thumb|Geslachtswapen (1814) Van Heeckeren (ook: Van Broeckhuysen van Heeckeren van Brandsenburg, Van Heeckeren van Brandsenburg, Van Heeckeren van Enghuizen, Van Heeckeren van Kell, Van Heeckeren van Molecaten, Van Heeckeren tot Overlaer, Van Heeckeren van Waliën) is een oud-adellijk geslacht uit Gelderland. In 1814 en 1815 werd een aantal leden benoemd in de nieuwe ridderschappen van Gelderland en Utrecht waarmee zij en hun nageslacht tot de adel van het (Verenigd) Koninkrijk der Nederlanden gingen behoren. In 1819 vond bij Koninklijk Besluit erkenning plaats van de titel van baron voor alle leden van het geslacht en hun nakomelingen in mannelijke lijn.

Geschiedenis Stamouders Een bewezen stamvader van het geslacht Van Heeckeren is Jacob van Heker, heer van Roderlo, die in 1440 overleed, stammoeder is Bertha of Beerte Dericksdochter van Ampsen, vrouwe van Olden Ampsen, geboren 1365 te Lochem, beleend met het goed Van Ampsen en de hoff te Swijp.In het Register op de leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen - Het kwartier van Zutphen is bij Den hof te Swijp vermeld: "Beerte, weduwe Everts Roiden, anno 1402. Ende Derich die Roede, haer soon, is hulder. Eveneens bij Keppel van Verwolde. (maar dat kan uit dezelfde bron komen) De naam Jacob van Heeker is gevonden in archieven, voor het eerst in 1380.RAG, 0418 Huizen Nettelhorst en De Heest, nr. 48, p. 98 e.v. Tussen hem en de vermogende Bertha van Ampsen (1365 - † na 2 juli 1424 en voor 1428) werd een strategisch huwelijk gesloten. Van Ampsen was voorheen gehuwd met Rolof van Holthusen, heer van Ruurlo, die haar in 1389 lijftochtte (het vruchtgebruik gaf) aan de (lage) heerlijkheid Ruurlo. Uit de leenregisters van het kwartier Zutphen blijkt dat Roelof van Holthuizen in 1404 kinderloos was overleden en dat Bertha van Ampsen vóór 1412 hertrouwd was met Jacob van Heker. Door dit huwelijk kon Jacob 26 juli 1420 leenheer van Ruurlo worden nadat hij het op 14 mei 1420, nog bij leven van Bertha, had gekocht van Johan van Hekeren (van Wissink) en diens zoon Henric. Er is geen familieverband tussen koper en verkoper. Johan van Hekeren was een neef en erfgenaam van Rolof van Holthusen. Jacob woonde reeds vóórdat hij het goed aankocht op Roderlo, in 1417 stuurde de stad Zutphen een bode naar Jacob van Hekeren toe Roederlo.W.A. Beelaerts van Blokland, 'De stamvader van het geslacht van Heeckeren', in: De Nederlandsche Leeuw 50 (1932), k. 263-269. Beiden kregen vier kinderen, Willem, IJda, Dirk (Derich) en Evert.

Nadat Van Ampsen was overleden huwde hij op 21 januari 1428 voor de tweede maal, met Elisabeth (Lijsen of Lijsbeth) van Keppel gen. Oolde.

Na de dood van Jacob in 1440 werd zijn zoon Evert als minderjarige beleend met Roderlo. Hij huwde op 3 augustus 1458 met Eylarda van Metelen, vrouwe van Nettelhorst (?-1509), dochter van Hendrik, heer van Nettelhorst. In 1465 verkreeg hij zo Nettelhorst. Hij was drost en richter van Borculo. Hij was aanhanger van het stamhuis van de Gelderse hertogen en tegen de Bourgondische en Oostenrijkse annexatie. In de strijd tussen hertog Arnold van Egmont van Gelre en zijn zoon Adolf van Egmont koos Evert voor zoon Adolf.

Ruurlo bleef vanaf de aanschaf in 1420 door de stamvader tot 1977, met een onderbreking tussen 1686 en 1727, in handen van het geslacht. Ook andere huizen kwamen in de loop der eeuwen in het geslacht waarna takken naar die huizen genoemd werden; in een aantal gevallen werden de namen van de huizen aan de geslachtsnaam toegevoegd waardoor de dubbele geslachtsnamen ontstonden.

