Astma (van het Griekse ἆσθμα, ásthma, hijgen) is een veelvoorkomende chronische ontstekingsziekte van de luchtwegen die wordt gekenmerkt door terugkerende symptomen, belemmering van de luchtstroom en bronchospasme.National Heart Lung and Blood Institute (2007), pp. 11–12 Symptomen zijn onder meer benauwdheid, kortademigheid, hoesten en piepende ademhaling.British Guideline on the Management of Asthma (2009), p. 4 Een astma-aanval kan optreden bij prikkelende stoffen of stoffen waarvoor de patiënt allergisch is, bij een verkoudheid of na een zware inspanning. De ernst van de klachten kan per patiënt verschillen, variërend van lichte tot levensbedreigende gevallen.
Aangenomen wordt dat astma het gevolg is van een combinatie van omgevings- en genetische factoren. De diagnose wordt meestal gebaseerd op het patroon van symptomen, reactie op therapie in de loop der tijd en spirometrie. Klinisch wordt astma ingedeeld naar de frequentie waarmee de symptomen zich voordoen, het geforceerd uitademingsvolume in een seconde (FEV1) en de piekvolumestroom tijdens uitademing. Astma kan ook worden geclassificeerd als atopisch (extrinsiek) of niet-atopisch (intrinsiek), waarbij atopie verwijst naar een aanleg voor het ontwikkelen van type-1-overgevoeligheidsreacties.
Acute symptomen worden meestal behandeld met een geïnhaleerde kortwerkende bèta-2-agonist (zoals salbutamol) en orale corticosteroïden.National Heart Lung and Blood Institute (2007), p. 214 In zeer ernstige gevallen kunnen intraveneuze corticosteroïden, magnesiumsulfaat en ziekenhuisopname nodig zijn.National Heart Lung and Blood Institute (2007), pp. 373–375 De symptomen kunnen worden voorkomen door vermijding van triggers zoals allergenenNational Heart Lung and Blood Institute (2007), pp. 169–172 en irriterende stoffen, en door gebruik van geïnhaleerde corticosteroïden.Global Strategy for Asthma Management and Prevention (2011), p. 71 Bovendien kunnen langwerkende bèta-agonisten (LABA) of leukotriëne antagonisten worden toegediend als aanvulling op geïnhaleerde corticosteroïden wanneer er geen greep op de astmasymptomen wordt verkregen.Global Strategy for Asthma Management and Prevention (2011), p. 33
De prevalentie van astma is aanzienlijk toegenomen sinds de jaren 1970. In 2011 waren wereldwijd 235–300 miljoen mensen getroffen door de aandoening, waarvan er ongeveer 250.000 overleden.Global Strategy for Asthma Management and Prevention (2011), p. 3 In Nederland waren er 475.400 mensen met astma op 1 januari 2011. In 2012 stierven 71 mensen in Nederland aan astma."Astma samengevat", Nationaal Kompas Volksgezondheid, bezocht op 18 augustus 2014. Gearchiveerd op 23 juni 2016.
Klachten en symptomen Astma wordt gekenmerkt door periodiek optredende piepende ademhaling, kortademigheid, benauwdheid en hoesten.Global Strategy for Asthma Management and Prevention (2011), pp. 2–5 De longen kunnen door het hoesten sputum produceren, maar dit komt vaak niet naar boven. Tijdens het herstel van een aanval kan dit lijken op etter door aanwezigheid van grote aantallen witte bloedcellen, de zogeheten eosinofielen. 's Nachts en in de vroege ochtend, na inspanning, en na inademing van koude lucht zijn de symptomen meestal het ernstigst.British Guideline on the Management of Asthma (2009), p. 14 Sommige mensen met astma merken zelden iets van symptomen, meestal in reactie op triggers, terwijl anderen voortdurend hevige symptomen ondervinden.Global Strategy for Asthma Management and Prevention (2011), pp. 8–9
Aanverwante aandoeningen Een aantal andere aandoeningen komt vaker voor bij astmapatiënten, zoals gastro-oesofageale refluxziekte (GERD), rinosinusitis en obstructieveslaapapneu. Psychologische stoornissen komen ook vaker voor, zoals angststoornissen bij 16–52% en stemmingsstoornissen bij 14–41%. Het is echter niet bekend of astma psychologische problemen veroorzaakt of dat psychologische problemen leiden tot astma.
