Proximus Groep, voorheen bekend onder de naam Belgacom, is een leverancier van digitale diensten en communicatieoplossingen die actief is in België en op de internationale markten.

In België biedt het bedrijf zijn belangrijkste producten en diensten aan met de merken Proximus, Scarlet en Mobile Vikings.

De groep is ook actief in Luxemburg en Nederland via Proximus NXT, met in Luxemburg de merknaam Tango.

Internationaal worden de activiteiten uitgevoerd door BICS, Telesign en Route Mobile. Proximus Accelerators, het ecosysteem van IT-partners (Be-Mobile, ClearMedia, Codit, Davinsi Labs en Proximus NXT) begeleidt bedrijven bij hun digitale transformatie.

Sinds 31 december 2023 is 53,51% van de Proximus Groep in handen van de Belgische staat. Proximus bezit 4,56% van zijn eigen aandelen, de resterende 41,93% is vrij verhandelbaar op de markt.

Geschiedenis Van 1879 tot 1914: het begin van de telefonie in België In 1879 installeren de Belgische telegraafdiensten een telefoonlijn in het parlement. In datzelfde jaar dienen verschillende privéondernemers een aanvraag in om in een aantal Belgische steden telefoonnetwerken uit te baten. Omdat er de eerste jaren geen wetgeving bestaat, is de kans op een succesvolle ontwikkeling van het telefoonnetwerk eerder klein. Het dwingt de Belgische overheid om een wetgevend kader op te stellen dat de exploitatie van de telefonie in België regelt. Vanaf 1896 komt de hele telefoonsector in handen van een overheidsbedrijf.

In 1913 is een groot deel van België bereikbaar via de telefoon. Het aantal abonnees blijft beperkt, maar de meeste stations, post- en telegraafkantoren zijn uitgerust met openbare telefooncellen.

Van de Eerste Wereldoorlog tot 1930: overgang naar een autonoom overheidsbedrijf Tijdens de Eerste Wereldoorlog komt er een abrupt einde aan de telecommunicatie in België door de financiële afhankelijkheid van het overheidsbedrijf. Het Bestuur van Telegrafie en Telefonie heeft, door de schade en ontmanteling van de netwerken tijdens de oorlog, enorme investeringen nodig.

Op 19 juli 1930 wordt de RTT opgericht, het Belgische nationale telegraaf- en telefoonbedrijf. Steeds meer mensen maken thuis gebruik van de telefoon.

Van 1930 tot de Tweede Wereldoorlog: integratie van de RTT in het industriële overheidsbeleid Via de RTT investeert de overheid enorme sommen in het Belgische telefoonnet. Een steeds groter deel van de bevolking, uit verschillende sociale klassen, heeft voortaan toegang tot telefonie.

Tegelijk duikt een ander verschijnsel op, dat al snel een zware last voor de onderneming met zich meebrengt. Tijdens de economische crisis van de jaren 30 gebruikt de overheid de RTT in zijn industriële en werkgelegenheidsbeleid. Door een volledige automatisering van het Belgische telefoonnet te forceren probeert de overheid de hoge werkloosheidsgraad in de sector terug te dringen. Hierdoor wordt de autonomie van de RTT aanzienlijk beknot.

De wet van 1930 stelde duidelijk dat de onderneming onafhankelijk een investeringsprogramma mocht ontwerpen en uitvoeren. Door haar werkgelegenheidsbeleid op te leggen, gaat de overheid echter regelrecht in tegen het basisprincipe van de wet. Daardoor ontstaat er na de oorlog al snel een structureel probleem bij de RTT.

Van de Tweede Wereldoorlog tot 1986: van hoogtechnologisch bedrijf tot crisis Vlak na de Tweede Wereldoorlog wordt de RTT geconfronteerd met aanzienlijke schade en een gedeeltelijke ontmanteling van de netwerken. Om de sector snel weer te doen opleven, beslist de overheid financieel bij te springen.

In die periode neemt de vraag naar telecommunicatiediensten in ijltempo toe. Het aantal abonnees groeit enorm: van ongeveer 350.000 in 1946 naar 522.000 in 1951 tot meer dan een miljoen in 1965. Deze groei van het klantenbestand leidt tot een hoog investeringsritme, waardoor de RTT tegen het einde van de jaren zestig toonaangevend is op gebied van technologische en sociale ontwikkeling.

