miniatuur|Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Een verdrag, ook conventie of traktaat, is tegenwoordig een schriftelijke overeenkomst van bindende aard tussen twee of meer staten of volkenrechtelijke instellingen, in de geschiedenis ook een overeenkomst tussen vorsten, kerkelijk leiders, grootgrondbezitters, mogendheden en andere machthebbers en bestuurlijke organen.In regio's waar een feodaal stelsel heerste bijvoorbeeld, sloot de eigenaar van grond verdragen af met degene die van hem kleinere stukken grond in leen kregen. De rechten en verplichtingen werden in de verdragen vastgelegd. Met uitzondering van de Rooms-Katholiek kerk was hier sprake van een persoon die de macht kon uitoefenen, niet van een orgaan of mogendheid. Een verdrag tussen meer dan twee partijen heet een multilateraal verdrag.
Nederland is partij bij verdragen als 'Koninkrijk der Nederlanden', bestaand uit Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Na ondertekening van een verdrag beslissen Aruba, Curaçao en Sint Maarten zelf of het verdrag ook voor hen zal gelden. De Nederlandse overheid biedt burgers online toegang tot de verzameling verdragen waarbij het Koninkrijk partij is.
In andere talen, bijvoorbeeld het Duits, wordt met het woord verdrag (Vertrag) ook een overeenkomst in het algemeen aangeduid.
Verdragen in het algemeen Verdragen kunnen worden gesloten tussen staten onderling, tussen staten en andere internationale rechtspersonen of subjecten van internationaal recht en tussen hen onderling. Denk bij internationale rechtspersonen aan internationale organisaties als de Verenigde Naties of de Raad van Europa, maar ook de Europese Unie is door het opstellen van een reeks verdragen tot stand gekomen. Het internationaal recht kent geen internationaal geldende handhavingsregels. De regels tot nakoming van een verdrag en de instantie waar geschillen kunnen worden voorgelegd, moeten daarom bij het verdrag worden geregeld.
In de oudheid begrepen de Carthagen en Romeinen al dat handel drijven vooral profijt brengt, als afspraken worden nagekomen. In de Romeinse tijd werd het rechtsbeginsel pacta sunt servanda vastgelegd: afspraken moeten worden bediend, ofwel partijen zijn verplicht gesloten verdragen te goeder trouw na te komen. Dit beginsel is al te vinden in het oude Egypte en bij de Chinezen en komt later herhaald voor in de Koran.
Het opzetten van een verdrag is het instrument bij uitstek om (dreigende) geschillen tussen staten bij te leggen of om een andere reden tot bindende afspraken tussen staten te komen. Hoewel strikt formeel verdragen ook mondeling kunnen worden gesloten, gebeurt dit in de praktijk nauwelijks tot niet omdat moeilijk te bewijzen is wat is afgesproken. Wel is het zo, dat als uit de praktijk blijkt, door een reeks dezelfde handelingen in een overeenkomstige situatie, dat een of meer staten bepaalde regels aanhouden, deze bestendige praktijk als internationaal gewoonterecht kan worden aangezien. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het belangrijke wereldwijd breed gedragen VN-Zeerechtverdrag UNCLOS, dat de Verenigde Staten niet ratificeerden maar waar ze zich grotendeels aan gebonden voelen voor zover het een codificatie van gewoonterecht is.
Met het begrip volkenrecht wordt een stelsel van zogenaamde "horizontale handhaving" aangeduid. Er is, op enkele uitzonderingen na, geen centrale internationale instantie die internationaal afgesproken rechtsregels handhaaft: partijen kiezen, binnen de grenzen van het internationaal recht, zelf de wijze waarop zij handhaven.
Algemene regels voor verdragen zijn te vinden in het in 1969 in Wenen gesloten Verdrag inzake het verdragenrecht.
