Henry Spencer Moore (Castleford, 30 juli 1898 – Much Hadham, 31 augustus 1986) was een Engelse beeldhouwer.
Henry Moore is bij het grote publiek met name bekend door zijn grote abstracte bronzen en marmeren sculpturen. Hij speelde een belangrijke rol bij het introduceren van een nieuwe vorm van modernisme in het Verenigd Koninkrijk. Zijn figuren zijn meestal abstracties van het menselijk lichaam. Veel van zijn beste werken vallen in de categorie: "moeder en kind" of "achteroverleunende figuren", behalve een korte fase in de jaren 50 toen hij zich toelegde op het uitbeelden van groepen personen.
Het werk van Moore wordt gekenmerkt door organische en natuurlijke vormen en geeft meestal een suggestieve benadering van de natuurlijke contouren van het (vrouwelijke) lichaam zonder figuratief te zijn. Moore voelde zich sterk verbonden met de natuur en hij haalde hier dan ook veel inspiratie uit. Zo verzamelde hij in zijn atelier allerlei voorwerpen zoals botten, stenen en drijfhout. De vormen van zijn latere abstracte sculpturen zijn vaak doorboord of bevatten holle ruimtes. Moore-kenners vergelijken de kronkels in zijn werk met het landschap en de heuvels van zijn geboortestreek Yorkshire.Norfolk Museums & Archaeology Service. pag 1 In de loop van zijn carrière werden zijn sculpturen steeds vaker in een stedelijke omgeving geplaatst. Moore maakte ook talrijke studies waarin hij zijn figuren combineerde met architectonische elementen zoals trappen, banken en muren; een voorbeeld hiervan is zijn "Wall Relief no. 1" voor het Bouwcentrum in Rotterdam.
In zijn latere leven ontwikkelde hij een talent om op grote schaal beelden te maken. Hierdoor kon hij meer opdrachten aannemen wat ertoe leidde dat hij een vermogend kunstenaar werd. Desondanks leefde hij zuinig en doneerde hij via de Henry Moore Foundation veel geld aan scholing en promotie van de schone kunsten.Henry Moore Foundation
Moore was bevriend met John Hedgecoe die hem en veel van zijn werken fotografeerde.
Levensloop Jeugd Moore werd geboren in Castleford, West Yorkshire, Engeland, als zevende van acht kinderen. Zijn ouders waren Mary Baker en Raymond Spencer Moore, een Ierse immigrant, die van mijnwerker opklom tot manager van de Wheldale kolenmijn in Castleford. Zijn vader was een autodidact met belangstelling voor muziek en literatuur. Vastbesloten dat zijn zoons niet in de mijnen zouden gaan werken, zag hij onderwijs aan een school, in plaats van thuis scholing, als "de weg" naar ontwikkeling.Grohmann, 16 Moore volgde de lagere en middelbare school in Castleford, waar hij begon met het bewerken van klei en hout. Toen hij elf was besloot hij, na het zien van de creaties van de beeldhouwer Michelangelo, dat hij ook beeldhouwer wilde worden.
In datzelfde jaar merkte een leraar zijn talent op en zijn belangstelling voor de middeleeuwse beeldhouwkunst en steunde hem met een beurs voor de middelbare school in Castleford.Grohmann, 15. Aan deze school hadden reeds verschillende broers en zussen van Henry onderwijs genoten. Zijn kunstlerares Alice Gostick was op de hoogte van alle kunstontwikkelingen in Europa en deelde haar kennis, over onder andere postimpressionisme en art nouveau, met haar leerlingen en verbreedde hiermee ook Moore's kennis van de kunsten. Mede dankzij haar aanmoedigingen was hij vastbesloten om als kunstenaar carrière te maken, te beginnen met het maken van een examen om een beurs te verkrijgen voor de lokale kunstacademie.
Ondanks eerdere beloftes waren zijn ouders er fel op tegen dat hij beeldhouwer zou worden, een beroep dat zij zagen als lichamelijke arbeid met weinig carrièreperspectieven. Zij zagen liever dat Moore in de voetsporen trad van zijn oudere zuster en onderwijzer zou worden. Na een korte stageperiode als student-leraar, werd Moore leraar aan de school in Castleford waar hij zelf les had gehad.