Dat expansiebeleid heeft echter ook een schaduwkant. Vanaf het einde van de jaren zestig beginnen de schulden zich op te stapelen. De economische crisis die de wereld vanaf 1973 in haar greep houdt, helpt de zaken ook niet vooruit. Bovendien raakt het bedrijf betrokken in een corruptieschandaal: het RTT-schandaal. De financiële gezondheid van de onderneming gaat almaar achteruit. Vanaf het midden van de jaren zeventig moet de RTT dan ook belangrijke bezuinigingsprogramma's doorvoeren.

In de loop van de jaren tachtig groeit de overtuiging dat de telecommunicatiesector een van de belangrijkste ontwikkelingspolen van het einde van de twintigste eeuw zal worden. En dus begint de directie van de RTT vanaf 1981 met een grondige reorganisatie om bepaalde structurele problemen van de onderneming weg te werken.

Van 1987 tot 2004: de Belgacomwet en de evolutie van de sector onder invloed van Europa In 1987 doet een andere partner zijn intreden: de Europese Commissie introduceert haar Groenboek over de ontwikkeling van de gemeenschappelijke markt voor telecommunicatiediensten en -apparatuur waarin de liberalisering van de markt centraal staat. Dit Groenboek vormt de basis van de Belgische wet van 21 maart 1991 die een nieuw type overheidsbedrijf met een grotere autonomie creëert. De Belgische telecommunicatiesector wordt gereorganiseerd en in 1992 wordt de RTT vervangen door Belgacom PLC, een autonoom overheidsbedrijf. Het bedrijf en de staat gaan een managementcontract aan dat de levering van bepaalde openbare diensten waarborgt en het bedrijf meer autonomie geeft dan in de Akte van 1930 was vastgelegd.

Vanaf 1994 worden de Europese convergentieprocessen versneld doorgevoerd. De Europese Commissie verklaart in een nieuw Groenboek dat netwerkexploitatie en telefonie ook open moeten staan voor concurrentie. Belgacom PLC evolueert naar een vennootschap die beperkt wordt door aandelen in het openbaar recht. Op 1 juli 1994 lanceert Belgacom het mobiele Proximusnetwerk, dat wordt toevertrouwd aan een dochteronderneming, Belgacom Mobile. Belgacom blijft 75% aandeelhouder, de resterende 25% is eigendom van Air Touch (Vodafone uit 1999).

In 1996 verkoopt de Belgische overheid 50% min 1 Belgacom-aandeel aan het ADSB Telecommunications consortium. Dit consortium bestaat uit Ameritech (SBC), Tele Danmark en Singapore Telecom, plus 3 Belgische financiële instellingen: Sofina, Dexia en KBC.

In 1997 wordt een carrier & wholesale-afdeling opgericht, Belgacom International Carrier Services (BICS). Aangezien de telecommarkt op 1 januari 1998 volledig geliberaliseerd is, neemt Belgacom Skynet over, de eerste aanbieder van internettoegang in België en een van de grootste webportals van het land. Zijn internetactiviteiten worden geïntegreerd in het merk Belgacom, dat ADSL op de Belgische markt lanceert. In 2000 opent BICS kantoren in Azië/Oceanië, Amerika en het Midden-Oosten. In 2001 lanceert het zijn mobiele aanbod.

In 2001 wordt het BeST-plan ingevoerd dat als doel heeft het bedrijf te herstructureren door het op te splitsen in vier businessunits. Belgacom stoot ook bepaalde activiteiten af, zoals Belgacom France, Ben, zijn beveiligingsactiviteiten en de Franse activiteiten van Infosources. De gevolgen van het BeST-plan voor het personeel worden duidelijk in 2002. Een groot deel van het personeel krijgt het aanbod om te stoppen met werken, deeltijds te werken of zich om te scholen.

In een meer en meer open markt waarin de concurrentie almaar agressiever wordt, beslist Belgacom in 2003 zijn imago radicaal te veranderen. Een nieuw logo, nieuwe kleuren en de wil om dichter bij de klant te staan moeten een nieuw elan brengen. Die radicale veranderingen in de filosofie van het bedrijf zijn de voorbode van de beursgang van de operator. Op 22 maart 2004 staat Belgacom voor het eerst genoteerd op de aandelenmarkt. Dit is een van de belangrijkste operaties binnen de Europese telecomsector sinds de toetreding van Orange in februari 2001. De Belgische overheid blijft hoofdaandeelhouder met 50% + 1 van alle aandelen, terwijl het ADSB-consortium al zijn aandelen verkoopt.

