De Wet kinderopvang (tot 2018 genaamd Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalenhttps://wetten.overheid.nl/BWBR0017017/2018-01-01/1#Hoofdstuk3_Paragraaf2_Artikel3.6) is een Nederlandse wet van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die kinderopvangtoeslag regelt en ook als doel heeft de kwaliteit van kinderopvang en peuterspeelzalen te waarborgen en de arbeidsparticipatie van jonge ouders te verhogen.
Afbakening In de wet is kinderopvang het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint.
Een kindercentrum is een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang.
Peuterspeelzaalwerk is de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen uitsluitend bestemd voor kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs.
Een peuterspeelzaal is een voorziening waar peuterspeelzaalwerk plaatsvindt, anders dan gastouderopvang of kinderopvang in een kindercentrum.
Bepaalde regels zijn voor peuterspeelzalen soepeler dan voor kindercentra, zoals de eisen voor de leider-kindratio en het opleidingsniveau van de leiders. Bovendien zijn de inrichtingseisen voor peuterspeelzalen gemeentelijk beleid. Deze verschillen hangen samen met de doelgroep van peuterspeelzalen (2- en 3-jarigen) en het feit dat peuterspeelzalen slechts enkele uren per dag worden bezocht. Kinderen in een kindercentrum verblijven er doorgaans langer. Ook hangen deze verschillen samen met mogelijkheden tot gemeentelijk maatwerk en de functie van peuterspeelzalen als laagdrempelige buurtvoorziening.
Kinderopvangtoeslag Een ouder heeft aanspraak op een kinderopvangtoeslag in de door hem of zijn partner te betalen kosten van de Dienst Toeslagen, indien het betreft: kinderopvang in een geregistreerd kindercentrum; of gastouderopvang in een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang die plaatsvindt door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau.
Ouders die allebei werken (arbeidsinkomsten hebben) hebben samen, en een alleenstaande ouder die werkt heeft individueel, recht op kinderopvangtoeslaghttp://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/kinderopvangtoeslaghttps://web.archive.org/web/20140101005105/http://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/bldcontentnl/belastingdienst/prive/toeslagen/informatie_over_toeslagen/kinderopvangtoeslag/kinderopvangtoeslag, een inkomensafhankelijke toeslag: het is een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. Hoe hoger het inkomen hoe lager de toeslag, maar met een minimum. Anders gezegd: de toeslag is voor een deel inkomensonafhankelijk.
De belastingdienst betaalt de toeslag uit. De toeslag bestaat uit een werkgeversbijdrage (via de belastingdienst betaald door het collectief van werkgevers) en een "tegemoetkoming Rijk".
De vergoeding is een percentage van de in aanmerking komende kosten. De percentages staan in de Bijlage I, behorende bij artikel 6 van het Besluit kinderopvangtoeslag.https://wetten.overheid.nl/BWBR0017321#BijlageI
De toeslagpercentages zijn verschillend voor het eerste kind enerzijds, en elk van de volgende kinderen anderzijds, voor een aantal intervallen van (gezamenlijke) toetsingsinkomens. In 2014 geldt: voor het eerste kind is het toeslagpercentage, afhankelijk van het inkomen, tussen de 18% en 90,7%; voor het tweede en de volgende kinderen is het toeslagpercentage voor ieder kind gelijk, en wel, afhankelijk van het inkomen, tussen de 58,2% en 93,3%. De laagste percentages (18% en 58,2%) gelden bij inkomens vanaf € 103.574 respectievelijk € 171.540 per jaar.Besluit van 15 oktober 2013 tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag in verband met aanpassing van de kinderopvangtoeslagtabel voor het berekeningsjaar 2014
Per kind worden maximaal 230 uur opvang per maand in aanmerking genomen, en een tarief (afhankelijk van het soort opvang) van maximaal € 6,70 (2014) per uur, dus worden maximaal € 1541 (2014) opvangkosten per kind per maand in aanmerking genomen.
