thumb|320px|Notatie van de noten in klavarskribo, gebaseerd op de toetsen van de piano thumb|GreensleevesDe cijfers bij de tel-lijntjes in de eerste maat verduidelijken de maatsoort, hier 'zesachtste'. Klavarskribo (Esperanto voor klavierschrift), ook wel afgekort als Klavar, is een notenschrift voor muziek dat rond 1931Klavar werd aan de Nederlandse pers gepresenteerd op 4 november 1931. ontworpen is door de Nederlander Cornelis Pot, mede op basis van ervaringen elders met beter aan de ontwikkeling van westerse muziek aangepaste systemen.De ontwerper van Klavar was al vóór 1931 bekend met alternatieve notenschriften, uit publicaties van onder meer: Versuch einer organischen Klaviernotenschrift, 8 pp., 1902, 1910 Naunton’s National Music System (Australië, Nieuw-Zeeland, ca. 1905-1921; Engeland, ca. 1915-1927) Rapid-Musikalien (Duitsland, ca. 1909-1921) The Sullivan System of pianoforte playing (Zuid-Afrika, Australië, Nieuw-Zeeland, ca. 1919-1924) Sheet of Music (USA, patent 1922) L’écriture musicale Leyat (Frankrijk, patent 1926) Handbuch der Notationskunde, I, 488 pp., 1913; II, 519 pp., 1919.

De belangrijkste verschillen met de traditionele muzieknotatie zijn: op de notenbalk zijn per octaaf 12 verschillende posities beschikbaar om de te spelen toon aan te geven, overeenkomend met de 12 toetsen per octaaf van een klavier; er zijn dus geen kruisen of mollen nodig; eenzelfde notatie voor noten die een octaaf verschillen, de noten C, c, c¹, c² zien er hetzelfde uit; maten en tellen binnen een maat worden weergegeven met een regelmatig raster van horizontale lijnen, zodat verschillende vormen van noten en rusttekens niet nodig zijn.

Het lijnenpatroon van Klavar komt overeen met het bekende patroon van witte en zwarte toetsen van een (piano)klavier. De verticale stand van de balk zorgt er voor dat akkoorden horizontaal worden weergegeven. Door het herkenbare lijnenpatroon en de horizontale akkoordenweergave is Klavarskribo gemakkelijk aan te leren voor met name bespelers van klavierinstrumenten. De Klavarnotatie is niet alleen te gebruiken voor klavierinstrumenten, maar evenals de traditionele notatie ook voor blaas- en strijkinstrumenten en voor zang.

Notatiesysteem van Klavarskribo Cornelis Pot had als elektrotechnicus in de jaren 1920 alle toetsen van een piano voorzien van elektrische contacten. Ieder contact was verbonden met een elektromagneet die een schrijfstift op een rol papier deed komen. Als het papier gelijkmatig onder de stiften werd bewogen ontstond een lijnen-notatie als voor een pianola en draaiorgel. Als daarna alleen de inzet (met een rondje) genoteerd wordt op een lijnensjabloon op basis van de zwarte toetsen van de piano is de basis van Klavarskribo gelegd.

Een notenschrift maakt gebruik van noten om de in een muziekstuk voorkomende tonen aan te geven. In Klavar is dat niet anders. Met noten wordt hier gedoeld op de rondjes of ovaaltjes die door hun plaatsing ten opzichte van de lijnen van de notenbalk (en door een eventueel voorafgaand kruis- of molteken), informatie geven over de te spelen toon.

Lijnen en noten De noten worden bij Klavarskribo genoteerd op en tussen een systeem van verticale lijnen die overeenkomen met de zwarte toetsen van een (piano)klavier. De ruimte tussen de lijnen komt overeen met de witte toetsen. Op de lijnen worden zwarte rondjes als noot geplaatst, tussen de lijnen open witte rondjes. Er zijn dus afwisselend twee en drie lijnen, waarvan de drie naast elkaar gelegen lijnen dikker zijn dan de twee andere. Tussen de lijnen is plaats voor een of twee witte noten. De twee lijnen direct rechts van de centrale c worden als stippellijn weergegeven. Voor toetsinstrumenten duiden de zwarte noten op zwarte toetsen en de witte noten op witte toetsen. De witte noten worden onder de notenstokken getekend en de zwarte erboven. Voor toetsinstrumenten geldt bovendien dat de richting van de stok naar links of naar recht de speelhand aangeven van de desbetreffende noten. De noten worden van boven naar beneden gelezen.