Nederland - monistisch stelsel Voor wat betreft Nederland geldt het monistische stelsel wat betekent dat internationale verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties samen met het nationale recht als één rechtsorde worden beschouwd waarbij de internationale verdragen van een juridisch hogere orde zijn dan Nederlandse wettelijke voorschriften. In andere landen als bijvoorbeeld Engeland geldt een dualistisch stelsel, het internationaal recht wordt beschouwd als een andere rechtsorde en heeft alleen directe werking als een nationale wet dat zo regelt of een hoge rechter zo beslist.
Is een Nederlands wettelijk voorschrift niet verenigbaar met een bepaling van een verdrag dat naar haar inhoud een ieder in Nederland kan verbinden, dan vindt dat Nederlandse wettelijke voorschrift geen toepassing (artikel 94 Grondwet). Of een verdragsbepaling een ieder kan verbinden, is afhankelijk van de regeling in het betreffende verdrag, in de regel moet het Koninkrijk der Nederlanden partij zijn bij het verdrag en het hebben geratificeerd. De voorrangsregel werkt automatisch, de rechterlijke macht moet bij elke beslissing in een individueel geval meewegen of er mogelijk strijd is met een regel uit een internationaal verdrag. Een burger kan er in een zaak uitdrukkelijk een beroep op doen, wat zal helpen dat de rechter ook dat aspect meeweegt maar het is niet verplicht.
Bij enkele internationale verdragen is de mogelijkheid geboden dat een burger de zaak kan voorleggen aan de bij het verdrag ingestelde instantie. Zo was in de 1980er jaren de uitsluiting van gehuwde vrouwen van pensioenregelingen reden voor feministische juristen, een indidviduele zaak voor te leggen aan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel.
Strekking van verdragen Verdragen kunnen in principe elk onderwerp aangaan. Bekende soorten verdragen zijn de vredesverdragen (waarmee gewapende conflicten en oorlogen tot een eind worden gebracht), maar ook handelsverdragen, luchtvaartverdragen en belastingverdragen komen vaak voor. En daarnaast zijn nog vele andersoortige onderwerpen mogelijk: het verdrag van Kyoto handelt bijvoorbeeld over milieuaangelegenheden, de Berner Conventie van 1886 over auteursrechten en de Europese Unie bestaat door een verzameling verdragen tussen aangesloten landen.
Verdragen mogen niet ingaan tegen jus cogens-regels, algemeen aanvaarde regels. Staten mogen bijvoorbeeld geen verdrag sluiten om slavernij te bevorderen, aangezien een verbod op slavernij algemeen gezien wordt als een jus cogens-regel.
Vaste onderdelen in verdragen Naast specifieke tekst aangaande het onderwerp van het verdrag, bevatten veel verdragen ook tekst aangaande een aantal "standaard zaken". Hierbij valt te denken aan specificatie van:
Tijd en datum van ingang van het verdrag (of andere vereisten hiervoor, zoals ratificatie) Voorwaarden voor opzegging of beëindiging van het verdrag en de gevolgen daarvan Voorbehouden of bezwaren van een partij Controle op de naleving Consequenties voor partijen die in gebreke blijven
Verbindendheid van verdragen Een verdrag is pas juridisch bindend indien is voldaan aan de bepalingen die daartomtrent in het verdrag zijn afgesproken. Tegenwoordig is dat meestal onder andere dat een minimum aantal partijen hun instemming hebben gegeven om gebonden te worden aan het verdrag. De instemming van de partijen is cruciaal, omdat zij (behoudens een regel van internationaal gewoonterecht) niet gebonden zijn aan internationale verplichtingen zonder hun instemming., International Law, CUP: Cambridge 2015, p. 660. Door de jaren heen zijn de staatsrechtelijke omstandigheden en de regels met betrekking tot instemming veranderd. Vroeger, tot aan de Franse Revolutie en de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten, was het veelal zo dat een soeverein rechtstreeks juridisch bindende verdragen met andere staatshoofden kon sluiten. De onderhandelingen liepen veelal wel via diplomaten en/of juristen, maar er was alleen toestemming nodig van de soeverein. Omdat tegenwoordig veel landen een democratisch staatsrechtelijk systeem hebben, spelen de organen die burgers vertegenwoordigen, veelal nationale parlementen, een grote rol bij de totstandkoming van regelgeving. Het internationale recht dient daarom rekening te houden met de verschillende procedures die in verschillende staten gelden met betrekking tot het sluiten van verdragen.
