thumb|Vlag van de Koninklijke Landmacht.
De Koninklijke Landmacht (KL) is de landmacht van het Koninkrijk der Nederlanden en onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht naast de Koninklijke Marine (KM), de Koninklijke Luchtmacht (KLu) en de Koninklijke Marechaussee (KMar). Per 1 september 2025 telde de Koninlijke Landmacht 17.806 beroepsmilitairen, 4.873 reservisten en 3.927 burgermedewerkers.
De Koninklijke Landmacht werd op 9 januari 1814 opgericht, echter dateren de wortels van het leger terug tot het jaar 1572, toen het Staatse leger het geboortelicht zag. Hiermee is de landmacht een van de oudste staande legers ter wereld. De landmacht vocht in de Napoleontische oorlogen, de Tweede Wereldoorlog, de Politionele acties, Koreaoorlog en stond zij aan zij met NAVO-bondgenoten aan de West-Duitse grens tijdens de Koude Oorlog. Ook vocht de landmacht sinds het einde van de Koude Oorlog in de Irakoorlog en Afghanistanoorlog, en werd er bijgedragen aan meerdere VN-vredesmissies als UNIFIL in Libanon, UNPROFOR in Bosnië-Herzegovina en MINUSMA in Mali.
De taken van de landmacht zijn vastgelegd in de Nederlandse Grondwet: het beschermen van het Koninkrijk en (bondgenootschappelijk) grondgebied, het beschermen en bevorderen van de internationale rechtsorde en het ondersteunen van (lokale) overheden bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp, nationaal en internationaal. Militairen van de landmacht zweren trouw aan de Koning, maar de landmacht heeft geen grondwettelijke opperbevelhebber; de regering heeft het gezag over eventuele inzetten. In de dagelijkse praktijk wordt de Koninklijke Landmacht geleid en bestuurd door de commandant Landstrijdkrachten (C-LAS).
Geschiedenis thumb|235px|Prins Maurits van Oranje afgebeeld door Michiel van Mierevelt, omstreeks 1613.
Oorsprong Ondanks dat de Koninklijke Landmacht het jaar 1814 als geboortejaar heeft bestempeld, zijn de origines van het krijgsmachtdeel rechtstreeks terug te leiden tot de oprichting van het Staatse leger van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, gedurende de beginjaren van de Tachtigjarige Oorlog. Onder leiding van stadhouder Willem van Oranje werd het Staatse leger sterk geprofessionaliseerd. Zo werd de soldij verhoogd, militaire discipline aangescherpt en werden de compagnieën verkleind. Deze professionalisering zette voort onder de kundige leiding van Maurits van Oranje en Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg. Het Staatse leger groeide onder hun leiding, met roemruchte overwinningen als de Slag bij Nieuwpoort, uit tot een geduchte en zeer innovatieve krijgsmacht. In de 17e en 18e eeuw vocht het Staatse leger onder meer in de Zweeds-Nederlandse Oorlog, de Hollandse Oorlog, de Negenjarige Oorlog, de Spaanse Successieoorlog, de Oostenrijkse Successieoorlog en de Franse revolutionaire en napoleontische oorlogen. Zo was een significante ontwikkeling de wijze waarop de troepen werden getraind; prins Maurits greep terug op de erfenis van de Oud-Grieks legers en liet zijn troepen eindeloos exerceren om zo de onderlinge samenwerking en de militaire effectiviteit te vergroten. Verder perfectioneerde prins Maurits, vaak in samenwerking met militair ingenieurs als Simon Stevin, tactieken omtrent het uitvoeren van belegeringen. Een andere innovatieve ontwikkeling van het Staatse leger was dat de strijdkrachten ook gedurende vredestijd in dienst van het leger bleven en ook doorbetaald werden. Zo ontstond een van de eerste staande legers. Ook onder bevel van Frederik Hendrik van Oranje werden de succesvolle tactieken voor belegeringen voortgezet, bijvoorbeeld bij het Beleg van 's-Hertogenbosch.