Oorzaken Astma wordt veroorzaakt door complexe en niet volledig bekende interactie tussen omgevings- en genetische factoren. Deze factoren beïnvloeden zowel de ernst van de aandoening als de ontvankelijkheid voor behandeling.
Astmaklachten kunnen ontstaan als mensen prikkelende stoffen inademen. Voorbeelden hiervan zijn: het inhaleren (inademen) van allergenen, zoals: de uitwerpselen en vervellingshuidjes van de huisstofmijt stuifmeel (pollen) huidschilfers van huisdieren schimmels en sporen daarvan
Andere zaken die klachten kunnen veroorzaken: lichamelijke inspanning virale luchtweginfectie vochtige lucht roken open haardvuur luchtvervuiling (waaronder fijnstof) sommige medicijnen, waaronder aspirine ozon De meeste astma-aanvallen worden uitgelokt door virale luchtweginfecties (verkoudheid).
Het wordt aangenomen dat de recente toename van het aantal astmapatiënten te wijten is aan veranderende epigenetica (erfelijke factoren buiten de DNA-sequentie om) en veranderingen in de leefomgeving.
Omgeving Er zijn veel omgevingsfactoren in verband gebracht met de ontwikkeling en exacerbatie van astma, waaronder allergenen, luchtvervuiling en andere chemische stoffen in het milieu. Roken tijdens de zwangerschap en na de bevalling wordt geassocieerd met een verhoogd risico op astma-achtige symptomen.Global Strategy for Asthma Management and Prevention (2011), p. 6 Een slechte luchtkwaliteit, van uitlaatgassen tot hoge ozonniveaus,Global Strategy for Asthma Management and Prevention (2011), p. 61 is in verband gebracht met zowel de verspreiding als de toenemende ernst van astma. Blootstelling aan vluchtige organische samenstellingen in afgesloten ruimten kan als reactie astma uitlokken; er wordt bijvoorbeeld een duidelijke samenhang gezien tussen astma en blootstelling aan formaldehyde. Net zo worden ftalaten in pvc geassocieerd met astma bij kinderen en volwassenen en hetzelfde geldt voor blootstelling aan grote hoeveelheden endotoxine.
Er wordt een samenhang gezien tussen astma en blootstelling aan allergenen binnenshuis. Veel voorkomende allergenen binnenshuis zijn onder meer: huisstofmijt, kakkerlakken, huidschilfers van huisdieren en schimmel. Pogingen om het aantal huisstofmijten terug te dringen blijken geen effect te hebben. Sommige virale infecties van de luchtwegen kunnen het risico op het krijgen van astma verhogen als deze infecties in de vroege kindertijd plaatsvinden, bijvoorbeeldNational Heart Lung and Blood Institute (2007), p. 11 het respiratoir syncytieel virus en het rinovirus. Maar sommige andere infecties kunnen het risico misschien verlagen.
Hygiënehypothese
De hygiënehypothese is een theorie waarmee een verklaring wordt gezocht voor de toename van astma over de hele wereld als een direct en onbedoeld gevolg van de verminderde blootstelling aan niet-infectueuze bacteriën en virussen in de kindertijd. Het is gesuggereerd dat mensen minder worden blootgesteld aan bacteriën en virussen door verbeterde hygiëne en kleinere gezinnen in moderne samenlevingen. Feiten die de hygiënehypothese ondersteunen zijn onder meer de lagere astmapercentages op boerderijen en in huishoudens met dieren.
Er wordt ook een samenhang verondersteld tussen het gebruik van antibiotica op jonge leeftijd en de ontwikkeling van astma. Verder lijkt geboorte via een keizersnede te leiden tot een verhoogd risico op astma (naar schatting 20–80%). Dit wordt toegeschreven aan het gebrek aan de gezonde kolonisatie van bacteriën die het kind bij het passeren van het geboortekanaal zou verkrijgen.British Guideline on the Management of Asthma (2009), p. 72 Er is een verband tussen astma en het welvaartspeil.