Ouders moeten de kinderopvangtoeslag van de overheid aanvragen bij de belastingdienst, deze kinderopvangtoeslag wordt maandelijks vooraf door de belastingdienst betaald aan de ouders of naar keuze aan het kindercentrum. Ouders kunnen alleen in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag als ze gebruikmaken van een kinderopvangvoorziening die in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP) staat.
Bijdragen voor ouders zonder werkgever Ouders die geen werkgever hebben, maar wel bezig zijn met een opleiding, een traject naar werk of inburgering, kunnen een bijdrage in de kosten voor kinderopvang krijgen van de gemeente.
Het gaat om: Ouders in een re-integratietraject met een uitkering op grond van de: Wet werk en bijstand (Wwb); Wet werk en inkomen kunstenaars (WIK); Algemene nabestaandenwet (Anw); Wet inkomensvoorziening ouderen en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). Ouders die geen uitkering hebben, maar wel als werkzoekende geregistreerd staan bij het UWV WERKbedrijf en een traject naar werk volgen; Nieuwkomers die een inburgeringstraject volgen (WIN); Ouders jonger dan 18 jaar die een opleiding/studie volgen; Studenten.
Ouders met een sociaal-medische indicatie voor kinderopvang Ouders met een sociaal-medische indicatie voor kinderopvang zijn als doelgroep opgenomen in de wet. In sommige gezinssituaties en voor sommige kinderen is het voor de persoonlijke ontwikkeling van het kind goed om een aantal dagdelen gebruik te maken van kinderopvang. Deze indicatie geeft ouders recht op een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang.
Uitkeringsfraude en ander verwijtbaar gedrag De Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving heeft ook betrekking op kinderopvangtoeslag.
Tot de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in 2019 van mening veranderde, werd de kinderopvangtoeslag voor een berekeningsjaar op nul gesteld (en de uitbetaalde voorschotten dus teruggevorderd) als niet aan alle voorwaarden was voldaan.
Bovendien geldt:https://wetten.overheid.nl/BWBR0018472/2021-01-01#Hoofdstuk2_Paragraaf6_Artikel41
Degene die op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en de daarop berustende bepalingen gehouden is tot het verstrekken van gegevens of inlichtingen en aan wiens opzet of grove schuld het is te wijten dat geen gegevens of inlichtingen zijn verstrekt dan wel degene aan wiens opzet of grove schuld het is te wijten dat onjuiste of onvolledige gegevens of inlichtingen zijn verstrekt, begaat een vergrijp ter zake waarvan de Belastingdienst/Toeslagen hem een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste 100 percent van het bedrag dat van de belanghebbende in verband daarmee is of zou zijn teruggevorderd.
Toeslagenaffaire
In de jaren 2010 is er een kinderopvangtoeslagaffaire, ook toeslagenaffaire genoemd, met onder andere de zaak CAF-11 (CAF staat voor Combiteam Aanpak Facilitators), waarbij veel ouders grote bedragen aan kinderopvangtoeslag moesten terugbetalen wegens onterechte verdenkingen van fraude.Omzien in verwondering. Interim-advies Adviescommissie uitvoering toeslagen 14 november 2019 In 2018 schreven Trouw en RTL Nieuws dat de belastingdienst in de jaren daarvoor ouders tegenwerkte in het uitoefenen van hun rechten.https://verhalen.trouw.nl/toeslagenaffaire/ Overzicht Toeslagenaffairehttps://www.rtlnieuws.nl/tags/onderwerpen/economie/belasting/toeslagenwet/toeslagenaffaire-belastingdienst Deze affaire heeft onder meer geleid tot het aftreden van staatssecretaris Menno Snel in 2019 en het aftreden van het kabinet-Rutte III in 2021.