Op zijn achttiende werd Moore opgeroepen voor de militaire dienst. Moore was de jongste van zijn regiment, "The Prince of Wales's Own Civil Service Rifles regiment". In 1917 raakte hij gewond bij een gasaanval in de Slag bij Cambrai.Moore, Henry; Beckett, Jane; Russell, Fiona. "Henry Moore". Ashgate, 2003. Nadat hij was bijgekomen in het ziekenhuis zat hij de rest van de oorlog uit als trainingsinstructeur.Lewison, jeremy. "Moore" In sterk contrast met veel van zijn landgenoten kwam Moore de oorlog grotendeels zonder problemen door.Wilkinson, Alan G. Henry Moore: Writings and Conversations. University of California Press, 2002. 41. .
Begin als beeldhouwer Na de oorlog ontving Moore als oud-militair een toelage om zijn opleiding te kunnen voortzetten. In 1919 werd hij de eerste student beeldhouwkunst aan het Leeds College of Art and Design; er werd speciaal voor hem een beeldhouwatelier opgezet. Hij raakte bevriend met medestudent Barbara Hepworth. Moore had toegang tot vele werken die in het bezit waren van de rector magnificus van de universiteit, Michael Ernest Sadler."Henry Moore" Museum of Modern Art, 2007. In 1921 won Moore een studiebeurs voor het Royal College of Art in Londen. Hepworth was hem een jaar eerder al voorgegaan. Tijdens zijn verblijf in Londen vergrootte hij zijn kennis op het gebied van primitieve kunst en beeldhouwen door bestudering van de etnografische collecties van het Victoria and Albert Museum en het British Museum.
thumb|Een Chac-Mool-beeld dat Moore in het Louvre zag, heeft grote invloed op zijn werk gehad.
De eerste beelden van zowel Moore als Hepworth volgden nog de heersende, romantische stijl van het victoriaanse tijdperk met vormen uit de natuur, landschappen en figuratieve afbeeldingen van dieren. Later begon Moore zich ongemakkelijk te voelen bij deze, van de klassieken afgeleide, idealen. De latere vertrouwdheid van Moore met het primitivisme en de invloed van beeldhouwers zoals Constantin Brâncuși, Jacob Epstein en Frank Owen Dobson leidde hem naar het beeldhouwen met de taille directe-techniek, waarbij imperfecties van het materiaal en door het gereedschap achtergelaten sporen onderdeel worden van het uiteindelijke beeldhouwwerk.
Nadat hij zich deze techniek eigen had gemaakt, raakte hij steeds meer in conflict met zijn academische leraren, die weinig op hadden met de moderne manier van werken. Tijdens een les van zijn beeldhouwdocent Francis Derwent Wood aan het Royal College, werd aan Moore gevraagd om een kopie te maken in marmerreliëf van Rosselli's Maagd en kind.Allemand-Cosneau, Claude; Fath, Manfred, Mitchinson, David. "Henry Moore". Nantes: Musée des Beaux-Arts, 1996. 63. Eerst moest het reliëf gemodelleerd worden in modelgips, waarna het gereproduceerd moest worden in marmer door gebruik te maken van het punteerapparaat. In plaats hiervan beitelde hij het reliëf direct in het marmer en liet zelfs punten achter op het oppervlak, om de kenmerkende sporen van de punteertechniek te simuleren.
In 1922 reisde hij naar Parijs, waar hij musea bezocht en werken van Paul Cézanne bezichtigde. Moore was sterk verbonden met de natuur en begon vanaf 1922 objecten uit de natuur te verzamelen, zoals kiezelstenen, schedels, drijfhout en stenen. Zelf zei hij hierover:
In 1924 won hij, na het behalen van zijn diploma, een reisbeurs voor zes maanden naar Italië. Deze maanden bracht hij door in Noord-Italië, waar hij werken van Michelangelo, Giotto di Bondone, Giovanni Pisano en andere oude meesters bestudeerde. Gedurende deze periode bezocht hij weer Parijs, waar hij schetslessen nam aan de Académie Colarossi. Ook bewonderde hij in het Louvre een werk van de Tolteken-Maya, de "Chac mool". Dit achteroverleunende figuur zou een grote invloed hebben op zijn verdere werk en werd het primaire motief in veel van zijn sculpturen.