Bataafse periode (1795–1810) Als gevolg van de Franse verovering werd het Staatse leger vervangen door het leger van de Bataafse Republiek in 1795, dit leger werd in 1806 opgevolgd door het leger van het Koninkrijk Holland. Dit leger vocht mee om langszij de Fransen de Brits-Russische expeditie naar Noord-Holland in 1799 af te slaan, en vocht tevens mee in verschillende slagen in Duitsland, Oostenrijk en Spanje tussen 1800 en 1810. Tijdens deze oorlogen vergaarde in het bijzonder het Korps Rijdende Artillerie roem met haar inzet bij de Slag bij Friedland in 1807, de verovering van Stralsund in 1807 en 1809, en de bijdrage van de Nederlandse troepen gedurende de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog tussen 1808 en 1810.
De Franse Tijd (1810-1814) Het onafhankelijke leger werd in 1810 ontbonden als gevolg van de beslissing van keizer Napoleon om Nederland in het Franse keizerrijk in te lijven ("La Hollande est reunie à l'Empire"); Nederlandse legereenheden werden als zodanig onderdeel van Franse Grande Armée waardoor bijvoorbeeld het huidige Franse 126e Infanterieregiment Nederlandse wortels heeft. Als gevolg van de inlijving werden Nederlandse troepen ingezet bij de rampzalig verlopen Veldtocht van Napoleon naar Rusland in 1812. Toch vergaarde Nederlandse troepen aanzien als gevolg van hun effectieve en innovatieve optreden; zo werd het optreden van de pontonniers in de compagnie geleid door George Diederich Benthien bij de Slag aan de Berezina een befaamd voorbeeld van innovatieve oorlogsvoering. Uit onderzoek is gebleken dat circa de helft van het Nederlandse contingent van de Grande Armée de oorlog overleefde.
thumb|left|310px|Koning Willem II bij de Slag bij Quatre-Bras, 1815.
Koninkrijk der Nederlanden (1814-1914) In het begin van 1813 kwamen Orangisten, volgend op een periode van bestuurlijk verval, in fel verzet tegen het Napoleontische regime. Na de landing van prins Willem Frederik van Oranje te Scheveningen in 1813, de gebeurtenis die wordt gezien als de grondlegging van het Koninkrijk der Nederlanden, sloten verschillende milities en veteranen uit het Staatse leger van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zich bij de prins aan. Op 9 januari 1814 werd door de prins - de latere Koning Willem I - de Staande Armée opgericht; op deze dag wordt sindsdien de verjaardag van de Koninklijke Landmacht gevierd. Tevens werd de uit dienstplichtigen bestaande Nationale Militie opgericht. Al snel zou het jonge leger slag moeten leveren. In 1814 hielden de latere Koning Willem II en zijn generaals, de Constant Rebecque en de Perponcher, ondanks een grote Franse overmacht stand tijdens de Slag bij Quatre-Bras. In 1815 droeg de landmacht in de Slag bij Waterloo, wederom onder leiding van de latere Koning Willem II, bij aan de definitieve val van Napoleon en het Franse Keizerrijk.
In 1830 werd het leger ingezet om de Belgische Opstand te onderdrukken. Na verschillende militaire successen gedurende de Tiendaagse Veldtocht in 1831, werd de landmacht door een dreigende interventie van Frankrijk alsnog gedwongen zich terug te trekken.
Wereldoorlogen (1914-1945) thumb|180px|Leden van het Korps Politie-troepen in lieslaarzen op wacht in het inundatiegebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie tijdens de mobilisatie, november 1939. Na de Belgische afscheiding koos het Koninkrijk voor neutraliteit op het wereldtoneel. Ook tijdens de Eerste Wereldoorlog werd deze neutrale opstelling gehandhaafd. Echter werd de neutraliteit van het Koninkrijk niet door de Europese grootmachten gegarandeerd, noch was de neutraliteitspolitiek opgenomen in de Nederlandse grondwet. Het vertrouwen in neutraliteit berustte op de overtuiging dat de strategische positie tussen het Duitse Keizerrijk, Duits-bezet België en het Verenigd Koninkrijk de veiligheid waarborgde. De militaire verdedigingsstrategie was grotendeels geënt op de effectiviteit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Wel werd naar aanleiding van het uitbreken van de Frans-Duitse Oorlog in 1870 en de Eerste Wereldoorlog in 1914 de landmacht meermaals gemobiliseerd.