Uitvoering door gemeenten Register
Gemeenten hebben de plicht een register bij te houden van voorzieningen die onder de wet vallen. De houder van een voorziening is verplicht zich te melden bij de gemeente. Wanneer houders niet aan de verplichtingen van de wet voldoen beschikt de gemeente over een reeks van instrumenten om de naleving van de wettelijke eisen te bevorderen en zo nodig af te dwingen. Er zijn verschillende vormen van opvang die als kindercentrum bij de gemeente geregistreerd worden t.w. Kinderdagverblijf Buitenschoolse opvang Gastouderopvang Tussenschoolse opvang Peuterspeelzalen Bij melding van een kindercentrum wordt meestal naast het wettelijk GGD-toezicht ook standaard een melding gedaan aan de afdeling Milieu en Bouwen in verband met handhaving van het bestemmingsplan en aan de brandweer in verband met handhaving van de brandveiligheidsvoorschriften.
Geen arbeidsinkomsten en toch bijdrage in de kinderopvangkosten
Zonder arbeidsinkomsten komen voor kinderopvangtoeslag toch in aanmerking: ouders die geen uitkering krijgen, als werkzoekende geregistreerd staan bij het UWV WERKbedrijf en een re-integratietraject volgen; kunstenaars met een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen kunstenaars WIK; tienermoeders met een bijstandsuitkering die een opleiding volgen; studenten die een vmbo-, havo- of vwo-opleiding volgen, of een bachelor- of masteropleiding, of een beroepsopleiding in het middelbaar beroepsonderwijs.
Buitenwettelijke bijdrage
Buiten de wettelijke taken kunnen gemeenten op basis van eigen gemeentelijk beleid ouders met een sociaal-medische indicatie een tegemoetkoming verlenen. Hiertoe stelde het Rijk, voorlopig tot 2009, via het gemeentefonds middelen beschikbaar.
Verslag toezicht
De gemeente is wettelijk verplicht verslag te doen over de uitvoering van toezicht en handhaving. Op basis van de wet is voor het verslag een model vastgesteld. Het rapport wordt jaarlijks voor 1 juli volgend op het verslagjaar aan de gemeenteraad aangeboden en aan de Onderwijsinspectie, die namens het Ministerie het tweedelijns toezicht houdt op de gemeenten.
Uitvoering door de GGD Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor het handhaven van de kwaliteit van de kinderopvang. De wet voorziet in landelijk uniforme kwaliteitseisen. De eisen dragen bij aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind en een veilige en gezonde omgeving. Het toezicht op naleving van de Wet kinderopvang is op grond van de wet toegewezen aan de GGD. De wet voorziet in beleidsregels voor de werkwijze van de GGD als toezichthouder. Voor de verschillende vormen van kinderopvang voor de controle vastgesteld. Voorts zijn er modellen voor de wijze van rapporteren door de GGD vastgesteld.
Uitvoering door kinderopvangvoorzieningen Elke vorm van kinderopvang moet voldoen aan wettelijke kwaliteitseisen over: de betrokkenheid en inspraak van ouders; de deskundigheid van het personeel; de veiligheid en gezondheid; de accommodatie en inrichting; de groepsgrootte en het aantal kinderen per pedagogisch medewerker; pedagogisch beleid en praktijk; de omgang met klachten. Eind 2008 waren er 2.354 organisaties die kinderopvang (dagopvang en/of buitenschoolse opvang en/of gastouderopvang) aanbieden. Ondanks de schaalvergroting bestaat het grootste deel van de organisaties die actief zijn in de kinderopvang uit ‘eenpitters’ met een of twee vestigingen.
Kosten en middelen De aanbieders van kinderopvang bepalen de prijs van de aangeboden kinderopvang. De oudercommissies hebben hierover een wettelijk adviesrecht. Het gemiddelde uurtarief bedroeg in 2008 € 5,73 voor kinderopvang tot vier jaar en € 5,77 voor kinderopvang vanaf vier jaar. De hoogte van de kinderopvangtoeslag is gebonden aan de maximum uurprijs. Voor 2008 geldt er één maximum uurprijs van € 6,10 voor alle soorten opvang.