Bestuurders Door het vermogen dat Bertha van Ampsen inbracht kon het goed Roderlo/Ruurlo worden aangekocht. Daarmee werd de basis gelegd voor bezittingen in het gewest Gelderland, die later door verdere slimme huwelijkspolitiek nog werd vergroot. Van de 16e tot de 18e eeuw zetelden leden van het geslacht daardoor tevens in de (oude) ridderschappen, terwijl verschillende leden de hoogste post van landdrost bekleedden. Aangezien hun bezittingen vooral in Gelderland gelegen waren, maakten zij daar deel uit van de bestuurlijke elite, terwijl leden tevens als gedeputeerden ter Staten-Generaal invloed uitoefenden op het nationaal beleid. Al voor de totstandkoming van het koninkrijk der Nederlanden waren zij burgemeesters in de regio, met een nadruk op Zutphen. De eisen die aan het lidmaatschap van de ridderschappen werden gesteld, impliceerden dat adellijke huwelijken werden aangegaan en adellijke bezittingen werden verworven.

In het koninkrijk werden vele leden benoemd in de nieuwe ridderschappen die tot 1850 nog een politieke functie hadden, via afgevaardigden in Provinciale Staten, in de samenstelling van de nationale Eerste Kamer. In de 19e eeuw, die voor bestuurlijke functies niet langer adellijke huwelijken voorschreef, vermengden leden van het geslacht zich met het stedelijk patriciaat. De oudste tak ging bovendien over tot de boerenstand. Aan de andere kant werden ook in de 19e eeuw profijtelijke huwelijken gesloten, waarvan het huwelijk met de erfdochter van Twickel c.a. het meest treffende voorbeeld is; de tak Twickel ging daarmee tot de rijkste van het land behoren, terwijl tevens allianties tot stand kwamen met (hoge) buitenlandse edellieden. De 19e en 20e eeuw brachten ook veel bezitsverlies in dit geslacht, en van oudsher eraan gekoppelde bezittingen als Ruurlo gingen verloren. Ook tijdens het koninkrijk leverde het geslacht bestuurders, vooral op lokaal, maar daarnaast op provinciaal en landelijk niveau, terwijl ook in de moderne tijd diplomaten werden geleverd. Voorts dienden vele leden het nieuwe Nederlandse koningshuis in hoffuncties, tot de hoogste aan toe. Tot slot traden in de 19e en 20e eeuw kunstschilders, kunstverzamelaars, letterkundigen en wetenschappers naar voren.

Andere geslachten Vanaf de 13e eeuw komen personen met de naam Van Hekeren voor, zoals Fredericus van Hekeren (van der Ese), knape (1295), ridder (1305) die overleed in 1320, en die de stamvader werd van zowel de adellijke geslachten Van Rechteren als Van Voorst tot Voorst. Filiatie met dit geslacht Van Heeckeren is niet bewezen.

In 1836 werd George Charles van Anthes (1812-1895) ingelijfd met de titel baron en vergunning de naam Van Heeckeren aan te nemen. Diens nu nog bloeiende nageslacht voert de naam De Heeckeren d'Anthès.

Door huwelijk van Sophie Emilie barones van Heeckeren (1883-1975) met Francois van der Schoot (1877-1929) ontstond een niet-adellijk geslacht Van Heeckeren van der Schoot: na zijn huwelijk verkreeg hij in Nederlands-Indië bij Gouvernementsbesluit van 29 augustus 1905 vergunning de naam van zijn echtgenote voor de zijne te voegen.

Oudste Van Heeckerens Jacob van Heker, heer van Roderlo (†1440) Evert van Heeckeren, heer van Roderlo (†1495), drost en richter van Borculo; trouwde in 1458 met Eylarda van Metelen, vanaf 1465 vrouwe van Nettelhorst die dit goed daarmee in het geslacht Van Heeckeren bracht Jacob van Heeckeren, heer van Roderlo (†1508) Evert van Heeckeren, heer van Roderlo en Nettelhorst († voor 1564), in de Ridderschap van Zutphen Evert van Heeckeren, heer van Nettelhorst († voor 11 juli 1575), in de Ridderschap van Zutphen, raad in het Hof van Gelre Walraven van Heeckeren, heer van Nettelhorst en Enghuizen (†1645), landdrost van Zutphen Everhard van Heeckeren, heer van Nettelhorst, Enghuizen en Barlham (1613-1680), in de Ridderschap en landdrost van Zutphen Walraven van Heeckeren, heer van Nettelhorst (1643-1701), in de Ridderschap en landdrost van Zutphen, gezant in Duitse landen en Zweden Robbert van Heeckeren, heer van Enghuizen (1650-1699), in de Ridderschap en Staten van Zutphen, burgemeester van Doetinchem; trouwde in 1687 met Anna Wilhelmina Sesilea van Keppel, vrouwe van Kamferbeek (1670-1704), door wie Molecaten in het geslacht Van Heeckeren kwam, lid van het geslacht Van Keppel Evert van Heeckeren, heer van Nettelhorst en Molecaten (1693-1724), in de Ridderschap en Staten van Zutphen Adolf Jacob Hendrik van Heeckeren, heer van Nettelhorst, Batinge en Clooster (1715-1765), stamvader van de tak Nettelhorst Reynhard Burchard Willem van Heeckeren, heer van Molecaten (1721-1799), luitenant-generaal, commandeur van Sluis (1721-1799), stamvader van de tak Molecaten Ludolf Hendrik Burchard Silvius van Heeckeren, heer van Kamferbeek, Waliën en Kemnade (1696-1762), burgemeester van Groenlo en gecommitteerde der Staten Generaal, stamvader van de takken De Wiersse en Waliën Jacob Derk van Heeckeren, heer van Barlham, Suideras, Enghuizen, Ruurlo en Brandsenburg (1665-1749), burgemeester en schepen van Zutphen, in de Ridderschap en Staten van Zutphen Mr. Frans Jan van Heeckeren, heer van Enghuizen, Beurse, de Cloese en Langen (1694-1767), stamvader van de takken Enghuizen en de Cloese Evert van Heeckeren, heer van Barlham (1696-1719) Mr. Assueer van Heeckeren, heer van Ruurlo (1699-1767), stamvader van de tak Ruurlo en Kell Walraven Robbert van Heeckeren, heer van Barlham en Brandsenburg (1704-1758), stamvader van de takken Barlham en Brandsenburg

