Arsenal Football Club, kortweg Arsenal of The Arsenal, is een Engelse voetbalclub uit Highbury, Londen, die werd opgericht in 1886 als Dial Square, waarna het in 1913 de huidige naam aan nam.
Geschiedenis Van Dial Square naar Arsenal In oktober 1886 vormde de Schot David Danskin en vijftien collega-munitiewerkers in Woolwich de Dial Square Football Club, genoemd naar een werkplaats in het hart van het Royal Arsenal-complex. Na de jaarwisseling veranderde de naam reeds in Royal Arsenal die haar meeste wedstrijden in Plumstead speelde. In 1890 won de club haar eerste (lokale) prijzen. Een jaar later werd Royal Arsenal de eerste professionele Londense voetbalclub.
Toen een vennootschap werd geregistreerd veranderde de club opnieuw van naam. Ze registreerden hun nieuwe naam, Woolwich Arsenal, bij de English Football League. Het was de eerste zuidelijke deelnemer van de Football League, waar het in de Second Division begon en in 1904 in de First Division belandde. Als gevolg van financiële problemen onder de munitiearbeiders en de opkomst van beter toegankelijke voetbalclubs elders in de stad stond Woolwich Arsenal in 1910 aan de vooravond van een faillissement.
Bank of England Henry Norris en William Hall, beiden invloedrijke zakenlieden en tevens voorzitters van Fulham FC, namen een actieve rol op in het bestuur. Ze concludeerden dat de club alleen kon overleven door te verhuizen naar een ander gebied. Plumstead, waar de club toen speelde, lag afgelegen en trok weinig fans.
In 1913, na langdurige onderhandelingen, vonden Norris en Hall een geschikte locatie in Highbury, in Noord-Londen. De club liet de geografische verwijzing uit de naam vallen en wijzigde zijn naam van Woolwich Arsenal in The Arsenal. Het nieuwe stadion, officieel het Arsenal Stadium maar algemeen bekend als Highbury, werd met grote haast gebouwd. De verhuizing bracht de club geografisch dicht bij het territorium van Tottenham Hotspur, wat direct leidde tot spanningen in Noord-Londen. Echter, het seizoen voor de verhuizing degradeerde Arsenal naar de Second Division, daardoor bleef de eerste 'North London Derby' nog even uit.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog lag de competitie vier seizoenen stil. Toen de competitie in 1919 werd hervat, besloot de English Football League de First Division uit te breiden van 20 naar 22 teams. De nummers één en twee van de Second Division van het seizoen 1914–15 promoveerden, waardoor de competitie zonder degradaties 22 teams zou hebben geteld. Hoewel Arsenal slechts vijfde eindigde op het tweede niveau, lobbyde clubvoorzitter Henry Norris intensief voor promotie. Dit moest ten koste gaan van lokale rivaal Tottenham, de laatste van de First Division, die normaal gesproken zou zijn gedegradeerd. In de uiteindelijke stemming kreeg Arsenal de meeste stemmen en promoveerde alsnog, Tottenham degradeerde.
Tottenham keerde een seizoen later alweer terug, waardoor de eerste 'North London Derby' nu echt kon plaatsvinden. Arsenal verloor deze wedstrijd in januari 1921 op White Hart Lane.
Met een nieuw stadion en wedstrijden op het hoogste niveau verdubbelden het aantal toeschouwers per wedstrijd ten opzichte van Arsenals tijd in Plumstead. Ook het budget nam snel toe. Met recordbrekende uitgaven en ontvangstbewijzen werd Arsenal al snel bekend als de club van de "Bank of England".
Legendarische Gunners Herbert Chapman thumb|250px|Herbert Chapman Met de nieuwe locatie en het recordbrekend salarisaanbod van Arsenal werd in 1925 de succesvolle Huddersfield Town-hoofdtrainer Herbert Chapman aangetrokken. Hij bouwde een nieuw elftal op met daarin onder andere jonge talenten als Cliff Bastin en Eddie Hapgood, terwijl ook de aangetrokken sterren David Jack en Alex James deel uitmaakten van het team.
Het team van Chapman won in 1930 haar eerste nationale zilverwerk, de FA Cup. In de jaren erna, 1930/31 en 1932/33, volgden het landskampioenschap. Halverwege het seizoen 1933/34 overleed Chapman plotseling aan de gevolgen van een longontsteking. Joe Shaw en George Allison volgden in zijn voetsporen als hoofdtrainer en continueerden zijn successen door in 1934, 1935 en 1938 kampioen te worden. Daarnaast werd er in 1936 ook nog een FA Cup gewonnen.