Weens Verdragenverdrag (WVV) Het Weens Verdragenverdrag (WVV) beschrijft enkele manieren waarop staten zich aan een verdrag kunnen binden, voor zover dit bij verdrag niet (anders) is geregeld, de regels uit het verdrag gaan voor., Kern van het internationaal publiekrecht, BJu: Den Haag 2011, p. 239. Artikel 11 WVV bepaalt bijvoorbeeld dat de instemming van een staat om gebonden te worden aan een verdrag tot uitdrukking kan komen door "ondertekening, door uitwisseling van akten die een verdrag vormen, door bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, of door ieder ander overeengekomen middel".
Registratie bij de Verenigde Naties Verdragen tussen lidstaten van de Verenigde Naties moeten volgens het verdrag waarbij de Verenigde naties zijn opgericht, openbaar zijn. Achterliggende reden is te voorkomen dat staten geheime allianties kunnen sluiten. Daartoe moet elk verdrag ingevolge artikel 102 van het VN Handvest worden aangemeld bij de secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Ingevolge het tweede lid van dat artikel geldt, dat indien een verdrag niet is geregistreerd bij de VN, de verdragsluitende staten zich niet tegenover enig orgaan van de Verenigde Naties (bijvoorbeeld bij het Internationaal Gerechtshof) op dat verdrag of die overeenkomst kunnen beroepen.
Ondertekening Soms is ondertekening (signature) van een verdrag door een daartoe bevoegd persoon voldoende voor inwerkingtreding. Ook hier staat de partijautonomie voorop en zal een ondertekening alleen verbindend zijn indien partijen dit wilden., Vienna Convention on the Law of Treaties. A commentary, Berlijn/Heidelberg: Springer 2012 (ebook), p. 163. Het eerste lid van artikel 12 WVV somt enkele gevallen op waarin wordt verondersteld dat staten deze bedoeling hadden, namelijk: indien dit uit de tekst van het verdrag blijkt, indien dit tijdens de onderhandelingen is afgesproken, indien de vertegenwoordiger van een partij dit te kennen heeft gegeven of als dit uit diens volmacht blijkt. Artikel 12 WVV is subsidiair van aard en de bedoeling van staten kan ook uit andere omstandigheden afgeleid worden, bijvoorbeeld uit de ter plaatse geldende rechtstraditie., Vienna Convention on the Law of Treaties. A commentary, Berlijn/Heidelberg: Springer 2012 (ebook), p. 170-71.
Het tweede lid van artikel 12 WVV gaat in op de vraag wat voor handelingen als ondertekening kunnen worden gezien. Allereerst zal ondertekening met (een deel van) de naam van de ondertekenaar als ondertekening gelden. Het is daarbij geenszins noodzakelijk dat de naam ook leesbaar is. Het is onduidelijk of een elektronische ondertekening ook geldt, maar aangenomen wordt dat dit mogelijk is indien de partijen dusdanig zijn overeengekomen. Sub a van het tweede lid maakt ondertekening middels een paraaf mogelijk. Ook hier geldt de voorwaarde dat de overige partijen hiermee akkoord gaan. Sub b beschrijft de situatie waarin de ondertekening door een vertegenwoordig ad referendum is gegeven. De vertegenwoordiger zal in zulk een geval ondertekenen en de woorden ad referendum daaran toevoegen. De bevestiging van de ondertekening door de staat heeft terugwerkende kracht. Een ondertekening ad referendum moet worden onderscheiden van de ondertekening onderworpen aan bekrachtiging (signature subject to ratification), waarbij de staat zich pas na bekrachtiging wenst te binden aan het verdrag., Vienna Convention on the Law of Treaties. A commentary, Berlijn/Heidelberg: Springer 2012 (ebook), p. 166-167.
Uitwisseling van akten