Hieronder de verschillen tussen de traditionele notatie en Klavar, voor zover het gaat om het aanduiden van tonen. {| class="wikitable" style="background-color:#ffffff;" |- ! Traditioneel ! Klavarskribo |- style="text-align:center;" | style="width:50%;" |

| Chromatic scale KS|x200px |- | style="width:50%;" | Zeven posities per octaaf Noten zonder en met voortekening (kruisen, mollen) Het beeld t.o.v. notenbalk wisselt per octaaf | Twaalf posities per octaaf Geen voortekens Beeld in elk octaaf gelijk |-style="text-align:center;

| Same note in different sized bars|x115px

Meerdere sleutels Groter bereik door extra balk. | Eén "sleutel": gemarkeerd lijnenpaar naast centrale c' Groter toonbereik door extra lijnen |-style="text-align:center;

| Scale in e and c|x150px

Gelijkvormig beeld voor alle majeur-ladders Halve of hele toonafstand bij opvolgende noten | Variërend beeld per majeur-ladder Steeds halve toonafstand bij opvolgende noten

Geen kruisen en mollen Klavarskribo is, net als de meeste toetsinstrumenten, gebaseerd op een onderverdeling van het octaaf in twaalf toontrappen. De twaalf tonen hebben elk een eigen positie voor de noot op of tussen de lijnen bij Klavar. Daardoor zijn voortekens overbodig; bij Klavar worden geen kruisen en mollen, dubbelkruisen en dubbelmollen, herstellingstekens en herinneringstekens, gebruikt. Het ontbreken van deze voortekens leidt tot een rustig en sprekend schriftbeeld in de Klavarbalk. Speciaal bij klaviermuziek met volle akkoorden speelt dit een rol. Muziektheoretisch is dit echter een probleem, en ook instrumenten die een andere stemming gebruiken, kunnen problemen ondervinden.

Geen verschillende sleutels De structuur in het balkpatroon, door het weglaten van twee lijnen per octaaf (en daarmee ook van twee nootposities) en door de wat dikkere trio-lijnen, maakt een snellere oriëntatie mogelijk dan bij een gelijkmatige lijnverdeling.

thumb|left|Even breed getekende notenbalken voor een toonbereik van 5 octaven.

Doordat de Klavarbalk bruikbaar blijkt voor elk in de muziek voorkomend toonbereik, zijn er geen combinaties nodig van smallere balken met verschillende sleutels (zoals de vioolsleutel, bassleutel en soms nog andere). En dus ook geen sleutelwisselingen onderweg. De doorlopend gestreepte ‘middenrails’ in elke Klavarbalk bepalen de onderkwint van de kamertoon (meestal 440 Hz); in vroege Klavaruitgaven komt het midden-c-teken voor als sleutel. Als alternatief voor een balk met veel hulplijnen kan ook in Klavar een ‘ottava’-teken (bijv. 8va) dienen.

Dat in Klavar een brede balk goed leesbaar blijft, hoeft natuurlijk niet te betekenen dat een orkestpartituur, met veel parallelle afzonderlijke balken, in Klavar méér ruimte neemt. Want voor instrumenten (en zangstemmen) met een beperkt bereik, zal de omvang van de balk daarop zijn afgestemd.

Octaafgelijk notenbeeld Anders dan bij de traditionele muzieknotatie is bij Klavarskribo het notenbeeld in elk octaaf hetzelfde.