Tak Nettelhorst Geschiedenis thumb|De Nettelhorst vlak voor de sloop, tekening vermoedelijk door Jacobus Craandijk thumb|Marhulsen in de 17e eeuw De tak Nettelhorst is de oudste tak van het geslacht. Door huwelijk in 1465 kwam Nettelhorst in het geslacht en het is het enige bezit dat tot heden in het geslacht is gebleven, na verkoop in 1855 door een lid van deze tak aan de tak Twickel. Via de havezate konden leden van het geslacht verschreven worden in de Ridderschap van Zutphen en van daaruit bestuurlijke macht in zowel het gewest als op landelijk niveau uitoefenen. Leden van deze tak verkregen later ook andere havezaten met recht van verschrijving in de ridderschap, en zij vormden de basis van de takken Overlaer en De Heest. Bij Souverein Besluit van 28 augustus 1814 gingen Evert Christiaan Carel Willem van Heeckeren (1744-1816) en zijn nageslacht behoren tot de adel van het Nederlandse koninkrijk; in 1819 volgde de titel van baron op allen. In de tweede helft van de 19e eeuw ging het nageslacht van mr. Adolf Jacob Hendrik Christiaan Carel baron van Heeckeren (1771-1846) over tot de boerenstand en bleef dat grotendeels tot in de 21e eeuw. De huidige oudste tak van dit geslacht, Van Heeckeren tot Overlaer, is tevens de tak die de chef de famille levert.

Enkele telgen Adolph Jacob Hendrik van Heeckeren, heer van Nettelhorst, Batinge en Clooster (1715-1765), in de Ridderschap en Staten van Zutphen; trouwde in 1742 met huwde Petronella Reiniera van Lintelo, vrouwe van Overlaer en De Heest (1718-1774), door wie Overlaer en De Heest in het geslacht Van Heeckeren kwamen Jhr. Evert Christiaan Carel Willem van Heeckeren, heer van Nettelhorst, Batinge en Clooster (1744-1816), in de Ridderschap en Staten van Zutphen, lid van de Grote Vergadering van Notabelen 1814 Mr. Adolf Jacob Hendrik Willem baron van Heeckeren, heer van Nettelhorst en Batinge (1784-1857), rechter, verkocht Nettelhorst aan mr. Jacob Dirk Carel baron van Heeckeren van Wassenaer (1809-1875): trouwde in 1808 met Adriana Luthela Agnes Lubbertina barones van Heeckeren (1787-1866) Robbert Adriaan Willem baron van Heeckeren (1822-1877), directeur posterijen Mr. Carel Willem baron van Heeckeren (1855-1943), advocaat Sophie Emilie barones van Heeckeren (1883-1974); trouwde in 1902 met Francois van der Schoot (1877-1929), uit wie een niet-adellijk geslacht Van Heeckeren van der Schoot Adolf Jacob Hendrik Willem baron van Heeckeren, heer van de Heest en Marhulsen (1859-1933), residentie-secretaris Jacob Adriaan Frederik Lodewijk baron van Heeckeren (1827-1887), letterkundige Mr. Pieter Reinhard Johan Wilt baron van Heeckeren, heer van Marhulsen (1785-1835), notaris in Eibergen en burgemeester van Eibergen, lid van Provinciale Staten van Gelderland