De jaren in Hampstead thumb|Reliëf West Wind (1928–29) gemaakt uit portlandsteen. Terug in Londen nam hij voor een periode van zeven jaar een baan aan voor twee dagen in de week als leraar aan het Royal College. Dit gaf hem de gelegenheid tijd aan zijn beeldhouwwerk te besteden. Het jaar 1928 was een keerpunt voor Moores carrière, zijn uitzonderlijk talent werd eindelijk erkend en hij ontving zijn eerste publieke opdracht van Charles Holden; het reliëf West Wind (1928–29), een van de windrichtingen op de gevel van het hoofdkantoor van de London Underground op 55 Broadway in Londen. Hiervoor sloot hij zich aan bij het gezelschap van Eric Gill, die de leiding had over het project en de kunstenaars die hieraan meewerkten.Eric Gill geeft leiding aan het project voor de Londen UndergroundCork, Richard. Art Beyond the Gallery in Early 20th Century Engeland. Yale University Press, 1985. 249. In de vorm van Moores West Wind is duidelijk de invloed van Michelangelo's liggende figuren op de grafmonumenten in de nieuwe sacristie van de Sint-Laurensbasiliek in Florence te zien.
De andere reliëfs, twee per windrichting en dag & nacht, werden gemaakt door enkele tijdgenoten van Moore, te weten: North Wind, A.H. Gerrard North Wind, Eric Gill East Wind, Eric Gill East Wind, Allan WyonSouth Wind, Eric Gill South Wind, Eric Aumonier West Wind, Samuel Rabinovich, de ander werd door Moore gemaakt Day and Night, Jacob Epstein
In 1926 betrok hij de Grove Studios en nam hij deel aan een tentoonstelling van meerdere kunstenaars (groepstentoonstelling) in de St George's Gallery in Londen. Ook maakte hij in dat jaar zijn eerste achteroverleunende figuur. In juli 1929 trouwde Moore met Irina Radetsky, een schilderes in opleiding, die studeerde aan het Royal College, waar Moore docent was. Irina werd in 1907 geboren in Kiev, haar ouders waren van origine Oekraïens-Pools. Haar vader overleefde de Russische Revolutie niet en haar moeder werd naar Parijs geëvacueerd. In Parijs hertrouwde haar moeder met een Britse legerofficier. Een jaar later werd Irina Parijs binnengesmokkeld en hier ging ze tot haar zestiende jaar naar school. Hierna werd ze naar de familie van haar stiefvader in Buckinghamshire (Engeland) gestuurd om bij hen te gaan wonen.
Vlak na hun huwelijk in 1929, verhuisde het paar naar een atelier in Hampstead en sloten zij zich aan bij een kleine avantgardistische kunstenaarskolonie, die zich daar had gevestigd. Kort hierna betrokken ook Hepworth en haar partner Ben Nicholson een atelier in dezelfde buurt in Hampstead. In deze buurt woonden ook nog Naum Gabo, Roland Penrose en de kunstcriticus Herbert Read, wat leidde tot een kruisbevruchting van ideeën.Read, Herbert. Henry Moore beeldhouwer. Modernism 101. Read zou erover publiceren en hielp Moore hiermee aan bekendheid bij het grote publiek. De buurt was ook een tussenstop voor veel architecten en ontwerpers uit Europa. Deze waren op de vlucht geslagen door de opkomst van het nationaalsocialisme en waren op weg naar de Verenigde Staten. Later zouden enkele van hen ook werk van Moore aanschaffen.
In 1932 werd Moore hoofd van de beeldhouwafdeling van de Chelsea School of Art.Grohmann, 30. Tussen 1930 en 1935 werd Moore tot lid verkozen door de Seven and Five Society, een club die van origine bestond uit zeven schilders en vijf beeldhouwers. Mede door hun frequente reizen naar Parijs en hun contacten met toonaangevende progressieve kunstenaars als Pablo Picasso, Georges Braque, Jean Arp en Alberto Giacometti werd het werk van Moore, Hepworth, John Piper en de andere leden van de Seven and Five Society steeds abstracter. Hierdoor gaven zij zichzelf dan ook een nieuwe naam; 7 & 5 abstract group."Seven and Five Society". Tate Britain. Moore sloot zich in 1933 aan bij de moderne kunst-beweging van Paul Nash, de "Unit One Group". In 1934 deed Moore mee aan de "Unit One" tentoonstelling in de "Mayor Gallery" in London. Moore werd steeds meer een gevestigde naam en in 1934 werd de eerste monografie over zijn werk door Herbert Read geschreven en gepubliceerd door de Zwemmer Gallery in Londen.