvolging toen hij benoemd werd op de administratie van Keurvorst Friedrich Karl Josef von Erthal. In meerdere opzichten kan zijn tijd in Mainz als hoogtepunt in zijn carrière worden gezien.

Forster gold als een van de prominentste geleerden van zijn tijd. Hij werd in zijn nieuwe betrekking relatief goed betaald. Hij had briefwisselingen en ook een aantal persoonlijke contacten met de belangrijkste geleerden en wetenschappers van zijn tijd, onder wie Georg Christoph Lichtenberg, Johann Wolfgang von Goethe, Friedrich Heinrich Jacobi, Johann Gottfried Herder, Joachim Heinrich Campe, Friedrich Nicolai, Christoph Martin Wieland, Gotthold Ephraim Lessing, Johann Heinrich Voß en Wilhelm von Humboldt. Georg publiceerde een grote hoeveelheid vertalingen, wetenschappelijke artikelen en recensies. Hij schreef over uiteenlopende onderwerpen als reizen, botanie, geografie, etnografie, literatuur, esthetica, filosofie en politiek. Hij recenseerde boeken over Australië van Watkin Tench (1789), Arthur Philip (1790) en John White (1791).