Door de Tweede Wereldoorlog lag de competitie zeven jaar lang stil. Terwijl Arsenal door het land werd gezien als symbool van solidariteit met oorlogsinspanningen, eiste dezelfde oorlog een enorme tol van het team, aangezien de club meer spelers had verloren dan elke andere club op het hoogste niveau. Daarnaast namen de financiële mogelijkheden van de club af door de schulden van een herontwikkelde tribune.
Tom Whittaker Desalniettemin veroverde Arsenal in 1948 wederom de titel. Het was de eerste prijs onder leiding van Tom Whittaker, die een succesvolle en zeer bekwame ploeg samenstelde ondanks de beperkte middelen. Ze wonnen een derde FA Cup in 1950 en een recordbrekende zevende landstitel in 1953, waardoor het destijds de meest succesvolle club in het Engelse voetbal was.
Middelmaat In de achttien jaar die volgden wist Arsenal geen beslag meer te leggen op de First Division en FA Cup. Hoewel de club competitief was eindigden ze veelal in de middenmoot van de competitie gedurende de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw. Zelfs voormalig Engeland-aanvoerder Billy Wright kon als hoofdtrainer geen successen brengen.
Pas in 1968 en 1969 stond Arsenal weer in een finale, maar beide finales in de strijd om de League Cup gingen verloren. Wel boekte de club succes in de Jaarbeursstedenbeker van 1969/70. Het was een aanzet naar de dubbel die een jaar later werd behaald door het winnen van de First Division en FA Cup.
Oud-speler Terry Neill werd in 1976 met 34 jaar de jongste Arsenal manager ooit, tot op de dag van vandaag. Met nieuwe aanwinsten als Pat Jennings en talenten als Liam Brady en Frank Stapleton reikte de club tot drie FA Cup-finales op rij tussen 1978 en 1980 en verloren ze de strijd om Europacup II van 1980 na strafschoppen. Enkel de FA Cup-finale van 1979 werd gewonnen na een 3-2 overwinning op Manchester United.
Succesjaren George Graham Voormalig dubbel-winnaar George Graham keerde in 1986 terug bij de club, ditmaal als manager. Onder zijn leiding won Arsenal voor het eerst in haar bestaan de League Cup in 1987. Graham schaafde aan een elftal waarin onder andere de Famous Back Four deel van uitmaakten, bestaande uit Nigel Winterburn, Lee Dixon, Steve Bould en Tony Adams. De defensieve prioriteit die Graham hanteerde ging in tegen het traditionele beeld van de club, maar kreeg al snel een cultstatus na aanvankelijk succes.
Ter gelegenheid van het 100-jarige bestaan van de English Football League werd er in 1988 gestreden om de Football League Centenary Trophy, die door de club werd gewonnen. Deze werd gevolgd door First Division-kampioenschappen in 1989 en 1991. In 1993 volgden een dubbel in de vorm van het winnen van de FA Cup en de League Cup, terwijl een jaar later de UEFA Cup Winners' Cup werd gewonnen.
Arsène Wenger thumb|250px|Arsène Wenger met op de voorgrond Per Mertesacker Arsenal onderging onder de in 1996 aangestelde Fransman Arsène Wenger een metamorfose.Arsene Wenger: Arsenal boss's appointment was destiny BBC, 21 maart 2014. Gearchiveerd op 10 september 2021. Aanvalled voetbal, een herziening van voedings- en fitnesspraktijken en efficiëntie met geld bepaalden zijn sportieve koers. Met belangrijke spelers uit het thuisland van de manager, waaronder Patrick Vieira en Thierry Henry, werd er in 1998 en 2002 opnieuw beslag gelegd op een League en FA Cup-dubbel. Daarnaast reikte de club tot de finale van de UEFA Cup in 2000, won het de FA Cup-finales van 2003 en 2005 en werd er in 2004 opnieuw een landstitel behaald.
thumb|250px|Arsenal viert het kampioenschap in het seizoen 2003/04 Het kampioensteam van 2004, met daarin naast Vieira en Henry onder andere Dennis Bergkamp, Ashley Cole, Sol Campbell en Jens Lehmann, kreeg de bijnaam The Invincibles doordat het geen enkele wedstrijd verloor dat seizoen. Daarmee was Arsenal de tweede club sinds Preston North End die dat lukte. Preston North End deed dat in het oprichtingsseizoen van de Football League, 1888/89. Arsenal brak een Europees record door 49 wedstrijden achtereen ongeslagen te blijven. De uiteindelijke nederlaag werd toegediend door de aartsrivaal uit Manchester, Manchester United.