Visuele maatverdeling Het muziekschrift moet behalve de hoogte van een toon, ook het start- en stopmoment aangeven. Klavar gebruikt daartoe niet een systeem met duurtekens en rusttekens waaruit de bedoelde tijdstippen zijn af te leiden, maar gaat uit van een 'tijd-evenredige' nootplaatsing. Dat betekent: maten met een hoorbaar gelijke duur krijgen op de notenbalk een zichtbaar gelijke lengte; van een noot die aangeeft dat een toon bij aanvang van een maat moet worden ingezet, staat de notenstok óp (en niet een stukje ná) de maatstreep; in een marsmaat, walsmaat en vierkwartsmaat wordt de ruimte met resp. 1, 2, en 3 streeplijntjes in gelijke delen verdeeld, en zo nodig wordt een enkele ‘tel’ nog weer met kortere hulplijntjes onderverdeeld; elke noot heeft zijn stok op het tellijntje waarop de toon moet worden ingezet; bij voldoend regelmatige ritmes blijven die lijntjes weleens achterwege; bij meer complexe maatsoorten zijn er aangepaste tellijn-verdelingen; de duur van de noot volgt uit de regel: elke noot duurt tot de volgende van dezelfde hand of stem, tenzij er een stopteken of een doorklinkstip staat. Overigens is de traditionele symbolische aanduiding van inzetmoment en toonduur met stokvlaggen en rusttekens, met een kleine aanpassing ook in de Klavarbalk toe te passen. Bij eerdere notenschrift-hervormingen komt dit wel voor.

Toonsoort thumb|Toonaard-wijzers in Klavar Klavarskribo kent een systeem om de toonsoort van een muziekstuk aan te geven. De voorkomende toonaard-wijzers "omgeven" de grondtoon van de erop volgende muziek met een symbool voor de toonsoort, zoals nevenstaand is afgebeeld. In de traditionele notatie kan, zij het niet helemaal eenduidig, uit de vaste voortekening een combinatie van grondtoon en toongeslacht afgeleid worden (één kruis staat bijvoorbeeld voor zowel G-groot als e-klein). Muziek in Klavarnotatie is ook zonder toonaardwijzer te spelen, in de traditionele notatie leidt weglating van de voortekening in veel toonsoorten tot een overmaat aan kruisen en mollen in de balk.

Stokposities De notenstokken worden op de aanslagmomenten gelegd met een richting die door de gebruikte hand wordt voorgeschreven. De consequentie is evenwel dat de stokposities niet meer gebruikt kunnen worden om afzonderlijk stemmen een plaats te geven in de muziekbalk zoals gebruikelijk in het traditionele schrift. Om toch een cantus firmus of een melodielijn te kunnen markeren, wordt gebruik gemaakt van dikkere noten. Kruisende stemmen worden aangegeven met verbindingsstreepjes.

Toonhoogte en nootpositie Een logische keuze is de verdeling van het octaaf in twaalf gelijke intervallen, twaalf 'halftoon'-stappen, want dat sluit aan bij het feit dat de overgrote meerderheid van de in de westerse muziek gebruikelijke instrumenten zonder vrije intonatie, juist twaalf toonhoogtes per octaaf kunnen voortbrengen, waarbij die twaalf toonhoogtes gelijkmatig (of bijna gelijkmatig, bij niet-gelijkzwevende stemmingen) over het octaaf verdeeld zijn.

Noten op twee aangrenzende balkposities geven in Klavar steeds een halve toonstap aan, de traditionele notatie kent deze regelmaat niet. Van de twaalf halve toonstappen per octaaf hebben de (dubbelwitte) balkposities B en C, en idem E en F, een grotere onderlinge afstand dan de tien overige (zwart-witte) buur-paren. Dit vanwege verondersteld leesgemak en ter vermijding van overlap bij deze paren.Incidenteel komt een iets aangepast balkpatroon voor, met gelijke afstanden tussen alle twaalf balkposities. Het schrift is dan maximaal 'toonhoogte-evenredig'.De plaatsing van de noot-posities op de Klavarbalk heeft ten dele een historische oorsprong. Het muziekschrift is rond 1930 ontwikkeld in samenhang met de bouw van een elektromechanische muziekschrijfmachine; de constructie van dat apparaat, dat elke toetsaanslag op een piano direct op papier registreerde, liet geen overlappende nootposities toe.

Een argument uit de muziekleer is, dat met die gelijkmatige verdeling in 12 intervallen de voornaamste harmonische intervallen (de reine kleine/grote terts, kwart, kwint, kleine/grote sext) allemaal binnen één procent te benaderen zijn.Keith Enevoldsen, Twelve-Tone Musical Scale, 2015; (citaat:) The twelve-tone equal-tempered scale is the only equal-tempered scale that contains all seven of the basic consonant intervals to a good approximation — within one percent — and contains more consonant intervals than dissonant intervals. Gearchiveerd op 24 mei 2023.