Aan de figuurlijke vooravond van het begin van de Tweede Wereldoorlog was het zwaartepunt van de landmacht gepositioneerd rondom de Vesting Holland, het strategische kerngebied voor de Nederlandse landsverdediging. Na de Duitse aanval op Nederland in 1940, die kwam als een grote schok voor het Nederlandse volk, kon de neutraliteitspolitiek niet worden voortgezet en werd er strijd geleverd door de Nederlandse landmacht. Ondanks hevige tegenstand tegen de enorme Duitse overmacht, onder andere bij de Slag om de Afsluitdijk, de Slag om Den Haag en de Strijd om de Maasbruggen in Rotterdam, werd Nederland na het vernietigende bombardement op Rotterdam en de dreiging tot bombardement op Utrecht op 15 mei 1940 gedwongen tot capitulatie.
Gedurende de Duitse bezetting werd de Koninklijke Landmacht ontbonden. Echter gaat marine-, landmacht- en luchtmachtpersoneel tijdens de oorlog door met de strijd tegen Duitse bezettingsmacht. Zij doen dit vanaf vreemd grondgebied in geallieerd verband, zoals de Prinses Irene Brigade en No. 2 Dutch Troop (voorloper van het Korps Commandotroepen), of door middel van ondergrondse verzetsbewegingen. Ook leverden militairen van de Koninklijke Landmacht strijd tegen de Japanners tijdens oorlog in Nederlands-Indië. De hedendaagse landmacht komt voort uit de parate troepen die ingezet werden sinds de bevrijding van zuidelijke delen van Nederland in 1944. Ook was de landmacht voornemens een leger, bestaande uit 200.000 troepen, te leveren om bij te dragen aan de definitieve val van Nazi-Duitsland en het Japanse Keizerrijk.
thumb|left|262px|Militairen van het 15e Regiment Infanterie en het 12e Regiment Veldartillerie in opmars op Oost-Java in 1948, de Bren-schutter richt zijn wapen.
Dekolonisatie en Koude Oorlog (1945-1991) Nederlands-Indië Tussen 1945 en 1949 werd de Koninklijke Landmacht, aanvankelijk vooral bestaand uit oorlogsvrijwilligers (OVW'ers) en later ook uit grote aantallen dienstplichtigen, op grote schaal ingezet tijdens de Politionele Acties. Om in Nederlands-Indië het gezag, de orde en de rust te herstellen werd in 1946 de expeditionaire legermacht Eerste Divisie "7 December" opgericht. In totaal werden tussen 1945 en 1949 zo'n 25.000 oorlogsvrijwilligers en 95.000 dienstplichtigen naar Nederlands-Indië uitgezonden. 4.751 Nederlandse militairen sneuvelden gedurende het conflict.
Korea Gedurende de Koreaoorlog (1950-1953) maakten landmachtmilitairen onderdeel uit van het in totaal 4748 man sterke Nederlands Detachement Verenigde Naties. Dit detachement omvatte tevens militairen afkomstig van de Koninklijke Marine en het Korps Mariniers, en leverde strijd tegen troepen van de communistische staten Noord-Korea en de Volksrepubliek China. 122 Nederlandse militairen sneuvelden in de strijd en 3 militairen raakten vermist.
Koude Oorlog thumb|Dienstplichtigen werpen oefengranaten vanuit een loopgraaf, 1985. Kort na de Tweede Wereldoorlog werd de landmacht georganiseerd in een legerkorps van 5 divisies, waarvan 1 paraat en 4 mobilisabel zouden worden. Later werd een aangepaste organisatie overwogen van 2 legerkorpsen, elk met één parate en één mobilisabele divisie. Uiteindelijk kwam in de jaren 1960 een organisatie tot stand van één legerkorps (het 1e Legerkorps) met 2 parate (de 1e en de 4e divisie) en 1 mobilisabele (de 5e) divisie. De mobilisabele divisie bestond aanvankelijk overwegend uit infanterietroepen, maar werd begin jaren 1970 gemechaniseerd.
Naast het 1e Legerkorps kende de landmacht nog het Nationaal Territoriaal Commando (NTC), het Nationaal Logistiek Commando (NLC), het Geneeskundig Commando (GCKL), en het Commando Opleidingen (COKL) en het "Commando Verbindingen Koninklijke Landmacht" (CVKL). De divisies van het legerkorps bestonden alle uit 1 pantser- en 2 pantserinfanteriebrigades. Op korpsniveau was er daarnaast nog het Legerkorps Artillerie, bestaande uit 3 veldartilleriegroepen en een luchtdoelartilleriegroep en 1 mobilisabele infanteriebrigade.