Maria Wisława Anna Szymborska (Bnin (Kórnik), 2 juli 1923 – Krakau, 1 februari 2012) was een Poolse dichteres. Ze behoort tot de belangrijkste dichters van haar generatie in Polen en is een van de meest gelezen én gelauwerde dichters van deze tijd. Haar oeuvre is klein, slechts 400 gedichten, maar ze zijn wereldberoemd en uitgebracht in 40 talen. Ze won de Nobelprijs voor Literatuur in 1996. Het Nobelcomité zag in haar de Mozart van de poëzie. Wislawa Szymborska dies 88: The Guardian Haar werk kenmerkt zich door een tedere kijk op alledaagse dingen. De gedichten van Szymborska worden vaak omschreven met termen als 'speels', 'ironisch' en 'verrassend'. Ze slaagt er telkens in zich over het meest alledaagse te verwonderen en daarin een nieuw perspectief te openen: nuchter, helder, direct en vaak met humor.Dichtbundel Einde en begin: Uitgeverij Meulenhoff
Biografie Szymborska werd geboren in Bnin in de toenmalige Tweede Poolse Republiek, niet ver van Kornik. Haar vader, Wincenty Szymborski, was rentmeester van graaf Zamoyski. De geboortenaam van haar moeder, Anna, was Rottermund.
In 1931, toen Wisława acht jaar oud was, verhuisde het gezin Szymborska naar Krakau, waar de dichteres tot aan haar dood zou blijven wonen. Vanaf 1935 ging Szymborska naar het gymnasium van de Ursulinen in Krakau. Tijdens de Duitse bezetting van Polen kreeg ze, in het geheim, onderwijs en in 1941 deed ze eindexamen. Na de oorlog studeerde ze Poolse Taal- en Letterkunde en ging in een (later beroemd geworden) schrijvershuis in Krakau wonen.Documentaire Ontmoeting met Szymborska: Het uur van de wolf
Ze maakte haar studie niet af en trouwde in 1948 met Adam Wlodek, de hoofdredacteur van de weekendbijlage van het dagblad Dziennik Polski, waarin ook Szymborska’s eerste gedichten verschenen. Het huwelijk hield geen stand en in 1954 scheidden ze van elkaar.Wislawa Szymborska poet who won the 1996 nobel prize for literature: The Independent
In 1957 verscheen haar dichtbundel Roepen naar Yeti, waarin ze het communisme afzwoer en elke vorm van dogmatisme verwierp. De relatie met haar tweede levensgezel, de schrijver Kornel Filipowicz, duurde 23 jaar. Na zijn dood in 1990 schreef ze het gedicht Kat in een lege flat, waarin ze probeerde haar verlies te duiden en te verwerken.Biografie Wisla: Decontrabas Zes jaar later, in 1996, kreeg zij de Nobelprijs voor Literatuur en brak ook door in het Westen.
Thematiek Szymborska heeft een voorkeur voor alledaagse details en gebeurtenissen, vaak bezien vanuit een kosmisch perspectief. De toon van de gedichten is vertellend en beschouwend en vooral vol van verwondering. Ze schuwt grote woorden, spreekt niet over abstracte vergezichten. Alles is zoals het is. Niets is gewoon, ook het gewone niet. Ze verkondigde geen theorieën, stond niet aan de wieg van nieuwe stromingen in de poëzie en deed niet mee aan discussies over moderne Poolse poëzie.Dichtersarchief Szymborska: Poëzie Leestafel De kracht van haar poëzie ligt in de manier waarop ze het heden met het verleden verbindt en het heden met de toekomst. Een gebeurtenis of een ervaring krijgt daardoor de gewichtloze dimensie van de eeuwigheid. De gedichten beschrijven zowel de realiteit als dat wat er niet is, in een constante balanceeroefening. Daarbij verblijft ze liefst in het heden.
De dood Szymborska schreef regelmatig over de immorele kanten van de menselijke geschiedenis: de staat die de vrijheid van denken gevangen probeerde te houden en de veelvuldige misdaden tegen de menselijkheid. Haat leek haar een belangrijk leitmotiv in de 21ste eeuw, met als gevolg oorlogen, onnodig lijden en de dood.
Het thema de dood komt in haar gedichten op twee manieren voortdurend terug. Enerzijds het huiveringwekkende gevoel van de naderende dood en aan de andere kant de onverschilligheid tegenover het lijden van de anderen. Hoewel de dood onvermijdelijk is, ziet Szymborska de menselijke creativiteit als een bron om het onoverwinnelijke te overwinnen.Nobel Prizes Literature Laureates 1996 Szymborska: Nobelprijs Comité
Ze voelde zich maatschappelijk betrokken en dacht na over de politiek, maar zij wilde liever, als dichteres, de politiek en andere zaken met een zekere "distantie" observeren. Om te zoeken naar woorden, een gevecht aan te gaan met haar eigen onwetendheid. Daarom wilde ze ook niet schrijven over actuele zaken, waar ze nog niet over had nagedacht.