Dankzij de beursgang kan de Belgische operator belangrijke middelen vrijmaken om zijn ambities te financieren: de vaste internettoegang via breedband of glasvezel aanbieden (via het Broadway-project).

2004 is ook het jaar waarin de operator de eerste testen met digitale televisie uitvoert bij enkele honderden gezinnen, met de bedoeling nieuwe inkomstenbronnen aan te boren in een markt waar de concurrentie met triple play-pakketten (televisie, telefonie en internet) zoals IPTV steeds heviger wordt.

Van 2005 tot 2009: consolidatie, convergentie en de eerste gebundelde aanbiedingen. In 2005 ondertekenen Belgacom en Swisscom Fixnet een overeenkomst om hun internationale carrieractiviteiten samen te voegen en zo hun positie op de internationale markt te consolideren. Belgacom TV wordt gelanceerd op de Belgische markt en verwerft de uitzendrechten op het Belgische voetbal voor drie seizoenen. Het digitale tv-aanbod van Belgacom via ADSL is het eerste in zijn soort in België. Het maakt Belgacom tot een quadruple-play operator, die zowel vaste telefonie, mobiele telefonie, snel internet als televisie aanbiedt. Het stelt het Belgische bedrijf in staat om nieuwe inkomstenbronnen veilig te stellen, gezien de winstmarges op zijn andere activiteiten steeds kleiner worden. In 2005 wordt Proximus ook de eerste mobiele telefonieprovider in België die 3G-diensten aan het grote publiek aanbiedt.

In 2006 neemt Belgacom Telindus over en versterkt zo zijn ICT-aanbod en netwerkintegratiediensten voor de zakelijke en professionele markt. Belgacom verwerft ook de resterende 25% participatie in Proximus van Vodafone en neemt Euremis over, die mobiele CRM aanbiedt aan bedrijven in de fast-moving consumer goods (FMCG) en de farmaceutische sector. In april 2007 lanceren Proximus en Belgacom de 'packs', hun eerste gebundelde aanbiedingen. Daarnaast blijft Belgacom ook zijn digitale televisieaanbod verder ontwikkelen.

2008 wordt ingezet met de overnames van Scarlet en Tele2 Luxembourg. Belgacom neemt Scarlet NV) over, waardoor het in staat is om het segment van de goedkope markt binnen te dringen. In juni 2008 neemt de provider ook Tango over van Tele2, de toonaangevende alternatieve operator die actief is in Luxemburg en Liechtenstein.

Van 2010 tot 2013: TV Everywhere en het eerste 4G-netwerk In 2010 voltooit Belgacom Group de volledige integratie van zijn dochterondernemingen Belgacom Mobile SA/Proximus, Telindus NV, Telindus Sourcing SA, de activiteiten van Belgacom Skynet SA en de Belgische activiteiten van Telindus Group NV in Belgacom SA om één rechtspersoon te vormen. De andere dochterondernemingen blijven afzonderlijke juridische entiteiten. In datzelfde jaar worden partnerships getekend met Jinni, In3Depth, Blinkx en OnLive om het Belgacom TV-entertainmentplatform verder uit te bouwen. Ook FON, de grootste Wi-Fi-gemeenschap ter wereld, wordt partner.

Na verschillende incidenten wordt CEO Didier Bellens in 2011 ontslagen. Tot er een nieuwe CEO gevonden wordt, worden Ray Stewart en Stefaan De Clerck tot tijdelijke CEO's benoemd.

Nog in 2011 lanceert Belgacom TV Everywhere, waarmee klanten Belgacom TV kunnen kijken op elk apparaat (tv, pc, tablet, smartphone) via Wi-Fi en 3G. Belgacom tekent ook een exclusief partnership met Deezer, waardoor het contentaanbod wordt uitgebreid met muziekstreaming. BICS sluit een roaming-hubcontract met MTN Group, de grootste mobiele operator in Afrika en het Midden-Oosten. Telindus lanceert op zijn beurt het merk Telindus Telecom met connectiviteit en datacenteraanbiedingen voor de zakelijke en professionele markt.

In 2012 lanceert Proximus het eerste 4G-netwerk in België en Tango in Luxemburg. Met de lancering van Internet Everywhere — een geïntegreerde oplossing voor thuis en onderweg  — vindt Belgacom het internet opnieuw uit. Belgacom Groep neem dat jaar ook de winkelketen The Phone House over.