Genetische oorzaken + Interactie van CD14-endotoxine op basis van CD14 SNP C-159T Endotoxineniveaus CC-genotype TT-genotype Sterke blootstelling Laag risico Hoog risico Lage blootstelling Hoog risico Laag risico De familiegeschiedenis is een risicofactor voor astma waarbij vele verschillende genen een rol spelen. Als de ene helft van een identieke tweeling astma heeft, is de kans ongeveer 25% dat de andere helft de ziekte ook heeft. Eind 2005 was er een verband gelegd tussen 25 genen in zes of meer afzonderlijke populaties, waaronder GSTM1, IL10,CTLA-4, SPINK5, LTC4S, IL4R en ADAM33. Veel van deze genen zijn betrokken bij het immuunsysteem of het reguleren van ontsteking. Zelfs in deze lijst van genen, die wordt ondersteund door zeer vaak herhaalde onderzoeken, zijn uitkomsten niet consistent geweest voor alle geteste populaties. In een onderzoek naar genetische associatie in 2006 werden meer dan honderd genen in verband gebracht met astma; en nog steeds worden er nieuwe gevonden.
Sommige genetische varianten kunnen alleen astma veroorzaken wanneer ze worden gecombineerd met blootstelling aan specifieke omgevingsfactoren. Een voorbeeld daarvan is een specifieke enkel-nucleotide polymorfie in het CD14-gebied en blootstelling aan endotoxine (een bacterieel product). Verschillende bronnen in de omgeving kunnen een blootstelling aan endotoxine inhouden, waaronder tabaksrook, honden en boerderijen. Het risico op astma wordt dan bepaald door iemands genetische aanleg en de mate van blootstelling aan endotoxine.
Medische aandoeningen De combinatie van de drie aandoeningen constitutioneel eczeem, allergische rinitis en astma wordt atopie genoemd. De grootste risicofactor voor het ontwikkelen van astma is een voorgeschiedenis van een atopische aandoening; waarbij astma veel vaker voorkomt bij patiënten die ofwel eczeem of hooikoorts hebben.Global Strategy for Asthma Management and Prevention (2011), p. 4 Astma is geassocieerd met het syndroom van Churg-Strauss (een auto-immuunziekte) en vasculitis. Mensen met bepaalde typen urticaria kunnen ook symptomen van astma vertonen.
Er is een onderlinge relatie tussen obesitas en het risico op astma, die in de afgelopen jaren beide zijn toegenomen. Daarbij kunnen verschillende factoren in het spel zijn, inclusief een verminderde ademhaling door ophoping van vet en het feit dat vetweefsel leidt tot een voorstadium van ontsteking.
Bètablokkers zoals propranolol kunnen astma activeren bij mensen die er gevoelig voor zijn. Cardioselectieve bètablokkers lijken echter veilig voor mensen met een lichte of matige vorm van de ziekte. Andere medicijnen die problemen kunnen veroorzaken zijn aspirine, niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID's) en angiotensine-converterende enzymremmers.
Exacerbatie Sommige mensen hebben weken- of maandenlang een stabiele astma en beleven dan plotseling een periode met acute astma. Verschillende mensen reageren verschillend op verschillende factoren. De meeste patiënten kunnen een ernstige exacerbatie doormaken door een aantal triggerende stoffen.
Factoren in huis die tot exacerbatie van astma kunnen leiden, zijn onder meer stof, huidschilfers van dieren (in het bijzonder haren van katten en honden), kakkerlakallergenen en schimmel. Parfums zijn een veelvoorkomende oorzaak van acute aanvallen bij vrouwen en kinderen. Zowel virale als bacteriële infecties van de bovenste luchtwegen kunnen de aandoening verergeren. Psychologische stress kan de symptomen verergeren. Aangenomen wordt dat stress het immuunsysteem verandert en daardoor de ontstekingsreactie van de luchtwegen op allergenen en irriterende stoffen versterkt.
Pathofysiologie thumb|alt=Een dwarsdoorsnede van weefsel van de luchtwegen met een gevlekte roze wand en een binnenkant vol wit slijm|Verstopping van het lumen van een bronchiolus door mucoïde exsudaat, metaplasie van slijmbekercellen en zwelling van de epitheliale basale membraan bij een astmapatiënt.