In acht van de eerste negen seizoenen onder Wenger eindigde de club in de top twee van de Premier League, maar wisten ze nooit opeenvolgende titels te winnen. Ook kwamen ze in de Champions League niet verder dan de kwartfinale tot het seizoen 2005/06. Dat seizoen werden ze de eerste Londense club die de finale bereikte, maar deze werd met 2-1 verloren van Barcelona.
thumb|250px|Emirates Stadium Na de verhuizing naar het Emirates Stadium in 2006 bereikte het enkel nog de League Cup-finales in 2007 en 2011, die verloren gingen tegen Chelsea en Birmingham City respectievelijk.
Door middel van recordaankoop Mesut Özil hoopte de club voor het eerst sinds 2005 weer een prijs te winnen. Hier slaagde het in 2013/14 direct in door in de FA Cup-finale Hull City met 3-2 te verslaan, nadat het met 2-0 achter kwam te staan. Een jaar later werd opnieuw de FA Cup gewonnen. In 2017 werd Arsenal zelfs de meest succesvolle club in het bekertoernooi door hem voor de dertiende keer te winnen. Ondanks het succes in het bekertoernooi eindigde de club voor het eerst sinds de aanstelling van Wenger in 1996 buiten de top vijf van de Premier League. In zijn 21e en laatste seizoen behaalde Wenger de zesde plaats en won hij nog het Community Shield. Aan het einde van het seizoen 2018 nam de voormalig succestrainer afscheid van Arsenal. Met zijn lange dienstverband werd hij de langstzittende coach in de Premier League. Wenger is echter niet de coach met grootste anciënniteit op het hoogste Engelse niveau, omdat de Premier League pas sinds 1992 bestaat.
Aandelenhandel In mei 2017 deed Alisher Usmanov pogingen om Arsenal volledig in handen te krijgen. De steenrijke Russische zakenman bracht een bod van ruim 1,5 miljard euro uit om meerderheidsaandeelhouder Stan Kroenke uit te kopen, maar deze sloeg het bod af. Usmanov bezat op dat moment 30 procent van de aandelen, terwijl Kroenke 67 procent in handen had. De miljardair uit Rusland, die zijn fortuin vergaarde in de staalindustrie, wilde de volledige zeggenschap krijgen, omdat hij bezorgd was over het gebrek aan investeringen in de club. Tegenover het zakenblad Bloomberg liet hij weten dat de magere resultaten van de club niet alleen de schuld waren van manager Arsène Wenger, maar vooral ook van het bestuur en van Kroenke.Arsenal-eigenaar slaat bod van steenrijke Rus af, Algemeen Dagblad, 19 mei 2017. Gearchiveerd op 23 september 2020. Die verklaarde later op zijn beurt niet van plan te zijn om zijn aandelen in Arsenal te verkopen.Grootaandeelhouder Kroenke: Arsenal is niet te koop, Algemeen Dagblad, 22 mei 2017. Gearchiveerd op 23 september 2020. In augustus 2018 was het vervolgens Kroenke die de aandelen van Usmanov overnam.Kroenke koopt Oesmanov uit en wordt volledig eigenaar van Arsenal Het Financieele Dagblad, 7 augustus 2018
Revolutie thumb|250px|Mikel Arteta Unai Emery Na een herziening van het bedrijfsmodel, die samenviel met het vertrek van Wenger, werd Spanjaard Unai Emery aangesteld als hoofdtrainer van Arsenal. In zijn eerste seizoen als eindverantwoordelijke eindigde de club als vijfde in de competitie en bereikte het de finale van de Europa League. Die werd met 4-1 verloren van stadsgenoot Chelsea. In november 2019 werd Emery ontslagen. Voormalig speler Freddie Ljungberg nam tijdelijk de honneurs waar, waarna de club op 20 december 2019 een andere oud-speler, Mikel Arteta, aanstelde als hoofdtrainer.
Mikel Arteta