In de gedichten, die ze meteen na de Tweede Wereldoorlog schreef, zijn er geen directe verwijzingen te vinden naar de Holocaust. Pas een paar jaar later volgden aangrijpende gedichten over dit thema. Zo langdurig verliep het scheppingsproces.Het alledaagse per gedicht opgetild: 8weekly
Ironie Ironie of humor zijn nooit veraf en verhullen de complexiteit van haar gedichten, "maar de mildheid van deze poëzie is verraderlijk. Door de perfecte dosering weet Szymborska zo feilloos uit te halen, dat het schrijnend absurde of onrechtvaardige van een situatie oplicht (...) concreet, zelfs particulier, en tegelijk algemeen herkenbaar."Dichtersarchief Szymborska: Poëzie leestafel
Szymborska’s gedichten hebben soms ook een didactische ondertoon. Er spreekt uit haar poëzie, vaak verborgen onder de ironie, een soort van levenslessen. Ze was erg op haar privacy gesteld. Ze wilde haar tijd liever besteden aan het schrijven van gedichten en het maken van collages. Bij hoge uitzondering stemde ze toe met een vraaggesprek: "Toen ik geboren werd, heb ik een contract getekend en daar stond niets in over het geven van interviews. Bovendien houd ik er niet van om over mijzelf te praten."
Hoewel God zelden met naam door haar genoemd wordt, is de Christelijke traditie wel zichtbaar: de onsterfelijkheid van de ziel en de belofte van geborgenheid in het aanzicht van de eeuwigheid, al dichtte Szymborska zelf: Het leven, hoelang het ook is, zal altijd te kort zijn Te kort om er ook maar iets aan toe te voegen
Publicaties in Nederlandse vertaling Brievenpost. Hoe word je (geen) schrijver? Vertaald door Karol Lesman. Amsterdam, Uitgeverij Cossee, 2026. Een titel hoeft niet. Gedichten. Selectie en voorwoord door Tjitske Jansen. Vertaald door Karol Lesman en Gerard Rasch. Amsterdam-Antwepen, De Geus, 2025. Einde en begin. Verzamelde gedichten. 32e druk. (Bevat: Einde en begin (vert. Gerard Rasch) en Zwart lied (vert. Ad van Rijsewijk). Amsterdam, Meulenhoff, 2023 Zwart lied. (Gedichten uit oorlogstijd). Vert. Ad van Rijsewijk. Amsterdam, Meulenhoff, 2017 Zo is het genoeg. (Laatste gedichten). Vert. Karol Lesman. Breda, De Geus, 2013 Hier. Gedichten. Vert. Karol Lesman. Breda, De Geus, 2009 Dubbele punt. Gedichten. Vert. Karol Lesman. Breda, De Geus, 2007 Het moment. Gedichten. Vert. Gerard Rasch. Breda, De Geus, 2003 De laatste schreeuw no.10 (Bevat teksten van Rutger Kopland (“Verhaaltje voor jullie”); Lucebert (“Poëziezo easy job”, gedrukt in zwart, grijs en rood door Kees Thomassen (De Uitvreter); Max Dendermonde (“liefde”); Wisława Szymborska (“Een ui”); Willem Kloos (“Avond”). Amsterdam, Frans de Jong, 2003) Bloemlezing uit de poëzie van Wisława Szymborska. Vertaling Jeannine Vereecken. Deel 13 in de reeks Dichters van nu. Gent, Poëziecentrum, 2001 Einde en begin. Verzamelde gedichten 1957-1977. Vert. Gerard Rasch. Amsterdam, Meulenhoff,1999. (Daarna diverse drukken in uitgebr. versie). Onverplichte lectuur. (Columns). Vert. Gerard Rasch. Amsterdam, Meulenhoff,1998 Uitzicht met zandkorrel. Gedichten. (Selectie van gedichten uit voorgaande bundels). Vertaling Gerard Rasch. Amsterdam, Meulenhoff, 1997 De vreugde van het schrijven (Gedichten). Vertaling: Jo Govaerts. Leuven, Van Halewyck, 1997 Poems (Poetry in the Stedelijk) (drietalige gedichten: Pools, Engels, Nederlands). Nederlandse vertaling: Gerard Rasch. Amsterdam, Stedelijk Museum, 1997 Verrukking & wanhoop. Vertaling Jeannine Vereecken. Gent, Poëziecentrum, 1996 ’Gedichten. Vertaling Pim van Sambeek. Cahiers / Stichting De Lantaarn, 17. Leiden, Stichting De Lantaarn, 1983. (2e en 3e bijgew. uitgave: 1996).
Categorie:Pools schrijver Categorie:Pools dichter Categorie:Winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur